In Amerika speelt religie een andere rol dan in Europa. Maar hoe anders? En over welk Amerika hebben we het? Toen ik tien jaar geleden een wapendealer in North Carolina interviewde (onderzoek voor een roman), zei hij dat mensen zonder wapens slaven waren. Zijn huis stond vol met wapens, zoals het huis van een Italiaans-Argentijnse vriendin van me, overtuigd katholiek, vol staat met heiligenbeeldjes. Hij geloofde in wapens met het vuur van de ware gelovige, en hij was er ook van overtuigd dat ze voor verlossing zouden zorgen. Waar geloof opduikt, is verlossing nooit ver weg.

Dit is deel 1 van een reeks waarin Arnon Grunberg zijn eigen geloof sticht. Bekijk hier alle afleveringen.

Heeft religie God nodig of mogen bijvoorbeeld ufo’s, wapens en kennis als vervang-goden gelden? Het lijkt me hoogmoed dat wij onszelf werkelijk bevrijd zouden hebben van alle geloofssystemen, al beweren we atheïst of agnosticus te zijn. Zelfs de zekerheid dat je je moet bevrijden van geloofssystemen lijkt me twijfelachtig.

Wittgenstein schreef dat mensen naar waarheid verlangen, ook als die waarheid niet goed voor hen is. Het verlangen naar waarheid zou het geloof ondermijnen, leerde ik op de middelbare school. Mij lijkt geloof juist te ontspruiten aan precies dát verlangen, naar waarheid. Geloof is een poging een einde te maken aan knagende onzekerheid, aan dat wat weleens nihilisme wordt genoemd, het bevragen en onderzoeken van alle zekerheden.

geloof
‘Geloof bestaat bij de gratie van verhalen, alleen al daarom zijn schrijvers de aangewezen personen om een nieuwe religie te beginnen.’

Ik gebruik hier religie en geloof door elkaar, maar religie kun je beschouwen als een georganiseerde vorm van geloof, zoals de sportschool en de trainer aldaar georganiseerde vormen van sport zijn – je kunt ook zelfstandig door het park rennen. De persoonlijke religie bestaat natuurlijk ook; waar geloof een systeem wordt, is de stap naar religie al snel gezet. De psycholoog en filosoof William James stelt in The Varieties of Religious Experience dat melancholie een ‘essentieel moment’ is in elke religieuze evolutie. Weemoed lijkt me een essentieel moment in de evolutie van elk individueel leven.

Geloof bestaat bij de gratie van verhalen, alleen al daarom zijn schrijvers de aangewezen personen om een nieuwe religie te beginnen. Met dat besef begon het. Ik wilde niet geloven, ik wilde geloofd worden. Misschien is dat verlangen, het verlangen van de leugenaar, het begin van de literatuur. Met het voordeel dat literatuur betrekkelijk risicovrij is. Mensen kunnen zeggen: ‘Het was slecht.’ Zolang er ‘fictie’ op staat, zal de schrijver niet snel voor leugenaar worden uitgemaakt.

Een eigen religie beginnen leek me de juiste volgende stap – de ambitie dient toe te nemen – nadat ik meer dan een dozijn romans had geschreven.

Waar kon ik dat beter doen dan in Amerika? Het is daar vrij makkelijk een religie erkend te krijgen en er zijn illustere voorgangers, zoals Joseph Smith, de grondlegger van de Church of Jesus Christ of Latter-day Saints, oftewel de mormonen. Smith wilde onder meer een Amerikaans Zion in Utah vestigen, hij schreef ook een aanvulling op de Bijbel: The Book of Mormon. Sinds mijn emigratie naar Amerika (kort daarop hoorde ik voor het eerst dat Utah voor sommigen een Amerikaans Zion was) voelde ik de behoefte zelf ook een stukje heilig land te vinden, bijvoorbeeld in North Dakota.

Mijn Amerikaanse Zion

Verleden herfst – ik trakteerde mezelf op visioenen, William James (1842–1910) suggereert dat mysticisme niet anders is dan een bepaalde vorm van bewustzijn – besloot ik dat het tijd was voor mijn Amerikaanse Zion. Ik zou door Amerika trekken en kerken en geloofsgemeenschappen aandoen om erachter te komen hoe je dat doet, een eigen geloof beginnen. En welke eigenschappen moet je hebben als religieus leider?

En passant zou ik volgelingen kunnen verzamelen. Dat wij bij religie denken aan volgelingen komt doordat elke georganiseerde religie misschien onvermijdelijk een hiërarchische structuur krijgt met schapen en herders. De eenpersoonsreligies zijn ons minder bekend en kunnen ook makkelijker worden afgedaan als afwijking en ziekteverschijnsel.

