Gedurende mijn onderzoek zag ik vijf verschillende ‘typen’ activisten, die min of meer dezelfde (levens)weg hebben afgelegd voordat zij zich aansloten bij radicaal- en extreemrechts. Bij de openlijke straatactivisten zie ik veel Rechtvaardigheidszoekers en Politieke Zoekers. In neonazikringen zag ik veel Spanningzoekers en Sociale Zoekers, en in de nieuwe alt-right-beweging de Ideologische Zoekers
Met name binnen de zichtbare straatactivisten die je veelvuldig bij demonstraties vooraan ziet staan, bestaat een groot deel van de activisten uit wat ik ‘Rechtvaardigheidszoekers’ ben gaan noemen. Deze Rechtvaardigheidszoekers voelen zich door de overheid in de steek gelaten of hebben geliefden, vrienden of kennissen die zich gedupeerd voelen. Ze zien hoe zijzelf en de mensen die ze kennen zich door het dagelijks leven heen worstelen: mensen die keihard werken, belasting betalen en die op de een of andere manier de dupe zijn geworden van verkeerd overheidsbeleid of falende instanties. Hierdoor kunnen ze niet de armoede ontstijgen waarin zij doorgaans leven.
Hun Eigen-Volk-Eerst-standpunt komt voort uit een hardnekkig Eigen-Volk-Komt-Nu-Als-Laatste-gevoel.
Rechtvaardigheidszoekers identificeren zich met ‘de hardwerkende Nederlander’ die volgens hen op alle manieren wordt uitgeknepen ten faveure van nieuwkomers. Hun Eigen-Volk-Eerst-standpunt komt voort uit een hardnekkig Eigen-Volk-Komt-Nu-Als-Laatste-gevoel. Alle geïnterviewde Rechtvaardigheidszoekers kunnen voorbeelden noemen uit hun eigen omgeving waar het misgaat: gezinnen die onder het minimum leven terwijl de vader keihard werkt, familieleden die ruim zeven jaar op een sociale huurwoning moeten wachten terwijl statushouders na een halfjaar een woning krijgen toegewezen, mensen die na twintig jaar hun baan kwijtraken en worden vervangen door goedkopere krachten uit Polen, ouderen die hun hele werkende leven belasting hebben betaald en nu wegkwijnen in een verzorgingshuis.
Kortom: allemaal schrijnende situaties die de overheid volgens hen had kunnen en moeten voorkomen. Wanneer ze in de media vernemen dat het goed gaat met Nederland – met name in de jaren voor covid19 – strookt dat op geen enkele manier met de maatschappelijke realiteit die zij ervaren. En dat maakt hen vervolgens nog bozer.
bas en roel
Ik zie dezelfde boosheid op de overheid ook terug bij Bas en Roel, die ik in de zomer van 2016 voor het eerst spreek in het restaurant van een Van der Valk-hotel in het midden van het land.
Ik tref Bas en Roel op het terras buiten, ze zijn vandaag met zeven mensen aan het vergaderen. De meesten dragen een zwart shirt met spijkerbroek en Nike Air Max-gympen. Om hun nekken hangen zilveren of gouden kettingen met grove schakels. De asbakken op tafel zijn inmiddels behoorlijk vol en ook de eerste lege bierglazen worden van tafel gehaald.
Bas en Roel zijn eind dertig, ik schat Wouter ergens in de vijftig en vier anderen (onder wie Mick en Colin) ergens in de twintig. Ze vergaderen over hoe ze met hun eigen groep, Nederlands Verbond, kunnen inspringen waar de overheid verzaakt: van koffie schenken in bejaardentehuizen tot tuintjes opknappen van chronisch zieke mensen en tweedehandskleding inzamelen voor gezinnen onder de armoedegrens.
