Het was 12 december 2015. Een simpele klop van een houten hamer markeerde de totstandkoming van het klimaatakkoord van Parijs – vandaag precies vijf jaar geleden. Het wordt algemeen gevierd als een groot klimaatsucces. Maar wie de onderhandelingen vanaf dag één heeft gevolgd, weet dat het niet zozeer succes was wat die dag in conferentiecentrum Le Bourget werd gevoeld, als wel opluchting – opluchting over het uitblijven van weer een mislukking.

Wat dacht Yvo de Boer, voormalig hoofd van het VN-klimaatverdrag na de ‘historische’ hamerklop? ‘Ik dacht: wat ik hiervan vind, kan ik de komende tien jaar maar beter voor me houden.’

Dat hij die stilte nu toch doorbreekt, komt door het aandringen van een klimaatjournalist. Niet dat De Boer negatief is over ‘Parijs’. De vraag is alleen of het volstaat – en of een alternatief niet beter was geweest. ‘Ik vond het geweldig dat alle landen het eens waren geworden,’ zegt De Boer. ‘Dat vond ik een politieke en diplomatieke prestatie. Maar ik ben in klimaatland opgegroeid met de gedachte: dit is zo belangrijk, hier moeten bindende afspraken over komen. Ik snap dat het moeilijker is om heldere afspraken te maken dan vage, maar er bestaat het risico van een heel groot dooie-mus-effect.’

Bindende afspraken kwamen er niet in Parijs, met een akkoord waarin alles vrijwillig is. De Boer wijst naar de mondiale emissies – na ruim vijfentwintig jaar klimaatonderhandelingen één grote stijgende lijn, die ook na Parijs doorzette. Het klimaatakkoord zweeft dan ook ergens tussen een vrijbrief om door te gaan met uitstoten en een intentie om ermee te stoppen.

De waaromvraag

Yvo de Boer werd in 1954 geboren in Wenen in een Nederlands diplomatengezin. Zijn ouders verhuisden om de vier jaar naar een ander land, en zoon Yvo werd uiteindelijk maar op een Engelse kostschool gezet. Het bracht De Boer een perfecte beheersing van de Britse taal en omgangsvormen die een oceaan verwijderd zijn van de Hollandse lompheid die voor de meeste landgenoten bij voorbaat een streep zet door een carrière in de internationale diplomatie.

Wat zijn ontheemde achtergrond hem bovenal bracht, is het vermogen moeiteloos te schakelen tussen perspectieven. ‘Als mensen mij vragen waar ik vandaan kom, weet ik nooit wat ik moet antwoorden. Ik heb niet het idee dat ik echt ergens vandaan kom. Een gevolg van al dat gereis en die diplomatieke achtergrond is dat ik de wereld door heel veel brillen heb leren bekijken, en besef dat mensen op tal van onderwerpen een totaal verschillende kijk kunnen hebben, afhankelijk van hun achtergrond. Ik kwam al vroeg tot de conclusie dat het belangrijkste woord in alle talen “waarom” is. Je kunt pas tot een oplossing komen als je antwoord hebt op de waaromvraag.’

Zo werd De Boer iemand die complexe puzzels wist te leggen. En voor je het weet doe je dan een gooi naar de meest complexe puzzel van de eeuw.

No Planet B

Zes jaar voor ‘Parijs’, op 12 december, 2009, was Yvo de Boer in Kopenhagen voor de klimaattop. Honderdduizend mensen vulden de pleinen en straten tijdens een urenlange klimaatmars van het centrum tot het Bella Center, waar de wereldleiders die dag zouden arriveren.

Die mobilisatie was de grootste ooit voor een milieuonderwerp. Meest geziene leus: There is No Planet B. Demonstranten vulden de stad met hoop, hoop die naïef bleek. Want die 12e december bleken honderdduizend opgestoken handen niet genoeg.

Knuppels, traangas en bijna vijftienhonderd arrestaties lieten zien dat de klimaattop een rafelrand had.

‘Obama was net president geworden, en die dacht: er moet niks bindends worden afgesproken, want dat krijg ik nooit door de Senaat.’

De mensen buiten waren nauwelijks op de hoogte van het veel grotere drama dat zich binnen afspeelde. Wat herinnert De Boer zich van die 12e december in Kopenhagen? ‘Ik besefte dat ik vastzat in een dodelijke duikvlucht,’ zegt hij. Het was het zwartste moment sinds hij vijftien jaar eerder, in 1994, zijn werk voor de totstandkoming van een VN-klimaatverdrag begon – werk dat daar in Kopenhagen had moeten culmineren tot een eindproduct.

