Wat is dat toch, dat een boek pas bestaansrecht lijkt te verwerven als het wordt verfilmd? En waarom willen veel schrijvers zo graag met hun harses op tv? Het blijft een vreemd dansje tussen het scherm en de literatuur, vol subtiele vernedering en oprechte bewondering.
Soms zijn twee woorden genoeg om te beseffen dat je niet alleen bent op deze planeet. In de boekenbijlage van NRC Handelsblad besprak recensent Sebastiaan Kort afgelopen vrijdag een essayboek van Mark Cloostermans: Spoiler. Hoe de televisieserie een literair genre werd. Waar mijn oog aan bleef haken was een punt van kritiek: ‘ik had,’ schrijft Kort, ‘ook wel een paar opmerkingen willen lezen over de toch behoorlijk raadselachtige opwaardering die verhalen krijgen nadat ze in een ander medium zijn gegoten (denk aan Game of Thrones, dat als tekst niet serieus genomen wordt maar als tv-serie ineens wel).’
Raadselachtige opwaardering. Als Kort bedoelt wat ik denk dat hij bedoelt, dan is dat precies goed gezegd, met die twee woorden. Afgelopen zomer kocht een productiemaatschappij de filmrechten van mijn roman Een honger, een boek dat trouwens als tekst wél serieus genomen wordt, als ik de recensies mag geloven, maar dit terzijde. Zo’n deal gaat gepaard met een persberichtje, dat voor de sociale media nog even opgeleukt wordt met een foto van twee stralend gelukkige zielen die een contract tekenen: de filmproducent en de schrijver. Glaasje bubbels erbij, een lachende uitgever ernaast, plaatje klaar.
Het leek wel alsof dat hele boek van mij nú pas een beetje bestaansrecht begon te verwerven.
Laat ik er duidelijk over zijn dat ik het een hele eer vind als mensen uit een andere kunstdiscipline dan de mijne blijkbaar zozeer geïnspireerd zijn geraakt door iets wat ik heb geschreven, dat ze er in hun eigen medium mee aan de slag willen. Maar de hoeveelheid felicitaties die ik naar aanleiding van dat persberichtje ontving en de intensiteit ervan, overdonderden me.
Het leek wel alsof dat hele boek van mij – dat toch echt al een mooie ontvangst in de pers had genoten en twee prestigieuze prijzen had gewonnen – nú pas een beetje bestaansrecht begon te verwerven. Alsof dit de enige ware ambitie was die een schrijver werkelijk kon koesteren: dat iemand, ooit, een film van zijn boek zou maken.
Maar wat nou als het een draak van een film wordt? Straalt die mislukking dan ook af op mijn aanvankelijk niet-mislukte boek? Ik mag toch hopen van niet, en ook als die film juist een meesterwerk wordt, verandert er – naar mijn idee – niets wezenlijks aan het boek. En toch wordt zo’n verfilming om raadselachtige redenen gezien als ‘opwaardering’.
Aanschuiven in die-en-die talkshow? Zonde van mijn column
Iets soortgelijks doet zich voor wanneer een column van mijn hand uitzonderlijk vaak gelezen en via sociale media gedeeld wordt. Dan kan ik de klok erop gelijk zetten dat er op zeker moment een mail of telefoontje komt van een tv-redacteur die een item wil maken rond het aangesneden onderwerp. Of ik misschien in die-en-die talkshow wil aanschuiven om in discussie te gaan over het onderwerp?
Een groeiende verbijstering: dat er iemand is die niet per se en koste wat kost met zijn harses op televisie wil.
Meestal luidt mijn antwoord nee. Niet uit principe of snobisme. Ik heb niets tegen het medium televisie, niets tegen talkshows, niets tegen discussies over boeiende onderwerpen. Maar ik vind het zonde van mijn column. Ik werk hard aan zo’n tekst, besteed zorg aan de retorische opbouw, aan de argumentatie, ik doe mijn research, zoek naar de juiste toon en formulering, probeer als het even kan er een paar grappen of tenminste toch een luchtige noot in te verwerken – en dat gaat allemaal verloren als ik op tv ‘heel in het kort’ moet samenvatten waar die column over gaat.
