Op een woensdagochtend in april sta ik op de East Baseline Road in Mesa, een voorstad van Phoenix, naast het kantoor van Planned Parenthood: een organisatie, mede-gefinancierd door de overheid, die seksuele voorlichting geeft, voorbehoedsmiddelen verstrekt en indien nodig ook abortus uitvoert. Ik ben hier om met leden van de Apologia Kerk, opgericht door Jeff Durbin, tegen abortus te demonstreren. Zoals voor de ene kerk het redden van andermans ziel absolute prioriteit heeft, zo kent de Apologia Kerk geen grotere prioriteit dan de strijd tegen abortus.
De dag ervoor ben ik al bij een televisieshow van Durbin geweest. Hij maakt elke week een christelijke variant op de Late Night Show, die bestaat uit grappen, voorlichting – marihuana voor medisch gebruik is toegestaan door God – en de strijd tegen abortus, die wordt omschreven als ‘de cultuur van de dood’.
Na de opnames maakte ik kennis met een van de schrijvers van de show, de komiek Chris Wineland, die zei: ‘Ik ben christen, maar geen christelijke komiek, ik maak gewoon familievriendelijke grappen.’
Dit is het laatste verslag van Arnon Grunbergs geloofsreis door de VS. Hij was al eerder in Phoenix, Sedona en Santa Fe op zoek naar inspiratie voor zijn eigen geloof. Je vindt alle reportages, geloofsbrieven en preken hier.
Staand voor Planned Parenthood moet ik weer even aan de familievriendelijke grappen van Wineland denken. Het lijkt erop alsof de bijna dagelijkse demonstraties tegen abortus vandaag niet doorgaan, maar dan hoor ik verderop een man schreeuwen. Een dronkaard op weg naar huis? Een schreeuwende dakloze, van wie er in New York zoveel zijn? Nee, de demonstratie is begonnen.
‘Er gaan hier vandaag baby’s dood. Er gaan hier vandaag baby’s vermoord worden.’
Ik meng me onder het handjevol demonstranten.
‘We mogen niet te dichtbij Planned Parenthood komen,’ zegt Zach, een man met een baardje en een gestreept poloshirt. Hij heeft de uitstraling van een degelijke huisvader. ‘Maandag, woensdag en donderdag staan we hier. Abortus is urgenter dan euthanasie. Euthanasie is ook erg, maar we kunnen niet overal zijn. Er gaan hier vandaag baby’s dood. Er gaan hier vandaag baby’s vermoord worden.’ Dat laatste zegt hij met een bijna satanisch genoegen.
‘Hebben jullie weleens baby’s gered?’ vraag ik. Hij wijst op het sandwichbord dat hij bij zich heeft waarop een foto van twee baby’s staat. ‘Deze tweeling hebben we gered,’ zegt hij. ‘We bieden geld aan als de moeder arm is. Maar we doen niet aan maandelijkse betalingen.’
‘Wat voor werk doe je?’ vraag ik.
‘Ik zit in de bouw,’ zegt Zach, ‘maar ik verkoop ook weleens machines.’
Afgerukte armen
Ik ga naar een betrekkelijk hip geklede vrouw, Desiree. ‘Er zijn bijna 60 miljoen baby’s vermoord,’ vertelt ze, ‘de teller staat nu op 58 miljoen, daarom staan we hier. Ik heb zelf twee kinderen van 7 en 5, maar ik ben klaar om ongewenste kinderen te adopteren.’
Verderop schreeuwt een man tegen een auto die richting Planned Parenthood rijdt: ‘Moeder, laat je kinderen leven!’
Nog iets verder staat een man met een megafoon. Hij zegt tegen mij: ‘Ik heb geen tijd om met je te spreken, ik ben nu aan het prediken, dat is belangrijker.’ Dan roept hij in de megafoon: ‘Moeders, armen en benen worden van jullie baby afgerukt. Dan wordt het hoofd ingeslagen. Het wordt op een schotel naast de moeder neergelegd. En dan nog zeggen ze dat dit het beste voor je is. Laat jezelf niet reduceren tot een absurditeit.’
