Het begint een trieste traditie te worden op de jaarlijkse Vrij Nederland Politieke Integriteits Index (PII): de VVD had in 2017 met een totaal van elf weer de meeste affaires én de ernstigste. Het CDA kende afgelopen jaar zes integriteitskwesties, de PvdA vier. De andere landelijke partijen waren opmerkelijk schoon. Lokale partijen scoorden in 2017 bij elkaar vijftien affaires. Het leverde in totaal 39 integriteitskwesties op, begaan door 35 mannen en vier vrouwen. Dat zijn er minder dan de 47 affaires van 2016.

Ook iets verder terugkijkend telde 2017 minder kwesties: het gemiddelde over de voorgaande vier jaar was 55. Het is nog te vroeg om te spreken van een fundamenteel dalende trend omdat we nog te kort meten, maar het gaat al wel een paar jaar de goede kant op. Politieke partijen besteden nu expliciet aandacht aan integriteit, vragen een Verklaring Omtrent Gedrag, screenen en trainen hun nieuwe kandidaten en dringen sneller aan op aftreden bij integriteitskwesties. Dat was een jaar of vijf geleden wel anders, toen bijvoorbeeld een partij als de VVD onthullingen over fraude en corruptie laconiek wegwuifde.

Traditiegetrouw was de grootste categorie weer ‘misdragingen in de vrije tijd’.

Zoals gebruikelijk vond het merendeel van de affaires in 2017 plaats op gemeentelijk en provinciaal niveau: 32 van de 39 gevallen. Bijna de helft daarvan – zestien – kwam voor rekening van lokale partijen. Dat lijkt erop te wijzen dat de landelijke partijen hun zaken op orde beginnen te krijgen, maar dat de lokale partijen minder professioneel zijn. Traditiegetrouw was de grootste categorie weer ‘misdragingen in de vrije tijd’. Denk bijvoorbeeld aan Jos van Son, die moest aftreden als wethouder voor Rosmalens Belang in Den Bosch omdat hij met te veel drank achter het stuur zat. Of Fred Wozniak, die uit de raadsfractie van het CDA in Moerdijk stapte omdat de FIOD hem van belastingfraude verdenkt.

Advertentie

Advertentie

In 2016 waren problemen rond lokaal vastgoed en bestemmingsplannen goed voor een kwart van de gevallen. In 2017 was dat met tien van de 39 affaires weer zo. Meestal gaat het om raadsleden of wethouders die onvoldoende afstand nemen van hun eigen vastgoedbelangen of die van anderen. Het bekendste voorbeeld is de Brunssumse wethouder Jo Palmen, van wie de vastgoedbelangen zelfs de aandacht van minister Kajsa Ollongren trokken.

Brunssum
Lokaal vastgoed: gedoe

‘Lokale partijen en lokaal vastgoed: altijd gedonder’ was een van de koppen in de PII van 2016. Een kwart van de lokale affaires had met vastgoed, bouwvergunningen of grondzaken te maken. Ook vorig jaar bleken problemen rond vastgoed of bestemmingsplannen goed voor tien affaires, ruim een kwart. Wethouder Jo Palmen van Brunssum kwam uitgebreid in het nieuws. Palmen (BBB/Lijst Palmen) heeft al sinds 1976 een geschil met de gemeente over een stuk grond en claimt naar verluidt ruim een miljoen. Een integriteitsonderzoek had uitgewezen dat hij als wethouder een ‘hoog risico’ zou vormen, vooral omdat grondzaken in zijn portefeuille zitten.

Palmen ziet zelf geen problemen en alle lokale partijen staan achter hem. De plaatselijke afdelingen van de landelijke partijen willen dat Palmen aftreedt, maar zij zijn in de minderheid. Burgemeester Luc Winants trad af omdat hij ‘niet meer garant kan staan voor een integer bestuur’. Hij staat, net als gouverneur Theo Bovens, met lege handen: ze worden geacht de integriteit van het lokale bestuur te bewaken, maar hebben nauwelijks instrumenten. Kajsa Ollongren heeft als minister van Binnenlandse Zaken wel de mogelijkheid om in te grijpen, maar dat paardenmiddel is bedoeld voor gemeentes die onbestuurbaar zijn.

Hardnekkige problemen

Hoewel het de goede kant op lijkt te gaan met politieke integriteit, zijn er zeker nog zorgen. In het zeventig pagina’s tellende regeerakkoord valt het woord ‘integriteit’ precies één keer, onder het kopje ‘Koninkrijksrelaties’. Kennelijk ziet het kabinet het vooral als een Antilliaans probleem. Toch zijn er ook hier, naast het gedoe met lokaal vastgoed, nog een paar andere hardnekkige problemen rond integriteit. Het Huis voor Klokkenluiders functioneert totaal niet, waardoor misstanden in politiek en openbaar bestuur mogelijk onopgemerkt blijven. De Tweede Kamer heeft nog steeds geen gedragscode, de partijfinanciering blijft soms troebel, er blijft een tekort aan kandidaten (zeker lokaal) en – de olifant in de kamer – de VVD heeft als grootste landelijke partij hardnekkig de meeste én de grootste schandalen.