Ze hebben allen gemeen dat ze zijn opgegroeid in de mindere wijken van Nederland. Maar waar anderen op een zeker moment de sociale ladder beklimmen en verhuizen naar een betere wijk, hebben zij die mogelijkheid niet. Kom bij hen niet aan met hippe concepten als ‘deeleconomie’, want auto’s delen, eten weggeven, kleding hergebruiken en vriendendiensten leveren doen ze al hun hele leven lang. Allemaal willen ze meewerken aan mijn onderzoek, dus ik stel voor aparte afspraken met iedereen te maken.
Bang om over straat te gaan
Enkele maanden na onze eerste kennismaking spreek ik Bas en Roel opnieuw in een Van der Valk, ditmaal op een andere locatie. Ze hebben weer Wouter meegenomen, over wie later meer omdat hij een ander type is dan de Rechtvaardigheidszoeker. Ik bestel een zwarte koffie en Roel zegt haast fluisterend tegen Bas: ‘Pssst… Nikki drinkt zwarte koffie. Zwart!’ Ik rol met mijn ogen en zeg dat ik best een cappuccino wil bestellen als ze zich dan minder ongemakkelijk voelen, waarna ze alle drie moeten lachen.
Roel vertelt dat hij zijn hele leven al politiek bewust was. Hij komt uit een multiculturele wijk die werd geteisterd door inbraken en vechtpartijen. Mensen waren volgens hem bang om over straat te gaan. ‘Ook de generaties daarvoor zagen het aankomen. Mijn oma is al twintig jaar dood, maar die zei al tegen mij toen ik een kind was: “Kijk uit, de Turken gaan het overnemen.” Dus het speelt wel een beetje in de familie.’
De afkeer van migranten wordt van generatie op generatie doorgegeven, dat zal ik vaker merken in mijn onderzoek.
Dat de afkeer van migranten van generatie op generatie wordt doorgegeven, zal ik vaker merken in mijn onderzoek. Het is een kwestie waar volgens racisme-onderzoeker Rob Witte weinig oog voor is, zo vertelt hij me wanneer ik hem spreek. Witte deed onder meer onderzoek naar het wegpesten van een vluchtelingengezin in Waspik en hield zich voor de gemeente Aalsmeer bezig met spanningen tussen jongeren van verschillende etnische achtergronden. ‘Wij als onderzoekers – en dat is echt geen monnikenwerk – hadden al vrij snel een chronologie die jaren terugging. Daarin bleken de ouders van de desbetreffende jongeren in het verleden ook al iets soortgelijks te hebben gedaan, maar daar wist niemand bij de gemeente of politie nog iets van. Maar je ziet gemeenschappen waarbinnen dezelfde racistische ideeën blijven circuleren.’
Radicaliseringsonderzoeker Amy-Jane Gielen kwam tot dezelfde conclusie toen ze in 2007 jongeren interviewde die zich voor de rechter moesten verantwoorden na een reeks brandstichtingen in Almere, onder meer bij een synagoge en een islamitische school. Ook deze jongeren bleken hun xenofobe en racistische standpunten met hun ouders te delen en van huis uit te hebben meegekregen.
Terug naar Roel. Rond zijn vijfentwintigste was hij het naar eigen zeggen zat zoals groepen met een migratieachtergrond zich in ‘zijn buurt’ gedroegen. ‘Het moment kwam dat het zo erg begon te rommelen dat ik het niet meer kon aanzien. Je kan op verjaardagen of op personeelsfeestjes blijven roepen dat je het niet meer pikt. En dan is iedereen het met elkaar eens. Of je kan degene zijn die daadwerkelijk de straat op gaat. Die wat probeert te veranderen. Die in ieder geval wil opkomen voor de mensen die nu worden verdrukt.’
Met een stel vrienden begon hij een soort burgerwacht – een regionaal initiatief. Ze waren nergens bij aangesloten en ook niet ideologisch gemotiveerd. ‘We probeerden een beetje eigen rechter te spelen, in de breedste zin van het woord. Je probeert toch wat te doen. Met een paar man verhaal halen.’