Nog afgezien van de vraag of dit een correcte samenvatting van de procedure is, lijkt ook deze demonstrant een merkwaardig plezier te beleven aan de ietwat gore details.
Ik praat nog met een ietwat verlegen man die afgezonderd staat. Hij heet Joel en hij is muzikant, maar hij repareert ook muziekinstrumenten.
‘Hier wordt leven vernietigd,’ zegt hij, ‘daarom sta ik hier.’
‘Was je altijd al gelovig?’
‘Ik was begin twintig toen ik tot Christus kwam. Daarvoor was ik een slaaf.’
‘Van wat als ik vragen mag?’
‘Ik was een slaaf van pornografie.’
Een oudere vrouw fietst voorbij en roept: ‘Ik wou dat ik een baby had.’
Het valt me op dat veel gelovigen in de verslavingszorg hebben gewerkt of zelf verslaafd zijn geweest. Ook de leider van deze kerk, Jeff Durbin, was verslaafd vóór hij dominee werd.
Ik kijk om me heen, we staan naast de Mandarin House Chinese Cuisine, een Chinees restaurant, en Señor Taco, een Mexicaans fastfood-restaurant; Planned Parenthood bevindt zich verder naar achteren. ‘Laat je niet reduceren tot absurditeit!’ wordt er weer geroepen. Maar het lijkt alsof het wordt geroepen naar de mensen die ’s ochtends vroeg al in Señor Taco zitten.
Direct voor de ingang van Planned Parenthood zelf staan vrouwelijke vrijwilligsters, duidelijk herkenbaar aan hun hesjes, die ervoor moeten zorgen dat de vrouwen die hier komen niet per ongeluk in het pand ernaast bij Aid for Women Center naar binnengaan, een organisatie die gelieerd is aan de katholieke kerk. Hoewel Aid for Women Center niets te maken heeft met de evangelisten die verderop staan te demonstreren, hebben ze één doel gemeen: het voorkomen van abortus.
Ook voor de katholieke organisatie staat een vrijwilligster klaar om naar de vrouwen toe te lopen die hier hun auto parkeren, alsof twee concurrerende restaurants om klanten vechten.
Een van de vrijwilligsters van Planned Parenthood zegt: ‘Het is vervelend en traumatisch voor de jonge vrouwen die hier komen om te worden uitgescholden voor hoer, of dat ze naar de hel gaan. Vaak komen ze niet eens voor een abortus maar voor een soa-test.’
Ook voor de katholieke organisatie staat een vrijwilligster klaar om naar de vrouwen toe te lopen die hier hun auto parkeren, alsof twee concurrerende restaurants om klanten vechten. Iets verderop gaat de demonstratie in naam van het leven onverminderd voort.
https://www.vn.nl/product/vrij-nederland-nr-12-2018/Langs deze stoffige weg in Arizona betwijfel ik of niet geboren zijn zoveel beter en minder absurd is dan leven, het leven lijkt slechts een gevecht tegen allerlei verslavingen en de verslaving zelf een onontbeerlijke pijnstiller. Als ik kijk naar Joel, voormalige slaaf van de pornografie, besef ik dat ook deze haters smachten naar liefde. Alleen hun vocabulaire is beperkt.
Crypto-joden
Om meer te begrijpen van religie en dood reis ik naar El Paso, een woestijnstad in een uithoek van Texas. Aan de andere kant van de stad, aan de overkant van de rivier, de Rio Grande, ligt de Mexicaanse stad Ciudad Juárez. De muur waarover Trump zo vurig predikt, bestaat hier al lang.
In het noordelijk gedeelte van de stad heb ik met rabbijn Stephen Leon afgesproken in zijn synagoge B’nai Zion om over de zogenaamde crypto-joden te spreken. Crypto-joden zijn voor de inquisitie gevluchte en tot het katholicisme bekeerde joden die via Mexico in New Mexico, Colorado en Texas zijn beland. Wat ze gemeen hebben, is dat zij ondanks hun katholicisme bepaalde joodse tradities hebben behouden: ze gebruiken geen melk en vlees door elkaar, steken op vrijdagavond kaarsen aan en vieren bepaalde joodse feesten, bijvoorbeeld het Lotenfeest.
