Dit verhaal is ook te beluisteren. Hoofdredacteur Ward Wijndelts leest voor.
Het is drie uur ’s nachts als Pieter aankomt bij het pand dat hij verhuurt in een nette buurt van een Noord-Hollandse stad. De politie heeft net een wietplantage ontdekt in het appartement op de bovenste verdieping, na melding van een inbraak. De inbrekers, die waarschijnlijk uit waren op de oogst van de plantage, werden gestoord door de nietsvermoedende onderburen, een jong gezin. De criminelen hebben nog geprobeerd om ook hun deur in te trappen, maar vertrokken uiteindelijk onverrichter zake.
De vader van het gezin is aangeslagen maar gelukkig ongedeerd, net als zijn zwangere vrouw en kind. Op de stoep voor het hoekhuis houden agenten de wacht, de straat staat vol politiewagens. Op de bovenverdieping is de politie bezig met de ontmanteling van de plantage. Pieter weet niet wat hij ziet. Agenten tellen 160 planten, verdeeld over twee kamers verborgen achter boekenkasten. Er zijn grote gaten in het dak gezaagd voor de afzuiging, de vloer van het luxe appartement is volledig geruïneerd en de huurder is nergens te bekennen. ‘Ik wist van niets,’ zegt Pieter terugkijkend. ‘Maar ik wilde graag helpen om de daders te vinden.’
Twee maanden na de inval, als hij de plantage heeft opgeruimd en alle schade is hersteld, ploft er een brief op Pieters deurmat: de burgemeester sluit de woning voor een half jaar. Pieter begrijpt er niets van. Wanneer hij zijn sleutel zes maanden later weer mag ophalen op het gemeentehuis is het onbegrip omgeslagen in woede. ‘De volgende keer dat zoiets gebeurt,’ zegt Pieter tegen de ambtenaar die hem de sleutel van het appartement teruggeeft, ‘ga ik de politie niet bellen. Ik ga zelf naar binnen, desnoods neem ik een paar potige mannen mee.’
De namen van verhuurders in dit stuk zijn om privacyredenen gefingeerd − hun echte namen zijn bekend bij de redactie.
Anonieme werkruimten
Pieter is niet de enige particuliere verhuurder die onbewust criminelen in huis haalt. Jaarlijks wordt een op de tweehonderd panden misbruikt voor criminele activiteiten, schat het onderzoekscentrum van het ministerie van Justitie en Veiligheid. Arme wijken met sociale huurwoningen waren lange tijd het vertrouwde werkgebied van de georganiseerde misdaad, maar nu verschuift het territorium van de onderwereld richting de particuliere verhuur, een ondoorzichtige markt die snel groeit.
Op zoek naar anonieme werkruimten voor hun illegale activiteiten trekken boeven in een stoelendans van pand naar pand. Ze duiken op in luxeflats, Vinex-wijken en bedrijfsruimten. Niet voor niets lanceerde Meld Misdaad Anoniem vorig jaar een campagne die zich specifiek op particuliere verhuurders richt. Voor effectieve opsporing van misstanden is de samenwerking met die groep ‘van absoluut belang’, zeggen politiespecialisten.
Het ministerie van Justitie schat dat in 2019 zo’n 50.000 panden door criminelen werden gebruikt voor ‘ondermijnende activiteiten’, hoofdzakelijk de productie van drugs.
Maar door contraproductief gemeentebeleid laat een deel van die verhuurders de criminelen lopen, erkennen diezelfde opsporingsdiensten tegenover Vrij Nederland. Huurbazen trekken niet aan de bel omdat ze vrezen voor een pandsluiting door de burgemeester en alle bijkomstige ellende. In reactie op een enquête die Vrij Nederland verspreidde onder leden van brancheorganisatie Vastgoed Belang, vertellen verhuurders voor het eerst over de bondjes die ze noodgedwongen sluiten met criminelen. ‘Het politiek correcte antwoord is dat de politie altijd ingeschakeld moet worden,’ zegt een verhuurder van drie woningen in Zuid-Holland. ‘Maar ik kan het iedereen afraden.’