Maar toen kwam er een coup. ‘Ik had samen met de Deense klimaatminister Connie Hedegaard twee jaar gewerkt aan wat de uitkomst van Kopenhagen moest zijn. Maar toen werd zij als voorzitter van de conferentie aan de kant geschoven door haar premier Lars Løkke Rasmussen. Die zei: er zijn hier zoveel regeringsleiders en staatshoofden, ik ga nu de vergadering wel leiden. Terwijl hij geen besef had van het probleem, noch van het proces. Rasmussen stond onder druk van de Amerikanen. Obama was net president geworden, en die dacht: er moet niks bindends worden afgesproken, want dat krijg ik nooit door de Senaat. Zeker niet als de Chinezen niet ook iets bindends op zich nemen. En de Chinezen dachten het omgekeerde.’

De onzekere weg van vrijwilligheid

De Boer beschrijft een besef van grote onmacht – en gelijktijdig het gevoel ‘ontzettend glad ijs’ te betreden, door daar in Kopenhagen de onzekere weg van vrijwilligheid in te slaan. ‘Er zijn veel mensen die het daarover met mij oneens zijn. Die zeggen dat het in deze tijd gewoon niet meer reëel is om te denken dat je landen kunt binden aan afspraken. Misschien hebben ze wel gelijk. Maar dan hoop ik toch dat al die vrijwilligheid ons wel brengt bij een temperatuurstijging van niet meer dan anderhalve graad.’

Wat dat betreft was Kopenhagen misschien niet zozeer een mislukking, maar eerder een kruispunt: het VN-proces nam afstand van de ambitie om op landenniveau harde klimaatafspraken te maken, beklonken in een verdrag. Een nadrukkelijke stap achteruit voor wie niet op zoek is naar politiek succes, maar naar een oplossing van het klimaatprobleem.

‘We liepen met de klimaatonderhandelingen aanvankelijk voor de muziek uit. Nu loopt het proces achteraan en gaat de publieke opinie voorop.’


Kopenhagen liet echter ook een andere grote ontwikkeling zien: publieke betrokkenheid.

Het kantelpunt moet ergens in de jaren daarvoor hebben gelegen: de eerste grote smeltrecords op de Noordpool, de film van Al Gore, het IPCC-rapport. Door de jaren heen is de publieke betrokkenheid en bezorgdheid over klimaatverandering alleen maar verder gegroeid. Kijk naar de jeugd, zegt De Boer – Greta Thunberg, de massale klimaatprotesten van scholieren over de hele wereld.

Dat was aan de start van het VN-proces in de jaren negentig wel anders. ‘We liepen met de klimaatonderhandelingen aanvankelijk voor de muziek uit. Nu loopt het proces achteraan en gaat de publieke opinie voorop. Die was twintig of dertig jaar geleden niet aanwezig. Het is gaan verschuiven tot je het als verstandig mens niet meer kunt ontkennen.’

Optimisme

De Boers lange klimaatreis begon in 1994, toen hij namens Europese landen de inzet voor de klimaattop van Kyoto voorbereidde, die in 1997 zou worden gehouden.

De jaren negentig waren een decennium van optimisme, niet alleen economisch en geopolitiek, maar ook ten aanzien van het milieu.

De klimaattop van Kyoto had moeten leiden tot het Kyoto-protocol, dat het CO2-varkentje wel even zou wassen.

De ozoncrisis was beteugeld met het Montreal-protocol van 1987, waarmee het probleem tijdig en effectief bij de bron (CFK’s en andere chloorgassen) werd aangepakt. Het was een gloriemoment voor de Verenigde Naties, dat simpele concept van ‘samenwerking’.

In die geest moet in de jaren negentig ook zijn toegeleefd naar de klimaattop van Kyoto, die had moeten leiden tot het Kyoto-protocol, dat het veel grotere varkentje van het CO2-probleem wel even zou wassen. Dat varkentje bleek echter een ontembaar wild zwijn, met vier poten diep in de modder.

De groei van duurzaam

Wat was voor De Boer zijn startpunt: fascinatie voor een complexe puzzel, of oprechte bezorgdheid voor het naderende probleem van de ‘global warming’? ‘Ik had zeker een idealistische motivatie,’ zegt De Boer. ‘Maar ook het besef dat je dit probleem alleen kunt oplossen als je het gróter maakt.’