Feitelijk leidden de crypto-joden een dubbelleven; buitenshuis waren zij goede katholieken, binnenshuis werd een hybride vorm van de joodse traditie voortgezet. Vaak wisten zij niet eens dat het om joodse traditie ging. Sinds kort noemen enkele afstammelingen van deze vluchtelingen zich crypto-joden, zij verlaten de kerk en zoeken toenadering tot het jodendom. Soms komen ze terecht bij de messianisten, een religieuze stroming die zich tussen jodendom en christendom in bevindt. Het motto van de messianisten luidt: Jews for Jesus.
Een vrouw vertelt hoe ontroerd zij is als zij ziet dat haar dochter de joodse feestdagen openlijk kan vieren.
Spanje en Portugal zijn begonnen de nakomelingen van de slachtoffers van de Inquisitie een paspoort aan te bieden, maar de meeste rabbijnen staan sceptisch tegenover de crypto-joden en accepteren hen niet als echte joden. Rabbijn Stephen Leon is een van de weinige rabbijnen die de crypto-joden heeft omarmd.
Deze ochtend zit ik in een grote lege synagoge waar de rabbijn aan enkele crypto-joden en mij een les geeft over het joodse paasfeest, hoewel dat al achter de rug is. Een vrouw vertelt hoeveel schaamte zij voelde over het dubbelleven van haar ouders en hoe ontroerd zij is als zij ziet dat haar dochter de joodse feestdagen openlijk kan vieren.
Na de les nodigt de rabbijn me uit voor de lunch in de Village Inn. Hij heeft wat overgewicht en loopt moeilijk. In het restaurant vertelt hij: ‘Ik ben opgegroeid in Bridgeport, Connecticut. Mijn vader was daar voorzanger. Er waren 750 joodse families, met 500 kinderen. Recentelijk was ik weer in Bridgeport voor een vrijdagavonddienst. Twintig joodse bejaarden zaten in een klaslokaaltje bij elkaar, de jongste was de rabbijn. Hij had hun kleinzoon kunnen zijn. Het jodendom in Amerika en niet alleen daar zal zonder de crypto-joden uitsterven.’
Ik werp tegen: ‘De meeste rabbijnen en vooral de orthodoxe rabbijnen erkennen de crypto-joden niet.’
Stephen Leon eet een sandwich met tonijnsalade en patat. Hij eet langzaam, omdat hij zoveel en vaak ook zo gepassioneerd spreekt.
‘Het maakt me niet uit wat ze zeggen. Er zijn circa honderd miljoen crypto-joden over de hele wereld, en dat is een voorzichtige schatting. Alleen al een kwart van de bevolking in Brazilië is vermoedelijk afstammeling van de slachtoffers van de Inquisitie. Ik wil dat de kerk zich rekenschap geeft van wat er gebeurd is en deze mensen laat gaan. Ze hebben de mond vol over abortus, maar tijdens de Inquisitie zijn met gruwelijke martelwerktuigen foetussen uit Joodse vrouwen getrokken. Er is een verlangen in het hart van deze crypto-joden en dat kan ik niet negeren. En vergeet niet dat hun families vaak al het contact met deze mensen verbreken als ze terugkeren naar het jodendom.’
Als mensen me nu zouden vragen: wat is God, zou ik antwoorden: een zeer krachtige emotie.
Religie is ook het verlangen naar gemeenschap. Een antwoord op de vraag: bij wie hoor ik thuis? Vaak ook antwoord op de vragen: waarom ben ik anders, en waar kan ik ongestraft anders zijn?
Aan het eind van de lunch vertelt de rabbijn over zijn dochter, die onlangs tijdens een joodse feestdag is gestorven. ‘Ze was net 50 kilo afgevallen,’ zegt hij en dan begint hij hartverscheurend te huilen.
