Hugo de Jonge maakte er in het voorjaar al geen geheim van dat hij helemaal niet zat te wachten op een lijsttrekkersverkiezing, naast zijn hectische bezigheden als minister van Volksgezondheid middenin de coronacrisis. Tot zijn grote opluchting wist de bewindsman met de vrolijke schoenen de verkiezingen met hakken over de sloot te winnen van Pieter Omtzigt.
Maar dezer dagen zal hij zich regelmatig afvragen waarom hij überhaupt aan het lijsttrekkerschap begonnen is. Zo’n moment deed zich afgelopen maandag voor, toen De Jonge in de Eerste Kamer moest optreden bij een urenlang, complex debat over de coronawet. Tussendoor moest hij regelmatig bellen en appen met de kandidatencommissie en het verenigingsbestuur van het CDA, die op hetzelfde moment voor het laatst in conclaaf waren.
Met een getergd gezicht probeerde De Jonge op de valreep nog zijn voorkeuren mee te geven. Zoals: een goede plek voor zijn vertrouweling en politiek adviseur Bart van den Brink en een verkiesbare plek voor crimefighter en huidig Tweede Kamerlid Chris van Dam.
Hevige kritiek
Dezelfde avond en de volgende ochtend lekte de concept-kandidatenlijst al bij brokstukken uit. Meteen hagelde het kritiek, vooral uit de sociaal-christelijke vleugel van de partij en vooral op de onverwachte derde plek voor Inge van Dijk uit Gemert-Bakel: was zij niet de vrouw die als CDA-voorzitter in Brabant afgelopen jaar een zeer omstreden coalitie had gesloten met Forum voor Democratie van Thierry Baudet, de man die grossiert in omvolkingstheorieën en bovendien had verklaard dat het CDA als onderdeel van de ‘links-marxistische mainstream’ uit zou zijn op de ‘vernietiging’ van Nederland?
En had Hugo de Jonge, die ook tot de sociaal-christelijke vleugel wordt gerekend, niet in juli ondubbelzinnig verklaard juist niet met Forum te zullen samenwerken? Leg dat maar eens uit als beginnend lijsttrekker met een wankel mandaat.
De helse legpuzzel van de kandidatenlijst – en de bijbehorende trammelant – is het laatste waar Hugo de Jonge op zit te wachten.
Hevige kritiek was er ook op het uiteindelijke oordeel over Chris van Dam, die ondanks De Jonges lobbywerk een waarschijnlijk onverkiesbare plek 24 kreeg toegewezen, waarna hij zich op plaats 49 liet zetten, om zich onder het motto ‘Ik ben nog niet klaar!’ met voorkeurstemmen de Kamer terug in te vechten. Vertrouweling Bart van den Brink belandde met plek 21 op de wip: alleen als Hugo de Jonge de kiezers en het CDA tot een wonderbare herrijzenis weet te bewegen, maakt hij nog kans op een Kamerzetel.
altijd trammelant
Nu is er over kandidatenlijsten altijd trammelant, en zeker in het CDA, waar de provinciale partijbonzen veel meer invloed hebben dan bij andere partijen. Daardoor moet bij het opstellen van de lijst niet alleen rekening worden gehouden met het belonen van goed presterende Kamerleden en het presenteren van nieuw talent, met diversiteit en met een goede afspiegeling van de bloedgroepen in de partij, maar ook nog met de voorkeuren van de provinciale afdelingen. Zo konden de kandidatencommissie, het partijbestuur en Hugo de Jonge moeilijk nee zeggen tegen Inge van Dijk, die bovenaan het voorkeurslijstje stond van Brabant: vanouds al een belangrijke provincie voor het CDA, en de laatste jaren al helemaal nu de partij ook daar steeds verder wordt weggedrukt door de oppermachtige VVD.
Maar de helse legpuzzel van de kandidatenlijst – en de bijbehorende trammelant – is het laatste waar Hugo de Jonge op zit te wachten, nu al zijn aandacht wordt opgeslokt door het bestrijden van de coronacrisis. Geert Wilders wreef het er al tijdens een van de Kamerdebatten in augustus met sardonisch genoegen in, toen De Jonge zwaar onder vuur lag vanwege zijn plotselinge plan om quarantaine verplicht te stellen, compleet met strafmaatregelen: de minister zag er ‘lijkwit en bleek’ uit, was hij nog wel tot meer in staat dan paniekvoetbal?
Wilders legde de vinger op een gevoelige plek: hoe houdt Hugo de Jonge al die ballen in de lucht, middenin de crisis?
Maar Hugo de Jonge zou Hugo de Jonge niet zijn als hij de aanzwellende kritiek niet zou beantwoorden met een sprong naar voren. In dezelfde week dat de trammelant over de kandidatenlijst losbarstte lanceerde hij het plan om de komende weken zeven grote testlocaties in te richten, naast de bestaande locaties van de GGD’s, waar ook sneltesten op grote schaal beschikbaar moeten komen. Een aparte Dienst Testen, ‘met uitvoeringsautonomie en operationale slagkracht’, met de door de wol geverfde topambtenaar Mark Frequin aan het hoofd, in de eerste fase bijgestaan door duizend militairen, op hun beurt gecoördineerd door oud-commandant der strijdkrachten Tom Middendorp, moet het testen vlot gaan trekken.
Je kunt natuurlijk zeggen: had dat allemaal niet veel eerder gekund en gemoeten? Maar je kunt ook bedenken: als Hugo de Jonge zijn grootschalige testplannen van de grond krijgt, als vele honderdduizenden mensen in december bliksemsnel getest kunnen worden, waardoor de lockdownmaatregelen kunnen worden versoepeld en het gewone leven aan het begin van het nieuwe jaar weer voorzichtig op gang kan komen, zou de minister van Volksgezondheid te boek komen te staan als de man die het toch maar heeft geflikt.
Misschien breekt dan ook voor Hugo de Jonge de zon toch nog door, net op tijd voor de verkiezingen in maart. En komt zijn vertrouweling Bart van den Brink toch nog in de Kamer.
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.