In haar nieuwe werk The Origin of Others vraagt Toni Morrison zich af hoe men racist en seksist wordt. De behoefte aan een Ander – om tegenover jezelf te kunnen stellen – lijkt hierin onmisbaar.
Denken in termen van demografie zal wel onvermijdelijk zijn als het om planning gaat, maar aangenaam is het niet. Van iemand zeggen dat hij een ‘babyboomer’ is, iemand die tussen 1945 en 1950 is geboren, maakt een sociologisch wezen van hem waar hij of zij misschien niets mee te maken wil hebben. ‘Babyboomer’ zijn zegt niets, behalve dat iemand van een bepaalde leeftijd is. Het is een generalisatie die helemaal geen rekening houdt met individualiteit.
Vandaar dat ik lichtelijk gealarmeerd werd door de generalisatie in de titel The Future of Whiteness, een boek van de Amerikaanse Linda Martín Alcoff over het verleden, heden en de toekomst van het wit-zijn, een blanke huid hebben. Wie denkt er als het om de toekomst gaat nu in termen van wit en zwart? Gaat het daarom in de toekomst? Is dat niet wat men ‘racistisch’ noemt? Dat er zwarte en witte mensen zijn, en alles daar tussenin, is een aspect van het leven, maar vallen mensen daarmee samen? Worden ze daarmee ‘gedefinieerd’? In Amerika ongetwijfeld meer dan elders, maar in het algemeen?
In de niet minder verontrustende titel van de inleiding, ‘The Unbeareable Whiteness of Being’, wordt het hebben van een witte huid ‘ondraaglijk’ genoemd omdat witheid ‘niet cool’ meer zou zijn en zich niet meer on the right side of history bevindt. In die kennelijk vaststaande ‘loop van de geschiedenis’ van Alcoff doen blanke mensen niet meer mee: over niet al te lange tijd zal meer dan vijftig procent van de Amerikaanse bevolking bestaan uit niet-blanken. Dan is de blanke een minderheid.
Alcoff heeft een afkeer van mainstream left, liberals en progressieven die, zoals Obama, niet louter in termen van ras, van zwart en wit denken.
Er zijn nog andere aanwijzingen dat in The Future of Whiteness op een speciale manier wordt gedacht. Volgens Alcoff hebben de op handen zijnde demografische veranderingen voor paniek onder ‘wit-rechts’ gezorgd: bij neo-conservatieven, The Tea Party-aanhangers, neonazi’s en ‘door blanken gedomineerde linksen’ heeft dat een angstige ‘Sturm und Drang’ ontketend. Het wakker worden (als dat al nodig zou zijn) van de aanhangers van extreem rechts ‘Sturm und Drang’ noemen is een misplaatste vergelijking: Sturm und Drang was de naam voor de romantische opleving onder jongeren rond 1765 in Duitsland. Die had met élan te maken en niets met politiek in engere zin.
Iedereen schuldig aan het verleden
Niet minder eigenaardig is dat Barack Obama als president door Alcoff een vriend van de wapenfabrikanten wordt genoemd: tijdens zijn presidentschap zou de verkoop van wapens zo zijn gestegen dat wapenfabrikanten hem schertsend ‘Gun salesman of the year’ noemden. Dit mag zo zijn, Obama heeft tijdens zijn presidentschap bij herhaling het wapenbezit aangekaart. Maar hij vond geen meerderheid in de Senaat voor vermindering van het wapenbezit. Alcoff heeft een afkeer van mainstream left, liberals en progressieven die, zoals Obama, niet louter in termen van ras, van zwart en wit denken.
The Future of Whiteness is een boek waarin het wit-zijn als een gepasseerd station wordt beschouwd. De ‘ideology of whiteness’ heeft zijn tijd gehad. Dat er zo’n witte ideologie zou bestaan is voor Alcoff vanzelfsprekend. Niemand zal ontkennen dat in Amerika veel mensen zijn die een soort witte ideologie aanhangen, zoals de zogenaamde white supremacists die vorige week in Charlottesville tekeer gingen, maar Alcoff plakt die ‘witte ideologie’ op iedereen met een blanke huid, terwijl het grootste deel van de Amerikanen niets van die ‘witte superioriteit’ moet hebben.

