Op 4 augustus ontving de Mensendokter de volgende e-mail: ‘Beste Arnon Grunberg, Ik zou graag een afspraak maken voor een sessie met de menschendokter. Ik heb mijn man gebeten. Zelf vond ik het fijn maar hij vond het te hard. Nu heb ik een hond. Zou het kunnen dat ik op mijn hond ga lijken? Of dat ik mij, bij gebrek aan beter gezelschap, steeds meer met mijn hond identificeer?
De opmerking van mijn overleden schoonmoeder blijft maar door mijn hoofd spoken: “The more I know people, the better I like my dog.” Kan de mensendokter hiermee uit de voeten? De afspraak zou kunnen plaatsvinden onder de kastanjeboom op de verdroogde speelweide van het De Mirandabad. Bij voorkeur in de ochtend rond half elf doordeweeks. Het dragen van badkleding is niet noodzakelijk.
Hartelijke groet, Petra Ravensburg.’
Petra Ravensburg is een pseudoniem. Enkele dagen nadat een intense therapeutische sessie met haar had plaatsgevonden, schreef zij: ‘Ik heb erover nagedacht, helaas heb ik toch een laffe voorkeur voor anonimiseren. Ik realiseer me tegelijkertijd dat dit in contradictie is met mijn behoefte aan aandacht. De gebeten man heeft je raad ter harte genomen en denkt erover een reisje met zijn dochters te boeken.’
Maar de Mensendokter loopt op de zaken vooruit. In de tweede week van augustus ontmoette hij mevrouw Ravensburg op een bankje in het Amsterdamse Beatrixpark. Zij was in het gezelschap van een kleine hond die Jan heette. (Ook de hond is geanonimiseerd.) Een van de eerste dingen die de patiënte zei, was: ‘Mijn hond is jaloers als ik met andere mannen praat.’
‘Klopt het dat je hond en je man allebei nogal jaloers zijn?’
De patiënte is een goedverzorgde vrouw van midden vijftig die er blijk van gaf over afdoende ziekte-inzicht te beschikken. Ze zei: ‘Mijn eerste man was een alcoholist. Toen hij bij mij wegging, hield hij op met drinken, niet lang daarna verviel hij toch weer in zijn oude gedrag.’ Tijdens het praten hield de patiënte haar hond in de gaten.
Haar moeder (oorlogsoverlevende) speelde een belangrijke rol in haar leven en heeft haar ook gekoppeld aan haar huidige echtgenoot, een man die veel van muziek houdt en werkzaam is als therapeut. De patiënte zei over hem: ‘Mijn man hoopt dat Jan doodgaat, maar als Jan echt dood is, zal hij verdrietig zijn.’
‘Klopt het dat je hond en je man allebei nogal jaloers zijn?’
‘Misschien, maar ik denk dat man en hond elkaar gewoon niet liggen.’
We liepen verder door het park en toen zei de Mensendokter: ‘Je hulpvraag had te maken met bijten?’
‘Ja,’ zei de patiënte, ‘ik heb mijn man uit lust in zijn arm gebeten, maar hij vond het alleen pijn doen. Hij heeft meteen een foto genomen van de wond en die aan zijn beide dochters gestuurd.’
‘Dat zijn niet jouw dochters?’
‘Nee, dat zijn twee volwassen dochters uit een eerder huwelijk.’
‘Is hij verliefd op zijn dochters?’
‘Dat zou ik niet willen zeggen,’ zei de patiënte, ‘maar ik denk dat hij meer aandacht van ze wil.’
‘En daarom doet hij alsof zijn vrouw hem mishandelt? Waardoor jij je weer afgewezen voelt?’
‘Dat gaat wat ver, maar ik vind het wel jammer dat hij pijn ontwaart waar ik vooral lust en humor zie.’
De sessie werd afgerond. De patiënte wandelde met Jan naar huis. De Mensendokter gaf als advies: ‘Zeg tegen je man dat hij een reisje boekt met zijn beide dochters en probeer zelf eens ouderwets te kussen in plaats van te bijten.’
Interesse in een sessie met de Mensendokter? [email protected]
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.