Deftige gepensioneerden, middelbare homo’s en jonge meisjes vormen zijn publiek: de ster van de flamboyante Sven Ratzke blijft rijzen, maar hij blijft ongrijpbaar. Elfie Tromp cirkelde een paar maanden om hem heen. Wie is deze mysterieuze cabaretzanger?

Boekenbal 2016. Ik sta backstage met vlekken in mijn nek omdat ik zo voor de Nederlandse intelligentsia moet voordragen en zingen. Ik zoek een plek om even naar de muur te staren. In kleedkamer 1 hoor ik het getik van naaldhakken. Dan het langdurig gesis van een bus haarlak.

‘Faaaabulous!’ Ik herken de zangerige stem van Hoax Lebeau, visagist, drag artist en een oud-studiegenoot van de toneelacademie. Ik gluur om het hoekje en zie daar, hoog op Jan Jansen plateaulaarzen, de opmerkelijke Sven Ratzke. Met zijn Hollandse lichaamsbouw en getoupeerde haar reikt hij bijna tot het plafond. Hij moet een beetje bukken om zijn make-up in de spiegel te bekijken. Als hij me spot, draait hij zich om en maakt zijn ogen groot.

‘Well hello, darling,’ zegt hij met een stem van zoete hoestdrank. Heel even voelt het alsof ik een vrije val maak. Dan schutter ik een groet terug.
Beminnelijke verleider. Afstandelijke diva. Warmbloedige zanger. Flauwe grappenmaker. Sven Ratzke wisselt op het podium razendsnel van pose en energie. Publiek krijgt niet de tijd hem te plaatsen, het kan hem alleen maar bewonderen.

De flamboyante half-Nederlands, half-Duitse zanger laat al jaren een glitterspoor achter in de theaters met zijn muziekvoorstellingen. Eigen werk wisselt hij moeiteloos af met nieuw gearrangeerde klassiekers. 2016 is zijn internationale doorbraakjaar. Zijn Bowie-show Starman werd gekozen tot beste Fringe-voorstelling door het Arts Award Voice Magazine. Een maand lang verkocht hij vrijwel uit in Edingburgh op het grootste theaterfestival ter wereld. In Londen, New York, Sydney, Berlijn en ja, ook in ons Amsterdamse Concertgebouw zit de zaal vol. Hij treedt al jaren op met de groten: Liesbeth List, Nina Hagen, Mathilde Santing, Ellen ten Damme. Wie hem hoort zingen, weet: dit is zelf een grote. Maar wie is die mysterieuze cabaretzanger van wie iedereen heeft gehoord, maar die niemand kent?

‘Ik wéét dat Carré nog wel komt, of Carnegie Hall.’ Fotografie: Alek, visagie: Juliëtte den Ouden, haar: Tony and Guy Rozengracht Amsterdam, schoenen: Jan Jansen
Uitverkocht Concertgebouw

‘This is the Jesus of cabaret,’ zegt een Australische comédienne uitgelaten als ze een half jaar later naast me plaatsneemt in de artiestenbar op het Fringe-festival. Ze wuift naar Sven. Hij buigt even nederig zijn hoofd, maar hij glimt van het compliment. Voordat hij een maand lang neerstreek in Schotland, reisde hij dit jaar drie weken door Australië met zijn band. Het resultaat mag er zijn: om hem heen een bonte collectie performers van down under die allemaal even bewonderend naar hem opkijken. Ze zijn jonger dan hij en minder ver. Achteloos dist hij advies op.

‘Jij hebt een hoger podium nodig,’ zegt hij tegen een zangeres die verscholen gaat onder een donkere bob met veel eyeliner. ‘Ken je Barb Jungr?’ vraagt hij aan een blondine die klaagt over te weinig speelplekken voor haar tour. ‘Die moet je even texten. Die kan je verder helpen.’

Kom gewoon naar mijn show en oordeel dan pas, zou ik zeggen. Ik weet niet wat je nou met al dit gewauwel gaat doen.Svens beeldschone vriendin, de Amerikaanse actrice Heather Litteer, zit de hele avond onbewogen naast hem. Ze lijkt op Jodie Foster in Taxi Driver, maar dan volwassen. Bleek, met een sexy spleetje tussen haar tanden, vintagejurk met indrukwekkend decolleté en zware opplakwimpers die haar een ietwat paranoïde oogopslag geven.