In het zeventig pagina’s tellende regeerakkoord valt het woord ‘integriteit’ precies één keer.

De Tweede Kamer heeft wel integriteitsregels, maar dat is meer een verzameling wettelijke regelingen met toelichting dan een heldere code. Toch zijn er genoeg kwesties waar de Kamer eens principieel over zou moeten debatteren om vast te stellen wat wel en niet hoort. Wanneer mag een Kamerlid bijvoorbeeld overstappen naar een andere baan? VVD’er Sjoerd Potters werd direct na de verkiezingen burgemeester van De Bilt. Daarna stapte zijn partijgenoot Pieter Duisenberg over naar de Vereniging van Universiteiten. In oktober liet PvdA’er Jeroen Dijsselbloem weten toch niet in de Kamer te gaan zitten, terwijl hij voor de verkiezingen nog een hogere plaats op de kieslijst had afgedwongen. Daarmee stelde hij 51.695 voorkeursstemmers teleur: ‘Het is niet fraai,’ gaf hij toe.

Spelen politici elkaar baantjes toe? Op zoek naar de Haagse banendraaimolen Lees verder

De drie hebben geen regels overtreden en komen niet op de PII. Maar tegenover de kiezers is het inderdaad ‘niet fraai’. Potters en Duisenberg blijven met hun kennis en vaardigheden de publieke zaak dienen. Tegelijk is dat bij Duisenberg ook een mogelijk bezwaar: hij was onderwijswoordvoerder in de Kamer en is dus in zijn oude sector beland. Zoiets is sinds de invoering in mei van een nieuwe gedragscode verboden voor oud-ministers en oud-staatssecretarissen: die mogen de eerste twee jaar na hun aftreden niet meer lobbyen bij hun oude departement. Aangezien het verloop onder Kamerleden helaas hoog is, zou het goed zijn daar algemeen aanvaarde normen voor af te spreken: wanneer mag je met goed fatsoen weg en naar welke functie wel en niet?

Een andere kwestie die schrééuwt om een heldere gedragscode is het geschenkenregister. Kamerleden melden de meest onnozele cadeaus (kookboeken, repen chocola) maar het appartement dat Alexander Pechtold kreeg van een Canadese diplomaat staat niet op de lijst.

Lastig: partijfinanciering. Foto: Studio Oostrum
Lastig: partijfinanciering

Nederland lag in Europa jarenlang onder vuur omdat de partijfinanciering hier niet wettelijk geregeld was. Sinds 2013 is er de Wet financiering politieke partijen, maar die verplicht alleen openbaarmaking van giften boven de 4500 euro. Zelfs die soepele regels worden soms nog overtreden. In mei onthulde NRC dat verschillende partijen zich niet aan de regels houden. De VVD overtrad de belastingwetgeving door geen financiële verantwoording te publiceren van de Ivo Opstelten Foundation en drie andere stichtingen. Deze bieden als Algemeen Nut Beogende Instellingen fiscale voordelen en zijn verplicht om cijfers te publiceren. De VVD had in 2014 beloofd om transparanter te worden over donaties, maar uit onderzoek van NRC blijkt dat de partij onder voorzitter Henry Keizer juist minder financiële details is gaan melden. Na publicatie kwam de VVD alsnog met jaarverslagen, met daarin voor zo’n twee ton donaties. Ook (dochterorganisaties van) D66, PvdA en PVV waren nalatig.

De SP is een geval apart. SP’ers laten hun salaris direct overboeken naar de partij, waarna zij een veel lagere vergoeding uitgekeerd krijgen. Dat levert de socialisten jaarlijks naar schatting zo’n vijf miljoen euro op. Ronald Plasterk opende als minister van Binnenlandse Zaken de aanval op die praktijk: volksvertegenwoordigers moeten zonder ‘last’ hun werk doen en dat kan niet als ze in dienst zijn van hun partij. De gemeente Noordoostpolder weigerde als eerste het geld aan de SP te storten en kreeg gelijk van de rechter. Zeker twee provincies en vijftien gemeentes maken de salarissen nu rechtstreeks over aan SP-politici. De partij verliest daarmee ook belastingvoordelen.

 

Een psychologisch drama

En dan de VVD. Deze partij staat sinds de start van de Politieke Integriteits Index in 2013 elk jaar bovenaan. Gemeten over de volle lengte van onze database (vanaf 1980) neemt de VVD met 118 van de 505 politici in opspraak eveneens de eerste plaats in. De partij heeft ook verreweg de meeste leden met een strafblad. VVD’ers kwamen decennialang nauwelijks in aanraking met het strafrecht, maar sinds het aantreden van Mark Rutte in 2007 liepen maar liefst 25 VVD’ers tegen een strafblad aan – van wie drie in 2017.