Het grijpt me aan. Alles om deze man heen sterft en hij klampt zich vast aan de crypto-joden. Als mensen me nu zouden vragen: wat is God, zou ik antwoorden: een zeer krachtige emotie.
Zwarte Joden
De vraag wie de echte Joden zijn, houdt meer religieuze groeperingen bezig. In Oklahoma City, in the Southern Oak Library, in een buitenwijk van de stad, ontmoet ik twee leden van de Israelite School of Universal Practical Knowledge. Het gaat hier om een groepering die gelooft dat de zwarten in Amerika de echte Joden zijn. De groep staat geboekt als zogenaamde ‘hate group’ omdat ze zwarte superioriteit (black supremacy) zouden prediken. Een van de leiders heeft in een interview gezegd dat als Christus terugkomt op aarde alle witte mensen worden vermoord of tot slaaf worden gemaakt.
In een aparte kamer van de bibliotheek niet ver van de kinderafdeling – op een poster worden kinderen opgeroepen aan honden voor te lezen – zit officier Ajash (ook deze groepering geeft de leden spirituele namen en er is een hiërarchisch systeem dat enigszins gemodelleerd is naar het leger, zo wordt de leider ‘generaal’ genoemd).
Voor we binnen mogen komen, worden we eerst gefouilleerd, ‘voor jullie en onze veiligheid,’ zegt officier Ajash. Zijn collega filmt het gesprek, hij draagt een militaire broek met cowboylaarzen. Uit een doos wordt de Bijbel gehaald die op tafel wordt gelegd.
‘Wij geloven in de Bijbel,’ zegt officier Ajash. ‘Wij zijn de Joden. De zwarten in Amerika zijn de twaalfde stam, Juda. Wij geloven in Yeshua Hamashiach, de koning. Wij vieren Pesach en Poerim. We volgen de Talmoed. We zijn een school, geen kerk. We zijn begonnen in 1968. Onze leider is commandant/generaal Yahanna. We zijn tegen geweld, maar we verdedigen ons wel. We zijn georganiseerd als een leger, want zo staat het ook in de Bijbel.’
‘Jullie stellen,’ zeg ik, ‘dat de zwarten in Amerika de stam Juda zijn, de mensen uit Haïti zijn de stam Levi, Simon zijn de mensen uit de Dominicaanse Republiek en zo verder. Moet je zwart zijn om bij jullie te horen?’
‘Nee,’ zegt de officier, ‘we kijken niet naar huidskleur, we kijken wel naar afstamming en die gaat via de vader. Het is een kwestie van spiritualiteit. Je voelt het.’
‘Hoeveel leden kent jullie school?’
‘We zijn overal, we zijn met velen. Christus komt terug, dat is zeker, de onderdrukking van de kinderen van Israël zal dan stoppen. Als Christus terugkomt, komt hij met het zwaard terug en er zullen heel wat mensen worden vermoord.’
‘Jullie zijn bestempeld als hate group.’
‘Wij houden van onze mensen, dat noemen we geen haat, dat noemen we liefde. “Heilig” betekent separaat, anders dan het gewone. We geloven niet in interraciale huwelijken, maar de twaalf stammen kunnen wel onderling trouwen. En we gaan niet van deur tot deur zoals sommige baptisten, we spreken op straat met een microfoon en een versterker. Velen zijn tegen ons, maar velen zijn ook vóór ons. Het christendom is van de slavenmeester. Zij hebben van het geloof folklore gemaakt, de Paashaas, de Kerstman.’
‘Kijk naar Tel Aviv, dat is zo ongeveer de hoofdstad van de homoseksualiteit, dat is een schande.’
De officier praat gedreven en toch monotoon.
‘En hoe zit het met de joden? De ándere joden bedoel ik.’