De criminele economie draait ondertussen door, niet gehinderd door de politie, die onderbezet is en daardoor juist van meldingen afhankelijk. De gevolgen voor de maatschappij zijn groot: terwijl een eigenaar zijn of haar pand herstelt, begint de crimineel een paar straten verder gewoon opnieuw. Zo trekt de criminele onderwereld een spoor van vernieling en gevaar door wijken waar mensen wonen, werken en hun kinderen naar school brengen.
Ondermijnende activiteiten
‘De burgemeester is voornemens uw pand te sluiten,’ luidde de aankondiging in de brief die Pieter ontving. Bestuurders door het hele land grijpen steeds vaker naar de zogeheten Damocleswet, waarmee ze na het aantreffen van drugs een pand direct kunnen sluiten. Volgens de laatste inventarisatie werden er in 2018 elke dag minstens drie panden gesloten, doorgaans voor drie tot soms wel twaalf maanden. Datzelfde jaar is de wet uitgebreid, waardoor ook voorbereidingen voor de drugsproductie nu voldoende reden zijn voor een sluiting.
‘De wetgever wil lik-op-stuk beleid,’ zegt Henny Sackers, hoogleraar bestuursstrafrecht aan de Radboud Universiteit. ‘Ze willen direct een sterk signaal afgeven. Als je zo’n zaak voor de strafrechter brengt, dan duurt het allemaal veel langer. Dus trekken strafrecht en bestuur samen op. De burgemeester sluit het pand en zet een groot bord in de tuin of plakt een sticker op de deur. Zodat iedereen kan zien: hier heeft de overheid ferm opgetreden.’ Dat wil niet zeggen dat het probleem ook daadwerkelijk wordt aangepakt. ‘In die wijk keert de rust misschien terug, maar de misdaad verplaatst zich. Tegen de georganiseerde criminaliteit doet het niets.’
Dat blijkt ook uit de cijfers. Al enkele jaren is zowel de omvang van elektriciteitsdiefstal als het aantal incidenten van gedumpt drugsafval nagenoeg onveranderd, wat wijst op een stabiele drugsproductie. Het ministerie van Justitie en Veiligheid schat dat in 2019 zo’n 50.000 panden door criminelen werden gebruikt voor zogenoemde ‘ondermijnende activiteiten’, hoofdzakelijk de productie van drugs. Het betekent dat een op de tweehonderd panden in plaats van bewoners of bedrijven methfabrieken, illegale bordelen of hennepplantages huisvest.
Te goeder trouw
De huurpanden van particuliere eigenaars zijn uitermate geschikt voor criminelen. Bij verhuur is, anders dan bij verkoop, geen notaris betrokken en zijn katvangers en vervalste papieren makkelijker te gebruiken. Woningen zijn daarbij ideaal, omdat het huurrecht je beschermt tegen inspecties. Een kleine, particuliere verhuurder is de makkelijkste prooi. Ze zijn veelal onervaren en hebben geen overkoepelende belangenorganisatie − anders dan woningcorporaties, die steeds vaker samenwerken met gemeenten, nutsbedrijven en opsporingsdiensten.
‘Ze zitten tegenwoordig overal − zelfs in de Vinex-wijken.’
Criminelen duiken op buiten de achtergestelde wijken met sociale huur, hun vertrouwde werkgebied. Daarbij zijn ze geenszins kieskeurig. De georganiseerde misdaad betrekt bijvoorbeeld luxe hoogbouw in Rotterdam, waar nieuwe bouwregels ‘een lobby met een gastvrouw’ en doorzichtige trappenhuizen voorschrijven voor het ‘verminderen van de anonimiteit’. Dergelijke regels zijn voor de georganiseerde crimineel geen probleem − die trekt zo nodig gewoon naar de volgende buurt.
