Je ziet het aan het grote witte zeil boven de rechte donkere brug op Te Noorden bij Nieuwkoop: de landschapschilder Jan Hendrik Weissenbruch (1824-1903) móest op elk schilderij een wit accent aanbrengen anders was het niet af. Het was de finishing touch en de bepalende factor van het schilderij. Soms moet je het even zoeken, maar dat stukje wit duikt altijd op, al was het maar als het minieme witte streepje rug van de koe op Gezicht op Noorden. Dat streepje wit veroorzaakt het ruimtegevoel, alle gedempte of donkere kleuren worden ermee van hun zwaarte ontdaan. Het is alsof in het landschap een ergens reddende lamp brandt of een vuurtje. Je ziet het schilderij vanaf dat moment vanuit dat witte detail. Het staat voor een luchtig, relativerend, oplichtend accent zonder dat het de aandacht helemaal opslokt.

Hetwitte zeil op Wiessenbruchs misschien wel bekendste schilderij TeNoorden bij Nieuwkoop staat in het midden van het schilderij, met links dedonkere bomen, rechts het donkere huis en daar tussen en omheen de zacht blauwelucht met die ene wolk bovenin. Het is een onmiskenbare compositie, bijna debasis voor een abstract schilderij van Bram van der Lek. Het witte zeil staat alseen bescheiden piramide centraal, en ook nog gespiegeld in het water.
Evenveelaandacht vraagt het smalle verticale witte zeil in het midden van De trekvliet, dat op het omslag van decatalogus is afgebeeld. Weissenbruch laat het zeil al het lichtvangen in het panoramische landschap, samen met één wiek van de molen rechts.Landschappen staan doorgaans niet voor veel drukte, maar op De trekvliet is de rust zelfneergedaald, ook al is er veel op te zien. De donkere molen links en de bruinezeilen van de botter rechts zijn als bakens die ruimte geven aan het oplichtendblauw van het water en de blauwe lucht met de statige wolken.

Opeen vroeg schilderij als Gezicht opHaarlem (1845-1848) heeft Weissenbruch zijn wit doelbewust over hetschilderij verstrooid: met links de witte voorgevel van de boerderij, helemaal rechts een wittekoe, en ver aan de horizon, rechts van de St. Bavo de rooksliert uit deschoorsteen van de trein. Je zou kunnen zeggen dat het schilderij is opgebouwduit de verspreide witte vlekken en vlekjes, tot en met de witte stipjes van demutsen van de boerinnen op de voorgrond.
Alshet even kan plaatst Weissenbruch zijn noodzakelijke wit in het midden van hetschilderij, in de vorm van een wolk, in de vorm van een stuk rivier of van eenhuis, zoals op Vismarkt te Den Haag. Daaropstaat een wit huis ingeklemd tussen de silhouetten van donkere gebouwen. Op Koemelken onder de wilgen zit de boerbij de koe tussen hoog oprijzende bomen. De grote witte vlekken op de koevragen alle aandacht en accenturen het verstilde tafereel.

Injuli 1873, wanneer Vincent van Gogh in Londen woont, schrijft hij zijn broerTheo dat hij terugdenkt aan hun wandelingen langs de Rijkswijkschen Trekweg metde door Weissenbruch geschilderde molen op DeTrekvliet (1870). Die weg bevat voor Van Gogh ‘herinneringen die misschienwel de heerlijksten zijn die ik heb’. Later, in 1882 komt hij daar nog eens opterug. En regelmatig op Weissenbruch. Die loopt als een rode draad door zijnbrieven, en altijd in bewonderde zin: hij staat bekend als ‘de vrolijke Weiss’en daar is Van Gogh het op grond van zijn werk helemaal mee eens, ‘een echtekunstenaar’ noemt hij hem. Theo denkt er net zo over (‘Het is een kunstenaarvan grote klasse’). In reactie op opmerkingen van Theo over Weissenbruch schrijftVincent: ‘En dat J.H. Weissenbruch de modderige jaagpaden, de misvormde wilgen,de verkortingen en de vernuftige en merkwaardige vergezichten van de vaartenkent en ze ook maakt “zoals Daumier zijn advocaten”, dat vind ik prachtig.’Toen Van Gogh heeft Weissenbruch leren kennen in Den Haag toen hij bij AntonMauve werkte. Hij is op zijn atelier geweest en Weissenbruch een keer bij hem.In 1889 noemt hij hem tegen Theo ‘een krachtige kunstenaar en goed mens, met eenwarm hart.’ Dat zag hij terug in het prachtige portret dat Jozef Israëls vanWeissenbruch maakte.
WatVan Gogh zo beviel aan Weissenbruch blijft grotendeels impliciet, maar moetgezocht worden in zijn vermogen tot weglaten: met weinig veel te willenbereiken. Bij Weissenbruch en de andere schilders van de Haagse School, geen geweldvan een ‘Alpennatuur’, zoals de criticus J. van Santen Kolff schreef. Bij deandere schilders van de Haagse School, Anton Mauve, Willem Roelofs, JacobMaris, H.W. Mesdag, Willem Maris, Constant Gabriël, Andreas, Schelfhout enJozef Israëls kon wel eens ‘de regering van het grijs’ heersen of, in meerpositieve zin, ‘de zilveren school’. Niet bij Weissenbruch. Juist zijnlevendige verftoets en de talloze nuances die hij in zijn kleuren aanbracht, moetenVan Gogh hebben aangesproken. Hij beoefende geen stemmingskunst, maarschilderde onsentimentele vergezichten waarin elk onderdeel zijn plaats had,met het wit als sturend accent. Hij beschouwde zich vanaf het begin als een leerlingvan Ruysdael, vandaar zijn vroege Gezichtop Haarlem, dat met de witte rooksliert van de trein. Weissenbruchschilderde, anders dan veel schilders van de Haagse School, geen mensen,hoogstens als figuranten in de verte.

Jezou natuurlijk kunnen denken dat de rol van het wit bij Weissenbruch toevalligis, dat het steeds zo uitkwam dat hij met het wit nog een noodzakelijke accentaanbracht. Dat is niet zo. Voor Weissenbruch was het wit zoiets als een zakdoekwaarmee je naar iemand in de verte zwaait, als een wellevend teken, als eenteken dat alles goed is, of als de onmisbare witregels in de poëzie vanMartinus Nijhoff of Hans Faverey. Hoeonontkoombaar het wit voor Weissenbruch was is te zien op zijn Boerderij aan een vaart of ‘de waslijn’. Exact in het midden van het schilderij,met op de achtergrond het silhouet van een omvangrijke en dominerende boerderij,hangt een vrolijke witte was te wapperen aan de lijn.
Decatalogus van Holland op z’n mooistis uitgegeven door Wbooks
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.