De laatste jaren bekruipt mij steeds vaker het gevoel dat wij ongemerkt onze democratische manier van leven aan het verliezen zijn. Dat we zo in de ban zijn van onze banen, huizen, vakanties, socials, relaties en auto’s dat het ons ontgaat hoe het fundament onder onze vrije samenleving afbrokkelt. Net als bij een stuk kaas moeten we de uiterste houdbaarheidsdatum van de democratie niet al te precies proberen te bepalen. Zoals kaas niet om klokslag middernacht plots bedorven is, zijn we onze democratie niet van het ene op het andere moment kwijt. Het is eerder een glijdend proces. De optelsom van onderbuikgevoelens, onderling wantrouwen, veranderende (politieke) omgangsvormen en schijnbaar onschuldige wetswijzigingen.
Het is de opkomst van een generatie politici die zich niet langer laat leiden door feiten of fatsoen. Het zijn de grote bedrijven en hun aandeelhouders die de leefwereld van onze kinderen naar de gallemiezen helpen, omdat ze daar hier en nu een goede boterham aan kunnen verdienen.
Het is een medialandschap waarin de traditionele kwaliteitspers zo bang is om ‘links’ te worden genoemd dat ze zichzelf tegen beter weten in blijft positioneren als een neutraal doorgeefluik van standpunten. Zelfs wanneer het flagrante onzin betreft. Het zijn populaire tv-zenders die politiek hebben gedegradeerd tot plat entertainment dat je evengoed kunt laten becommentariëren door een paar populistische miljonairs, die iedere politicus die een beroep doet op solidariteit wegzetten als ‘een gevaar voor het land’. Het is het totale gebrek aan ambitie van diezelfde commentatoren om in maatschappelijke discussies of politieke debatten feit en fictie van elkaar te scheiden, waarmee ze hun verantwoordelijkheid ontlopen om kijkers van betrouwbare, geverifieerde informatie te voorzien.
Het zijn de tech-ondernemers die miljardair werden door onze aandacht te kapitaliseren, zonder zich verder te bekommeren om de sociale ontwrichting die hun platformen aanrichten. Het is de beleidsmatige uitholling van ons schoolsysteem dat steeds meer laaggeletterden aflevert, waardoor onze kinderen zelfs de meest basale voorwaarde missen om zich te ontpoppen tot geïnformeerde, kritische burgers.
Slechts 6,6 procent van de wereldbevolking leeft in een volwaardige democratie
Het zijn de premiers en presidenten die zich door God noch gebod laten weerhouden van het bombarderen van weerloze mannen, vrouwen en kinderen. Of die wegkijken wanneer hun bondgenoten dit doen.
Het zijn de kiezers die zich niet wezenlijk informeren voor ze naar het stemhokje gaan. Steeds vaker brengen ze hun stem uit op basis van halve waarheden en hele leugens. Om bij een volgende verkiezing nog weer verder te radicaliseren, wanneer is gebleken dat de vorige verlosser zijn beloftes niet heeft kunnen waarmaken. Maar we zijn het ook zelf. Wij goedwillende, redelijke mensen, die het allemaal hoofdschuddend aanzien, maar het ondertussen wel laten gebeuren.

De rationele mens
Soms lukt het me kortstondig om mijn onrust te onderdrukken. Dan vertel ik mezelf dat ik niet de enige ben die er zo in staat. We kunnen de wereld heus beter maken, we hoeven alleen maar met elkaar te besluiten dat we dat willen. We leven tenslotte in een democratie.
Werp ik vervolgens een blik op de cijfers, dan zakt de moed mij weer in de schoenen. Waar in 2006 nog iets meer dan de helft (51,3 procent) van de wereldbevolking in een democratisch bestuurd land leefde, is dit aantal in 2024 teruggelopen naar 45 procent. Het aantal democratieën is in diezelfde periode geslonken van 82 naar 71, zo blijkt uit de Democracy Index van The Economist.
Het aantal mensen dat in een goed functionerende democratie woont, is in diezelfde periode zelfs gehalveerd. Leefde achttien jaar geleden nog 13 procent van de wereldbevolking in een volwaardige democratie, inmiddels is dit nog maar 6,6 procent. Niet eerder sinds de introductie van de index in 2006 was het wereldwijd zo slecht gesteld met de staat van de democratie. Ook Nederland scoort op de index beduidend lager dan vijftien jaar geleden. Gezien de samenstelling van de Tweede Kamer is dat nauwelijks verwonderlijk. Als we de politieke verlanglijstjes van de PVV, SGP, FVD, JA21, VVD of BBB zouden omzetten in regeringsbeleid, kwalificeert ook Nederland niet langer als volwaardige democratie.
Om de crisis in de democratie te verklaren, kunnen we niet volstaan met een beschouwing over boze burgers, inhalige tech-miljardairs, nepnieuws of het charisma van de een of andere populistische leider. Natuurlijk spelen al deze zaken een belangrijke rol, maar ze verklaren niet waarom onze democratie zo kwetsbaar is voor hun machinaties. Het zijn slechts de symptomen die ons wijzen op een veel dieper liggend probleem.
Onze democratie is gebouwd op het idee dat de kiezer rationeel is, en dus altijd gelijk heeft. Maar wat als dit uitgangspunt niet klopt?
Psychologen en primatologen hebben boekenkasten volgeschreven met studies die aantonen dat de mens in werkelijkheid veel minder rationeel is dan de grondleggers van onze democratie in de achttiende en negentiende eeuw veronderstelden. Meer dan op basis van rationele afwegingen of objectieve waarnemingen, laten wij ons leiden door de prikkels en ideeën die we al dan niet bewust aangereikt krijgen.

