De Vlaamse romanschrijver en essayist Stefan Hertmans doorliep een interessant aantal emoties tijdens het schrijven van zijn boek Verschuivingen, een lang essay over onze eigen tijd. Alleen al dat hij over onze eigen tijd wil schrijven is een daad van overmoed want Otto Klemperer, de door Hertmans bewonderde en geciteerde Duitse schrijver van voor en tijdens de Tweede Wereldoorlog geschreven lucide dagboeken, heeft hem gewaarschuwd: ‘De tijdgenoot weet niets’, schreef hij. Daarvoor zit die tijdgenoot er te veel met zijn neus op.
Hertmans is een essayist, dus houdt hij zijn emoties en gevoelens niet achter. Die reiken van essayistische nieuwsgierigheid, stoïcijnse afstandelijkheid, van poëtisch engagement, van gestructureerde analyse, van empathische inleving, van ironische relativering tot een sterke behoefte aan redelijkheid op momenten dat anderen uit hun dak denken te moeten gaan.
Hier kan een essayist zijn eigen tijd wel mee te lijf, zou je denken, dit zijn de tools of his trade. Maar dit zo diverse gereedschap moet bij Hertmans aangevuld worden met een aantal klaarliggende negatieve emoties die de positieve emoties meer reliëf geven. Zo moet Hertmans niets hebben van emotioneel geschmier, de exploitatie van gevoelens op Twitter, Tiktok of Instagram. Hij moet niets van het neoliberalisme hebben dat met cynisch eigenbelang de sociaaldemocratie van zijn vleugels heeft ontdaan. Niets van de uitbuiting van de intimiteit in publieke bekentenissen. En niets van mensen die zich opsluiten in hun identiteit, die aan tribalisme doen door zich ostentatief te onderscheiden van anderen. Niet van mensen die zoeken naar verschillen in plaats van naar overeenkomsten. Hij moet ook niets hebben van mensen die universele waarden negeren.
tussen nuance en eenduidigheid
Hertmans beweegt zich ongemakkelijk tussen nuance en eenduidigheid: de wereld is te ingewikkeld om niet consequent met nuances rekening te houden, maar de wereld is ook te onomwonden beroerd om er soms geen harde eenduidige mening over te hebben. Hertmans zit op de lip van zijn eigen tijd. Hij weet, anders dan Klemperer dacht, wel degelijk wat er in zijn tijd aan de hand is, hoe ook met onzekerheden omgeven.
‘Verschuivingen’ heeft betrekking op grote bewegingen die zich voordoen bij de problemen van onze tijd: de klimaatverandering, de migratie van vluchtingen en andere verdrevenen, globalisering, neoliberalisme en de opkomst van nieuwe ondemocratische regimes.
‘Verschuivingen’ wil zeggen dat iets geleidelijk gaat, bijna ongemerkt. Het gaat niet om breuken, ontploffingen of catastrofes. Het heeft betrekking op grote bewegingen die zich voordoen bij de problemen van onze tijd, zoals die algemeen bekend zijn: de klimaatverandering, de migratie van vluchtingen en andere verdrevenen, globalisering, neoliberalisme en de opkomst van nieuwe ondemocratische regimes. Dit zijn de meer evidente problemen, er zijn ook nog meer sluipende verschuivingen, zoals de afname van het redelijk denken (radicalisering in alle opzichten), de afname van de distantie en de discretie. De popularisering van de werkelijkheid (door alles exploitatie-rijp te maken). En de nauwelijks te traceren invloed van algoritmes die beter weten wie je bent dan jijzelf. ‘Het algoritme roept je op te consumeren in de lijn van het spoor dat je hebt achtergelaten.’
ambivalent
Er is bij Hertmans het nodige ‘ambivalent’ of ‘ambigue’, hinkend op twee benen, onzeker. Het is Hertmans opgevallen dat er veel geprotesteerd en gedemonstreerd wordt, maar dat er toch geen grote veranderingen plaatshebben. Wat een menigte bijeenroept is vaak een klacht, geen wereldbeeld: wel stikstofprotest, bezuinigingen, woningnood, Black Lives Matter, huurprijzen, energieprijzen, antivaxers, maar geen systeemkritiek. Ieder uit zijn onvrede vanuit zijn eigen bubbel. Het is thematisch protest, niet ideologisch. Het is de kleine klassenstrijd die machteloos staat tegenover het mondiale economische systeem. Het is geen samenhangende politiek. Deze versnippering loopt het gevaar te worden gebruikt door de dominante partij. De extreem linkse partij in Frankrijk vist in dezelfde vijver als extreem rechts.