Maar de groepen bij wie ze verhaal gingen halen wachtten hen vervolgens thuis weer op. Algauw haakten steeds meer mensen af en de burgerwacht ging kort na oprichting ter ziele.
Arnhems kaartclubje
Bas groeide op in dezelfde wijk. ‘Vroeger was het een arbeidersbuurt, later werd het een achterstandsbuurt. Allemaal flats, allemaal eendagsvliegen, allemaal Turken. En toen zeiden die Turkse jongens al: “Over tien jaar zijn wij hier de baas.”’
De vader van Bas zat bij het CDA, maar daar heeft hij zelf niks mee. CDA staat voor hem voor Christenen Dienen Allah. En de PvdA? ‘Partij van de Arabieren.’
Zijn ouders bestierden een krantendepot en Roel was een van de jongens die de kranten rondbrachten, dus ze kennen elkaar al van jongs af aan. Als twintigers, toen ze allebei een vriendin in dezelfde familie kregen, kwamen ze elkaar weer tegen. In 2003 werd Bas vader van een dochter. ‘Dat zet je aan het denken… In wat voor wereld komt mijn meisje terecht? Dan krijg je iets meer bewustwording van wat er om je heen gebeurt.’
Kenmerkend voor Rechtvaardigheidszoekers is dat zij zich totaal niet laten afschrikken door de groep waartoe zij zich wenden, zelfs al staan ze niet achter alle standpunten.
Bas ging op internet zoeken en kwam uit bij de Nederlandse Volks-Unie (NVU), een in 1971 opgerichte politieke partij die zich presenteert als ‘volksnationalistisch’ en altijd neonazi’s heeft aangetrokken. Leiders en leden hebben hun bewondering voor Hitler nooit onder stoelen of banken gestoken en dat geldt ook voor de huidige leider Constant Kusters. Hoewel de NVU meerdere malen heeft deelgenomen aan landelijke en lokale verkiezingen, haalde ze nooit een zetel. Ik wil graag weten waarom Bas en Roel zich juist bij de NVU aansloten. Boosheid over wat je om je heen ziet is één ding, maar waarom word je vervolgens lid van een politieke beweging die voor de buitenwereld zo’n overwegend negatief imago heeft?
Kenmerkend voor Rechtvaardigheidszoekers is dat zij zich totaal niet laten afschrikken door de groep waartoe zij zich wenden, zelfs al staan ze niet achter alle standpunten. Bas zegt dat hij voor zijn gevoel geen andere keuze had. ‘Ik heb er lang over nagedacht of ik het op m’n blazoen wilde hebben – in verband met m’n carrière. Maar je kan óf niks doen en achteraf spijt hebben dat je eigen kinderen iets overkomt, óf je kan proberen het te voorkomen. Ik heb voor het laatste gekozen.’
Toch waren hij en Roel er al redelijk snel weer weg omdat ze zich er niet thuis voelden. Op persoonlijk vlak boterde het niet met de leiding en bovendien hadden ze niet het idee dat ze iets met de NVU konden bereiken vanwege de slechte reputatie en het feit dat er niet meer werd gedaan dan af en toe demonstreren. Bas: ‘Ik heb afstand genomen van de NVU. Dat is geen kroon op mijn carrière. Dat was geen kers op de taart. Het is een Arnhems kaartclubje, voor de rest is het niks. Je bereikt er niks mee. Mensen willen er niet mee worden geassocieerd. Ik heb het anderhalf, twee jaar aangekeken en toen gezegd: “Het is goed.”’
Molotovcocktails tegen de moskee
Daarna doolden ze samen rond in Facebookgroepen en zette Bas zelf ook een Facebookpagina op. In die hoedanigheid werd hij in 2015 uitgenodigd om een demonstratie van DTG bij te wonen. Hij nam Roel mee en ze kwamen samen algauw in het bestuur terecht. Roel: ‘Ik durf wel te zeggen dat wij aan de wieg hebben gestaan van het succes. Het is heel jammer dat het is geklapt.’