Dat ziet ook Martijn Scherpenisse, lid van een Rotterdams politieteam dat zich samen met de FIOD, het OM en andere overheidspartners richt op preventie van vastgoedcriminaliteit. ‘Ze zitten tegenwoordig overal − zelfs in de Vinex-wijken. Zolang ze ergens onbekend en onopgemerkt kunnen blijven, maken ze er gebruik van.’ Natuurlijk zijn er particuliere verhuurders die zelf een graantje meepikken van de criminele activiteiten en het misbruik oogluikend toestaan. Maar dat is beslist een minderheid, zeggen politiemedewerkers. ‘Het merendeel is absoluut bonafide,’ zegt Scherpenisse.
‘Het gros van hen is te goeder trouw,’ zegt ook een rechercheur van Politie Oost-Nederland die vanwege zijn betrokkenheid bij lopende zaken anoniem wil blijven. ‘Ik heb aan honderden casussen gewerkt, en verreweg de meeste verhuurders is het gewoon overkomen.’
Warmtecamera’s
Dat de politie verhuurders niet vaak als schuldige ziet, blijkt ook uit een onderzoek uit 2016 in opdracht van de Politie Noord-Nederland. Bij minder dan een kwart van de opgerolde wietplantages zag de politie de pandeigenaar als verdachte. Dat is logisch als je bedenkt dat de verhuurder doorgaans geen belang heeft bij een criminele huurder. ‘Bij een hennepplantage kan de schade aan je pand in de tienduizenden euro’s lopen,’ legt de vastgoedrechercheur van Politie Oost-Nederland uit. ‘Je kan het zo gek niet bedenken of de criminelen slopen het wel.’
Particuliere verhuurders willen misbruik dan ook graag voorkomen, maar hun mogelijkheden zijn beperkt. Hun enige effectieve middel om een huurder na te trekken − een speciaal convenant tussen politie en verhuurders dat informatie-uitwisseling mogelijk maakte − is enkele jaren geleden opgeheven vanwege privacywetgeving. Sommige verhuurders sturen cv-monteurs en privérechercheurs met warmtecamera’s langs hun panden in een poging verdachte signalen op te pikken.
Criminele organisaties gaan ondertussen steeds geraffineerder te werk, vertelt Rudy van de Werken, vastgoedspecialist van de Politie Amsterdam. Zo fabriceerde een ‘freelance vervalser’ voor minstens 250 mensen identiteitsbewijzen, loonstrookjes en adres-inschrijvingen. Desgewenst zette deze man voor klanten een nepwebsite op van de fictieve werkgever, met daarop een telefoonnummer. Verhuurders die ter navraag belden, kregen de vervalser aan de lijn.
‘Eerst had ik het gevoel dat ik samen met de gemeente optrok. Maar toen het probleem voor hen was opgelost, maakten ze er mijn probleem van en sloten ze mijn pand.’
Veel huisjesmelkers hebben hun screening en toezicht niet op orde, onderstrepen zowel politie als brancheorganisaties. Maar zelfs pandeigenaren die er alles aan doen om misbruik te voorkomen, slagen er niet altijd in criminelen buiten de deur te houden. De verhuurder die genoeg doet om criminaliteit te voorkomen, zou van de burgemeester niets hoeven te vrezen als het toch een keertje misgaat. Maar wat ‘genoeg’ precies inhoudt? Dat kan niemand je vertellen, ook de gemeente zelf niet.
De pineut
‘Alsof je tegen een muur zit te praten.’ Zo omschrijft verhuurder Julien zijn gesprek met gemeenteambtenaren om bezwaar aan te tekenen tegen de sluiting van zijn pand. Hij verhuurt zo’n veertig woningen en bedrijfspanden in een grote stad in Noord-Brabant. In één daarvan werd afgelopen jaar een hennepkwekerij aangetroffen nadat hij zelf alarm had geslagen bij de gemeente én Meld Misdaad Anoniem. Julien is geregeld binnen geweest om de huurders te controleren, kort voor de inval zelfs nog eens met twee vergunningsambtenaren aan zijn zijde.