Hertmans is ambivalent, hij weet dat het een onmogelijk verlangen is, maar hij heeft het zo vaak over het ontbreken van ‘een overkoepelende ideologie’ dat hij het bijna als een gemis gaat zien. Het ongenoegen in de samenleving is verkruimeld, terwijl er onmiskenbaar een verschuiving plaatsheeft waarbij het neoliberalisme geleidelijk uit de gratie raakt. Het is te vaak onderwerp van fundamentele kritiek. Daar zou, niet twijfelend, politiek iets aan gedaan moeten worden.
de oermoeder
Het neoliberalisme heeft met alle activiteiten die ze in de industrie ontplooit een flink aandeel in de milieuvervuiling. Lang hebben rationalistische ideologen dat goed kunnen praten. Maar ook bij hen doet zich het voortschrijdende inzicht voor en is het aan het schuiven. Ze zullen het nog wel niet hebben over de noodzaak van een ‘poëtische politiek’, zoals Hertmans. Dat is een politiek die de aarde niet langer ziet als exploiteerbaar, maar als iets dat beschermd moet worden tegen wat ‘de wereld’ er eeuwenlang mee heeft gedaan. Er moet als met poëzie mee om worden gegaan. ‘De aarde valt niet samen met de wereld,’ schrijft Hertmans. ‘Wat we “wereld” noemen, zou de aarde niet mogen uitputten zoals we sinds de industrialisatie hebben gedaan.’
‘Poëtische politiek’, alles wat met ecologie te maken heeft, moet gezien worden als tegenhanger van ‘technocratische politiek’, zoals die nog op grote schaal bedreven wordt.
De ‘aarde’ krijgt door dit geïsoleerde gebruik ineens een zelfstandige status, niet langer iets dat zo maar te gebruiken is, maar waar vriendelijk toestemming aan gevraagd moet worden. Bruno Latour en James Lovelock noemden de aarde dan ook Gaia, de Aarde, de oermoeder, iemand waar je op een gepaste manier mee om gaat. ‘Poëtische politiek’, alles wat met ecologie te maken heeft, moet gezien worden als tegenhanger van ‘technocratische politiek’, zoals die nog op grote schaal bedreven wordt.
aporie
Er is zit in alles wat Hertmans in Verschuivingen schrijft een utopisch element. Er staat op alle gebieden, met alle heikele onderwerpen, iets te gebeuren. Maar wat blijft onzeker. Hertmans wil met minstens één teen in de toekomst staan. Dat we naar ‘radicaal andere tijden’ evolueren is ‘inmiddels zeker’, schrijft hij. De ‘grote nieuwe problemen rukken op vanuit de zijlijn naar het midden van ons leven’. Binnenkort gaan de verbindingslijnen ‘volgens een heel andere logica’. Alles staat in het teken ‘van een verdere metamorfose van het leven op aarde’. Wanneer we de wereldkaart bekijken, dan is dat niet langer een statisch gegeven, ‘maar een onophoudelijk verschuivend geheel van grenzen, hertekeningen, demografische versmeltingen en voortdurend groeiend stedelijk weefsel’, schrijft Hertmans tegen het einde van zijn essay. Hij wordt dan ook lichtelijk rapsodisch en verwijlt dan bij geestverwanten als Walter Benjamin en Friedrich Hölderlin, waarmee hij zichzelf enigszins boven de materie van zijn essay verheft.
Het wordt daar aan het eind van Verschuivingen heel ingewikkeld, met de hoop van Ernst Bloch, de barbaarsheid als onderdeel van de cultuur van Benjamin, het luisteren naar ‘de komende god’ van Hölderlin en de bloedwraak die bij tragediedichter Aischylos wordt vervangen door begrip en vergeving. Het zou bijna in verwarring (aporie) eindigen als alles wat er aan vooraf is gegaan niet zo helder en duidelijk het nodige inzicht in onze de tijd had gegeven.
Verschuivingen door Stefan Hertmans is uitgegeven door De Bezige Bij.
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.