Olielanden willen hun inkomsten behouden, ontwikkelingslanden willen welvaart, industrielanden willen hun concurrentiepositie niet opgeven. ‘Er zijn zo veel verschillende belangen in de wereld – er moeten allerlei voorwaarden worden geschapen om iedereen mee te kunnen krijgen.’

Over slechts vier jaar zal de wereld meer energie halen uit zon en wind dan uit steenkool, voorspelde het Internationaal Energieagentschap.

Je kunt terugkijkend misschien wel concluderen dat het CO2-probleem, dat veel complexer is dan het CFK-probleem, eigenlijk meer dan twintig jaar inherent onoplosbaar is geweest.

Tot ongeveer nú, ergens in de donkere periode dat er een despoot in het Witte Huis woonde, een golf van politieke destructie de VN-klimaatonderhandelingen saboteerde, én als een duveltje uit een doosje zon, wind, elektrisch vervoer en batterijtechnologie wereldwijd omhoogschoten – met 70 procent prijsdalingen in de afgelopen vijf jaar en exponentiële groei op alle continenten. Over slechts vier jaar zal de wereld meer energie halen uit zon en wind dan uit steenkool, voorspelde het Internationaal Energieagentschap (IEA) onlangs – en ook daarna zal de razendsnelle groei van duurzaam doorzetten.

Gaan we daarmee alsnog ‘gevaarlijke klimaatverandering’ voorkomen, het officiële doel van de VN-klimaatsamenwerking? En zo ja, kunnen we dan wellicht zeggen dat het weliswaar misging in Kopenhagen, maar dat dat een onvermijdelijke crisis was waar we collectief doorheen moesten om uiteindelijk verder te kunnen en alsnog grip te krijgen op dit mondiale probleem? En hebben we dan vandaag inderdaad een groot succes te vieren, met de vijfde verjaardag van het Parijs-akkoord, de start van een andere aanpak, die uiteindelijk wél vrucht zou dragen?

Groene stip op de horizon

Het is te vroeg voor de antwoorden op zulke grote vragen – de toekomst is nog te onzeker en risicovol. Maar er is wel meer goed nieuws. Waar landen er de voorbije jaren niet in slaagden bindende klimaatdoelen te stellen voor de korte termijn, plaatsten ze wel een groene stip op de horizon in een verdere concretisering van de anderhalve-graadambitie van Parijs. Om onder de anderhalve graad te blijven, moet de mondiale CO2-uitstoot rond 2050 op netto nul uitkomen. Hoe ambitieus dat ook mag zijn, er lijkt langzaam een let’s do it-sfeer te ontstaan.

De Europese Unie was de eerste die zich officieel tot doel stelde in 2050 klimaatneutraal te zijn toen vorig jaar de Green Deal werd gesloten, precies op het moment dat ’s werelds grootste economie zich juist terugtrok uit het Parijsakkoord.

En de EU kreeg belangrijke navolging. Eerst van de Britten, en in de herfst van 2020, behoorlijk onverwacht, ook van China, prompt gevolgd door Zuid-Korea en Japan – die zich allemaal tot doel stelden rond 2050 CO2-neutraal te zijn. Het Amerika onder Biden en Harris zal ook willen aansluiten bij deze wereldwijde groene golf, en zich ook officieel tot doel stellen dat het over dertig jaar klaar moet zijn met CO2.

Uiteindelijk zou het ook voor Vietnam of Nigeria financieel veel beter zijn om geen kolencentrales meer te bouwen, maar te investeren in zon en wind.

Het zijn de grootste en machtigste economieën van de wereld, die tezamen ruim twee derde van de uitstoot vertegenwoordigen. Een krachtiger signaal kun je als investeerder niet krijgen: het fossiele tijdperk komt ten einde, duurzaam heeft de toekomst.

En dat is volgens De Boer nou net het probleem: dan moet je ook wel een investeerder zíjn en beschikken over voldoende vermogen, zodat je kunt profiteren van dat hogere rendement van duurzaam. ‘Een land als Vietnam is van plan de komende tien jaar 24 kolencentrales neer te zetten. Die verkoopt China voor een prikkie.’

Daarna moet nog dertig of veertig jaar lang elke dag steenkool worden geïmporteerd. Die kosten meewegend zou het ook voor Vietnam of Nigeria financieel nú al veel beter zijn om geen kolencentrales meer te bouwen, maar te investeren in zon en wind.

