Het kabinet presenteerde het als een gebaar naar de vakbeweging: de versnelde verhoging van de AOW-leeftijd is van de baan. Met het intrekken van de maatregel hoopte het kabinet de bonden aan tafel te krijgen en eerder aangekondigde stakingen te voorkomen.
Die opzet is grandioos mislukt. Het overleg tussen de top van het kabinet, de werkgevers en de vakbonden is deze week op niets uitgelopen. De bonden weigeren verder te praten totdat het kabinet nieuwe bezuinigingen op de sociale zekerheid uitsluit.
Stakingen lijken onvermijdelijk.
De werkgevers en het kabinet zijn teleurgesteld over het besluit van de bonden. Het kabinet presenteert het schrappen van de versnelde verhoging van de AOW-leeftijd als een handreiking van 2,7 miljard euro aan de bonden. Ze vinden het daarom niet meer dan redelijk dat de vakbonden nu zélf met een voorstel komen voor alternatieve bezuinigingen op de sociale zekerheid ter waarde van 2,7 miljard euro.
Maar is dat wel redelijk?
Om die vraag te beantwoorden, is het goed om in het achterhoofd te houden dat het ‘tekort’ dat nu dreigt te ontstaan een gevolg is van de keuzes die de coalitie aan de formatietafel heeft gemaakt. Daar is besloten dat Sociale Zaken een totale bijdrage van 6 miljard euro moet leveren aan de verhoging van de Defensie-uitgaven met 19 miljard per jaar.
Het ‘tekort’ dat ontstaat op de begroting door het schrappen van de verhoging van de pensioenleeftijd (waar de Eerste Kamer toch al tegen was), is het gevolg van een bewuste keuze van het kabinet. Ze hadden er ook voor kunnen kiezen om de extra uitgaven te dekken met andere ingrepen. Denk aan een verhoging van vermogens- of vennootschapsbelasting of het afschaffen van de hypotheekrenteaftrek.
Die laatste maatregel zou de overheid op termijn een besparing van maar liefst 11 miljard euro per jaar opleveren. Het is het goed recht van de coalitie om de regeling in stand te houden, maar we zouden het ronduit wonderlijk vinden als het kabinet de Vereniging Eigen Huis vervolgens zou vragen om te bedenken hoe ze huizenbezitters dan wél 11 miljard euro per jaar kunnen laten ophoesten.
Om diezelfde reden is het lachwekkend dat de premier nu steun zoekt bij de bonden voor alternatieve bezuinigingen op de sociale zekerheid. De vakbonden bestaan om te strijden voor onze arbeidsvoorwaarden, en voor het behoud van het sociale vangnet voor wie de pech heeft om zijn baan te verliezen. Niet om de afbraak van de sociale zekerheid een zweem van legitimiteit te geven.
We zouden daarom allemaal blij moeten zijn dat de voormannen van FNV en CNV voet bij stuk houden. Totdat het kabinet bereid is om de ‘vrijheidsbijdrage’ eerlijk te verdelen over werknemers, werkgevers en vermogenden, hebben de bonden niets te zoeken in het Catshuis.
