Ter vergelijking: tussen 2007 en 2017 waren dat er zeven bij de PvdA, drie bij D66 en CDA en twee bij de PVV. Khalid Tatou, raadslid voor de PvdA in Gouda, werd in september 2017 gearresteerd op verdenking van ontucht met een dertienjarig meisje. Michael Heemels, de voormalige woordvoerder van Geert Wilders en fractievoorzitter van de PVV in Limburg, werd in oktober veroordeeld tot veertien maanden cel wegens het verduisteren van 180.000 euro uit de partijkas (niet in de PII over 2017, omdat we affaires meetellen in het jaar waarin ze voor het eerst in het nieuws komen).

De VVD’ers die in 2017 werden veroordeeld, hadden twee dingen gemeen: ze hadden gefraudeerd en ze zeiden niet te weten dat het strafbaar was.

De drie VVD’ers die in 2017 werden veroordeeld, hadden twee dingen gemeen: ze hadden gefraudeerd en ze beriepen zich er bij de strafrechter op dat ze niet wisten dat het strafbaar was. Huib van Vliet trad af als Statenlid in Flevoland omdat hij verdacht werd van verduistering. Hij wikkelde in 2009 een erfenis van een tante af, waarbij hij zonder overleg 110.000 euro overboekte naar zijn eigen rekening. Een andere erfgenaam pikte dat niet en deed aangifte. Van Vliet meende dat hij recht had op het geld, zo tekende Omroep Flevoland op tijdens de zitting. Hoewel hij volhield dat hij alleen een fout had gemaakt en niets strafbaars had gedaan, werd hij in februari 2017 veroordeeld tot 180 uur taakstraf.

Robin Linschoten werd in september 2017 als eerste oud-bewindsman ooit (in de PII van dit jaar komt hij niet voor, want hij is uit de politiek) veroordeeld tot twee maanden celstraf wegens belastingfraude. De rechtbank was strenger dan het OM, dat een taakstraf had gevraagd. Zijn zaak trok veel belangstelling. Niet alleen omdat de veroordeling van een oud-bewindsman uniek is in Nederland, maar ook omdat Linschoten zelf in jaren negentig als Kamerlid en staatssecretaris van Sociale Zaken fel van leer trok tegen fraude. Hij noemde de fraudebestrijding in Nederland ‘brandhout’, hield minister van Justitie Ernst Hirsch Ballin voor dat fraudeurs lachten om zijn slappe aanpak en vond dat ook kleine fraude hard aangepakt moest worden: ‘Fraude mag nooit lonen.’

Robin Linschoten. Foto: Gerhard van Roon/Hollandse Hoogte

Het contrast met de Robin Linschoten die in 2017 voor de rechter stond, was groot. Volgens de FIOD had hij tussen 2010 en 2012 ongeveer een ton te weinig btw afgedragen: dus over ongeveer een half miljoen euro omzet geen belasting betaald. Zijn optreden voor de rechtbank was onbegrijpelijk. Linschoten had talloze blauwe enveloppen domweg niet opengemaakt. De man die staatssecretaris van Sociale Zaken was geweest, kroonlid van de SER, voorzitter van het Advies College Toetsing Administratieve Lasten en die in de directie van DSB Bank verantwoordelijk was voor het risicobeheer, verklaarde tegen de rechters: ‘Ik heb niets met administratie.’ Hij zei niet te weten dat een ondernemer zelf btw-aangifte moet doen en gaf zijn boekhouder de schuld: ‘Mijn enige fout is dat ik mijn boekhouder onvoldoende heb gecontroleerd.’

‘Ik heb niets met administratie. Mijn enige fout is dat ik mijn boekhouder onvoldoende heb gecontroleerd.’

Tijdens de zitting bleek dat de fiscus Linschoten privé in de jaren negentig – dezelfde periode waarin hij als politicus strengere fraudewetgeving invoerde – al boetes oplegde omdat hij achterliep met zijn belastingafdrachten. Het is zelfdestructief gedrag dat zich niet rationeel laat verklaren. ‘Het is een psychologisch drama. Als je als scherp en briljant Kamerlid een grote toekomst wordt toegedicht en enkele decennia later maak je geen blauwe enveloppen meer open, dan is er iets heel erg misgegaan,’ zo zei een oud-fractiegenoot anoniem in het AD.

Creatieve oplossing

De derde VVD’er die veroordeeld werd wegens fraude is Matthieu van Sint Truiden. Hij kreeg in juni 2017 zes maanden voorwaardelijk wegens belastingfraude. Deze zaak heeft weinig aandacht gekregen, terwijl hij toch opvallend genoeg was: een voormalig advocaat-generaal die verantwoordelijk was voor fraudebestrijding, werd zelf voor fraude veroordeeld. Van Sint Truiden was geen beroepspoliticus (daarom komt hij ook niet in de PII van dit jaar voor), maar had, naast zijn werk als advocaat-generaal, als voorzitter van de landelijke partijcommissie Politie en Justitie wel een prominente rol binnen de VVD. In die commissie zat ook Leo de Wit, destijds hoofdofficier van Justitie in Amsterdam.