De afgelopen maanden heb ik Sven gevolgd, gefascineerd door zijn exotische verschijning. Ik zag hem in Tilburg uitgelaten over het podium dartelen, onaangedaan door de halfvolle zaal en die uiteindelijk totaal betoveren, en in een uitverkocht Concertgebouw een bonte stoet performers in zijn Ratzkes Rendez-vous aankondigen en inpalmen. Connie Palmen werd die avond afgewisseld met een burlesque danser, gevolgd door een ballade, een grap, een stukje improvisatie om uiteindelijk af te sluiten met een duet met operazangers Claron McFadden. Het publiek is een curieuze mix van deftige gepensioneerden, middelbare homo’s en jonge meisjes. Na afloop plaatst hij zwierig handtekeningen op vers gekochte cd’s, omhelst hij fans en poseert hij voor selfies. Ratzke heeft dat wonderlijke en enigszins verontrustende om bij iedereen even warm en oprecht geïnteresseerd te zijn. Een teken van vergaande professionaliteit – of een sociopaat. Ik gok het eerste. Het winkeltje van een artiest is immers altijd open.

Glam

Vijftien jaar geleden maakte Ratzke als autodidact zijn professionele debuut met Duitse liederen van Brecht en Weill. ‘Ik ben in Nederland een vreemde eend in de bijt,’ zegt hij. ‘En niet alleen door de glam die ik breng. Kijk naar een willekeurig theaterfestival of schouwburgagenda en je kunt alle klasgenoten van de kleinkunstacademie zo op een rij zetten. Het is zo keurig allemaal. In geen enkel ander land is het theaterlandschap zo egalitair.’

Inmiddels heeft hij vijf cd’s gemaakt en tourt hij de wereld rond met zijn op eigen wijze gearrangeerde Bowie-songs in de voorstelling Starman, en met de musical Hedwig and the Angry Inch. Starman alleen te zien als eerbetoon aan Bowie, doet Ratzke tekort. De band opent met het uptempo nummer ‘Rock ‘n’ roll Sandman’, dat Ratzke schreef met Rachelle Garniez. De songtekst, de rifjes, het is vintage glamrock. ‘I’m a rock ‘n’ roll sandman, blowing stardust deep into your eyes,’ zingt Ratzke en hij zweept de zaal op door hoog in de lucht te schoppen tijdens een sierlijke pirouette. De ogen worden groot, er wordt wat ongemakkelijk heen en weer geschoven op de stoelen. De brave, onwetende bezoekers weten niet goed waar ze terecht zijn gekomen. De fans joelen mee aan het eind van het nummer.

Fluïde seksuele uitstraling

‘Ik ben geen travestiet,’ zegt hij als ik tegenover hem plaatsneem in de ruime flat die hij in Edinburgh heeft gehuurd gedurende het Fringe-festival. Hij schenkt me gemberthee in, schuift zijn potjes vitamine B en echinacea-pilletjes opzij. ‘Als ik iets ben, dan is het Ik ben geen travestiet. Als ik iets ben, dan is het cabaret, maar dan wel op de Engelse manier. Als ik me met iemand verwant voel in Nederland, dan is dat Shaffy.cabaret, maar dan wel op de Engelse manier.’
Het contrast met zijn bühneverschijning is opvallend. Zijn fluïde seksuele uitstraling is zonder spotlight gestold in een uitgesproken mannelijke verschijning. Zijn ongestreken blouse hangt open tot zijn borstbeen, zijn losse jeans hangt nonchalant over zijn zwarte gympen. ‘Als ik me met iemand verwant voel in Nederland, dan is dat Ramses Shaffy. Hij was echt een eigen persoonlijkheid, onvergelijkbaar met iemand in zijn tijd. Zijn optredens hadden een diep gevoelde oprechtheid.’

Maar hij kwam het land niet uit.
‘Dat is waar. Kijk, het zou leuk zijn om een radiohit te hebben of Carré te vullen, maar dat is niet mijn grote droom. Ik ben blij dat ik die druk niet heb voor commercieel succes. Ik wéét dat Carré nog wel komt of Carnegie Hall, als we internationaal kijken. Ik bedoel, ik heb het Lincoln Centre in New York al uitverkocht, dan is Carnegie de logische volgende stap. Dat is leuk, maar niet waar het om draait. Waar het om gaat, is mooie dingen maken. Vrij zijn om te maken wat ik wil. Mijn eigen fascinaties volgen en niet gedefinieerd worden door een publiek dat je kent van een actje wat je tot het einde der dagen moet vervullen. Artiesten die hun hele carrière alleen maar in de Kleine Komedie spelen, vind ik heel vreemd. Door mijn blik naar buiten kan ik die artistieke vrijheid waarborgen. Een artiest mag best een tikkie ongrijpbaar blijven.’

