Kort verhaal van P.F. Thomése

Mag ik mij even voorstellen? Ik ben uw volksvertegenwoordiger in Haarlem-Noord. Daar is altijd iets te doen. En anders zorgen wij er wel voor. Komen we gewoon even met u praten. Door de brievenbus desnoods. Vrijheid van meningsuiting weet u wel. Die brievenbus staat niet voor niets open. Een stukje communicatie naar de mensen toe, noemen wij dat. U kunt wel denken: Haarlem-Noord? Was daar niet alles al geregeld, was Nederland niet juist daar al helemaal klaar? Voorgoed met pensioen, all dressed up voor de afgelakte kist? Dat kan wel zo zijn, en waarschijnlijk is het ook zo, maar juist in het aangeharktste Nederland zijn de rapen momenteel het gaarst.

Heb je alles voor elkaar, komt er een hond op je stoep schijten. Ik noem het maar als voorbeeld, maar het zijn de feiten! Ze schijten m’n hele stoep onder, die vieze vuile kuttenlikkers. Het kleinste leed is het ergste, heeft een wijs man eens gezegd. Willoos schikken we ons in de grote tragedies, maar de kleine pesterijen van het lot halen ons het bloed onder de nagels vandaan.

Ja, Haarlem, die chique stad waar het Nederlands is uitgevonden alsof het gedrukt staat, waar iedereen erbij loopt alsof-ie weet hoe het hoort. Maar ondertussen wel gewoon de hond bij hardwerkende mensen op de stoep laten schijten. En dat niet één keer, maar drie, vier keer op een dag. De meest gastvrije stad van Nederland, zeggen ze. Voor honden dan zeker! Zogenaamd heeft nooit iemand het gedaan, als je de mensen gelooft komt de stront hier in Noord gewoon met bakken uit de hemel vallen. Hun hond heeft het in elk geval nooit gedaan, verzekeren ze me, die doet zoiets niet. Die vreet z’n stront zeker zelf op, mevrouw? Met mes en vork zeker? Ze kijken me aan, met die kaktronies van ze, alsof ik degene ben die de regels overtreedt. Zoiets maakt me nog kwaaier. Oprecht kwaad word ik daarvan. Alsof ik hier de buurt aan het vervuilen ben.

Je kunt de politie wel bellen, maar die komt nooit, dat is bekend. (‘Ja met Lucassen hier, uit de Badelochstraat. Er is weer op de stoep gescheten. Door wie? Nee, niet door mij. Door een hond, klootzak. Het signalement? Van wie, van wat? Van die drol?’) Als het erop aankomt, sta je er alleen voor. Moet je je met je blote handen zien te verdedigen. Want wapens zijn in Nederland voor normale mensen verboden, daar mogen van de PvdA alleen criminelen mee rondlopen. Voor ons eigen bestwil, zeggen ze er nog bij ook. Fuck you, teringfuckers. Ik ga me eigen niet zomaar laten omleggen. Als ik ga, ga ik niet alleen. Dus pas maar op haha. Dit heb ik even niet gezegd. Dat was ik niet.

Waar had ik het over? Honden ja. Ik ga me toch zeker niet in mijn bek laten schijten door een stelletje wijvenhonden? Met de groeten van het linkse Haarlemse gemeentebestuur zeker. Het ergste is nog dat ik zelf een hondenliefhebber ben. Vandaar dat het me zo kwaad maakt. Een hond moet je africhten, anders wordt het een beest. Dat is bekend. Net als een Marokkaan. Moet je ook africhten. Iets anders snappen zulke gasten niet. Wat dat betreft zijn het net honden. Snappen alleen straf. Zo zitten ze nu eenmaal in elkaar. Dat is de natuur, daar doe je niks aan. Het wordt een grimmige wereld? Misschien wel ja. Maar ik heb het ook niet bedacht. Feiten zijn feiten, daar valt als je eerlijk bent niets tegen in te brengen.

Als je niet straft, dan krijg je problemen. Met honden, met Marokkanen, en met mij. Net zo goed, net zo makkelijk. Als de gemeente niks van zich laat horen, dan kan ik óók wel mooi thuis blijven zitten wachten. Tot het vanzelf overgaat zeker. Maar zo zit deze jongen niet in elkaar. Die gaat praten. Communiceren heet dat. Mensen iets duidelijk maken. Door de brievenbus, als het moet, wanneer ze niet opendoen.

Als het gemeentebestuur niks doet, dan doe ik het zelf wel. Zo zit deze jongen nu eenmaal in elkaar. De mensen duidelijk maken dat ze verkeerd zitten. Daar zijn verschillende manieren voor. Je kunt het ze vertellen, maar dat wordt moeilijk als ze niet willen luisteren. Je kunt het ze ook laten zien. De stront van hun honden in hun gezichten smeren godverdomme. Daar hebben ze met hun zogenaamde beschaving vast niet van terug. En zelf met een stinkende klauw komen te zitten zeker? Mij niet gezien. Dan kan ik beter bij de burgers door de brievenbus komen zeiken, zoals we vroeger in militaire dienst altijd deden. Weten ze meteen wat het is om te worden lastiggevallen met ontlasting waar je niet zelf om hebt gevraagd.

Of de methode oké is weet ik niet, daar moeten anderen maar over oordelen, maar mijn kleinkinderen zullen later niet kunnen zeggen dat ik niets heb gedaan.

Nawoord van de opschrijver

Omdat de volksvertegenwoordiger Eric Lucassen door de Partij Voor de Vrijheid monddood is gemaakt, heb ik het – uit naam van de vrijheid van meningsuiting – maar zo’n beetje voor hem opgeschreven. Iemand moet het toch doen, al mag je in dit land nergens niks meer van zeggen, zelfs niet wanneer de hondenpoep je aan de lippen staat. P.F. Thomése