De twee ambtenaren tegenover hem haalden hun schouders op. Voor de sluitingsplannen van de burgemeester maakte het niets uit. Julien was vooraf door zijn advocaat gewaarschuwd: verweer tegen sluiting is in ‘99% van de gevallen’ zinloos. Toch wilde hij graag zijn kant van het verhaal vertellen. ‘Eerst had ik het gevoel dat ik samen met de gemeente optrok,’ vertelt hij. ‘Ik deed zelf die melding en werkte mee, ook bij de ontruiming. Maar toen het probleem voor hen was opgelost, maakten ze er mijn probleem van en sloten ze mijn pand.’
Julien heeft zichtbaar moeite met de vraag of hij in een toekomstig geval weer aan de bel zou trekken. ‘Als je meldt ben je de pineut, als je niet meldt ben je ook de pineut.’
Beschadigd vertrouwen
Het is niet alleen de gemeente die het volgens verhuurders heeft verbruid. Via de enquête vertellen particuliere huurbazen ook over een beschadigd vertrouwen in de opsporingsdiensten, waardoor melding zinloos lijkt. ‘Er is nooit iemand opgepakt, ondanks dat de dader bekend was,’ schrijft een verhuurder uit Utrecht die zegt een volgende keer de politie waarschijnlijk niet in te inlichten. De gemelde wietplantage in eigen vastgoed had volgens hem ‘geen enkele prioriteit’.
Ook een verhuurder in het Gooi zegt na een melding bij de politie nooit meer iets te hebben gehoord: ‘Ze lopen achter de feiten aan.’ Rudy van de Werken, vastgoedspecialist van Politie Amsterdam, erkent dat daders, vooral bij hennepkwekerijen, zelden worden vervolgd. ‘Het is gewoon een gebrek aan capaciteit.’
En als een huurder wél vervolgd wordt, dan weten huurbazen dat hun naam in het dossier terechtkomt, met alle risico’s van dien. ‘Ik heb bij de politie een A4’tje achtergelaten met de contactgegevens van mijn gezin,’ zegt Rutger, verhuurder van 72 bedrijfsruimtes in het oosten van het land. ‘Als dit uit de hand loopt en de politie vindt mij ergens op straat, dan weten ze in elk geval wie ze moeten waarschuwen.’
Rutger treft regelmatig verboden of gestolen goederen aan in zijn panden en heeft de afgelopen vijf jaar drie keer een wietplantage ontdekt. Volgens hem is de politie van goede wil, maar net als de rechtbank zwaar overwerkt.
‘De recherche is zelf ook enorm gefrustreerd dat er niets met die zaken gebeurt,’ vertelt de verhuurder in de koffieruimte van zijn bedrijventerrein. ‘Hun opslag ligt vol met foute spullen. Als ze bij mij iets aantreffen, vragen ze of ik het zelf naar de vuilstort kan brengen.’
Rutger heeft inmiddels al twee keer wietkwekers weggestuurd zonder de politie in te lichten. ‘Dan wordt het tenminste opgeruimd. Ze laten het netter achter dan de politie.’
Banken en verzekeraars kunnen de hypotheek terugvorderen als blijkt dat het onderpand is misbruikt voor criminele doeleinden, ook al was de pandeigenaar daarvan niet op de hoogte.
Onlangs reed Rutger naar de vuilstort met een wel heel bijzondere lading in de achterbak: vijf Duitse nummerborden in kentekenhouders van een Audi-dealer, aangetroffen in een van zijn garageboxen vlakbij de grens. De huurder stond geregistreerd in een wijk in Utrecht waar ook de bende plofkrakers vandaan komt die regelmatig in Audi’s de Duitse grens over scheurt om daar zijn werk te doen.