Zo’n tv-redacteur dringt dan altijd even aan – vriendelijk, maar toch met klem. En op den duur hoor ik dan, aan de andere kant van de lijn, een groeiende verbijstering: dat er iemand is die niet per se en koste wat kost met zijn harses op televisie wil. Hoe kán dat? Normaal moeten ze de potentiële gasten van zich afslaan als waren het opdringerige vliegen!
BN’er: wat doe je daar toch, op die tv?
Op mijn beurt vraag ik me af waarom veel mensen wél per se en koste wat kost met hun harses op televisie willen. Ik blijf me er bijvoorbeeld over verbazen hoeveel tv-programma’s zijn opgetrokken rond Bekende Nederlanders. Ze zijn niet van je scherm te slaan, de Bekende Nederlanders, en zeker als die Bekende Nederlanders schrijvers zijn, denk ik vaak: wat doe je daar toch, op die tv? Elk uur voor de camera is een uur niet geschreven.
En ja, ik snap ook wel dat het helpt bij de verkoop van je boeken als je kop bekend is van televisie, maar wanneer is je lezerspubliek voldoende groot? Bij 50.000 lezers? Bij 150.000? Of is een select clubje van 5.000 fijnproevers al voldoende, als het je niet om het geld gaat? Dan kun je toch ook wel zónder die televisie? En als je dan tóch meer lezers wilt, hoeveel cynisme heb je dan nodig om jezelf wekelijks richting de zoveelste kwebbeltafel of spelshow te ellebogen?
Schrijvers zijn niet op hun best zijn als ze op tv aan het improviseren slaan.
Het scherm garandeert een automatische opwaardering, die ik zie als een degradatie.
Vreemd genoeg werkt die vermeende opwaardering trouwens twee kanten op. Niet alleen de schrijver wordt geacht te denken dat zijn werk meer glans verwerft zodra hij zich op de buis vertoont – ook tv-programma’s lijken het te zien als een opwaardering van zichzelf wanneer zij zich kunnen tooien met serieuze kunstenaars. Daarom hebben ze zo graag dat er een schrijver aanschuift. Schrijvers, dat zijn denkers. Die hebben altijd goede en originele ideeën. Het zijn intellectuelen – wat zij te zeggen hebben is van belang.
Het is mooi en troostrijk dat schrijvers kennelijk nog altijd dat imago bezitten, maar ik vrees dat de meesten niet op hun best zijn als ze op tv aan het improviseren slaan. De essentie van hun werk is de rustige, stille concentratie op een tekst, het voortdurend herzien van die tekst tot zich nieuwe inzichten voordoen, het structureren en herstructureren van ideeën zodat er orde ontstaat in de chaos, en diepgang onder de oppervlakte. Tv is daar echt niet het medium voor.
Gratis promotiekanaal
Het lastige is: de keerzijde. De schrijver die net een nieuw boek af heeft, wil maar wat graag op televisie (ja, ik ook) en juist dan geven de talkshow-redacties vaak niet thuis. Die bepalen zelf wel wie en wat er in hun programma komt, en ze willen zichzelf niet laten misbruiken als gratis promotiekanaal. Ook dat is volkomen begrijpelijk en legitiem.
Het scherm bindt veel meer ogen aan zich dan de pagina. Die massaliteit moet deel van de verklaring zijn voor de bewondering die tv en film bij de kijker uitlokken. De bewondering voor wie op dat scherm verschijnt, is vrijwel automatisch: het scherm verleent degenen die erop verschijnen importantie, louter vanwege het feit dát zij erop verschijnen. Het is een zichzelf bekrachtigend mechanisme.
Daardoor zal het altijd wel een vreemd dansje blijven, tussen film-tv en de literatuur, een dans van aantrekking en afstoting, van subtiele vernedering en oprechte bewondering, van degraderen en opwaarderen
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.