Zorgen het ‘marktdenken’ en de homo economicus voor een maatschappij waar iedereen op elkaar lijkt? Moeten we in opstand komen of is er misschien behoefte aan een wilde verbeelding?

Aan het slot van de roman Onzichtbare steden van Italo Calvino komt de ontdekkingsreiziger Marco Polo zo onder indruk van de zorgen van zijn gastheer keizer Kublai Khan dat hij twee manieren noemt om niet te lijden onder ‘de hel die wij dag in dag uit bewonen’ en ‘die we zelf vormen door onze samenleving.’ De eerste is: de hel te aanvaarden en er deel van uit gaan maken zodat je hem niet meer ziet. De tweede is: ‘zoeken en herkennen wie en wat er, te midden van de hel, geen hel is, en juist dat laten voortduren en er ruimte aan geven.’

De tweede manier om met de dagelijkse hel om te gaan vereist volgens Marco Polo ‘ononderbroken aandacht en studie.’ Dat heeft de Vlaamse cultuurfilosoof Kris Pint zich in zijn oren geknoopt getuige zijn boek met de moeizaam metaforische titel De wilde tuin van de verbeelding. We hebben onze verbeelding, zegt Pint, om ons te verzetten tegen wat ons beklemt in de samenleving. Met die verbeelding zoeken we naar alles wat we ‘als heilzaam ervaren’: wat ons bevalt, plezier bezorgt, niet is aangetast door commercie, vrij is van het ‘marktdenken’ en maatschappelijke dwang. De niet-hel.

Een heilzaam streven. Maar we betreden met De wilde tuin van de verbeelding het domein waarin de taal van Michel Foucault wordt gesproken. Dit betekent dat woorden en begrippen als ‘discours’, ‘dominante beelden’, ‘verbeeldingspraktijken’, ‘zelfzorg’ en ‘zelftransformatie’ nogal eens vallen En dat we ervan uit moeten gaan dat het dominerende beeld van de mens in de westerse samenleving dat van de homo economicus is. Willen we niet als een homo economicus door het leven gaan, dan moeten we ons verzetten, want dat beeld wordt ons opgedrongen. We moeten ons ontdoen van dit zelfbeeld, leeg worden en ons daarna met de verbeelding transformeren tot een wilde tuin.

Ik zal de verbeelding niet snel afvallen, maar ze verliest alle kleur en energie wanneer ze door Pint gebruikt wordt voor woorden als ‘verbeeldingspraktijken’ , ‘tegenverbeeldingen’, ‘verbeeldingstuin’, ‘verbeeldingsverzet’. Dat zijn gestolde woorden en begrippen die vreemd zijn aan waar verbeelding voor staat. De niche-taal, taal die te veel wegdrijft van het gewone taalgebruik, en van de wilde tuin. Het brengt ook een te strakke scheiding aan tussen de wereld van de homo economicus en de wereld van de verbeelding. Wanneer we de homo economicus gelijkstellen met de hel waar Marco Polo het over heeft, dan ziet Pint in de wereld van de homo economicus niets dat ‘geen hel’ is. Daar valt dus niet naar te zoeken.

Er deugt misschien weinig aan de wereld van de homo economicus, maar zo weinig als Pint erin ziet is ongeloofwaardig. Het is volgens Pint een monocultuur waarin een standaard-zelf wordt gecreëerd. Het is de wereld van het marktdenken, de marktwaarde, het marktmodel en de marktideologie. Waarin je verondersteld wordt actief, sportief en flexibel te zijn. Waarin iedereen een personal brand moet zijn. Waarin in marketingjargon wordt gesproken en alles draait om groei-en winstmaximalisatie. Waarin je in een keurslijf of systeem zit waar je niet uit kan. Het is een prestatiemaatschappij waarin zich aan de lopende band burn-outs voordoen en iedereen onstabiel en gestresst in het leven staat. Hiervan is niets uit de duim gezogen, het bestaat, en toch is het een aaneenschakeling van vette cliché’s die iemand die het goed voorheeft met de verbeelding niet zou moeten bezigen.

Een Kunstkammer in je hoofd

De ‘stelling’ van Pints boek is dat je jezelf met ‘alternatieve verbeeldingspraktijken’ van deze opgedrongen beelden moet ontdoen en ‘leeg’ moet maken. Je moet ‘nieuwe bestaansmogelijkheden’ verkennen. Het moet zelfs tot een ‘zelftransformatie’ leiden. Dit zijn veel te dikke woorden voor iets wat in de praktijk helemaal niet zo exotisch blijkt te zijn. De wilde tuin-metafoor blijft moeizaam, maar de bedoeling van Pint is dat die tuin een hortus conclusus in je hoofd wordt, een persoonlijke geheime tuin, waarin gewassen en planten (ideeën, schrijvers, boeken, componisten, kunstwerken) worden gezet die tot je persoonlijke verbeeldingswereld behoren. Die moeten voor die ‘zelftransformatie’ zorgen.

Pint blijkt veel omwegen nodig te hebben om toch op iets interessants uit te komen. Er bestaat inderdaad zoiets als ‘geen hel’ binnen de hel van de hedendaagse samenleving: je persoonlijke verbeeldingswereld, opgebouwd uit wat je zelf hebt ontdekt, gezien, gehoord of gelezen. Deze persoonlijke verzameling gedichten, symfonieën, schilderijen en romans (een eigen Kunstkammer in je hoofd), sluit zo dicht mogelijk aan bij je eigen geschiedenis, verlangens, smaak en karakter. In die ‘geen hel’ is zo min mogelijk opgedrongen door die ‘monocultuur’ van het ‘marktdenken’ waar Pint zo ver van weg wil blijven.

Vervelend is dan weer dat deze persoonlijke Kunstkammer of hortus conclusus helaas het gevolg is van wat Pint in navolging van Michel Foucault ‘zelfzorg’ noemt. Alsof het culturele leven een zorginstelling is. Pint heeft het ook over ‘zelfzorgtechnieken’. Dan moeten we denken aan het maken van persoonlijke notities die bij elkaar een ‘levensgids’ voor eigen gebruik vormen. Of wanneer je plezier hebt in details. Of juist in aandacht voor futiliteiten een bevestiging ziet van de wonderbaarlijkheid van de wereld. Dat heet allemaal ‘techniek’. Het heet ook een ‘techniek’ om in Van Goghs schilderij Korenveld met kraaien een ‘onverwacht bestaansontwerp’ te zien omdat het schilderij met de opvliegende kraaien het ‘melancholische affect incarneert’.

Kris Pint heeft in zijn boek een te opzettelijke behoefte om afwijkend te willen zijn, niet besmet te willen worden met wat hij noemt ‘de arrogante vanzelfsprekendheid van onze hedendaagse normen en waarden.’ En in zijn afkeer van de wereld van de homo economicus heeft hij zichzelf in zo’n nieuw keurslijf van jargon en begrippen geperst dat zijn wilde tuin er door overwoekerd raakt. Wat niet wegneemt dat De wilde tuin van de verbeelding getuigt van een geduchte en brede belezenheid. Het wordt tijd dat Pint meer van zijn persoonlijke geheime tuin openbaart.

De wilde tuin van de verbeelding door Kris Pint is uitgegeven door Boom.