Een loopje nemen met de waarheid en de feiten: daar is tot nog toe het presidentschap van Donald Trump vooral aan te herkennen. Over het leven in tijden van post-truth verschenen in één week drie boeken.

Karl Rove, indertijd de belangrijkste adviseur van de Amerikaanse president George W. Bush, zei in 2004 tegen Ron Suskind van The New York Times dat journalisten zoals hij in een totaal verouderde wereld leefden. Ze leefden nog in ‘de op de werkelijkheid gebaseerde gemeenschap.’ Ze geloofden nog ‘dat oplossingen ontstonden uit de ijverige studie van de echte werkelijkheid.’ Maar zo werkte het niet meer: ‘We’re an empire now’, zei Rove, ‘and when we act, we create our own reality.‘ Wij, zei hij verder, zijn ‘history’s actors’, jullie kunnen niets anders doen dan achter ons aan lopen en bestuderen wat we doen.

Helemaal ongelijk had Karl Rove natuurlijk niet. Wie regeert neemt aan de lopende band beslissingen en dat betekent het maken van geschiedenis. Maar de zin waar het om gaat is die waarin staat dat ze ‘hun eigen werkelijkheid creëren.’ Daar wordt mee gezegd dat ze die eigen werkelijkheid kunnen laten ontstaan door met niets buiten zichzelf rekening te houden. De werkelijkheid van de feiten wordt genegeerd. Uit deze manier van werken ontstond de invasie van Irak in 2003, gebaseerd op bij elkaar geharkte ‘feiten’ over Saddam Hoesseins kern- en chemische wapens die geen feiten bleken te zijn. Zelfs minister van defensie Colin Powell liet zich hierdoor misleiden.

De opmerkingen van Karl Rove behoren tot de geschiedenis van de ‘alternatieve feiten’ die Matthew D’Ancona beschrijft in zijn korte maar bondige boek Post Truth. The New War on Truth and How to Fight Back. Na de inauguratie van Donald Trump in januari bereikte het werken met alternatieve feiten zijn hoogtepunt toen zijn adviseur Kellyanne Conway voor het oog van de hele wereld zei dat perssecretaris Sean Spicer ‘alternatieve feiten’ had met betrekking tot het aantal mensen dat de inauguratie van Trump had bijgewoond op de National Mall in Washington.

Karl Rove met voormalig president George W. Bush. Foto: Rex/HH

Tijdens de verkiezingscampagne voor het presidentschap werd er al geschiedenis geschreven met nepnieuws. De enige tijd als Nationale Veiligheidsadviseur van Trump optredende Michael Flynn, geloofde tijdens de campagne de verhalen die de ronde deden over Hilary Clintons zogenaamde bemoeienis met ‘sex crimes with children’. Flynn tweette aan de wereld dat dit een ‘must read’ was.

Een onverwacht huwelijk

In dit gedoe met alternatieve feiten en nepnieuws komen ineens twee werelden samen waarvan je niet gedacht zou hebben dat ze ooit samen gezien zouden worden: het postmodernisme en het rechts-populisme. Geen van beiden laten de feiten tot hun recht komen. Het postmodernisme heeft er vanaf de jaren zeventig voor gezorgd dat er een sfeer ontstond waarin de waarheid en de werkelijkheid niet meer serieus genomen hoefden te worden. Het postmodernisme stond in de cultuurfilosofie voor de radicale twijfel aan de mogelijkheden om echte kennis en objectieve waarheid over de werkelijkheid te kunnen krijgen. De werkelijkheid bestond niet en was uiteengevallen in fragmenten. De uitspraak van Nietzsche, ‘er bestaan geen feiten, alleen interpretaties’ werd radicaal opgevat zodat iedereen zijn eigen waarheid en feiten kon hebben. Het kwam erop neer dat men zich terugtrok op het eiland van de eigen interpretatie en verder aan identiteitspolitiek ging doen. Het postmodernisme zette alles tussen aanhalingstekens: ‘waarheid’, ‘rede’, ‘objectiviteit’.

Het postmodernisme heeft er vanaf de jaren zeventig voor gezorgd dat er een sfeer ontstond waarin de waarheid en de werkelijkheid niet meer serieus genomen hoefden te worden.

Dit past het rechts-populisme heel goed, ook al heeft het geen echt beredeneerde verhouding tot de werkelijkheid: het is vooral emotie waarom alles draait. De feiten worden impulsief naar de hand gezet, gedane uitspraken of standpunten worden gedachteloos verlaten of genegeerd. De werkelijkheid is ondergeschikt aan gevoelens en emoties. Liefde voor de waarheid, omdat die zo moeilijk te achterhalen is, bestaat niet. Tijdens de campagnes voor de presidentsverkiezingen vlogen de leugens over Hilary Clinton door de lucht of stonden zwart op wit op de campagneborden. In 2009 verspreidde Sarah Palin van de Tea Party het verhaal dat als de voorstellen van Obama voor de gezondheidszorg zouden worden aangenomen, dat zou betekenen dat oude mensen en kinderen met een chronische ziekte door een bureaucratisch panel (death panels) zouden worden beoordeeld of ze wel een behandeling waard waren.

