Een van de eerste dingen ik als beginnend kleurboekhandelaar zou leren, is dat er zoiets bestaat als het maken van een zandmandala, een Tibetaans-boeddhistische traditie. Dagen, weken en soms maanden zijn monniken bezig met het maken van zo’n zandkunstwerk. Eerst worden er complexe patronen uitgezet, daarna worden die versierd met gekleurd zand – korrel voor korrel. En dan, als alles klaar is, wordt de mandala vernietigd. Als een herinnering dat niets voor eeuwig is. Het gaat namelijk niet om het resultaat, maar om het pad dat je volgt.

Dit is deel 6 van een serie. Beginnen bij het begin? Lees hier deel 1 en lees vanaf daar verder.

Het had een troostrijke gedachte kunnen zijn, nu mijn zoektocht leek te stranden. Dat was het niet: het draaide mij juist wél om het resultaat, en het werd tijd dat ik eindelijk antwoorden zou krijgen – via welk pad dan ook – op de vraag hoe het zo mis had kunnen gaan met Kleuren op code. Rustgevende kleurprojecten met kleurencode.

Ik wist inmiddels dat ik voor antwoorden bij de Indiase producent Brijbasi Art Press moest zijn. Het lukte alleen niet om contact met het bedrijf te krijgen, en ik vermoedde dat de Belgische tussenhandelaar, die eerder zo boos op me was geworden, ze had gewaarschuwd. Het avontuur – op de bonnefooi naar Delhi! – had gelonkt, maar alle internationale vluchten naar India waren voorlopig opgeschort. Ik had een plan B, maar wist nog niet zeker of het echt een goed plan was.

‘Sailing while building the ship’

Dus zoek ik contact met Henk Bekedam, de chef van de World Health Organisation (WHO) in India. Het was deels op basis van zijn adviezen dat de Indiase regering had besloten om de grootste lockdown ter wereld af te kondigen, dus misschien wist hij ook wel hoe groot de kans was dat ik deze zomer alsnog naar India zou kunnen gaan.

‘Elk land staat nu op zijn eigen manier voor dezelfde uitdaging: hoe creëer je een samenleving waarin je, tot er een vaccin is, leert leven met het virus?’

‘Dat is moeilijk te zeggen,’ zegt Bekedam als ik hem eind mei aan de telefoon spreek. ‘Als de internationale vluchten weer beginnen, zal het in eerste instantie mondjesmaat zijn. Er moeten afspraken gemaakt worden, en als een van de betrokken landen zegt: “Wacht nog maar even”, dan zal het niet gebeuren. En er zal waarschijnlijk een periode van al dan niet vrijwillige quarantaine zijn, maar dat verschilt ook per land. Elk land staat nu op zijn eigen manier voor dezelfde uitdaging: hoe creëer je een samenleving waarin je, tot er een vaccin is, leert leven met het virus? Dat is zoeken, en vanaf het allereerste begin heb ik gezegd: we’re sailing while building the ship.’

Een spannend moment

Dat allereerste begin was voor Bekedam 14 januari, toen hij ’s ochtends, na een vakantie in Nederland, weer arriveerde op Indira Gandhi International Airport. Diezelfde middag zat hij al aan tafel met de ambtenaren van het Ministerie van Volksgezondheid en Gezinswelzijn, op steenworp afstand van Rashtrapati Bhawan, het paleis van de Indiase president.

‘Het is wel wat, hè, met het nieuwe virus,’ zeiden ze tegen elkaar.

De verhalen uit Wuhan brachten Bekedam terug naar 2002, toen SARS – ook een coronavirus – uitbrak in de Chinese kustprovincie Guangdong. Destijds was Bekedam vertegenwoordiger van de WHO in China en maakte hij van dichtbij mee hoeveel kostbare tijd er verloren was gegaan uit vrees voor politiek gezichtsverlies. Hij drong erop aan om vooral snel te handelen, en als buurland van China had de Indiase regering maar weinig aansporing nodig. Een paar dagen later werden alle inkomende reizigers uit China al gescreend. Er kwamen reisrestricties, scholen gingen dicht en tegen het einde van maart gingen de 1,3 miljard inwoners van India in lockdown.

