Donald Trump besloot op 1 juni om de import van staal en aluminium uit het buitenland duurder te maken door het opleggen van tarieven van respectievelijk 25 procent en 10 procent. Zijn argument was bizar: de tarieven waren noodzakelijk vanwege de nationale veiligheid. Dat mag in uitzonderlijke gevallen van de WTO (Wereldhandelsorganisatie), maar dan denk je toch niet aan het dwarszitten van bondgenoten (Mexico, Canada, de EU) van wie je op veiligheidsgebied niets te vrezen hebt? Sterker nog: met wie je verdragen hebt gesloten om, in geval van nood, samen op te trekken om je veiligheid te vergroten.
Trumps importheffingen zijn eigenlijk onderhandelingstroeven

Bij hoge uitzondering mag je als land kiezen voor ‘eigen industrie eerst’. Maar dat was niet het geval bij de importheffingen van Trump op staal en aluminium. Die zijn bedoeld als onderhandelingstroef, schrijft Ko Colijn. En wat blijkt? Het regeerakkoord van Rutte III speelt Trump hiermee in de kaart.