NRC Handelsblad onthulde in 2014 dat De Wit ervoor had gezorgd dat zijn partijgenoot Van Sint Truiden zonder screening aan slag kon als fraudebestrijder bij het OM. Als hij wel gescreend was, dan zou ontdekt zijn dat hij bij zijn vorige kantoor, Nauta Dutilh, onenigheid had over declaraties. Van Sint Truiden was al sinds 2006 in een vechtscheiding gewikkeld en zat in financiële problemen. Omdat hij niet kon rondkomen van zijn salaris bij het OM had hij bedongen dat hij als advocaat mocht bijverdienen. Normaal gesproken zijn financiële problemen een bekende ‘rode vlag’ bij benoemingen op gevoelige posities, hier werd een creatieve oplossing verzonnen.

Vennootschapsjurist Matthieu van Sint Truiden stelde dat ‘hele fiscale recht niet te snappen. Ik vind het één groot gezever.’

Pas in 2011 ontdekten ze bij het OM dat een dergelijke combinatie wettelijk verboden is: aanklager en advocaat zijn rollen die haaks op elkaar staan. Om zijn ex dwars te zitten, probeerde Van Sint Truiden een groot deel van zijn inkomsten als advocaat via buitenlandse bankrekeningen en limiteds in belastingparadijzen aan het zicht te onttrekken. Daarbij verzweeg hij zo’n 2,5 ton aan inkomsten. Van Sint Truiden werd al in 2012 op non-actief gesteld bij het OM.

Dat hij pas in 2017 is veroordeeld, komt omdat hij het onderzoek op alle mogelijke manieren heeft tegengewerkt. Voor de rechter hield Van Sint Truiden vol dat hij het slachtoffer was van een complot, ‘doelbewuste treiteracties’ van het OM. Hij stelde ook als vennootschapsjurist dat ‘hele fiscale recht niet te snappen. Ik vind het één groot gezever,’ zo noteerde NRC tijdens de zitting. Het was een argument dat, net als bij zijn partijgenoten Van Vliet en Linschoten, géén indruk maakte op de rechters toen ze hun vonnis schreven.

Een verontrustend patroon

Deze zaken staan hier zo uitgebreid beschreven omdat zich een verontrustend patroon aftekent. Er zijn, zoals gezegd, inmiddels 25 VVD’ers met een strafblad. Het pijnlijke is dat die de aanklachten tegen hen vaak bagatelliseren, ontkennen, zeggen dat er een complot is, beweren dat ze de wet niet kennen of dat officieren van justitie, rechters en journalisten het niet begrijpen. Ton Hooijmaijers, Jos van Rey, Robin Linschoten en Matthieu van Sint Truiden vinden allemaal dat ze niets verkeerds hebben gedaan.

Hooijmaijers, Van Rey, Linschoten en Van Sint Truiden vinden allemaal dat ze niets verkeerds hebben gedaan.

Die houding leverde Van Rey vlak voor de kerst nog een veel hogere straf op in hoger beroep. Hij was bij de rechtbank veroordeeld tot 240 uur taakstraf. Bij het Hof kreeg hij een jaar voorwaardelijk voor witwassen, aannemen van giften, stembusfraude en het lekken van vertrouwelijke informatie. Omdat Van Rey nog steeds niet snapt wat hij verkeerd heeft gedaan, legt het Hof een extra straf op: ‘De verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep niet de indruk gewekt dat hij het verkeerde van zijn handelen inziet. Integendeel, hij heeft steeds volgehouden dat hem geen verwijt in strafrechtelijke zin kan worden gemaakt.’

Daarom heeft het hof ‘ter bescherming van de integriteit van het openbaar bestuur’ als bijkomende straf opgelegd dat Van Rey twee jaar geen bestuurlijk ambt mag bekleden. Van Rey is in cassatie gegaan en het zou kunnen dat hij na de komende gemeenteraadsverkiezingen, totdat de Hoge Raad het arrest bevestigt, alsnog wethouder wordt.

Uitspraak Jos van Rey. Foto: Maarten Hartman/Hollandse Hoogte

Omdat VVD’ers zich met hand en tand verzetten, bezorgen ze de opsporingsdiensten handen vol werk. Jos van Rey weigerde zijn iPads te ontsleutelen, zijn broer Hennie verstopte geld tussen de bevroren kippen en Sjoerd Swane, voormalig VVD-raadslid en -wethouder in Maarssen, gooide zijn harde schijf in de Vecht – hij moest er door een duiker uit worden gevist. Matthieu van Sint Truiden hield zijn geld in het buitenland verborgen en diende eindeloos klachten in. Daarmee leggen de VVD’ers een serieus beslag op de financiële opsporingscapaciteit in dit land.

De FIOD heeft maar een beperkt aantal teams voor serieuze fraude en iedere rechercheur die bezig is met de iPads van Van Rey of de Luxemburgse rekeningen of het Antilliaanse trustkantoor van Van Sint Truiden, kan niet achter andere criminelen aan. Omdat ze bovendien massaal in hoger beroep gaan, leggen ze ook een serieus beslag op de rechterlijke macht. Dat is hun goed recht, maar dat betekent wel dat er een vrijwel permanent circus is van VVD’ers die voor de rechter moeten verschijnen.

