Hofland vierde zijn eigen successen niet vaak. Maar dat zijn essay in het tijdschrift dat Sartre had opgericht verscheen, daarop was hij terecht trots.
Afgezien van wat lichte strubbelingen was het leven van H.J.A. Hofland een aaneenschakeling van kleine triomfen, indachtig het motto van Nietzsche uit Götzen-Dämmerung dat hij geruime tijd voerde: ‘wat mij niet ombrengt maakt me sterker’. Niet dat Hofland zo vaak met Nietzsche schermde, maar dit kwam hem goed van pas. Elk geslaagd stuk beschouwde hij als een kleine triomf. Dat gold ook voor de lastige knutselwerkjes die hij tot een goed einde bracht. Het vieren van zijn triomfen kwam doorgaans niet verder dan de binnenkant van zijn hoofd, maar er waren er een paar die naar buiten mochten. Zoals toen in maart 1989 zijn essay Le social-démocratie et le marriage réussi in Les Temps Modernes werd gepubliceerd, het ooit door Jean-Paul Sartre en Simone de Beauvoir opgerichte Franse tijdschrift. ‘Dit is weinig Nederlandse schrijvers overkomen,’ kon hij met recht zeggen. Hofland had een zwak voor Sartre, vooral voor zijn romanserie De wegen der vrijheid. Ook al dook hij nooit diep in de filosofie, voor het existentialisme had hij sympathie. Het stond het dichtst bij het dagelijkse artistieke leven (‘existentie gaat vooraf aan essentie’).

Dat zijn essay ‘De sociaal-democratie en het goede huwelijk’ uit Orde bestaat niet in het tijdschrift van Sartre verscheen vroeg niet om solitair plezier, prat als hij altijd was gegaan op het feit dat hij Sartre samen met zijn vriend Hans Koetsier nog eens in het Doelen Hotel Amsterdam had geïnterviewd voor het Algemeen Handelsblad. Juli 1963: ‘Sartre was allerbeminnelijkst. Hij schonk de gasten koffie uit een kannetje; als het leeg was, bracht de bediende het volgende. We mochten sigaretten uit zijn pakje roken, zoveel we wilden. Boyards Maïs, toen de dikste sigaret ter wereld. Er ontstond een huiselijke sfeer. Vader vertelde, vader legde het leven en de wereld uit.’
Sartre raakte op dreef terwijl er nog meer koffie werd gedronken en nog meer sigaretten gerookt werden: ‘In de hotelkamer ruikt het naar bosbrand. We hebben op het ogenblik te maken met een nieuw soort kolonialisme, het ontluikend kolonialisme van het Amerikaanse zakenleven, de dollars! En daarom zal het op den duur opnieuw gaan tussen de haves en de have-nots van deze planeet.’ Hofland, die in 1961 al de Anne Frank-prijs voor zijn eerste journalistieke werk had gekregen, zoog het allemaal op, geëngageerd journalist als hij ook was.

Le social-démocratie et le marriage réussi stond niet zomaar in Les Temps Modernes. Het is een sleutelessay voor Hofland. Voor de sociaal-democratie moeten we de zogenáámd perfecte verzorgingsstaat lezen, en voor het goede huwelijk het zogenáámde goede huwelijk. Ze hebben volgens Hofland allebei de pretentie om Goede Voorbeelden te zijn, maar met hun bedrieglijke tevredenheid en ‘humane verstikking’ vermoorden ze alle vitaliteit in mensen: ‘hun kinderlijkheid, hun naïveteit, het fantastische en bizarre van hun geest, hun explosiviteit, hun argeloosheid tegenover zichzelf.’ In één zin: ‘In stilte hebben ze hun eigen ziel gewurgd.’ Het essay is een pleidooi voor het ‘nee’, voor de kleine dagelijkse opstand tegen de gelijkmatigheid, het stilstaan, de pretentie van deugdzaamheid, ‘de grijze vaagheid’, ‘de morele allure’, ‘de ethische onaantastbaarheid’, en vóór de dagelijkse innerlijke revolutie, in het essay ook een ‘miniatuur vulkanische prestatie’ genoemd. Ontkomen aan al te veel Deugdzaamheid uitte zich bij Hofland bijvoorbeeld wanneer hij zich verplaatste in de gedachtenwereld van een tegenstander, zoals Martin Bosman van de PVV, schrijver van het boek De schijn-élite van de valse munters (‘Interessant boek hoor’). Dat verplaatsen had hij geleerd van Jacques de Kadts Het fascisme en de nieuwe vrijheid. Die vond dat je iets moest weten van de verleidelijke kanten van foute ideologieën, zoals het fascisme. Vanuit dezelfde gedachte zette Hofland de boeken van de opsnijder Curzio Malaparte (De huid, Kaputt) bovenaan zijn lijstje van beste boeken (naast de essays van de socioloog Max Weber).

Hofland bracht Sartre en Camus, die juist uiteengegroeid waren, weer in zichzelf bij elkaar door ook Camus’ De mens in opstand te koesteren. Hij wilde niet als Mathieu de la Rue in De wegen der vrijheid te laat ‘nee’ hebben gezegd tegen de Deugd, maar liefst elke dag voor de vrijheid van zijn geest hebben gekozen. Hij was altijd gespitst op signalen van de pogingen om mensen te ‘dresseren’, bij de Russische en Chinese communisten en hun hersenspoelingen natuurlijk, maar ook in subtielere gedaanten als het zalvende Goede Voorbeeld of de ‘gewatteerde dictaturen waarin mensen zich voor hun eigen bestwil vrijwillig en gelukkig moeten schikken.’
Als essay is ‘De sociaal-democratie en het goede huwelijk’ ook karakteristiek voor Hofland omdat hij de s.d. en het g.h. (zoals hij ze afkortte) uiteindelijk niet van zich afstoot, maar juist in bescherming neemt, hoezeer hij er ook tegen tekeer gaat. Dat is een opvallende wending in het slot van het essay, maar ook kenmerkend voor Hofland. Hoe libertair, radicaal vrijzwevend, hij ook wilde zijn, hij was ook een gedecideerde, tegels lichtende oppassende burger: ‘de ethische aanspraken van s.d. en het g.h. zijn altijd nog beter te verdragen dan alles wat zich verder aandient,’ schrijft hij aan het einde.
Hij was immers ook de zelfbenoemde Don Quichotte van de schone stoep.
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.