‘Die zeggen dat we geen joden zijn, maar wij zijn de joden. Als je de Bijbel goed leest, is er geen andere conclusie mogelijk. Het heilige land is van ons, maar we gaan er nu niet heen. Kijk naar Tel Aviv, dat is zo ongeveer de hoofdstad van de homoseksualiteit, dat is een schande. Eerst moet alles worden schoongeveegd, dan kan Christus komen.’
‘We zitten hier in Oklahoma City, is dit jullie thuis? Waar is thuis?’
‘Mijn thuis is in Israël, het bijbelse Israël, wij zijn een staat in een staat. Luther King heeft gemarcheerd, maar honden hebben de borsten van onze zusters afgebeten. Wij zijn de enige plek die honderd procent waarheid biedt. We groeien, we bieden een weg aan uit de prostitutie, uit de drugs. Reagan is begonnen met het verspreiden van drugs in onze wijken. Mannen mogen meer vrouwen hebben, zo staat het in de Bijbel. Seks is hetzelfde als het huwelijk. Als je met een vrouw seks hebt gehad, ben je met haar getrouwd en moet je voor haar zorgen.’
‘Hoeveel vrouwen heb je?’ informeer ik.
‘Het gaat niet om mij. We leren elke vrijdag Hebreeuws, oud-Hebreeuws en Syrisch Hebreeuws.’
‘Wat denk je over het politieke klimaat in Amerika?’
‘Trump haat mensen, hij is openlijk racist. Hij brengt meer mensen naar onze school, dat is goed. Martin Luther King faalde. Malcom X faalde. De islam faalde. Wij brengen God naar onze mensen.’
Ik wil hem een hand geven, maar hij zegt: ‘Wij geven geen handen.’ En hij geeft me een boks.
‘Haat jij mensen?’ vraag ik nog.
‘Ik haat geen individuen. Ik haat onderdrukking.’
‘Wat is onderdrukking?’ wil ik tot slot weten.
‘Als je mensen boven je hebt. Als nergens zoveel abortussen worden gepleegd als onder zwarte vrouwen. De drugs. De prostitutie, dat is onderdrukking. Chemische oorlogsvoering gebeurt hier.’
Ik wil hem een hand geven, maar hij zegt: ‘Wij geven geen handen.’ En hij geeft me een boks.
Uitverkoren
Religie is de vrije markt van de waarheid en uitverkoren zijn is de voorwaarde om de waarheid te kunnen verspreiden. Iedereen wil uitverkoren zijn, het lijkt een universeel menselijk verlangen.
Om even bij te komen van alle uitverkorenen die ik heb ontmoet, bezoek ik Stormie. Ik kwam haar tegen in The Peyote Way Church of God, waar ik net als zij het hallucinerende sap van de peyote-cactus heb gedronken. Ze woont in Atoka, een dorpje in het zuidoosten van Oklahoma, langs de weg naar Dallas. Het huis van de ouders van Stormie, waar zij weer is ingetrokken, bevindt zich in de bossen, niet ver van de snelweg, die dwars door Atoka loopt. Om het huis scharrelen kippen, er loopt een hond.
Stormie verschijnt met een wollen mutsje in de deuropening, dan verdwijnt ze weer.
Aan de deur hangt een bordje: ‘Kinderen te koop.’
Ik ga naar binnen. Stormie loopt door haar huis alsof ze hier zelf op bezoek is. Haar ouders zijn er niet. Haar vader bouwt trailers, een soort huizen op wieltjes, en hij heeft ook een eigen vliegtuig. De ouders zijn ergens heengevlogen, ze weet niet waarheen.
Ze stelt voor naar haar favoriete Mexicaanse restaurant te gaan waar ze in korte tijd zeven Corona drinkt en een klein beetje kippensoep eet. Haar drie kinderen zijn bij de twee vaders. Stormie vertelt dat ze haar tweede kind helemaal in haar eentje op Monkey Island heeft gekregen, een eilandje in North Carolina. Ze heeft zelf de navelstreng doorgeknipt, geesten hebben haar geholpen.