Dat leidt vervolgens binnen de partij weer tot complotdenken. In maart 2015 noemde Edith Schippers het in De Telegraaf niet toevallig dat vlak voor de verkiezingen affaires bovenkwamen: ‘Er zit ergens een kracht achter.’ Maar als een partij zoveel slepende affaires heeft, zijn er altijd wel een paar die vlak voor de verkiezingen tot ontploffing komen.

Geert Wilders en Géza Hegedüs
Goede mensen vinden…

Het is al jaren een vast ritueel voor politiek journalisten: voor de verkiezingen opschrijven dat het moeilijk is om kandidaten te vinden. Ook voor deze raadsverkiezingen was het weer ploeteren, al krijgen alle partijen de lijsten uiteindelijk wel vol. Tom-Jan Meeus maakte een inzichtelijk rekensommetje in NRC. De VVD, al sinds 2010 bij bijna alle verkiezingen de grootste partij, heeft nog maar 26.500 leden. Bij vierhonderd gemeenten, met twintig kandidaten per lijst, betekent dat dus dat één op de drie leden kandidaat is. Voor andere partijen gelden vergelijkbare sommetjes. Partijen kunnen dus niet kieskeurig zijn: als het googlen van een naam geen rare dingen oplevert, is de kans groot dat iemand op de lijst komt. Gek genoeg nam Geert Wilders zelfs die moeite niet toen hij zijn nieuwe lijsttrekker in Rotterdam presenteerde. Binnen een dag moest hij Géza Hegedüs al weer afvoeren, toen de Volkskrant onthulde dat de man racistische ideeën heeft en een bewonderaar is van Holocaust-ontkenner David Irving. Onbegrijpelijk, na alle slechte ervaringen van Wilders met types als James Sharpe, Hero Brinkman en Eric Lucassen.

…en houden

Een ander terugkerend thema is dat lokale politiek zwaar is. Raadsleden moeten naast hun werk stukken lezen, vergaderingen bijwonen en lokale contacten onderhouden – sommige zitten in tientallen WhatsApp-groepen. Uit een onderzoek van het SCP onder griffiers blijkt dat in minder dan een derde van de gemeentes raadsleden voldoende tijd hebben om hun werk goed te doen. Wethouders hebben, nog meer dan raadsleden, te maken met assertieve burgers. Zo’n 40 procent van de wethouders haakt vroegtijdig af, schrijft Martin Knol in zijn boek Waarom wethouder.

Knol, zelf voormalig wethouder in Deventer en Zwolle, schreef het om zijn ervaringen te delen en te wijzen op valkuilen. Waar wethouders voorheen vielen door budgetoverschrijdingen, falend toezicht en verstoorde coalitieverhoudingen, sneuvelt nu maar liefst één op de drie wethouders op niet-integer handelen of de schijn ervan. Dat is ernstig. ‘Burgers moeten op die overheid kunnen vertrouwen,’ schrijft Knol. Dat vertrouwen is cruciaal om burgers bij het bestuur te betrekken. Knol heeft ook een belangrijke tip: ‘Drink geen alcohol!’ Drank is overal, maar Knol heeft ‘bijna persoonlijk de Spa-rood-fabriek overeind gehouden’. En terecht, want de PII bevat een lange lijst van politici die dronken een ongeluk veroorzaakt hebben, een vechtpartij zijn begonnen of iets gestolen hebben.

 

Moreel kapitaal

Daarmee komen we bij de VVD zelf. Het patroon van individuele ontkenning lijkt zich voort te zetten op het collectieve niveau. Alle partijen worstelen met affaires (zie bijvoorbeeld het gedoe rond Moorlag bij de PvdA), maar omdat de VVD er zo veel heeft, valt het extra op. De afgelopen jaren hebben we de forse oververtegenwoordiging van de VVD steeds verklaard door te stellen dat de VVD als grootste partij (in de Kamer) nu eenmaal meer actieve politici heeft.

Bovendien zijn VVD’ers vaker geassocieerd met het bedrijfsleven, met meer geld en verlokkingen. ‘En minder moreel kapitaal?’ vroeg Folkert Jensma zich na de veroordeling van Linschoten af in NRC Handelsblad. Dat de VVD nu eenmaal een grote bestuurderspartij is die dicht tegen het bedrijfsleven aan zit, kan de aanhoudende stroom van ernstige integriteitsschendingen niet meer verklaren: qua ledental en bestuursfuncties is de VVD vergelijkbaar met andere grote partijen.