Op het hoogtepunt begin 2016 wist DTG bij een demonstratie ruim tweehonderd mensen op de been te brengen – wat relatief veel is voor rechtse demonstraties in Nederland.
Officieel staat DTG voor Demonstranten Tegen Gemeenten, maar volgens sommige geïnterviewden is het van oorsprong Twentse collectief ooit onder de noemer Dolphia Terror Group begonnen. Daarbij verwijst Dolphia naar een wijk in Enschede waar het allemaal begon, toen DTG in september 2015 voor het eerst tegen de komst van een asielzoekerscentrum demonstreerde. In de hoop uit te breiden en meer aanhang te verwerven, sloten demonstranten zich vervolgens ook aan bij protesten elders in Nederland tegen de komst van asielzoekerscentra. Op het hoogtepunt begin 2016 wist DTG bij een demonstratie ruim tweehonderd mensen op de been te brengen – wat relatief veel is voor rechtse demonstraties in Nederland.
Maar de populariteit bleek slechts van korte duur. In februari 2016 stapten enkele DTG’ers uit de groep. Een van hen stuurde een berichtje met ‘Sorry, maar zit eraan te denken om zelf een groepje op te richten met mensen die wat hardere acties gaan ondernemen’.
Drie dagen later vlogen er molotovcocktails tegen de moskee in Enschede, waar op dat moment dertig tot veertig mensen binnen waren. Vijf mannen kregen tot vier jaar celstraf waarbij de rechtbank oordeelde dat ze een terroristisch oogmerk hadden omdat zij de gemeente Enschede en de moslimgemeenschap angst wilden aanjagen en wilden verhinderen dat er een asielzoekerscentrum zou komen. Ook bij de rechtszaak tegen de ex-DTG’ers zat de publieke tribune niet vol met sympathisanten om de verdachten te steunen. Toch krijg ik niet het idee dat ex-DTG’ers als Bas en Roel deze daad sterk afkeuren. Geen moment in het gesprek zeggen ze er zelf iets over, behalve dat ze het jammer vinden dat DTG uit elkaar is gevallen en ze nu weer van voor af aan kunnen beginnen.
Drank, jaloezie en afgunst
Het uiteenvallen van DTG is in de media altijd gelinkt aan de aanslag op de moskee, maar de groep was op dat moment al opgeheven na intimidatie van vertrokken leden. Op maandag had Roel nog in de vergadering geroepen dat DTG’ers het vertrek moesten laten rusten, maar eind van de week werd er toch een huisbezoek gebracht. De reden? Drank, jaloezie en afgunst – zo vermoeden ze. Volgens de verhalen is er minstens een deur ingetrapt en is een ex-lid in zijn woonkamer bedreigd waar zijn zoontje bij was.
‘We wisten dat het zou gaan gebeuren, dat het broeide,’ vertelt Roel. ‘We hebben nog gezegd: “Doe het niet, want je verwoest alles wat we hebben opgebouwd.” Maar we kregen een telefoontje over dat huisbezoek en met een halfuur was het over en uit met DTG. Het is een karaktertrek van die jongens. En ik begrijp het wel. Maar als je iets moois hebt – je schiet uit de grond en wordt landelijk binnen twee maanden de grootste rechtse protestgroep van Nederland, en je laat het door zoiets klappen… Dat snap je niet. Dan heb je het hart wel op de goeie plek, maar dan laat je de emoties de overhand krijgen. En dat is nooit verstandig in dit soort situaties.’
Roel zegt dat hij toen voor het eerst overwoog om met zijn activisme te stoppen. ‘Ik was zo teleurgesteld. DTG was iets dat potentie had om echt uit te groeien tot een nationale beweging – en misschien zelfs met Duitsland en België erbij… Toen dacht ik: het heeft allemaal geen zin.’
Nikki Sterkenburg, Maar dat mag je niet zeggen. De nieuwe generatie radicaal- en extreemrechts in Nederland verschijnt op 20 mei bij Das Mag.
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.