Dan is dit interview wel een vreemde keuze.
Hij roert wat honing door zijn thee. Kijkt me bedachtzaam aan. ‘Mijn nieuwe pr-dame heeft de redacties van Nederland eens afgebeld. Iedereen wist wel wie ik was, maar niet wat ik deed. Het is wel tijd voor zo’n interview als dit. Hoewel ik me afvraag of het interessant is. Kom gewoon naar mijn show en oordeel dan pas, zou ik zeggen. Ik weet niet wat je nou met al dit gewauwel gaat doen.’

Vintage mannenlaars

We begonnen ons gesprek met de anekdote over zijn eerste gehakte laarzen. Hij was op sleeptouw genomen door de flamboyante dramaturg Pieter Vrijman, leraar op de schrijfopleiding in Utrecht waar Ratzke als 21-jarige een blauwe maandag wat lessen volgde. ‘Ik was dun en bleek, een Egon Schiele-jongen. Mensen wilden me in die tijd ook vaak tekenen.’

Jaren later volgde ik dezelfde opleiding en ook ik aanbad Pieter. Ik herinner me hoe de leraar met een vileine nonchalance de paradijsvogels wist te voeden en aan zich te binden. Ik maakte braaf de opleiding af, maar Ratzke vond zijn medestudenten ongeïnformeerd (‘Ze wisten niet eens wie Robert Wilson was!’), de lessen te braaf. Hij wilde zijn eerste show maken, maar had geen goed schoeisel. ‘Ik trad letterlijk blootsvoets op. Het was een My Fair Lady-verhaal, ik werd als Eliza Doolittle meegenomen door de geleerde professor.’ In dit geval naar de ouderwetse herenschoenenzaak Meijer in Amsterdam. Daar, in de kelder, vond hij de basis voor zijn persona: een vintage mannenlaars uit de jaren zeventig, soepel zwart leer met een houten hak. ‘Ik deed ze aan en wow, daar was ik! Mijn houding veranderde, ik kon ademen! Tachtig gulden waren ze destijds. Een klein fortuin voor een student. Na een paar jaar ben ik teruggegaan en heb ik acht paar in alle kleuren gekocht. Je kunt stellen dat ik een schoenen-tic heb.’

Hippiekind

Ratzke heeft een professioneel leven dat buiten de gebaande paden loopt, maar ook zijn vormende jaren zijn allesbehalve een standaardverhaal. ‘Hippies. Ik heb zoveel hippies meegemaakt. Ze hebben me de vrijheid in denken en een afkeer van lamlendigheid gegeven.’ Het huwelijk van zijn ouders was een rebelse daad. Zijn vader, een Duitse sleutelaar aan oldtimers, reed met zijn rode sportwagen langs zijn schoonouders nadat de ringen waren uitgewisseld. Hij toeterde en zijn verse bruid riep haar afkeurende ouders toe: ‘Wij zijn getrouwd! Doei!’ Om daarna een flinke dot gas te geven. Ze vonden een zeventiende-eeuwse boerderij, net over de grens in Kranenburg, zonder stromend water. De papegaai die in de bossen rond het huis vloog en een knappend haardvuur vervolmaakten de idylle van de jonge familie. Maar zijn moeder werd verliefd op een ander en het huwelijk liep stuk. Op zijn zevende verhuisde Sven met haar naar een vrouwenwoongroep op een hippiecommune in Nijmegen.

‘Ik ging van afzondering en verstilling naar een plek waar het áltijd feest was. Alles mocht daar. Ik bracht constant mensen bij elkaar om toneelstukjes te doen. Stond ik weer op de trap opera te zingen met een accordeonist. Op mijn vijftiende werkte ik illegaal in het filmhuis. Pasolini, Polanski, die cinema is mijn echte opleiding geweest. Maar het experimenteren, de stuff die openlijk werd gebruikt daar, ik zag mensen het leven ontwijken. Nee, er zijn veel hippiekinderen van mijn generatie die een decennium zijn kwijtgeraakt door het voortzetten van de slechte gewoontes van hun ouders. Je tijd oproken of wegslikken, ik vind dat zo zonde.’