Opvallend is dat Mark Rutte als politiek leider maar geen greep lijkt te krijgen op alle integriteitskwesties. Dat was bij de afgang van Henry Keizer weer goed te zien. Keizer was sinds 2014 partijvoorzitter van de VVD. Hij was vertrouweling van Rutte en had als voorman de taak een eind te maken aan de lange reeks affaires. Onder zijn leiding was de partij aanzienlijk strenger geworden. ‘Je kunt niet een beetje integer zijn,’ zei Keizer tegen omroep Human. ‘Je bent integer of je bent het niet.’

Henry Keizer, voormalig partijvoorzitter van de VVD. Foto: Phil Nijhuis/Hollandse Hoogte
Meerdere petten

‘Ironisch genoeg is het nu Henry Keizer zelf wiens integriteit ter discussie staat,’ schreef platform voor onderzoeksjournalistiek Follow the Money (FTM) in april na het blootleggen van een omstreden overname door Keizer. In het kort kwam het hier op neer: in 2012 kocht Keizer als directeur samen met drie zakenpartners de aandelen van de B.V. Beheermaatschappij ‘de Facultatieve’ van de Koninklijke Vereniging voor Facultatieve Crematie, waar hij als adviseur bij betrokken was. Volgens accountant EY was het bedrijf (met een omzet van 106 miljoen euro) minstens 31,5 miljoen euro waard. Door handig schuiven met leningen en dividend betaalden Keizer en zijn zakenpartners slechts dertigduizend euro. ‘Daarmee werd de verkopende partij – de vereniging – ernstig benadeeld en werd de VVD-partijvoorzitter in één klap multimiljonair,’ zo concludeerde FTM.

Na zich een tijdje stilgehouden te hebben, gaf Keizer op 28 april op het kantoor van de Facultatieve een persconferentie, waarin hij een poging deed de overname te verdedigen. Daarbij weigerde hij de onderzoeksjournalisten Eric Smit en Kim van Keken van FTM en een ploeg van PowNed de toegang. Donald Trump boycot kritische journalisten en DENK ook, maar verder is het in Nederland ongehoord – zeker voor een partij die zichzelf liberaal noemt. Keizer kwam die dag met stukken die de verkoopprijs moesten onderbouwen, maar die waren niet overtuigend.

Zeker voor een partij die zichzelf liberaal noemt, is het ongehoord dat journalisten bij een persconferentie worden geweigerd.

Keizer had de schijn tegen, omdat hij De Facultatieve als directeur niet alleen voor een prikkie had gekocht, maar daarbij ook als adviseur van de verkopende vereniging was opgetreden. ‘Juist als er meerdere petten een rol spelen, is het heel erg goed dat die informatie onafhankelijk wordt aangeleverd en dat er een toetsing plaatsvindt van die aangeleverde informatie,’ zei hoogleraar accountancy en oud-FIOD-rechercheur Marcel Pheijffer in Nieuwsuur. ‘De stukken roepen bij mij meer vragen op dan dat ze antwoorden geven.’

De deal van Keizer werd goedgekeurd door de Raad van Commissarissen, waarin de VVD-senatoren Loek Hermans en Anne-Wil Duthler zaten. Dit duo hield ook toezicht bij het Centraal Orgaan Asielzoekers, waar hun partijgenoot Nurten Albayrak in opspraak kwam. Zij werd veroordeeld tot 140 uur taakstraf wegens valsheid in geschrifte (deze affaire telt ook niet mee voor de PII over 2017, omdat Albayrak ambtenaar was en geen politicus, en omdat we affaires meetellen in het jaar dat ze voor het eerst in het nieuws komen).

Met een minister, staatssecretaris én topambtenaar die allemaal van de VVD waren, ontbrak de kritische tegenspraak: rijen gesloten en luiken dicht.

Voor Hermans was het debacle bij De Facultatieve een hattrick, want hij faalde ook als voorzitter van de Raad van Commissarissen bij de failliete zorgorganisatie Meavita. Hier speelt hetzelfde verontrustende patroon dat we zagen bij de bonnetjesaffaire: met een minister (Ivo Opstelten), staatssecretaris (Fred Teeven) én topambtenaar (Pieter Cloo) die allemaal van de VVD waren, ontbrak de kritische tegenspraak: rijen gesloten en luiken dicht. Kamerlid Ard van der Steur, die geacht werd de macht te controleren, deed mee door zelf brieven aan de Kamer over de bonnetjes-affaire te censureren. (‘Schrappen. Komt gedonder van.’)

Rutte omhelst de afgetreden minister Ard van der Steur. Foto: Bart Maat/ANP/Hollandse Hoogte
Handig vehikel

Ook in de affaire-Keizer hield de VVD de gelederen gesloten. Kort na de publicaties op FTM paste Annemarie Jorritsma een Trumpiaanse truc toe. In de studio van BNR verdedigde ze Keizer: ‘Je mag niet afgaan op een oppervlakkig onderzoek van een journalist.’ Dat was een gotspe: FTM had maanden gewerkt aan het verhaal en had aanzienlijk dieper gespit in het leven van Keizer dan de VVD zelf. Zo is er tot op de dag van vandaag nog geen cv van Keizer beschikbaar – wat sterk de indruk wekt dat de VVD voor zijn benoeming nooit naar zijn verleden heeft gevraagd. Dat is vreemd, want als partijvoorzitter zat hij bij veel vertrouwelijke besprekingen.