Daar hebben ze alleen geld noch kredietwaardigheid voor, en dus kiezen ze voor de vervuilende én uiteindelijk duurdere optie, maar wel een die er in elk geval voor zorgt dat er morgen geen stroomuitval is.

Westers perspectief

‘We zien het tegengaan van klimaatverandering vaak vanuit een heel westers perspectief,’ zegt De Boer. ‘We kijken om ons heen en vragen ons af hoe we hier en nu de emissies naar beneden kunnen krijgen. Daardoor dreigen we de economie van het verleden aan te pakken in plaats van die van de toekomst. Want bijna alle economische groei en bevolkingsgroei zal plaatsvinden in andere werelddelen, in Afrika en Zuidoost-Azië.’

Juist daar had een VN-klimaatverdrag met harde afspraken uitkomst moeten bieden. Niet alleen afspraken over emissiedoelen, maar ook over internationale klimaatfinanciering, zodat ook arme landen kunnen profiteren van het prijsvoordeel van duurzame energie, en wij allemaal van een veel effectievere klimaataanpak.

Het in Kopenhagen met moeite beklonken klimaatfonds van honderd miljard dollar is eigenlijk volstrekt ontoereikend, zegt De Boer. Nog afgezien van het feit dat landen de toegezegde donaties in de praktijk niet nakomen. Want, inderdaad, alles is vrijwillig. Zo zijn we lokaal hard aan het dweilen, maar is uiteindelijk niemand met de mondiale kraan bezig.’

Toch is De Boer niet alleen kritisch. Hij ziet ook de kracht van een alternatieve aanpak – meer in de geest van het Parijs-akkoord. ‘De grote vraag is: wat is de belangrijkste functie van een VN-proces? Is dat heldere afspraken maken tussen landen, liefst juridisch bindend, of is dat het schetsen van een langetermijnperspectief?’

Die laatste rol is ook belangrijk, ziet De Boer, en daarin is de VN al onmisbaar geweest. ‘Als het internationale proces – zowel de klimaatonderhandelingen als de wetenschap via het IPCC – in de afgelopen twintig, dertig jaar de ernst en omvang van deze problematiek niet duidelijk had gemaakt, dan was duurzame energie vandaag ook niet rendabel geweest, omdat er niet in geïnvesteerd zou zijn.’

Innovatiegevolgen

Dat geldt ook voor de nieuwe 2050-doelen die landen nu stellen. ‘Allerlei slimme ondernemers gaan nadenken of daar een business case in zit.’ En omgekeerd: pensioenfondsen zouden eigenlijk gisteren al hun beleggingen uit grote oliebedrijven hebben moeten terugtrekken, als je de overproductie, zakkende vraag en kelderende aandelenkoersen naast het klimaatneutrale toekomstperspectief legt.

Uiteindelijk houdt De Boer niet vast aan één specifieke route, maar wel aan het uiteindelijke doel: een effectieve aanpak van het klimaatprobleem.

‘Je zou dus kunnen zeggen dat de signaalfunctie van het internationale proces inmiddels veel belangrijker is dan de concrete afspraken die worden gemaakt, omdat de reactie met name komt uit het bedrijfsleven, dat kansen of bedreigingen ziet. Zo werden wind en zon al concurrerend, hebben elektrische auto’s hun plaats in de markt gekregen, en zullen ook opslag en waterstof volgen.

Dat is de consequentie van drie signalen: we vinden dit erg, het mag niet meer worden dan anderhalve graad, en we moeten klimaatneutraal zijn in 2050. Dat schept een handelingsperspectief, met innovatiegevolgen in de markt die vele malen groter zijn dan wat je met een stelletje bureaucraten in een conferentiecentrum kunt afspreken.’

Uiteindelijk houdt De Boer dus niet vast aan één specifieke route, maar wel aan het uiteindelijke doel: een effectieve aanpak van het klimaatprobleem. Dat getuigt van intrinsiek idealisme.

De butler van het proces

Tijdens zijn sollicitatie bij VN-secretaris generaal Kofi Annan speelde De Boer indertijd open kaart: ‘Als jij iemand zoekt die in Bonn gaat zitten en verder zijn mond houdt, moet je niet bij mij zijn. Omdat ik het gevoel had dat ik de wereld een spiegel moest voorhouden, en moest zeggen: jongens, het kán. Vandaar dat ik ook allerlei economen heb binnengehaald in het proces.’