Ze wil graag naar Amsterdam verhuizen omdat ze gearresteerd was toen ze haar dochtertje in de auto borstvoeding aan het geven was terwijl ze een jointje aan het roken was. De politie in Amsterdam, vermoedt ze, is coulanter. Ook vertelt ze over haar grote liefde die zich tijdens het jagen met een jachtgeweer door het hoofd heeft geschoten. Hij was net als zij verslaafd aan oxytocine. ‘Daar ben ik vanaf,’ zegt ze, ‘en daar geeft niemand me de waardering voor die ik verdien.’
God is slechts de laatste afslag voor de totale destructie.
Aan het eind van de avond zegt Stormie: ‘Ik had gezegd dat jullie bij me konden logeren, maar als mijn ouders er niet zijn doen ze van alles op slot, ook de logeerkamer. Er zijn hier goede motels.’
In het van God verlaten dorpje Atoka, midden in de Bible Belt van Amerika, heb ik God niet gevonden, maar heb ik wel het idee door Stormie Amerika te zijn genaderd: een goedaardige junkie, maar de verslaving drijft haar tot het uiterste. God is slechts de laatste afslag voor de totale destructie.
Rassenvermenging
Verderop in Oklahoma, niet ver van de grens met Arkansas, bevindt zich Elohim City, stad van God. Contact met de mensen van Elohim City is moeilijk, de commune is opgericht door Robert Millar, die gelooft in witte/christelijke superioriteit (white supremacy). Een tijd deden er geruchten de ronde over een verbinding tussen Elohim City en Timothy McVeigh, een veteraan die samen met twee anderen verantwoordelijk was voor de aanslag in Oklahoma City op 19 april 1995, waarbij 168 mensen omkwamen. Die aanslag was een vergelding voor de bestorming door de FBI van de commune van David Koresh, ‘de zondige messias’ in Waco, Texas, op 19 april 1993. Daarbij kwamen in totaal 76 mensen om.
Hier in Elohim City kruisen het vertrouwen in God en het wantrouwen in de staat en zijn instituten elkaar. Een onherbergzame zandweg voert naar de gemeenschap. De anarchie – beter gezegd: het zelfbestuur – begint in deze nederzetting; religie in Amerika is dikwijls ook een poging de overheid buiten de deur te houden.
‘De meisjes willen vast weten hoe de vrouwen zijn gemaakt.’
Een jongen van een jaar of 15, 16 staat buiten op me te wachten en begeleidt me naar de kerk, waar de leden van gemeenschap elke dag om één uur samenkomen. Op een bord staat dat we in de ‘House of learning’ zijn, 26 kinderen variërend van een jaar of 5 tot een jaar of 17 zingen religieuze liederen.
Dan komt een lerares naar voren. De gemeenschap heeft haar eigen school en ze zegt: ‘We hebben geleerd over de menselijke botten. Wie creëerde de mens en zijn botten?
Een groepje kinderen roept: ‘Jahuva.’ Dat is kennelijk hoe zij het Hebreeuwse woord voor God uitspreken. Ook deze gemeenschap heeft een voorliefde voor de Hebreeuwse taal.
Citaten uit Genesis moeten duidelijk maken dat God ook verantwoordelijk is voor de menselijke botten, kennelijk is dat zelfs hier niet vanzelfsprekend. Daarna noemen de kinderen de namen van de verschillende menselijke botten op. Vervolgens zegt de lerares: ‘De meisjes willen vast weten hoe de vrouwen zijn gemaakt.’
De ceremonie wordt besloten met dansjes van de kinderen, een paar jongens doen vestjes aan waarop de namen van de bijbelse stammen staan. Er wordt ook op een ramshoorn geblazen.
Dan neemt David Millar het woord, een betrekkelijk onopvallende en niet bijzonder charismatische man met een baardje en bruin haar. Hij is de zoon van de oprichter, Robert Millar: ‘Wij hebben vandaag twee journalisten in ons midden. Ik heb besloten jullie privacy te schenden, omdat deze mensen wat mij betreft door God zijn gestuurd. We hebben hier net op school de geschiedenis van de Nederlandse pelgrims, onze voorouders, bestudeerd.’
