Liever luisteren dan lezen? Blendle heeft dit verhaal ingesproken.

Stralend nam Mette Frederiksen, leider van de Deense sociaaldemocraten, van de week de felicitaties in ontvangst voor de grote overwinning die ze met haar progressieve blok van gelijkgestemde partijen had geboekt.

Op het eerste gezicht zou je kunnen denken dat de Deense sociaaldemocraten er door de kiezer voor zijn beloond dat ze de afgelopen jaren een spijkerhard immigratiebeleid hebben omarmd, inclusief hogere straffen in achterstandswijken, het afpakken van juwelen van asielzoekers om hun verblijf te betalen en het per direct terugsturen van Afrikaanse bootvluchtelingen.

Maar de cijfers laten een andere werkelijkheid zien: de sociaaldemocraten hebben met hun wending naar rechts niet meer dan tien procent van de kiezers van de rechts-populistische Deense Volkspartij kunnen afsnoepen, terwijl die partij volledig in duigen lag vanwege een corruptieschandaal. En per saldo hebben de sociaaldemocraten mínder stemmen dan in 2015. Veel meer winst haalden de kleinere, uitgesproken progressieve partijen in het gezamenlijke progressieve blok, zoals de Socialistische Volkspartij en Radikale Venstre. Samen met de sociaaldemocraten gaan ze nu een ruime meerderheid van de zetels in het parlement innemen.

Lees ookIn de ‘getto’s’ van Kopenhagen, de achterstandswijken waar speciale wetten gelden26 mei 2019
Stevig progressief verhaal

De afgelopen jaren leek het harde Deense immigratie- en integratiebeleid dat ook door de sociaaldemocraten werd overgenomen een electorale succesformule, zodat ook tal van Nederlandse politici, onder wie Klaas Dijkhoff van de VVD en Lodewijk Asscher van de PvdA een kijkje gingen nemen in Kopenhagen, zoals VN-collega Tim Luimes laatst beschreef.

Het napraten van populistisch rechts is een tactiek om de vorige oorlog te winnen.

Maar Lodewijk Asscher maakte er na zijn bezoek weinig woorden meer aan vuil. Ook van zijn vroegere pleidooi voor ‘progressief patriottisme’ werd weinig meer vernomen. Terecht, zoals nu blijkt bij de Deense verkiezingen. Het napraten van populistisch rechts is een tactiek om de vorige oorlog te winnen. Naar de populisten weggerende kiezers haal je er nauwelijks mee terug, terwijl progressieve kiezers hun heil zoeken bij andere linkse partijen.

Ter vergelijking: bij de parlementsverkiezingen van 2011 in Denemarken wist de toenmalige sociaaldemocratische leider Helle Thorning-Schmidt veel overtuigender te winnen dan haar opvolger nu, met een stevig progressief verhaal en een eensgezind front met de Socialistische Volkspartij (zusterpartij van GroenLinks), het sociaalliberale Radikale Venstre (zusterpartij van D66) en de Enhedslisten (de partij die sterk lijkt op de SP).

De sociaaldemocraten gingen de verkiezingen in met een gezamenlijk programma met de kleinere Socialistische Volkspartij, en met de andere twee werd maar over één ding overeenstemming bereikt: de gezamenlijke premierskandidaat. Het was een groot succes: samen wisten ze na jaren de macht van een rechtse coalitie te breken.

één front

Als Lodewijk Asscher, Jesse Klaver, Rob Jetten en Lilian Marijnissen echt iets willen leren van het Deense voorbeeld, zouden ze er goed aan doen eindelijk een front te vormen voor de volgende Kamerverkiezingen. De programma’s van PvdA en GroenLinks lijken toch al sterk op elkaar, zoals bleek bij de Europese Verkiezingen toen de Stemwijzer voor beide partijen precies dezelfde antwoorden opleverde.

Laatst toonde Peter Kanne van I&O Research met kiezersonderzoek aan dat die twee partijen samen veel meer kiezers zouden kunnen trekken dan de som der delen: als fusiepartij zouden PvdA en GroenLinks 37 zetels kunnen veroveren, negen meer dan de reguliere peiling op dat moment. Met D66 erbij zouden ze een machtsblok kunnen vormen waar niemand meer omheen kan. Van de week pleitte Kanne nog voor zo’n innige samenwerking of zelfs fusie tussen PvdA en GroenLinks op een bijeenkomst van de Wiardi Beckman Stichting, de sociaaldemocratische denktank.

Als PvdA en GroenLinks de verkiezingen in zouden gaan met een gezamenlijk programma en naar het Deense voorbeeld één front vormen met D66 en SP, hoeven ze het met z’n vieren alleen nog maar eens te worden over een premierskandidaat.

Dat laatste zou nog wel eens het grootste struikelblok kunnen vormen. Jesse Klaver heeft al talloze malen verklaard dat hij premier van Nederland wil worden en leidt nu de grootste linkse fractie in de Kamer. Maar bij de Europese Verkiezingen werd de PvdA na jaren weer veruit de grootste progressieve partij en zelfs groter dan de VVD, zodat Lodewijk Asscher de positie ook zou kunnen claimen. En dan is de vraag, die wel vaker eendrachtige samenwerking tussen de progressieve partijen in de weg heeft gezeten: wie heeft het grootste ego?