Zwemmen en spinaziesapjes

Ik denk aan zijn vriendin, die ik de vorige avond een strip pillen zag leegdrukken in een gretig opgehouden hand van een bevriende zangeres. Het had paracetamol kunnen zijn, maar door de hush-hush manier waarop het gedaan werd, vermoedde ik dat het hier ging om een van de Amerikaans befaamde prescription drugs. De kalmerende quaaludes of pammetjes die hier op strikt recept worden verschaft zijn rijkelijk aanwezig in de nachtkastjes aan de andere kant van de oceaan.
‘Ik snap heel goed dat performers iets nodig hebben op het podium of erna,’ zegt Ratzke. ‘Het is zo’n raar vak. Je bent er de hele dag mee bezig. Alles wat ik doe, staat in het teken van mijn werk. Als ik een paar weken niet optreed, val ik in een diep gat, ben ik bang dat ik het niet meer kan. Dat is moeilijk voor mensen om te begrijpen. Een egoïstischer beroep bestaat er niet.’
Maar hoewel hij op het podium veelvuldig grapt over drugs- en alcoholmisbruik, gebruikt hij zelf niets. ‘Ik leef vrij saai,’ zegt hij. ‘Elke dag zwemmen en spinaziesapjes. Vroeger rookte ik. Tot ik besefte dat ik een groter bereik had als ik het niet deed. Mijn gekte is gecontroleerd.’

Ordnung muss sein

En daarmee komen we op een andere eigenschap die Ratzke definieert. Controle. Ieder andere artiest had mijn interviewvraag aan zijn pr-dame/heer overgelaten. Ratzke niet. Die mailt me een week voor mijn aankomst op het Fringe met voorstellingen die ik moet zien nu ik er toch ben, laat een perspas voor me aanmaken, appt me of ik wel een goede slaapplek heb gevonden. Tactiek of niet, het is ontzettend attent.
‘Mijn vriendin zegt dat het mijn Duitse kant is.’ Hij gaat recht zitten en verheft zijn stem: ‘Ordnung muss sein!’ Hij glimlacht. ‘Zonder vervelend te worden, ik ben een artiest die graag overal zeggenschap over heeft. Van persbericht tot flyer, het gaat er niet uit voordat ik mijn toestemming heb gegeven. Kijk, ik ben de baas en de eindverantwoordelijke. Ik huur al de mensen van de show in, dus moeten ze wel goed behandeld worden. Het is iets wat ik altijd heb gehad. Vroeger was ik degene die na een avond stappen alle dronken vrienden naar huis bracht. Ik ben alleen begonnen vanaf nul. Ik moest mijn eigen flyers rondbrengen, lichten inhangen, kostuums kopen, en langzaam werd het groter. Nu doen mensen dat voor me, maar ik wil wel weten wat er gebeurt. Ik ben nu de enige artiest op het Fringe die ook zijn eigen technicus meeneemt. Mijn geluid, daar gaat het uiteindelijk om en dat moet perfect zijn.’

‘Mannelijk materiaal zingen.’ Fotografie: Alek, visagie: Juliëtte den Ouden, haar: Tony and Guy Rozengracht Amsterdam, schoenen: Jan Jansen

Is dat de manier om succesvol te zijn als artiest in deze tijd?
‘Ik ben zakelijker dan de meeste artiesten die ik ken. Ik weet niet of dat per se nodig is. Maar je moet wel bezig blijven, zo kom je verder. Ik ben vaak mijn eigen producer. Zit dan ’s middags de boekingen door te nemen, de theaters te mailen. Ik puzzel het financiële plaatje in elkaar. Vergeet niet dat het Fringe een aderlating is voor veel artiesten. Die draaien hier één, twee, soms wel vijf ton verlies. Je kunt hier niet komen en denken dat je zelf wel even gaat flyeren of dat de mensen je zullen ontdekken. Ik heb pas “ja” gezegd tegen het festival toen ik zeker wist dat er genoeg publiek zou komen. Dat betekent ook de beste Britse pr-dame inhuren. Bij de BBC promo’s doen. Het is schattig dat iedereen in Nederland zo dol werd dat Hans Teeuwen hier wat showtjes deed een paar jaar terug, maar hij stond in een zaaltje voor honderd man met drie andere stand-uppers. Ik vul hier een zaal van 450 man. Elke dag, een maand lang. En doe daarnaast ook een late night show voor het festival. Dat doe ik omdat alle internationale bookers hier komen scouten. Het is zaaien. Maar omdat ik niet met mijn kop op televisie kom, kraait er in Nederland geen haan naar.’
De Nederlandse media, het is een onderwerp waar Sven vaker over doorharkt als ik hem spreek tijdens mijn verblijf. ‘Zou jij aan Expeditie Robinson meedoen? O nee, ik péíns er niet over. Ik ga niet iets grappigs over Merkel zeggen bij DWDD omdat ik half Duits ben. Dat is niet wat ik doe. Ik ga niet bij RTL Boulevard zitten om rode loper-outfits te beoordelen. Ik ga niet naakt bij Giel Beelen zitten als stunt. Ze mogen bij me Ik zeg heel vaak nee. Misschien moet ik daardoor harder werken voor mijn erkenning, maar dan is het tenminste oprecht.langskomen, ik treed graag bij ze op, maar wel op mijn voorwaarden. Ze zijn allemaal op elkaar gericht. Wat er net buiten hun straatje gebeurt of over de grens, de gemiddelde journalist heeft geen idee. Ik wil niet in een makkelijk plaatje of hapklaar informatiebrokje geprakt worden. Als ik er geen medezeggenschap over heb, dan doe ik het niet. Ik zeg heel vaak nee. Misschien moet ik daardoor harder werken voor mijn erkenning, maar dan is het tenminste oprecht.’