Op de reactie van de interviewer dat FTM wél goed naar de boeken van De Facultatieve had gekeken, zei Jorritsma nog iets vreemds: ‘Ze hebben de jaarverslagen bekeken. En dat is wel iets anders dan de boeken.’ Daarmee suggereerde ze dat de boekhouding van De Facultatieve een ander beeld biedt dan het jaarverslag. Dat zou wijzen op boekhoudfraude, want een jaarverslag moet altijd een getrouw beeld bieden van de boekhouding. Jorritsma verwees vervolgens naar de Integriteitscommissie van de VVD, die een onderzoek was gestart.

Op 18 mei trad Keizer af om zichzelf beter te kunnen verdedigen. De Integriteitscommissie schortte meteen haar onderzoek op. Het vreemde is dat Keizer al sinds mei de tijd heeft om met een goed verhaal over de zakendeal te komen – en dat nog steeds niet heeft gedaan. Op deze manier is de Integriteitscommissie vooral een handig vehikel om niets te hoeven zeggen: zo lang het onderzoek loopt, geven we geen commentaar en als hij is afgetreden, hoeft het niet meer.

De nieuwe partijvoorzitter, Christianne van der Wal, wil vaker discussiëren over integriteitskwesties om het bewustzijn binnen de partij te vergroten. Ze wil ook dat VVD’ers kritischer op elkaar worden. Daarmee heeft ze de kern van het probleem te pakken: de rode draad in alle grote schandalen die de VVD de afgelopen jaren hebben getroffen, is het onderling en informeel zaken willen regelen. Maar voor een gezonde, liberale en integere democratie is tegenspraak essentieel.

Met dank aan Leo Huberts, Muel Kaptein, Martijn Wessels, Sanne-Minouk van den Broek en Klaas Postma.

Misbruik van strafrecht

De stadions vol Trump-fans die ‘Lock her up!’ scandeerden tegen Hillary Clinton waren geen aanwinst voor de Amerikaanse democratie. Helaas wordt misbruik van het strafrecht voor politieke doeleinden ook hier populair. Wie de (sociale) media doorzoekt op termen als ‘raadslid’ en ‘aangifte’ komt talloze affairetjes tegen waarbij een lokale politicus zich beledigd voelt en met veel bombarie aangifte gaat doen. Daar horen we dan nooit meer wat van – de politie heeft wel wat beters te doen. Een treurig nieuw verschijnsel is de aangifte tegen de burgemeester omdat hij is opgetreden tegen bepaalde (groepen) burgers of bepaalde uitspraken heeft gedaan.

De Bond van Wetsovertreders deed bijvoorbeeld twee keer aangifte tegen burgemeester Jos Heijmans van Weert wegens zijn aanpak van asielzoekers. Uiteraard mag iedereen kritiek hebben op Heijmans, maar het strafrecht is niet bedoeld om politiek te bedrijven. Het is een kwalijke ontwikkeling als politici aangepakt worden op hun persoonlijke integriteit terwijl het om hun beleidsopvattingen gaat. Ook Geert Wilders heeft goed naar Trump gekeken: hij deed aangifte tegen Mark Rutte, omdat de premier de Nederlander zou discrimineren ten gunste van asielzoekers. Zelfs de conservatieve site De Dagelijkse Standaard vond het niks: ‘Dit soort problematiek los je op in het parlement, door met elkaar in debat te gaan, niet door aangifte tegen elkaar te doen.’

Hee, Limburg weer!

Vlak voor de affaire-Palmen ontplofte en Jos van Rey in hoger beroep meer straf kreeg, verzette gouverneur Theo Bovens zich in de Volkskrant tegen het corrupte beeld van Limburg: ‘Dat imago plakt helaas nog steeds aan ons, maar dat is volstrekt onterecht. Ik durf te stellen dat wij hier in Limburg het strengste integriteitsbeleid van heel Nederland hebben.’ Maar mocht er weer een affaire opduiken, zo voorspelde Bovens: ‘Dan krijg je te horen: hee, daar heb je Limburg weer. Als Ton Hooijmaijers met enkele tonnen aan de haal gaat, hoor je niemand zeggen: daar heb je Noord-Holland weer.’

Inderdaad komen in alle provincies integrititeitskwesties voor, maar normaal gesproken is dat het einde van iemands carrière. Limburg is de enige provincie waar veroordeelde politici zoals Jos van Rey en Jo Palmen (in de jaren negentig veroordeeld wegens het niet opgeven van een uitkering) gewoon hun eigen partij oprichten én lokaal mateloos populair blijven. In Utrecht trad raadslid Oostveen af wegens een vastgoedbelang, in Brunssum kun je er wethouder mee worden – met grondzaken in je portefeuille. Gemeten naar integriteitsschendingen per provincie staat Limburg met 53 affaires sinds 1980 op de vierde plaats, na Noord- en Zuid-Holland en Noord-Brabant. Maar dat zijn provincies die twee of drie keer zoveel inwoners hebben en meer gemeenten en bestuurders. Overijssel, qua inwoners en aantallen gemeentes vergelijkbaar met Limburg, had maar 21 affaires. Limburg heeft wel degelijk een groter probleem dan de rest van Nederland.

