In Barkskins beschrijft Annie Proulx eigenlijk de eeuwenlange aanloop naar de Standing Rock-protesten.

ING en ABN AMRO hebben niet zo’n goeie maand. Het is eindelijk tot de Nederlandse media doorgedrongen dat zij flink investeren in de omstreden Dakota Access Pipeline, de ondergrondse pijpleiding die bijna een half miljoen tonnen aan onbewerkte olie per dag moet gaan vervoeren – vlak langs Standing Rock, het reservaat waar Sioux-indianen leven. De Sioux zien hun begraafplaatsen en heiligdommen verdwijnen in het mechanische gebrul van ijverige graafmachines, en vrezen bovendien dat hun drinkwater vervuild kan raken door de aanleg van de pijpleiding. Ze protesteren daarom al maandenlang, en dat protest wordt hoe langer hoe bruter: vreedzame demonstranten zouden door politie beschoten worden met rubberen kogels, krijgen pepperspray in hun gezicht terwijl ze aan het bidden zijn, of worden urenlang opgesloten in een hondenhok, de polsen aan elkaar gebonden met tiewraps.

De Dakota Access Pipeline wordt gesteund door de politiek en door enorm veel kapitaal, maar de demonstranten hebben de verbeelding mee. De Sioux als eerbare en rechtvaardige beschermers van hun land en hun natuur, verwikkeld in een oneerlijke strijd tegen een gezichtsloze, verwoestende grootmacht: het is een aansprekend en mediageniek verhaal. Zowel mensenrechtenorganisaties als milieubewegingen spreken zich uit tegen de pijpleiding. De demonstranten van Standing Rock krijgen van over de hele wereld bijval. Zelfs Ilona van de ING-hulpchat vond het wel begrijpelijk dat ik overwoog mijn rekening daar op te zeggen.

Zelfs Ilona van de ING-hulpchat vond het wel begrijpelijk dat ik overwoog mijn rekening daar op te zeggen.

Het conflict rond de Dakota Access Line doet me denken aan Barkskins van Annie Proulx (de Nederlandse vertaling van Regina Willemse, Schorshuiden, verschijnt in maart 2017). Het verhaal van Barkskins, dat ruim zevenhonderd pagina’s lang is, begint diep in de eindeloze wouden van Canada, in 1693. De wat sjofele fransozen René Sel en Charles Duquet hakken bomen om voor hun ambitieuze heer, Monsieur Trépagny. Duquet, die droomt van een eigen fortuin, gaat er al snel vandoor. Hij verliest een aantal tanden, maar weet uiteindelijk een winstgevend houtimperium op te bouwen. Hij reist naar China, trouwt de dochter van een Nederlandse zeekapitein, hij adopteert en verwekt zonen en dochters. René Sel blijft daarentegen achter in de bossen. Monsieur Trépagny beveelt hem Mari te trouwen, een wat oudere Mi’kmaq. De rest van zijn leven velt hij bomen.

Barkskins volgt  de levens van de nakomelingen van Duquet (later Duke) en Sel nauwgezet. Het is een opeenvolging van verhalen vol gruwelijk realistische details, jammerlijke sterfgevallen en talloze feitjes over houtsoorten (Proulx heeft voor dit boek veel onderzoek gedaan, en dat lees je er in terug). Ondertussen is het stug opslokken van de schijnbaar onuitputtelijke natuur op het Amerikaanse continent het grote narratief op de achtergrond.

In de eerste helft van het boek maakt een oude man, Joab Hitchbone, zijn verwrongen wereldbeeld kenbaar aan Bernard Duquet: ‘The Indians. That is our problem. The Indians do not use land correctly because of their raw roaming and hunting. As the Bible tells us, it is a duty to use land. And there is so much here that one can do what one wishes and then move on. You cannot make Indians understand that the correct use is to clear, till, plant and harvest, to raise domestic stock, to mine or make timber. In a nutshell, they are uncivilized. And un-Christian.’ Oftewel: het is zonde om het land niet efficiënt te gebruiken, om er niet alles uit te halen wat er in zit. We moeten al het bruikbare uit de aarde wringen, tot de laatste zucht schaliegas eruit gefrackt is. Het is net of Hitchbone met zijn gemompel de Dakota Access Line al aan het rechtvaardigen is, ruim 250 jaar van tevoren.