Geen toeval, denkt Rutger, maar toch heeft hij de politie niet gebeld: te gevaarlijk. ‘Er zou iets van een vertrouwenspersoon moeten zijn bij de politie, die gewoon eens komt kijken, zonder dat mijn naam in een dossier komt.’
Goedbedoeld initiatief
Het ministerie van Justitie en Veiligheid sprong afgelopen jaar in dit gat, met de speciale verhuurderscampagne bij Meld Misdaad Anoniem. ‘Jouw verhuur kan veel meer opleveren’ luidt de slogan. Het goedbedoelde initiatief lijdt echter onder twee zwakke punten.
Allereerst wil je als meldende pandeigenaar anoniem zijn voor de criminelen, maar niet voor diegenen die je pand kunnen sluiten. ‘De pandeigenaar is in die zin een lastige groep,’ erkent ook Martijn Scherpenisse, van politie Rotterdam. ‘Als ze melden, is dat vaak juist om te laten zien dat ze bonafide zijn.’
Ten tweede, zo bevestigt een woordvoerder van Meld Misdaad Anoniem, is een anonieme melding niet genoeg om een pand binnen te vallen. Dat weet ook Dirk, verhuurder van achttien panden in de provincie Utrecht. Hij zag een huurder van een grote bedrijfsruimte na tien jaar voorbeeldig huurderschap langzaam afglijden toen zijn bakkersbedrijf in zwaar weer raakte. De bakker ging in zee met foute types, werd bedreigd met een vuurwapen en moest toekijken hoe ze een hennepplantage in zijn loods aanlegden.
Dirk kreeg er lucht van en belde Meld Misdaad Anoniem. ‘Zij vertelden mij dat ik beter een echte aangifte kon doen. Als je anoniem meldt, is het maar de vraag of de politie er iets mee gaat doen.’ Toen hij vervolgens onder eigen naam naar de politie stapte, werd de plantage direct opgerold. Hij had naar eigen zeggen 35.000 euro schade, die hij pas kon herstellen toen hij de sleutels terugkreeg: eerst sloot de burgemeester zijn pand nog voor drie maanden. Dirk, die als meldende partij in het dossier stond, verbleef voor zijn eigen veiligheid een aantal weken op een schuiladres.
Hij vertelt: ‘Als ik hier een volgende keer zonder tussenkomst van justitie van af kan komen, zonder dat gedonder en dat het drie maanden dichtgaat, dan zou ik dat wel doen. Die wietkwekerij heeft voor justitie geen prioriteit, er is geen enkel vervolg. Dan is het niet gek dat ik een volgende keer tegen de huurder zeg: “brei er een eind aan”, ook al gaat dat tegen mijn principes in.’
Hypotheek terugvorderen
En als je de burgemeester én de politie genoeg vertrouwt, dan is er nog de bank, waarvoor sommige huurbazen een foute huurder het liefst verborgen houden. Banken en verzekeraars kunnen de hypotheek terugvorderen als blijkt dat het onderpand is misbruikt voor criminele doeleinden, ook al was de pandeigenaar daarvan niet op de hoogte. Vragen van de politie, of zelfs al een krantenbericht, kunnen genoeg zijn voor een bank om een eigen onderzoek te beginnen.
‘Banken worden zenuwachtig van dat soort berichten,’ zegt Orlando, verhuurder van vijf woningen in de regio Rotterdam. Voor hem was de hypotheek een belangrijke reden om niet aan de bel te trekken toen hij een wietplantage ontdekte in de kelder van een van zijn panden. Hij heeft de planten eigenhandig in stukken geknipt en diezelfde nacht naar een vuilcontainer gereden. Toen de huurder – die al weken uit beeld was – de volgende dag belde, gaf hij die een week om zijn kweekapparatuur op te halen.