Even vanzelfsprekend is het voor Alcoff dat iedereen die niet donker is een collectief verleden meesleept dat hem schuldig maakt aan de slavernij. Iedereen die niet zwart is moet een manier vinden om ‘vrede te sluiten’ met zijn belaste witte identiteit, schrijft ze. Iedere blanke moet zijn ‘difficult and painful history’ onder ogen zien (‘clear-eyed understanding’). Als hem dat lukt wil Alcoff voor de witte mens nog wel een plekje in de regenboog van de mensheid zoeken.
Het verleden waar je part noch deel aan hebt gehad kan geen rekening zijn die je steeds onder je neus wordt gedrukt,
Hoe ver moet het bewustzijn van het slavernijverleden gaan? Het moet er goed in zitten, maar met een zekere distantie. Het verleden waar je part noch deel aan hebt gehad kan geen rekening zijn die je steeds onder je neus wordt gedrukt, ook al weet je ervan en is de morele betekenis van de slavernij tot je doorgedrongen. De slavernij was moreel en menselijk gezien veel erger, maar het grootste deel (zo’n tachtig procent) van de blanke mens in de negentiende tot de jaren vijftig van de twintigste eeuw leefde in armoe, als het geen bittere armoe was. Ze hadden, net zo min als slaven, niet de beschikking over enig wit privilege. Ze hadden het grondig beroerd: armzalige huisvesting, nauwelijks te eten, hongerlonen, massale werkeloosheid, kinderarbeid, lange werkdagen. De meeste mensen leefden als aardappeleters. Zoals de slavernij werd afgeschaft, zo ging het maar geleidelijk beter met die onfortuinlijken.
Jezelf definiëren door anderen tot vreemden te maken
In The Origin of Others, het nieuwe boek van de Amerikaanse schrijfster Toni Morrison met de tekst van haar Norton Lectures voor Harvard University, geeft ze schrijnende voorbeelden van slavenhouders die in hun dagboek systematische verkrachtingen beschrijven ‘alsof ze schapen scheerden’. Morrison vraagt zich elementair af hoe men racist en seksist wordt. Volgens haar gaat het om een sociale en psychologische behoefte aan een vreemde, een Ander, waar je van alles op kunt projecteren dat je niet bevalt. Een zondebok. Mensen tot andere wezens maken waar je niets mee gemeen hebt noemt ze met een onvertaalbaar en lelijk woord ‘othering’: iemand tot een Ander maken. De bedoeling is dat je door die ‘othering’ jezelf definieert: door zwarten ‘mental lethargy’ of ‘natural indolence’ toe te schrijven distantieer je je van hem en kom je er zelf beter uit.
Die schrijnende voorbeelden van slavernij behoren voor Morrison tot een algemenere behoefte van othering: door andere mensen tot vreemden te maken kun je je van ze onderscheiden, erop afgeven. Het is niet iets dat Morrison beperkt tot slavenhouders. Na een scheldkanonnade van zo iemand te hebben geciteerd schrijft ze: ‘vergelijkbare kanonnades kunnen afkomstig zijn van nagenoeg elke groep op aarde – met of zonder macht – om hun overtuiging kracht bij te zetten bij het construeren van de Ander.’
Het is lastig nu, met het optreden van neonazi’s en extreem-rechts in Charlottesville (de white supremacists) vers in het geheugen, Alcoff te verwijten dat zij doet wat Toni Morrison beschrijft: het construeren van een Ander, in dit geval van een ‘witte ideologie’ die niet alleen betrekking heeft op extreem wit-rechts, maar ook de liberals, Democraten, progressieven en gematigden. Al die niet-racisten. Degenen die ook kijken naar wat mensen gemeen hebben. Denk aan Barack Obama die als president een brug wilde slaan die de Amerikanen, van welke kleur dan ook, zou kunnen verenigen.
The Future of Whiteness door Linda Martín Alcoff is uitgegeven door Polity Press.
The Origin of Others door Toni Morrison met een voorwoord van Ta-Nehisi Coates is uitgeven door Harvard University Press.
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.