Natuurlijk, Mijnheer Prikkebeen heeft een voorgeschiedenis, zelfs een illustere. Het was bekend dat J.J. Goeverneur in 1858 Monsieur Cryptogame uit 1845 van de Zwitser Rodolphe Töpffer had bewerkt aan de hand van de Duitse bewerking van Julius Kell. Maar niet, of veel minder, dat Töpffer op zijn beurt de inspiratie voor Prikkebeen had opgedaan van het in 1812 verschenen The Tour of Doctor Syntax, in Search of the Picturesque van William Combe en Thomas Rowlandson, de satirische tekenaar.
De opvallendste overeenkomst tussen Prikkebeen en Doctor Syntax is hun vel-over-been-schap: ze zijn allebei graatmager en lopen op spillebenen. De andere gelijkenis is dat ze allebei hun huis verlaten, de een met achterlating van een kijvende vrouw (Syntax), de ander van de gramstorige zuster Ursula. Prikkebeen wil tegen haar zin in Amerika zijn vlinders gaan vangen, de arme predikant Syntax wil een boek met tekeningen van Engeland gaan maken waarmee hij veel geld hoopt te verdienen. Allebei belanden ze in groteske avonturen, Prikkebeen nog iets grotesker dan die van Syntax.
Töpffer maakte met Doctor Syntax kennis door zijn vader, de schilder Adam Töpffer. Die werkte een tijd in Engeland en raakte daar vertrouwd met de satirische prenten zoals die werden getekend door Hogarth, Gillray, Cruikshank en Rowlandson. Het eerste deel over Syntax werd in 1820 gevolgd door The Tour of Doctor Syntax, in Search of Consolation en in 1821 door The Tour of Doctor Syntax, in Search of a Wife).
Overweldigende woestheid
Mijnheer Prikkebeen is een komisch en idioot verhaal over een vlindervanger die tevergeefs vlucht voor zijn zuster die hem overal achtervolgt. Hij komt in een walvisbuik terecht, bevriest op de Noordpool, springt van een boot waarna de hele bemanning en alle dieren van het schip hem na springen, en komt terecht bij de muzelmannen. Ursula springt uiteindelijk uit elkaar, Prikkebeen laat zich aan het einde strikken door Peternel, een moeder van acht kinderen. Vooral de eerste versie van Prikkebeen, in 1980 door Gerrit Komrij van nieuwe tekst voorzien, is veel losser en schetsmatiger getekend dan de bekende Gouverneur-versie. Daaraan is nog beter te zien dat Prikkebeen absurdisme is en Syntax satire.

Doctor Syntax op zoek naar het pittoreske, nu voor het eerst vertaald en toegelicht door Martin Hulsenboom en uitgegeven door Ad. Donker (ook de uitgever van Prikkebeen), is een boeklang (192 pagina’s) satirisch gedicht op een bekend figuur in het Engelse landschap: de schetsende reiziger. Het model van zo’n reiziger was indertijd William Gilpin (1724-1804), een dominee-schoolmeester die zich opgeworpen had tot theoreticus van het esthetische ideaal van ‘het pittoreske’. De natuur schoot volgens Gilpin tekort en moest door kunstenaars gecorrigeerd worden. Een kunstwerk moest ‘pittoresk’ zijn en dat bereikte je door dramatische lichtcontrasten, een gevarieerde compositie, een overweldigende woestheid en labyrintische perspectieven. Om die ‘gevarieerde compositie’ te bereiken mocht de kunstenaar met het landschap doen wat hij wilde: huizen tot ruïnes maken, heuvels verplaatsen of een bos toevoegen. Dat werd al eerder door kunstenaars gedaan, maar Gilpin maakte er ernst mee: op een hoogdravende manier moesten het ideale landschappen worden. De werkelijkheid moest nodig gecorrigeerd worden.
De uitgever van het tijdschrift Poetical Magazine vroeg aan William Combe of hij elke maand gedurende twee jaar verhalende gedichten wilde schrijven bij tekeningen van Rowlandson op het thema van de reizende tekenaar. Combe zat op dat moment, hij was 69 jaar, in de gevangenis vanwege schulden. Hij was geen onbekende in Londen, maar hij schreef alleen onder pseudoniemen om zijn schuldeisers van zich af te houden. Hij was ooit hoofdredacteur van The Times geweest, had op Eton gezeten en op zijn twintigste twee erfenissen gekregen die hij er in zeven jaar doorheen gejaagd had. De uitgever deed in luxe publicaties met handgekleurde aquatinten. De samenwerking tussen Combe en Rowlandson werd een groot succes, hoewel de twee elkaar nooit in levende lijve hebben ontmoet. Combe was een veelschrijver, maar speciaal bedreven in het komische lichte vers. Een vriend van Rowlandson omschreef de figuur van Syntax zo: ‘Je moet je een held voorstellen die vel over been is, een pedante oude kwast met een schuithoed op, met een pony, tekengerei en prullaria, en hem in netelige situaties brengen waar reizigers zich vaak bevinden: obscure taveernes, tweede en derderangs herbergen, dieven, galgen, dolle stieren enz.’
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.