Na Annan kwam Ban Ki-moon. ‘De Amerikanen hebben over me geklaagd bij Ban Ki-moon, net als de Japanners, de Indiërs, en hoe heet dat mannetje uit Luxemburg – Juncker! Tegelijk zeiden de onderhandelaars terecht: hoor es, dit is een intergouvernementeel proces, een proces tussen landen. En meneer De Boer, ú bent hier voor de broodjes en het kopieerapparaat. Vooral de landen die zand in de motor wilden strooien, waren helemaal niet blij met mij.’

De Boer omschreef zijn rol bij het Klimaatverdrag destijds als ‘de butler van het proces’. Een diplomatieke woordkeus, én een slimme. Butlers zijn wijze mensen, met tal van verborgen talenten. Misschien is één daarvan wel jezelf voordoen als butler, terwijl je stiekem aan het roer gaat staan.

‘In de functie die ik had, is het net alsof je in een zeepbel zit, die je voortdurend moet proberen op te rekken.’

De klimaattop van 2007 in Bali was een precair moment. Twee jaar voor Kopenhagen werd daar het geraamte voor een nieuw klimaatverdrag opgezet. ‘Bali was een heel belangrijke top. Er werd afgesproken dat iedereen naar vermogen aan dit probleem moest werken, industrielanden én ontwikkelingslanden. Heel veel elementen van het Parijsakkoord hebben hun wortels op Bali.’

Toch overspeelde De Boer er bijna zijn hand. ‘In de functie die ik had, is het net alsof je in een zeepbel zit, die je voortdurend moet proberen op te rekken. Maar als je te hard duwt, knapt-ie en ben je alles kwijt. Ik was bezig om op een niet voor iedereen aangename manier het ambitieniveau hoog te houden. Daardoor ging er wat fout in het proces. De Chinezen kregen het gevoel dat er dubbele spelletjes werden gespeeld, dat er zaken achter hun rug om gebeurden. Ze spraken een motie van wantrouwen uit over mij en het secretariaat. En een meerderheid van de zaal applaudisseerde. Ik dacht: nu heb ik de zeepbel stuk geprikt in plaats van ’m op te rekken. Vertrouwen komt te voet en gaat te paard. Ik dacht het kwijt te zijn, maar heb het gelukkig direct weten te herstellen. Maar dat moment op Bali had helemaal mis kunnen gaan.’

De waarde van duurzame inspanningen

Na Kopenhagen werkte De Boer een tijd vanuit het bedrijfsleven aan de aanpak van klimaatverandering. Daar signaleerde hij een aloud probleem: voorlopig draait alles nog om geld – met winst als enige afrekenbare waarde. Het bracht hem naar zijn huidige functie, als voorzitter van de Gold Standard – een organisatie die klimaatactie en duurzame ontwikkeling met elkaar wil verbinden door beide aantrekkelijker te maken voor bedrijven, investeerders en overheden.

‘De waarde van duurzame inspanningen wordt pas duidelijk als je die inzichtelijk weet te maken,’ zegt De Boer. Zo is een klimaatactie waarmee je een biodivers bos redt, of een Afrikaanse school van groene stroom voorziet, meer waard dan alleen de ‘carbon credits’ van de CO2-reductie. De Gold Standard poogt die waarden te kwantificeren, in de hoop klimaatbeleid aantrekkelijker te maken – ook binnen een kapitalistische wereld.

‘Het zal in een stroomversnelling komen zodra ondernemers marktkansen zien in de duurzame toekomst, en daarmee die toekomst bereikbaar en betaalbaar maken voor de consument en dus ook de kiezer.’

Het tekent uiteindelijk ook het verschuivende denken bij De Boer zelf, over de politieke wereld. ‘Die mooie 2050-doelen zijn in de meeste landen nog zeven verkiezingen verwijderd. Dat zijn zeven kansen voor een aankomend leider om de beloftes van een voorganger terug te draaien.

Het zal echter in een stroomversnelling komen zodra ondernemers marktkansen zien in de duurzame toekomst, en daarmee die toekomst bereikbaar en betaalbaar maken voor de consument en dus ook de kiezer – die de politiek dwingt daad bij woord te houden.

De klimaatonderhandelingen, die nu al dertig jaar lopen, worden dan regisseur in plaats van dirigent. Ze scheppen voorwaarden in plaats zich te richten op het stellen van grenzen.’