Orlando heeft geen spijt: ‘De gemeente maakt anders een melding bij de bank, die dan het recht heeft om de hypotheek terug te vorderen.’ Hij weet niet hoe hij in zo’n geval zijn pand zou kunnen herfinancieren. ‘Dus dan val je in handen van woekeraars.’ Orlando vraagt zich net als vele anderen af: waarom wordt goed gedrag bestraft?
De orde herstellen
‘Straffen is een verkeerd woord. De burgemeester straft niet,’ zegt Ahmed Aboutaleb, burgemeester van Rotterdam, via een videoverbinding geruststellend. Dat hoeft ook niet, zegt hij: ‘Ik ga ervan uit dat verhuurders altijd te goeder trouw zijn, enkele uitzonderingen daargelaten.’ Een pandsluiting is volgens Aboutaleb uitsluitend bedoeld om de openbare orde te herstellen en houdt criminelen op afstand nadat een pand al is ontruimd. De burgervader zou het instrument ‘echt niet willen missen’.
‘Je zou kunnen zeggen dat alle huurcontracten geregistreerd moeten worden, zoals in België. Als overheid moet je kunnen zien wie de verhuurder is.’
Die overtuiging lijkt de afgelopen jaren te zijn gegroeid. In 2013 sloot Aboutaleb tien panden, in 2019 waren dat er al 145. Die toename is niet onopgemerkt gebleven: diverse verhuurders in de gemeente Rotterdam zeggen, zelfs tegen vastgoedspecialisten van de Rotterdamse politie, dat zij vanwege de dreigende sluiting criminelen laten lopen. Als ze wel wíllen melden, geloven velen dat anoniem niet goed te kunnen doen.
‘Dat is een idiote redenering en slaat nergens op,’ reageert Aboutaleb. ‘Als ze ervan weten en het niet melden, dan hebben ze echt een probleem. Je kan mij gewoon een mailtje sturen. Volgens mij ben ik de burgemeester met het bekendste mailadres van het land.’
Maar wordt het pand dan niet gesloten? ‘Dat zou bizar zijn. Melden wordt gewaardeerd, niet afgestraft. Als verhuurders dat nog niet weten, moeten we daar misschien wat meer werk van maken.’
Dat lijkt hard nodig. Het totaal aantal meldingen in de mailbox van de burgemeester na twaalf jaar in het ambt? Nul.
Acuut brandgevaar
Of het nou ‘bizar’ is of niet, overal in het land zien verhuurders hun panden op slot gaan, ook nadat ze het misbruik zélf melden. Zeker in Rotterdam, zo vertellen huurbazen uit de havenstad, maar ook uit Schiedam, Tilburg, Den Haag en Roosendaal komen soortgelijke reacties op de enquête van Vrij Nederland binnen.
‘Het maakt je kopschuw om misstanden te melden, en dan ga je andere oplossingen zoeken,’ zo vat een Zuid-Hollandse pandeigenaar de situatie samen. Nog eens tientallen andere verhuurders van bedrijfs- en woonruimten laten weten te twijfelen of ze in de toekomst zullen melden. Er komt een duidelijke gemene deler naar voren: angst voor de burgemeester en laag vertrouwen in de politie.
‘Het is ook eigenlijk van de zotte,’ erkent Ger Hindriks, oud-medewerker van de Taskforce ondermijning Brabant-Zeeland, nu werkzaam als zelfstandig adviseur, ‘dat je in Nederland een vuurwapen kan inleveren en zo weer het politiebureau uitwandelt, maar als je een drugslab in je eigen pand meldt, dan wordt je daarvoor gestraft.’
Pandsluitingen zijn in sommige gevallen contraproductief, zegt ook Peter Kool van het vastgoedteam van de politie Rotterdam. ‘Ik heb laatst aan een grote vastgoedpartij gevraagd waarom ze zo weinig misbruik melden. Zij vertelden dat ze het liefst alles melden, maar niet als de “beloning” is dat hun pand op slot gaat.’