David Bowie was ook iemand die alles uitdacht.
‘Er zijn wonderlijk veel overeenkomsten tussen ons te vinden. Daar kwam ik pas achter toen ik hem begon te zingen. Natuurlijk oppervlakkig: het androgyne, maar ook de drang naar vrijheid van creatie. Ook hij brak steeds radicaal met wat hem populair maakte. Je Ik denk niet in gender. Ik denk in schoonheid. Dat doe ik in de liefde ook. Ik word verliefd op mensen, niet op geslachten.moet dapper zijn als artiest, wil je je blijven ontwikkelen.’
Kort weidt hij uit over zijn volgende show, L’homme fatale, waarin hij op zoek gaat naar een andere sound. Onder anderen Rufus Wainwright en Fay Lovsky schrijven er liedjes voor. ‘Bowie is eigenlijk de eerste keer dat ik de stap naar mannelijk materiaal maak. Ik heb altijd vrouwen gezongen, maar niet per se als feministische daad. Het was gewoon wat ik mooi vond. Ik denk niet in gender. Ik denk in schoonheid. Dat doe ik in de liefde ook. Ik word verliefd op mensen, niet op geslachten.’

Weinig mensen weten dat je vader bent.
Sven gaat achterover zitten. Een harde lijn verschijnt rond zijn mond. Ik zie hem heel voorzichtig zijn woorden kiezen. ‘Zeven jaar geleden kreeg ik een prachtige zoon met een fantastische vrouw. Ik had heel graag bij elkaar willen blijven. Dat had ik hem gegund, maar dat ging helaas niet. Dat was voor niemand goed geweest.’
Een pijnlijke worsteling met omgangsregelingen en een moordend optreedschema volgde. Op de vraag of hij zich niet schuldig voelt dat hij soms weken, maanden niet thuis is, reageert hij ontkennend. ‘Ik ken mijn schema al lang van tevoren. De dagen die ik met hem inplan, zijn echt voor hem. Een vaste dag in de week werkt niet met mijn werk. Het vereist flexibiliteit van alle partijen.’ Hij slaat zijn hand voor zijn mond en rolt zijn ogen. ‘Ik herken zoveel van mezelf in hem, oh my God! Het is confronterend om te zien hoe mijn zoon zijn charmes in de strijd gooit om dingen gedaan te krijgen. Hij is innig met zijn moeder verbonden, zoals ik dat ook was. En natuurlijk is het een klein prinsje.’

