Een onwezenlijk heldere toon, dat is kenmerkend voor de schilders van de Deense Gouden Eeuw (1800 -1850). Deze Kopenhaagse School maakt een rondgang door Europa, met inspirator ‘saaimans’ Eckersberg centraal.

‘Waarom Kopenhagen of all places?’, is de eerste vraag die wordt gesteld in de toelichting bij de tentoonstelling The Copenhagen School of Painting in de Alte Nationalgalerie in Berlijn. Omdat in 1818 in Kopenhagen Christoffer Wilhelm Eckersberg directeur werd van de Koninklijke Academie van Schone Kunsten. Die trok ineens van alle windstreken jonge kunstenaars aan. Na drie jaar in Parijs en daarna drie jaar in Rome te zijn geweest was hij nog maar twee jaar terug in Kopenhagen. In Parijs had hij een jaar in het atelier van Jacques-Louis David gewerkt, en in Rome was hij bevriend met de Deense beeldhouwer Bertel Thorvaldsen die daar drie ateliers had en zich in internationale kringen bewoog. Die invloeden nam Eckersberg mee terug naar Kopenhagen.

Dat was ook wel...