Matthew D’Ancona herinnert aan een uitspraak die The Late Show-presentator Stephen Colbert in 2006 al deed: ‘iedereen mag zijn eigen opinies hebben, maar niet zijn eigen feiten.’ Twee jaar eerder al schreef Ralph Keyes een boek over de teloorgang van de waarheid waar Donald Trump prominent in voorkomt: The Post-Truth Era: Dishonesty and Deception in Contemporary Life. In het boek van Matthew D’Ancona duikt Trump ook voortdurend op, maar meer als onderdeel van het hele complex aan oneerlijkheid en leugens dat sindsdien is ontstaan, vooral door de mogelijkheden die de sociale media in dat opzicht bieden.

De radicale democratisering van de communicatie door Internet, Facebook, Twitter, YouTube en Instagram (’the Speakers Corner of the new media’) betekent dat er wild om aandacht wordt gevochten. Aandacht is het nieuwe goud is de titel van het boek waarin Tim Wu beschrijft hoe commercie en media vechten om in ons hoofd te komen. Omdat die aandacht nodig is om adverteerders te trekken (’te genereren’ hoor je hier te schrijven), krijgen nieuwsberichten en artikelen misleidende koppen opdat men erop zal klikken. ‘To get the most clicks, not to tell the most truth,’ daar gaat het om.

Het is niet verwonderlijk dat deze verwarrende toestand vraagt om een herwaardering van het respecteren van feiten, en dus om een nieuw realisme. Met nieuw realisme, met emotieloze bedachtzaamheid, kunnen begrippen als waarheid, feit, interpretatie, objectiviteit, subjectiviteit, relativisme en kennis opnieuw voor het dagelijks gebruik worden geijkt. Het zijn begrippen die in de filosofie uit-en-te-na zijn bestudeerd, maar in het gewone taalgebruik hun solide karakter kwijt zijn geraakt.

Er zijn allerlei soorten feiten. Er zijn harde feiten (het aantal mensen op de National Mall op 20 januari 2017, de Erasmusbrug, een rijdende auto) en zachte feiten (wie was Shakespeare?). En als feiten gebrachte leugens (de bewering tijdens de Brexit-campagne dat de Britten 350 miljoen pond per week aan de Europese Unie moesten afdragen). Heel vaak is het niet zeker of iets een feit is (zoals een overtreding of een ziekte).

Volgens Umberto Eco is een feit iets dat niet afhankelijk is van een interpretatie. Maar veel zaken zijn wel degelijk afhankelijk van onze interpretatie om min of meer een ‘feit’ te worden. Veel dingen bestaan pas als ze door ons begrip tot iets zijn gemaakt. Er is tamelijk solide instrumentele kennis waarmee gewerkt kan worden. Er is ook kennis in de vorm van inzicht die niet zo solide is, maar toch als feit gebruikt moet worden om tot handelen over te kunnen gaan.

Principieel realisme

De wenselijkheid van dit nieuwe realisme is des te urgenter nu Donald Trump het woord realisme zelf in de mond heeft genomen. Dat deed hij in zijn toespraak in Riyad afgelopen weekend aan de meer dan veertig staatshoofden uit het Midden-Oosten. Hij zei dat Amerika bereid is om nieuwe strategieën te bedenken voor nieuwe situaties en nieuwe feiten. Die nieuwe strategieën zullen worden geleid door ‘experience and judgment.’ Amerika zal daarvoor een ‘principieel realisme’ gebruiken (a principled realism),’geworteld in gemeenschappelijke waarden en wederzijde belangen.’

Wat is hier ‘principieel realisme’? Is het realisme uit principe: we laten ons louter leiden door de ontwikkelingen in de werkelijkheid. Of is het realisme geleid door principes, bijvoorbeeld door het principe dat altijd twee partijen moeten profiteren, rekening houdend met de wederzijdse belangen.

Trump gaat het duidelijk om realisme zonder principes. Het woord ‘principieel’ is volslagen overbodig: ‘We will make decisions based on real-world outcomes – not inflexible ideology’, zei Trump. En: ‘We will be guided by the lessons of experience, not the confines of rigid thinking.’ De werkelijkheid heeft het dus voor het zeggen, niet het ‘rigid thinking’ van de principes. Maar Trump laat weg, of vergeet Freudiaans, dat zijn werkelijkheid wel degelijk principes heeft: die van zijn ongenaakbare (rigid) kapitalisme. Zo kan hij op zijn Karl Roves zijn eigen werkelijkheid creëren. 

Post Truth door Matthew D’Ancona is uitgegeven door Elbury Press/Penguin. Tegelijk verschenen: Post-Truth: How Bullshit Conquered the World door James Ball, uitgegeven door Biteback Publishing en Post-Truth: Why We Have Reached Peak Bullshit door Evan Davis, uitgegeven door Little Brown.