‘Daarmee heeft India tijd gewonnen om het systeem te versterken,’ zegt Bekedam.
‘Ziekenhuizen zijn gereed gemaakt, de testcapaciteit is van 500 naar 110.000 testen per dag gegaan en het bron- en contactonderzoek is opgezet. Maar dit is een spannend moment.’

Pittig probleem

In stapjes was de lockdown in India steeds minder streng geworden. Miljoenen dagloners die vast waren komen te zitten in de grote steden – zonder werk, zonder geld en vaak in erbarmelijke omstandigheden – waren de afgelopen weken al teruggegaan naar het platteland. Dat ze onderweg naar huis, te voet, per fiets of liftend, het virus verder hadden verspreid, was eind mei al te zien in de cijfers.

Nu stond India op het punt de maatregelen na ruim twee maanden verder op te heffen. Bekedam: ‘Het aantal besmettingen zal in juni oplopen door de unlock en het testen, maar de cijfers zakken hopelijk tegen het einde van de maand in. Een van de grootste uitdagingen zijn de sloppenwijken, waar social distancing heel moeilijk is. Dat is echt een pittig probleem.’

Alleen al het idee dat in India 65 miljoen mensen in sloppenwijken wonen, deed de Nederlandse discussie over de vraag of de zomervakantie – of mijn reis naar India – door kon gaan, verbleken. En toen ik een Indiase nieuwssite opende, bleek het virus nog maar een van de vele pittige problemen op dat moment te zijn: de zwaarste orkaan sinds jaren had in het oosten van het land een spoor van vernieling achtergelaten, in hoofdstad New Delhi liepen de temperaturen vanwege een hittegolf op tot bijna 50 graden, delen van het land hadden last van de ergste sprinkhanenplaag in 27 jaar, in het noorden dreigde een militaire botsing met China en – verder in het nieuws – een troep apen had een laboratoriummedewerker van een medisch instituut overvallen en bloedmonsters van coronapatiënten gestolen.

Het was duidelijk: ik zou voorlopig echt niet naar India gaan. Al was het maar om te voorkomen dat ik me op het verhaal van de apen zou storten, in plaats van op de Hitlerkleurplaat. Het werd tijd voor plan B.

De taal van de handel

Van de historische banden tussen Nederland en India – die teruggaan tot 1550 – heb ik geleerd dat het eigenlijk altijd de handel is geweest die gesloten deuren heeft geopend. Om antwoorden te krijgen, moet ik dus misschien de taal van de handel gaan spreken.

Om me te oriënteren op de markt, bel ik wat toekomstige concullega’s. Zoals Nicole Neven, die in 2013 op 25-jarige leeftijd Het enige echte kleurboek voor volwassenen bedacht, een reeks waarvan de afgelopen jaren meer dan een miljoen (!) exemplaren zijn verkocht. Inmiddels is Neven uitgever bij BBNC Uitgevers en heeft ze tientallen kleurboeken op de markt gebracht. Een van de meest succesvolle boeken op dit moment: Het enige echte mandala kleurboek.

‘De markt is erg trendgevoelig en met onze mandalakleurplaten springen we in op de trend van astrologie en mystiek. Eigenlijk is het met kleuren precies zoals met het werk van de monniken: het gaat om het proces,’ zegt Neven, waarna ze uitlegt wat mandala’s eigenlijk zijn.

Een fantastische digitale detox

‘Kleuren is een fantastische digitale detox,’ zegt de Schotse illustrator Johanna Basford, ook wel The Queen of Colouring genoemd. Alleen van haar kleurboek Secret Garden zijn wereldwijd al meer dan 21 miljoen (!!) exemplaren verkocht. Het is dit boek dat er in 2013 voor zorgde dat kleuren voor volwassenen een hype werd in de westerse wereld. Sindsdien zijn de boeken onverminderd populair. ‘Het non-stop nieuws, de pings, de alerts en de continue connectiviteit slokken al onze aandacht op, zonder een moment van rust. Mensen zien kleuren als een vlucht uit het hectische moderne leven. Zoiets simpels, maar zo therapeutisch.’

