De raad voor Strafrechttoepassing en Jeugdbescherming (RSJ) vindt dat we moeten stoppen met het adopteren uit het buitenland omdat kinderen beter op kunnen groeien in hun eigen land. Maar er zijn ook succesverhalen.

Principieel voor

1. Pervers effect.

Nederland moet stoppen met internationale adoptie omdat de vraag het aanbod in stand houdt, vindt de RSJ. ‘Het feit dat tehuizen niet leger worden, wijst er wel op dat het een vraaggestuurde markt lijkt,’ zegt Jolande Calkoen van de RSJ in Trouw. Het gros van de adoptiekinderen heeft wel ouders: ‘Je kunt je dan afvragen in hoeverre het afstand doen van een kind echt de bedoeling is geweest van die moeder.’

2. Meer kinderen daar redden.

‘Uiteindelijk help je meer kinderen door hen ter plaatse te ondersteunen met goede jeugdbescherming dan door enkele kinderen hiernaartoe te laten komen,’ zegt Calkoen in het AD. ‘Als je kijkt hoeveel geld we besteden aan het hierheen halen van een kind: daarmee kun je minstens tien kinderen in het herkomstland aan een goed gezinsleven helpen,’ zegt emeritus hoogleraar adoptie René Hoksbergen in de Volkskrant.

3. Eigen land is beter voor een kind.

Adoptie werkt bijna altijd ontwrichtend, stelt Marina van Dongen, zelf als baby uit Griekenland geadopteerd, in de Volkskrant: ‘Er is aan je fundament geknaagd: wie ben ik? En vooral: wat doe ik hier? Dat is iets wat blijft wringen, ook al heb je nog zo’n fijn leven hier. Je leidt niet het leven waarvoor je geboren bent. Veel geadopteerden houden het gevoel: ‘Misschien had ik dan in Calcutta in de ellende gezeten, maar dat was dan wel míjn ellende geweest.’

Praktisch voor

1. Veel wantoestanden bij handel.

Er zijn veel wantoestanden bij adoptieprocedures: criminele tussenpersonen, corruptie, vervalste papieren, vrouwen die hun kind onder dwang af staan. ‘Adoptie heeft ook de idiotie van betaald draagmoederschap in de hand gewerkt. Kinderen worden gewoon verkocht,’ zegt René Hoksbergen in de Volkskrant.

2. Landen kunnen zelf voor kinderen zorgen.

De meeste geadopteerde kinderen komen uit China, de VS, Zuid-Afrika en de EU. Meteen mee stoppen, vindt de RSJ. René Hoksbergen is het daarmee eens: ‘Adopties uit Amerika en de EU, dat kan gewoon niet. (…) Laat die kinderen alsjeblieft daar. Aan de ene kant halen ze in Amerika honderden kinderen per jaar uit Ethiopië, en dan moeten wij weer kinderen daarvandaan hierheen halen? (…) Die landen zijn prima in staat voor hun eigen kinderen te zorgen, en anders leren ze dat maar.’

3. Verandering moet geleidelijk en goed gebeuren.

‘Juist omdat naar alle belangen van kinderen gekeken moet worden, dienen we op te passen met direct uitvoeren van het advies om met adoptie te stoppen,’ becommentarieert Trouw. Goede jeugdzorg is er in veel landen nog niet en Nederland moet daar flink achteraan: ‘Zolang dat allemaal onzeker is, dreigt een generatie kinderen in arme landen het slachtoffer te worden.’

Principieel tegen

1. Kinderen beter af in rijk land.

‘Ik heb zelf twee adoptiekinderen uit Colombia (…). De keus was indertijd heel simpel: of een leven op straat of in het welvarende Nederland met liefhebbende mensen om je heen.’ Brief van adoptieouder in De Telegraaf.

2. Adoptie biedt liefdevol nest.

‘Ja, er kleven bezwaren aan adoptie, als het gaat om hechting en identiteit (…) Maar die nadelen wegen niet op tegen het voordeel van een stabiele en dus definitieve plaatsing van een kind in een liefdevol nest,’ schrijft Hille Takken, moeder van een geadopteerd kind in NRC. ‘Het probleem is niet hun adoptie, maar het afgestaan-zijn.’

3. Adoptie kan werken, als laatste redmiddel.

Uit onderzoek blijkt dat het met 80 tot 90 procent van de geadopteerde kinderen op latere leeftijd behoorlijk goed gaat, zegt adoptiespecialist Anneke Vinke in de Volkskrant. Het is niet makkelijk, ‘het gaat altijd met veel emoties gepaard’. Vinke is kritisch op adoptie, maar sluit het niet uit: ‘Het zou de laatste optie moeten zijn, als er echt geen mogelijkheden zijn in de eigen kring van een kind en binnen het eigen land. (…) Als een kind crepeert van de honger of sterft aan een hartaandoening die in een ander land operabel is, moet internationale adoptie kunnen.’

Praktisch tegen

1. Veel landen kunnen het niet zelf.

Sommige landen kunnen voor hun eigen wezen zorgen. Maar, schrijft antropoloog Hub van Wersch in Trouw: ‘In de talrijke landen waar die mogelijkheden ontbreken, is een beroep op de plaatselijke overheid even zinvol als vragen om sneeuw in de woestijn.’ Dat adoptie een markt voor kinderen in stand houdt, is ‘de wereld op z’n kop’. De tjokvolle tehuizen staan juist in arme landen ‘waarin zorg voor armen en kinderen onderaan de prioriteitenlijst bungelt.’

2. Verbod maakt het erger.

‘In 95 procent van de gevallen gaat de procedure goed,’ zegt Cees van Dijlen van de belangenvereniging voor adoptieouders uit China in het AD. Verbieden werkt niet: ‘Mensen zoeken dan juist naar illegale wegen. Het zou veel beter zijn om financiële vergoedingen te schrappen bij adoptie. Daarmee haal je de angel uit het probleem.’

3. Bestrijd misbruik beter.

Natuurlijk zijn er misstanden, schrijft Van Wersch in Trouw. Verscherp daarom procedures en toezicht en blokkeer adopties uit dubieuze landen: ‘Mogelijk gevolg: terugloop van het aanbod van kinderen. Dat is te rechtvaardigen vanuit het belang van het kind. Wat je niet moet doen, is interlandelijke adoptie onmogelijk maken.’