We bezien de wereld door de bril van de verhalen die we elkaar vertellen en zijn slecht in staat om onafhankelijk ons eigen oordeel te vormen. Liever conformeren we ons aan de algehele stemming binnen de gemeenschap waarin we ons ophouden, of waaraan wij ons verwant voelen. Deze verwantschap beperkt zich niet tot onze familie, vrienden of buren. We spiegelen ons evengoed aan politici, geestelijk leiders en media- personen, zelfs al kennen we ze slechts van het scherm. Modern gedragsonderzoek stelt democraten hiermee voor een enorm filosofisch probleem. Wanneer onze stem in werkelijkheid niet wordt bepaald door ons veronderstelde individuele vermogen om verstandige keuzes te maken, maar door de verhalen en ideeën die ons worden opgedrongen – kunnen we dan nog volhouden dat de grote besluiten over onze toekomst worden genomen door de kiezer?
Theoretisch was dit altijd al een probleem, maar het viel te billijken zolang we werden geïnformeerd door media die het publieke debat keurig binnen de bandbreedten van het democratische ideaal hielden. Zolang we werden bestuurd door politici die bereid waren om de onafhankelijkheid van de rechter te accepteren. Het demonstratierecht te respecteren. De academische en persvrijheid in stand te houden. En die na een verloren verkiezing weer bereid waren vrijwillig op te krassen. Maar nu onze parlementen en regeringen worden overgenomen door lieden die ons onze persoonlijke vrijheden en burgerrechten willen ontnemen, staat het voortbestaan van onze democratie op de helling.
Nu we de werking van ons brein kennen, weten we dat we de democratie niet kunnen redden door radicaliserende kiezers nog één keer uit te leggen waarom ze zich zouden vergissen. Die route is afgesneden nu ook de campagnestrategen van populistische partijen zich de gedragspsychologie hebben eigen gemaakt. Ze weten dat kiezers weinig aantrekkelijker vinden dan de zelfbenoemde man of vrouw die hen naar de mond praat. In onze huidige kiesstelsels kunnen we bovendien niet anders dan onze hoop projecteren op een nieuwe verlosser.
Zolang die verlossers verkiezingen winnen door halve waarheden en hele leugens te verspreiden, is de teleurstelling bij de kiezer op voorhand ingecalculeerd.
Onze democratie is evenmin geholpen met leiders van traditionele bestuurspartijen die de retoriek van antidemocraten kopiëren. Mark Rutte begreep als geen ander dat een kiezer in het stemhokje doorgaans niet meer dan één of twee onderwerpen in het vizier heeft. De truc van de populist is om kiezers aan hùn onderwerp te laten denken. Van 130 kilometer per uur rijden tot het indammen van een niet-bestaande asieltsunami.
Onze democratie is niet geholpen met leiders van traditionele bestuurspartijen die de retoriek van antidemocraten kopiëren
Helaas heeft hij de kiezer hiermee ook steeds verder vervreemd van de politiek. Het idee van democratie was dat we samen zouden bouwen aan het soort maatschappij waarin we willen leven. Dat we de kiezer om de paar jaar zouden vragen om een inhoudelijke uitspraak te doen over de richting waarin het beleid zich zou moeten bewegen.
Wie verkiezingen reduceert tot de optelsom van een paar slimme psychologische trucs, waarmee een deel van de kiezers kan worden verleid om op jouw partij te stemmen, ontneemt diezelfde kiezers de ruimte om in het stemhokje uiting te geven aan de thema’s die hem of haar daadwerkelijk raken. Of die recht doen aan de meest fundamentele wensen die hij of zij heeft voor de toe- komst van het land. De kans dat deze kiezers vervolgens daadwerkelijk de evenwichtige mix van beleid krijgen die zijn of haar problemen zelfs maar adresseren, is dan ook miniem.
Het is een illusie om te veronderstellen dat we binnen ons huidige kiesstelsel en met de Tweede Kamerverkiezingen alweer voor de deur, nog van dit type campagnes afkunnen. Zolang het electoraal loont om kiezers met slimme trucs om de tuin te leiden, zullen er politieke partijen opstaan die kiezers om de tuin leiden

Grote besluiten
Als we de democratie willen redden, in welke vorm dan ook, zullen we het ideaal binnenstebuiten moeten keren. We zullen de fundamentele kwetsbaarheden van de democratie in kaart moeten brengen, opdat we samen tot nieuwe ideeën komen over hoe we onze democratie versterken. We mogen daarbij nooit vergeten dat een democratie uit veel meer bestaat dan uit vrije verkiezingen of parlementen.
Democratie is het idee dat we allemaal burgerrechten hebben. En dat we als bevolking zelf de grote besluiten nemen over de wereld waarin we leven. Nu allerhande politieke slimmeriken de code tot ons kiesgedrag hebben gekraakt, is het aan ons democraten om op zoek te gaan naar een bestuursmodel dat daadwerkelijk recht doet aan onze democratische idealen.
Hoe dit model er precies uit moet komen te zien, durf ik hier nog niet te zeggen. Dit essay is bovenal bedoeld als aanzet tot een debat over de vraag hoe we onze democratie beter maken. Haast is geboden. De aanval op onze democratie is in volle gang. Het is tijd dat ook het pro-democratische kamp het strijdtoneel betreedt. Met een uitgestoken hand als het kan, en een gebalde vuist als het moet. Laat ons hoop putten uit de gedachte dat we deze strijd kunnen winnen. Mits we erin slagen om een manier te vinden om de meeste stemmen weer te laten gelden.
Sander Heijne is hoofdredacteur van Vrij Nederland. 9 september verschijnt zijn nieuwe boek De meeste stemmen gelden niet. Uitgeverij Pluim ISBN 9789493339262, het boek is te koop voor €24,99 bij je lokale boekhandel of bestel via deze link een gesigneerd exemplaar.