Mijn vriendin en ik moeten naar voren komen en we moeten vragen beantwoorden vóór we zelf vragen mogen stellen. Over Nederland, over de EU, over moslims en vluchtelingen. John Millar, een andere zoon van de oprichter en dominee van de gemeenschap, is ziek, maar zit ook in de kring. Hij heeft een mondkapje voor.
‘In de Bijbel staat dat je de rassen niet moet vermengen. Het verbod op overspel is eigenlijk een verbod op rassenvermenging.’
‘Mijn vader was een mennoniet uit Canada,’ zegt David, ‘hij kreeg een visioen dat hij een gemeenschap in Oklahoma moest oprichten. Om echt volgens de christelijke wetten te leven, moet je afgezonderd wonen. In 1973/74 zijn we hier begonnen. Wij geloven dat christelijke identiteit ook te maken heeft met ras. In de Bijbel staat dat je de rassen niet moet vermengen. Het verbod op overspel is eigenlijk een verbod op rassenvermenging.’
‘Zou een Mexicaan lid kunnen worden van jullie gemeenschap?’ informeer ik.
David Millar aarzelt even. Zijn vrouw, die achter hem zit, kijkt bedenkelijk. ‘In principe wel,’ zegt hij. ‘Als hij wit is.’
We lopen naar buiten.
‘Jullie doen veel dingen die joden ook doen, zij het op een andere manier,’ zeg ik, ‘blazen op een ramshoorn, spreken in het Hebreeuws. Zijn jullie joden?’
‘We noemen ons geen joden, wij zijn Hebreeërs,’ zegt David.
‘Wat betekent God voor u?’ wil mijn vriendin nog weten.
‘Een moeilijke vraag. God is niet alleen een vriend.’ David spreekt nadenkend. ‘Hij is de vader, de koning van het land. Ik spreek niet graag over religie. Wij zijn gelovigen. Religie is de viering van de afzondering. Maar ik geloof niet in een eeuwige hel, geen enkele vader zou zijn kinderen zo de rug toekeren. We gaan allemaal door een hel, maar we gaan niet naar de hel.’
Een paar kinderen komen op me af. Vermoedelijk zien ze weinig mensen van buiten, ik word bekeken als een buitenaards wezen. Mooie kinderen, dat wel, maar David Millar had al gezegd: ‘Wij hebben goede genen.’ Molly, een meisje van twaalf, vertelt ze dat graag wil reizen.
De kerk zou ook een magazijn kunnen zijn, de Amerikaanse God geeft weinig om architectuur.
Valse profeet
Als God in Amerika is, dan toch zeker in Waco, dat op de kaart werd gezet door de ‘zondige messias’ David Koresh, geboren als Vernon Wayne Howell.
Twintig minuten van Waco bevindt zich het terrein van de Branch Davidians, een afsplitsing van de zevendedagsadventisten, althans wat ervan over is. Hier botste in 1993 de federale overheid op religieuze vrijheid, hier werden de grenzen van religieus anarchisme en zelfbestuur uitgetest, met catastrofale gevolgen. Na een belegering van bijna twee maanden bestormde de FBI het gebouw. Er brak een brand uit, vermoedelijk aangestoken door Koresh en zijn aanhangers.
Bij de ingang is een gedenksteen aangebracht waarop de namen van de doden staan. Als je een stukje doorrijdt, kom je bij de kerk uit. Het zou ook een magazijn kunnen zijn, de Amerikaanse God geeft weinig om architectuur.
De huidige dominee is Charles Pace. Hij zit in een rolstoel. Een hoek van de kerk is ingericht als een soort woonkamer. Pace draagt een pet waarop staat: ‘Jesus is my boss.’ Hij draagt rode sokken in sandalen.
Aan de ene kant van de kerk hangt een vlag waarop staat ‘Trump/Pence 2016’. Aan de andere kant van de kerk hangt een vlag waarop staat ‘Hillary for prison 2016’. Bill Clinton was een paar maanden president toen de gemeenschap van Koresh door de FBI werd bestormd. De haat tegen de Clintons is een vuur dat hier nog flink brandt.
