Theaters en bioscopen rond het Leidseplein en de Nes in Amsterdam schonken de opbrengst van hun voorstellingen afgelopen woensdag – de teller staat op 36.700 euro – aan VluchtelingenWerk Nederland. Het begon als een initiatief van de zelf als kind gevluchte makers van Nobody Home. Acteur Majd Mardo (26) vertelt over die geweldige voorstelling.

‘Ik vind het heel heftig zoals er op de Syrische vluchtelingen wordt gereageerd,’ zegt Majd Mardo. ‘Ik krijg daar overal kramp van. Jongens, jullie hebben geen idee wat die mensen allemaal hebben meegemaakt. Ze zijn gevlucht voor terreur, hoe haal je het in je hoofd ze aan te vallen of te beschuldigen van verkrachting. Het is tragisch dat de kloof tussen “wij” en “zij” zo groot wordt en dat de politiek geen stelling neemt. De politieke partijen zouden gezamenlijk moeten zeggen: “Jongens, zo kan het niet langer, dit is niet het Nederland dat wij willen zijn. Laten we terugkeren naar de solidariteit waar dit land om bekend staat.” Daarom zijn wij ooit naar Nederland gevlucht, naar de vrijheid, naar het gevoel dat je welkom bent.’

Majd Mardo was acht jaar oud toen hij met zijn ouders, zijn twee zussen en zijn broer uit het Syrische Aleppo naar Nederland vluchtte. Vanavond staat hij samen met Vanja Rukavina (gevlucht uit Sarajevo), Saman Amini (gevlucht uit Teheran) en onder regie van Daria Bukvić (gevlucht uit Tuzla) op het toneel. Zij vonden elkaar op de Toneelacademie Maastricht en maakten met zijn vieren de succesvolle voorstelling Nobody Home over hun asielprocedure. Vanavond is er een eenmalige benefietvoorstelling in het DeLaMar Theater van het stuk, dat vanaf april volgend jaar een nieuwe tournee door Nederland maakt. ‘Nadat wij de eenmalige voorstelling hadden bedacht waarvan de recette naar VluchtelingenWerk gaat, hebben álle theaters aan het Leidseplein en in de Nes zich daarbij aangesloten.’

Het grote succes van Nobody Home heeft de makers verrast, zegt Mardo. ‘Je denkt: dit is mijn hoogstpersoonlijke verhaal. Voor mijzelf belangrijk, maar hoe interessant is het voor anderen? Best eng ook, je kunt niet verschuilen achter een schrijver, je geeft je bloot. Maar onze individuele verhalen over onze ballingschap en over de moeizame asielprocedure bleken een veel bredere betekenis te hebben.’

De vier raakten bevriend op de toneelacademie en regisseur Daria Bukvić bedacht dat ze samen een voorstelling konden maken. ‘Het was haar opgevallen dat we niet alleen alle vier even oud waren, maar we dat we ook allemaal als kind naar Nederland waren gevlucht.’ Het bleek dat ook Rukavina, Amini en Mardo langer rondliepen ‘iets’ te doen met hun vluchtverhaal. ‘We hebben ons drie dagen teruggetrokken in een hutje in de Texelse duinen en daar zijn alle verhaallijnen ontstaan die we later hebben uitgewerkt in de voorstelling.’

Mardo beschrijft in de voorstelling het sterfbed van zijn vader, maar zijn moeder is er nog. Ze probeert te leven met haar heimwee naar Aleppo, zegt Mardo. ‘Maar wij richten ons op Nederland, dit is ons plekje geworden.’ Een oom en een tante wonen nog in het door het leger van Assad gecontroleerde deel van de stad. ‘We bellen zo vaak mogelijk. Ze hebben soms maar een uurtje water of elektriciteit, en dan laden ze meteen alle accu’s en telefoons op. Na vijf jaar weet iedereen meteen wat hem te doen staat met de schaarse middelen.’

Zijn droom om Aleppo terug te zien, en het familiehuis dat sinds het vertrek van de familie in 1997 leeg staat, heeft hij inmiddels van zich afgezet. ‘Niet alleen is het veel te onveilig in de stad van mijn jeugd, maar ik zou meteen het leger in moeten en vechten in die chaotische oorlog tegen Al Nusra, IS en al die andere legertjes. Daar voel ik helemaal niets voor.’