Campy dansfeest

Een prinsje. Svens bühne-persona lijkt dat ook te zijn, zoals hij bij iemand uit het publiek op schoot gaat zitten en een ander, die te hard lacht, plots afstraft. Hij aait kale mannen plagend over de schedel, flirt met kinderen op de eerste rij. ‘Je moet je cocaïne in een rode peper stoppen, lieverd, dan smaakt het beter. Steek er een sigaret bij op en neem de acid pas als je naar bed gaat. Kom na de show maar even langs. Dan doe ik het je voor.’
Maar na afloop vind ik hem backstage met een föhn in de hand. Zijn doorweekte kostuum heeft hij voorzichtig opengelegd op een opklapstoel. Zachtjes wappert hij de warme lucht over de fijne stoffen. Het beeld vertedert me. Hoe hij als een soort Gepetto over zijn creatie gebogen staat, die met liefde tot leven probeert te wekken. Hij is moe, maar moet door naar de afsluitende late night show op een andere locatie.
Daar trippelt een zenuwachtige stage manager rond die hem irriteert met bevelen en krijgt hij geen tijd voor een goede soundcheck. ‘Fijn hoor, zo samenwerken,’ zegt hij door de microfoon en loopt kwaad weg. Het is bijna geruststellend om te zien dat er grenzen zitten aan zijn vriendelijkheid. Tien minuten later, als de zaal vol zit en hij zijn kostuum weer aan heeft, is er niets te zien van zijn chagrijn. Hij straalt, flirt en zingt vol overgave.
Na de show trekken we door naar een kerk waar de Schotse wereldster Alan Cumming een campy dansfeest organiseert. Tussen de hits van Britney Spears en Miley Cyrus door zingen travestieten en komt een Jezus-figuur een strip-act doen. Zelf springt de vijftigjarige acteur in een apenpak over het podium rond.

Hij straalt, flirt en zingt vol overgave. Fotografie: Alek, visagie: Juliëtte den Ouden, haar: Tony and Guy Rozengracht Amsterdam, schoenen: Jan Jansen
Dramatisch armzwaaien

Eerder deze week prevelde Sven zijn naam toen Alan plots backstage verscheen. ‘En kijk, de pianist van Liza Minelli. Tony-award winnaar.’ Daarna werd hij innig omhelsd door beiden. Ik was het boertje dat er onaangedaan bij stond, want ik kende ze niet. Zag alleen hoe Sven met zijn gouden stem informeerde hoe hun shows gingen. ‘Alan is voor het grote publiek gegaan,’ zegt hij, terwijl hij op een met velours beklede kerkbank gaat zitten. ‘Hij schrijft ook boeken, toneelstukken. Deed allemaal interessante voorstellingen. Maar iedereen kent hem van de James Bond en X-man-films.’ Hij trekt er een wat bedenkelijk gezicht bij. De pianist ligt inmiddels zonder broek op zijn eigen vleugel en pingelt met zijn handen boven zijn hoofd wat lukrake akkoorden door de discomuziek heen. Ook Sven trad deze maand bij Alan op. ‘De band was zó dronken. Ik heb het maar moeten oplossen met veel dramatisch armzwaaien. Als je zo bekend bent, maakt het eigenlijk niet meer uit wat je doet, de mensen vinden het toch wel leuk. Het gaat niet meer om kwaliteit.’

Wanneer maak jij de stap naar Hollywood?
‘Dat vraagt mijn vriendin ook. “You’re such a character,” zegt ze. En: “movies are such easy money!” Ik weet niet of ik een goede acteur zou zijn. Ik heb dat nog nooit gedaan. Ik weet wel dat Amerikanen me leuk vinden juist omdat ik een exoot ben. “Snel naar zijn voorstelling,” zeggen ze, “voordat hij weer gevlogen is.” Maar de scene in New York is zo’n struggle. Iedereen werkt acht banen om rond te komen. Natuurlijk zijn de subsidiekortingen in Nederland verschrikkelijk en totaal lukraak, die Halbe Zijlstra had geen benul wat hij deed, maar het is bij ons nog steeds zoveel beter voor kunstenaars dan in Amerika. Als je daar zegt dat je een huis of auto hebt, dat je geen shitty bijbaan hebt, kijken ze je aan of ze water zien branden. Als ik me daar zou vestigen, zou ik welbeschouwd een nobody zijn. Ik weet niet of ik nog een keer vanaf nul zou willen beginnen.’

Intiemer

Meermaals vraag ik hem wat zijn grote droom is. Wat wil hij nog bereiken? Wat kunnen we van hem verwachten? Steevast reageert hij ontwijkend. Een interview is tot daaraantoe, maar zich laten vastleggen in verwachtingen, in voornemens, nee, dat is Ratzke te benauwend. ‘Er komt een mooie show aan,’ zegt hij. ‘Schrijf dat maar op.’

Die avond eindigt hij met het nummer ‘Heroes’. In eigen arrangement heeft hij de Bowie-klassieker een intiemere, minder wanhopige klank gegeven. Hij staat stil, de ogen gesloten en de schouders bijna om de microfoon gevouwen. De persoon valt weg, er is alleen de stem die de boodschap zacht zingt. Als een sublieme bezwering, als een gebed: ‘We can be heroes, just for one day.’