Met Baltische zielen begon Jan Brokkens exploratie van Oost-Europa, uitlopend op De kozakkentuin, de deels fictieve memoires van Alexander von Wrangel, de vriend van Dostojevski. Maar voor het zover was moest hij eerst Sint-Petersburg verkennen blijkt uit zijn nieuwe boek.  

Tijdens zijn wandelingen door Sint-Petersburg in de aanloop naar het schrijven van De Kozakkentuin kan Jan Brokken geen hoek om slaan of hij stuit op iets in het verleden dat een saillante betekenis heeft gekregen. De vriendschap tussen de jonge officier van justitie Alexander von Wrangel en de naar Siberië verbannen schrijver Dostojevski die in De kozakkentuin wordt beschreven, heeft zoveel grote en kleine vertakkingen dat Brokken zijn boek over zijn omzwervingen op een verantwoorde manier De gloed van Sint-Petersburg kon noemen: ‘alles is literatuur in deze stad, alles is muziek’, beeldende kunst, ballet, theater. Alles gaat bij Brokken ook met alles samen hangen, het ene roept het andere op.

Voordat Dostojevski voor tien jaar naar een strafkamp in Siberië werd gestuurd zat hij negen maanden in de Peter- en Paulvesting in Sint-Petersburg. Hij had tijdens een bijeenkomst van jongeren met revolutionaire ideeën, de Petrasjevski’s, een brief voorgelezen van de criticus Belinski aan Gogol waarin hij hem verweet dat hij alles was gaan verdedigen wat in Rusland ‘rot, achterlijk, barbaars, tiranniek en corrupt was.’

Op zijn tocht langs alle Dostojevski-plaatsen (hij woonde in 28 verschillende huizen) in Sint-Petersburg bezoekt Jan Brokken samen met iemand van het Dostojevskimuseum de cel waarin Dostojevski van april tot december 1849 opgesloten zat. Brokken weet dan al dat hij aan het eind van de dag weer naar het kleine museum zal gaan in het ouderlijk huis van Vladimir Nabokov aan de Bolsjaja Morskaja (de Grote Zeestraat). Daar is het heerlijk rustig na zo’n drukke dag. Hij weet dat het klein verraad is: Nabokov haatte Dostojevski. En wie was bovendien de directeur van de Peter- en Paulvesting toen Dostojevski er zat? Nabokovs grootvader, de latere minister van justitie. En wie werd in dezelfde Grote Zeestraat geboren? De schrijfster Nina Berberova met wie Vera en Vladimir Nabokov in 1921 in Berlijn bevriend zullen raken. Zij wordt de chroniqueur van de Russische ballingen en zal Nabokov verdedigen wanneer hij wordt aangevallen na de publicatie Lolita. In Nabokov et sa Lolita zal ze aantonen dat hij allerminst de eerste was die over de liefde van een oudere man voor een jong meisje schreef: zie Dostojevski’s Misdaad en straf en Boze geesten. Terloops vernemen we nog dat de grootvader van Berberova model heeft gestaan voor de figuur van Oblomov in de roman van Gontsjarov.

Links: Nabokov, rechts: Sjostakovitsj. Foto’s: Wikimedia Commons

De gloed van Sint-Petersburg is een aangenaam onsystematische literaire en historische estafette waarin Brokken zijn fascinatie voor het Russische leven, de literatuur, de muziek en de beeldende kunst uitleeft. Maar niet bepaald zorgeloos. Hij zegt zich met geen stad zo verbonden te voelen als met Sint-Petersburg, maar ‘tegelijkertijd jaagt geen stad me meer angst aan. Het is alsof de beklemming uit de muren stoomt.’ Dat zijn grote woorden, maar op erg veel plaatsen in Sint-Petersburg/Leningrad waren dan ook verschrikkelijke dingen gebeurd onder het bewind van Stalin en zijn opvolgers (Sjostakovitsj had zijn koffertje voor Siberië altijd klaarstaan). Brokken schrijft in De kozakkentuin dat Alexander von Wrangel het gordijn opzij schuift, naar buiten kijkt en (prachtig beeld) ziet hoe een rij sleekoetjes in de sneeuw voortglijdt richting de Nevski Prospekt, elk getrokken door twee paarden. Mooi, maar niets bijzonders: zo werden leerlingen van de Theaterschool vervoerd of de meisjes van het Smolny Instituut die werden opgeleid voor hofdame. Maar het waren dit keer wel erg veel koetsjes en waarom reden er gendarmes naast met blanke sabel? Tot iemand de kamer binnenkomt en hem zegt dat daar de terdoodveroordeelden van de Petrasjevski-groep langskwamen op weg naar het executieterrein om er gefussileerd te worden. Veel van de veroordeelden waren leerlingen geweest van het Keizerlijk Lyceum waar Alexander von Wrangel dan op zit. Tot de terdoodveroordeelden behoorde Dostojevski vanwege het voorlezen van de Belinski-brief. In De kozakkentuin schrijft Brokken over de Semjonov-plaats waar Dostojevski voor het vuurpeleton stond toen de executie op het laatste moment werd afgeblazen. Daarna ging hij voor tien jaar naar Siberië.

Mooi is hoe in De gloed van Sint-Petersburg de historische plaats waar de executie plaats zou vinden nog materiaal is en door Brokken in De kozakkentuin wordt uitgebouwd, aangekleed en uitgroeit tot een cluster van geschiedenissen, tot en met het gedicht dat Anna Achmatova over ‘de gevangene van Omsk’ (Dostojevski) schreef: ‘Zijn pen krast op ‘t papier, en blad na blad / Verspreidt de geur van de Semjonov-plaats.’

Brokken mag dan in het ouderlijk huis van Nabokov dagelijks tot rust zijn gekomen, maar bij een reeks andere schrijvers, dichters en kunstenaars als Anna Achmatova, Andrej Bely, Rachmaninov, Malevitsj, Tsjaikovski, Stravinsky, Sjostakovitsj en Dostojevski treft hij de onrust aan die hem aan Rusland bindt. Alles komt voor Brokken samen in de film De spiegel van Andrej Tarkovski die hij in één jaar wel vier of vijf keer heeft gezien: ‘mijn liefde voor Rusland, voor poëzie, muziek, bewegend beeld, een beklemmende sfeer, warme schilderijen, een verleden dat heden blijft, een associatieve manier van vertellen, raadsels die nooit helemaal zullen worden opgelost.’ In De gloed van Sint-Petersburg is Brokken op zoek naar die tot kunst geworden onrust.

De gloed van Sint-Petersburg. Wandelingen door heden en verleden van Jan Brokken is uitgegeven door Atlas/Contact