Pechtold en privacy

Over de vraag of Pechtold op de PII thuishoort, kun je lang praten. Zijn persoonlijke integriteit is niet in het geding: het appartement dat hij kreeg van een Canadese oud-diplomaat is een geschenk van een oude vriend en staat los van de politiek. Niemand gelooft dat de liberale D66’er omgekocht is om vóór het vrijhandelsverdrag met Canada te stemmen. Of Pechtold het volgens de interne integriteitsregels van de Kamer toch had moeten melden, is de vraag, omdat het hier om een open norm gaat: ‘Als een willekeurige toeschouwer zonder veel omwegen zou kunnen denken dat een bepaalde private omstandigheid van een lid van invloed is op diens stellingname in een publiek vraagstuk, kan het raadzaam zijn omstandigheid in het register te doen opnemen. Dan kan immers nooit gesteld worden dat die omstandigheid verborgen is gehouden. Het gaat er niet om of die omstandigheid daadwerkelijk van invloed is geweest. Dat, noch het tegendeel, is immers te bewijzen.’

Omdat je volgens Pechtold altijd wel zo’n ‘willekeurige toeschouwer’ kan vinden, zou je dus alles moeten melden en blijft er van privacy niets over. Hier botsen twee principes op elkaar: het recht op privacy van de politicus en de openbaarheid van bestuur. Pechtold heeft zijn privéleven altijd zoveel mogelijk afgeschermd en dat is zijn goed recht. (Een dieptepunt in de Nederlandse journalistiek was het doorzoeken van het vuilnis van Pechtold en Femke Halsema door HP/De Tijd in 2010). Tegelijkertijd ontkomt een politicus niet aan openheid. Amerikanen verwachten bijvoorbeeld dat presidentskandidaten hun belastingaangiftes openbaar maken en het is heel vreemd dat Donald Trump dat als eerste president niet doet. Nederland gaat minder ver, maar hier kijken we vreemd op dat de VVD geen cv van Henry Keizer kan of wil laten zien. Pechtold had al openbaar gemaakt dat hij een appartement had gekregen, omdat het wettelijk verplicht in het Kadaster geregistreerd moet worden. Door het ook in het geschenkenregister te zetten, had hij veel vragen kunnen voorkomen.

Verantwoording

Vrij Nederland stelt deze jaarlijks verschijnende Index sinds 2013 op in samenwerking met Leo Huberts, hoogleraar bestuurskunde aan de VU, en Muel Kaptein, hoogleraar integriteit aan de Erasmus Universiteit. De criteria voor opname in de Politieke Integriteits Index zijn ontleend aan het werk van de VU-onderzoeksgroep ‘Quality of Governance’.

 

  •  Het gaat om gekozen (of benoemde) Nederlandse politici die een functie hebben of hadden (of daarvoor kandidaat waren) bij gemeente, provincie, rijk, een Europese of internationale instelling of met een relevante (bestuurs)functie in een politieke partij.
  • Bij integriteitsaffaires gaat het om het overtreden van geldende morele waarden, normen en regels. De integriteit van de betrokkene is in het geding, wordt ter discussie gesteld, het gaat om (mogelijke) integriteitsschendingen. Andere politieke affaires, zoals bij budgetoverschrijdingen of verbroken verkiezingsbeloften, vallen erbuiten.
  • Het gaat om een publieke affaire die ‘de pers’ heeft gehaald. Het jaar waarin de affaire publiek wordt via de media is het jaar waarin de affaire in de index terecht komt (niet het jaar waarin de feiten zich voordeden).
  • De betrokken politicus is wegens de affaire afgetreden en/of gesanctioneerd (formeel of informeel, bijvoorbeeld blijkend uit excuses, erkenning van schuld, terugbetaling). Ook als een politicus de affaire heeft ‘overleefd’ kan de zaak in de lijst worden genoemd, maar alleen als de feiten vaststaan of uit geloofwaardige bron komen, ze voldoende ernstig zijn en in de publiciteit tot serieuze vraagtekens over iemands integriteit hebben geleid. Dit betekent niet dat als iemand op de lijst staat, er automatische sprake is van een integriteitschending, noch dat er een gedragsregel is overschreden.
  • De volgende typen integriteitsschendingen worden onderscheiden: corruptie (omkoping, favoritisme); fraude of diefstal; dubieuze giften; onverenigbare functies; misbruik van bevoegdheden; misbruik van informatie; ongewenste omgangsvormen en bejegening (in functie); wanprestatie en verspilling; wangedrag in de privésfeer. Deze indeling is, net als de criteria voor opname in de PII, ontleend aan werk van de VU-onderzoeksgroep ‘Quality of Governance’.