Pace zegt: ‘Ik kende Koresh, hij dacht dat hij Gods lam was, waarover sprake is in Openbaringen. Hij was een valse profeet, maar hij móest een valse profeet zijn. Ik heb met hem gebroken toen hij met mijn vrouw naar bed wilde. Andere volgers van Koresh hebben hun vrouwen en dochters wel aan hem gegeven. Hij was bereid in het vuur te sterven om de profetie van God uit te laten komen. David had 17 kinderen, maar volgens de Bijbel moest hij er 24 hebben om echt het Lam Gods te zijn. Koresh moest dood omdat hij te veel over Clinton wist. Clinton verkocht wapens aan Zuid-Amerika en dealde in cocaïne toen hij gouverneur van Arkansas was. De globalisten steunden Clinton.’
‘Wie zijn de globalisten?’ informeer ik.
‘Het Vaticaan, de vrijmetselaars, de jezuïeten, vooral zij. De Amerikaanse Centrale Bank is gewoon een dependance van het Vaticaan. Veel Joden werken met het Vaticaan samen.’
‘En Trump,’ informeer ik. ‘Ik zie hier een groot spandoek voor Trump hangen.’
‘Trump is een zegen. Hij is ook een valse profeet. Net als Koresh. Maar hij is door God gezonden. God stuurt ook de valse profeten. Trump zal het moeras dempen. Ik kom uit Malta, althans mijn ouders, ik ben half Arabisch, half Joods, daarom begrijp ik de Arabieren en de Joden. De antichrist zal een moslim zijn, hij is al geboren. Amerika is een dependance van het heilige land, want het heilige land zelf is te klein.’
Dan kijkt hij me aan, indringend, en hij zegt: ‘Jij lijkt op David Koresh. Jij doet me aan hem denken. Jij bent ook een valse profeet. Het lam Gods heeft zeven ogen en zeven hoorns.’
In zijn elektrische rolstoel rijdt hij naar buiten.
‘Babylon moet vernietigd worden,’ zegt de dominee nog. ‘Deze wereld is Babylon. Trump zal Babylon vernietigen.’
Amerika, dat is niet alleen een junkie in een van God verlaten dorp in Oklahoma, maar ook een dominee in een rolstoel op een grindweggetje in Texas.
‘Waarom zit u eigenlijk in een rolstoel?’ vraag ik, nadat ik achter hem aan ben gelopen, ‘is het tijdelijk?’
De dominee knikt. ‘Ik heb mijn heup gebroken, maar mijn andere been…’ Hij rolt zijn broek op, ‘is een prothese. Ik kwam onder een maaimachine, eind jaren negentig. God wilde dat ik verder leefde, ik heb alleen mijn been verloren.’
Ik loop een eindje met Pace op in de richting van zijn huis, hij rijdt voor me uit. Amerika, dat is niet alleen een junkie in een van God verlaten dorp in Oklahoma, maar ook een dominee in een rolstoel op een grindweggetje in Texas.
Wie Trump wil begrijpen, wie zijn volgers wil begrijpen, kan niet zonder God, die specifieke Amerikaanse God, een combinatie van samenzweringstheorie, anarchisme, afkeer van de federale overheid, de romantiek van de pioniers, en het verlangen naar zuiverheid en afzondering.
En laten we dit niet vergeten: Amerika is niet een dependance van het heilige land, Amerika is het échte heilige land. Dat is waar American exceptionalism op neerkomt.
Nog vóór middernacht heeft dominee Pace me 9 sms’en gestuurd.
‘Misschien ben ik het Lam Gods,’ zeg ik tegen mijn vriendin, want deze reis heeft me niet onberoerd gelaten, ‘toch een valse profeet, maar ik wil niet in het vuur sterven. We hebben valse profeten nodig die níét meer samen met hun volgelingen in het vuur ten onder gaan.’




Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.