‘Kleurboeken zijn een ideale creatieve oefening. Er is geen eng leeg canvas, je kan gewoon je potloden pakken en beginnen.’

Kleur de plaat bij dit verhaal dus gerust in. Volgens Basford is daar niets kinderachtigs aan, en is het ook geen teken dat de moderne mens – met zijn verslaving aan memes, kattenfilmpjes en dus ook kleurplaten – steeds infantieler wordt. ‘We zijn allemaal als creatieve wezens geboren. Maar als we ouder worden, krijgt ons zelfvertrouwen een klap en denken veel mensen dat ze niet kunnen tekenen of schilderen. Kleurboeken zijn een ideale creatieve oefening. Er is geen eng leeg canvas, je kan gewoon je potloden pakken en beginnen. Op die manier worden mensen weer gestimuleerd om creatief te worden. Ik krijg elke week echt honderden berichten van mensen die hun creativiteit door mijn kleurboeken weer opnieuw hebben gevonden, of het als manier gebruiken om te ontstressen of hun angsten onder controle te houden.’

Ongeïnspireerd prutswerk

Door de gesprekken met Neven en Basford raak ik niet alleen enthousiast over plan B – een miljoenenmarkt (!!!) – maar kom ik ook plots tot een nieuw inzicht.

Op de kaft van het kleurboek van Kruidvat had een voetballend jongetje gestaan, de Hitlerverschijning was ontdekt door een negenjarig meisje uit Pijnacker en de kleurplaten waren echt heel simpel, maar in kern was het kleurboek niet bedoeld voor kinderen, maar voor volwassenen. Vandaar de keuze voor een selectie van historische figuren in het boek, en de vreemde titel met de nadruk op ‘rustgevend’. Dit was een mislukte poging geweest om in te spelen op de wereldwijde trend die een paar jaar eerder was ontketend.

Het bracht me terug bij een van mijn vragen aan het begin van deze zoektocht. Sinds Kleuren op code. Rustgevende kleurprojecten op kleurcode kon ik in veel winkels alleen maar liefdeloze troep zien. Ik had gehoopt verrast te worden, door bijvoorbeeld te ontdekken dat er in India een ontwerper had gezeten die wel echt met heel veel liefde aan het kleurboek had gewerkt, en dat de keuze voor Hitler een ongelukkige vergissing was. Nu was duidelijk: dit kleurboek was op alle fronten echt ongeïnspireerd prutswerk.

De originele cartoon van Hitler

Als ik plan B wilde uitvoeren en een eigen kleurboek zou bestellen bij Brijbasi Art Press, zou het er een worden dat wél met liefde gemaakt zou zijn. En ik wist precies wie ik om hulp moest vragen: Gary Brown, de Britse cartoonist die de originele cartoon van Hitler had getekend, als onderdeel van een levenswerk om van iedere grote naam uit de geschiedenis een karikatuur te tekenen.

Ik stuurde Brown een bericht. ‘Dat is fantastisch,’ schreef hij terug. ‘Ik heb me regelmatig afgevraagd waarom kleurboeken vaak zo ongeïnspireerd zijn.’

Ik kon niet wachten om aan de slag te gaan. Alleen: misschien hadden de monniken gelijk, en draaide ook plan B niet om het resultaat, maar om het pad dat ik volgde. Want nadat ik een van de directeuren van Brijbasi benaderde met, naast mijn vragen over de Hitlerkleurplaat, ook de mededeling dat ik een kleurboek wilde laten produceren, kreeg ik opeens wel contact met India.

‘Ja, ik kan helpen bij beide zaken,’ stuurde Saurabh Garg al snel terug. ‘Maar laat me eerst wat informatie verzamelen over de Adolf Hitler-episode en dan kom ik bij je terug…’

Lees hier vanaf 13 september deel 7: Hitler in India.

Deze publicatie is tot stand gekomen met steun van het Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten (www.fondsbjp.nl).