Laurens van de Noort van Vastgoed Belang, de vereniging van particuliere verhuurders, hoort vergelijkbare verhalen van zijn leden. ‘Ze gaan langs en zeggen: “Snel wegwezen, dan schakel ik de politie niet in.” Dan begint diezelfde crimineel een paar straten verderop gewoon opnieuw.’
Dat er bij deze criminele stoelendans ogenschijnlijk weinig misgaat, is eerder een wonder dan een geruststelling. Het jonge gezin dat bruut werd gewekt door criminelen in Pieters pand is niet veel later verhuisd naar een andere stad en wil niet aan het voorval herinnerd worden. De bovenburen in het pand van de Brabantse Julien werden na de inval geëvacueerd vanwege acuut brandgevaar. Rutgers A4’tje ligt nog steeds op het politiebureau, voor het geval hij toch nog eens ‘gevonden’ wordt. En wat te denken van de duizenden panden die elk jaar aan de woningmarkt worden onttrokken − eerst door crimineel misbruik, dan door een burgemeester die de boel op slot gooit?
Eerst een waarschuwing
Dat het anders moet, ziet ook Peter Kool van de Rotterdamse politie-eenheid voor vastgoedcriminaliteit. ‘Ik vind dat we als overheid minder snel moeten overgaan tot dit soort maatregelen als pandsluitingen.’ Kool pleit voorzichtig voor een andere, getrapte benadering. ‘Dus niet als automatische reflex alles direct sluiten.’ Eerst een waarschuwing, bestuurlijke boete of uiteindelijk zelfs een maatschappelijke herbestemming. ‘Dan zorg je ervoor dat er een bonafide partij in terugkomt, omdat de woningnood ook gewoon hoog is.’
De Raad van State adviseerde deze zomer dat burgemeesters minder panden moeten sluiten, al draait dat advies vooral om de tientallen gezinnen die jaarlijks door pandsluiting op straat belanden. De pandeigenaar speelt daarin geen rol.
Martijn Scherpenisse, van dezelfde politie-eenheid, ziet ook oplossingen in een betere regulering van de particuliere huursector. ‘Verhuurbemiddelaars kunnen een belangrijke rol spelen als poortwachter, maar de meesten zijn niet eens aangesloten bij een brancheorganisatie. Die bereik je niet. Wat nou als je een vergunningplicht voor verhuurbemiddelaars invoert, of partijen verplicht tot lidmaatschap van een brancheorganisatie?’
Ondermijningsadviseur Ger Hindriks gaat nog verder: ‘Je zou kunnen zeggen dat alle huurcontracten geregistreerd moeten worden, zoals in België. Als overheid moet je kunnen zien wie de verhuurder is.’
Van Vinex-wijk naar woontoren
Het is de vraag of het onderlinge vertrouwen tussen beide partijen daarmee terugkeert. Zolang een verhuurder bij een eigen melding de gegronde angst heeft dat de burgemeester zijn pand gaat sluiten, zijn de criminelen de lachende derde. Ze trekken van Vinex-wijk naar woontoren, van loods naar kantoorpand, en nestelen zich betrekkelijk ongestoord tussen gezinnen en basisscholen. Wat hebben ze te vrezen tegenover meldingsschuwe burgers en een onderbezette politiemacht?
Pieter is de belofte die hij deed op het gemeentehuis bij het afhalen van zijn sleutels nog niet vergeten. Sterker nog: hij heeft zich eraan gehouden. Amper anderhalf jaar na de mislukte roofpoging in een van zijn panden bezocht hij een ander pand vanwege een lekkage en trof daar materialen voor een hennepplantage aan. Hij wist meteen wat hem te doen stond: niets. ‘En ik zou het een volgende keer precies weer zo doen.’
Deze publicatie kwam mede tot stand door financiële steun van het Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten (fondsbjp.nl) en het Lira Auteursfonds Reprorecht.


Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.