Het gesprek van de dag: de resultaten van de eerste Amerikaanse voorverkiezingen zijn binnen.
Oké, zelfs triviale zaken als het weer spelen een rol bij de uitkomst en de bevolking van Iowa is opvallend blank, maar toch is de eerste voorverkiezing van oudsher een belangrijk moment. De resultaten scheppen een verwachtingspatroon waar media en collega’s zich vervolgens naar gaan gedragen en is daardoor bepalend voor het verdere verloop van de campagnes. Van te voren leken de kaarten redelijk geschud: zelfs toen Trump niet op kwam dagen bij het laatste debat, bleef hij aan kop in de peilingen.
Gistermiddag ging Trump zelf er dan ook nog vanuit dat hij zou winnen, zo herhaalde hij steeds op een feestelijke bijeenkomst voor zijn aanhang. Hij rende druk heen en weer over het podium, als een puber met ADHD die net een twee uur durend proefwerk heeft gemaakt en nu eindelijk zijn benen mag strekken. Wild gesticulerend, nee: driftig gesticulerend, alsof elke beweging deel uitmaakte van een woeste overwinningsdans. Als hij al even halt hield, keek hij zo geconcentreerd dat het even leek alsof hij in een Haka zou uitbarsten. Dat bleef ons gelukkig bespaard.

Winnaars en losers, daar deelt Trump zijn wereld graag in op. Je wordt óf kampioen, of degradeert hopeloos. Tussen bejubeld en bespot worden bevindt zich niets, of in ieder geval niets noemenswaardigs.
Alleen is Trump ineens geen winnaar meer, en kent deze verkiezingsrace niet langer uitschieters. Daarvoor zijn de verschillen niet groot genoeg, zo blijkt uit de resultaten. Ted Cruz (die overigens ook niet wars is van onsmakelijke of ronduit domme uitspraken) won met een niet al te groot verschil van Trump, terwijl Marco Rubio indrukwekkend inliep en niet ver achter Trump eindigde. Ze zijn alle drie dus nog in de race.

Bij de democraten is het nóg spannender. Hillary Clinton versloeg Sanders weliswaar, maar het verschil is te verwaarlozen. ‘Vrouw, oma en dus cool’, stond in 2015 op een cover van dit weekblad, met als ondertitel: ‘Hoe Hillary Clinton haar “zwaktes” in de strijd gooit’. Nog geen tien maanden later moet ze de strijd aangaan met iemand die zes jaar ouder is en op zijn website onder het olijke kopje ‘grandpa’ trots filmpjes plaatst van een potje baseball met zijn kleinzoon.
En wat blijkt: vooral jonge democraten vallen voor de coole Bernie Sanders, die idealistische grijsaard wiens opkomst een beetje doet denken aan die van Jeremy Corbyn vorig jaar.
Niets is wat het lijkt, kortom, en het kan verkeren. Het blijft gissen wie straks president wordt, maar de contouren van de uiteindelijke campagnes worden wel zichtbaar. Die zal harder worden dan tot nu toe, feller ook. Kamp-Clinton begon al wat meer af te geven op Sanders, een Clinton geeft zich nu eenmaal nooit gewonnen. Aan de Republikeinse kant hield Trump weliswaar een opvallend nederige toespraak; de kans dat hij nu een toontje lager gaat zingen, is klein.
Met andere woorden: the gloves are off.
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.