Het verschil tussen een religieus en een politiek leider is gering, en juist Trump is hard bezig de laatste verschillen weg te werken.

Op zoek naar God en een nieuwe religie in Amerika zou ik hopelijk en passant ook Trump vinden. Waarmee niet is gezegd dat hij een god is of de leider van een religieuze beweging. Maar het verschil tussen een religieus en een politiek leider is hoe dan ook gering, en juist Trump is hard bezig de laatste verschillen weg te werken. Fake news is weinig meer dan de gedachte dat het heilige geschrift of de eigen heilige gedachte waar is, in tegenstelling tot geschriften van de concurrerende religieuze gemeenschap.

De objectieve werkelijkheid wordt min of meer buitenspel gezet, een kenmerk van religie. Het gaat om het hogere, het onzichtbare, het toekomstige, oftewel het leven na de dood, het verborgene. Al kun je hooguit zeggen dat de visioenen van de mysticus een ander doel dienen dan de halve en hele onwaarheden van Trump. Berlusconi had overigens de weg voor Trump geëffend met zijn gewiekste rollenspel van succesvol zakenman, religieus leider en entertainer ineen. Aan de vooravond van de Italiaanse parlementsverkiezingen in maart poseerde Berlusconi nog even als verlosser, al leverde dat niet helemaal de gewenste resultaten op. Als verlosser had hij zijn houdbaarheidsdatum bereikt.

God in de woestijn

Ter voorbereiding op de reis had mijn vriendin me een boek uit 1913 gegeven, Through Our Unknown Southwest van Agnes C. Laut. In een hoofdstuk dat zich in Arizona afspeelt, kwam ik deze zin tegen: ‘Hij is het soort man dat de woestijn voortbrengt: stil, met een zachte stem – een indrukwekkend zachte stem – alert, vaardig, hardvochtig, veelzijdig, maar ook een dromer, een ziener, een gepassioneerde patriot en een kunstliefhebber die zijn liefde bewijst door kunst te kopen.’ Als de woestijn dergelijke mensen voortbrengt, dan moest mijn zoektocht naar God in Amerika maar beginnen in de woestijn waar Laut het over had, die van Arizona.

Op een zaterdagavond in de vroege lente land ik in Phoenix. De volgende ochtend zit ik samen met mijn vriendin in de kerk van de Faithful Word Baptist Church in Tempe, een kwartiertje rijden van het centrum van Phoenix. ‘Kerk’ is veel gezegd, het hoofdkwartier van deze religieuze gemeenschap bevindt zich in een kantorencomplex naast een chiropractor en tegenover Wendy’s, een fastfoodrestaurant; de baptisten lijken weinig om esthetiek te geven. Er is een eenvoudige muurschildering, iets groens en geels, en een katheder. Later zie ik dat de muurschildering het landschap van Arizona moet voorstellen, de woestijn, rotsen, cactussen. Ruim 200 gelovigen zijn op deze dienst af gekomen, onder wie veel kinderen. Op een papiertje aan de muur is te lezen wat de recordopkomst was en wanneer die plaatsvond.

geloof
‘We zijn geen calvinisten. Als je eenmaal gered bent, ben je gered.’

De dominee van deze kerk, Steven Anderson, is er vandaag niet. Hij wordt vervangen door een jonge dominee uit West-Virginia. Deze draagt een grijs pak met een blauwgestreepte stropdas. Mede daardoor heeft hij wat weg van een autoverkoper. De man spreekt rustig, bijna bedaagd. De visioenen van de woestijn lijken hem nog niet bereikt te hebben, maar dat wordt anders als hij over de hel en zondaren begint.

‘Er zijn kerken, die geven maaltijden aan de armen. Maar misschien is dat hun laatste maaltijd voor de armen naar de hel gaan,’ zegt de dominee. ‘Wat hebben ze daaraan? Ik heb niets tegen eten uitdelen, maar onze prioriteit is het redden van de ziel.’ Daaraan voegt hij toe: ‘We zijn geen calvinisten. Als je eenmaal gered bent, ben je gered.’

Als Joodse homo door het leven

In de preken die ik de afgelopen jaren in hervormde en katholieke kerken in Europa hoorde, speelden hel en zondaars geen noemenswaardige rol meer, al zal dat in gereformeerde kerken anders zijn. Hier zijn hel en zondaars ruimschoots aanwezig, maar op zijn Amerikaans: vol optimisme om aan de hel te ontkomen en de zondaars te bekeren dan wel te verslaan. De Amerikaanse woestijn mag zieners produceren die van kunst houden, zij produceert ook zieners die over de zonde preken alsof zij stiekem beseffen dat er geen groter genot is dan dat.

‘Als een homo mijn kerk binnenkomt, gooi ik hem zo naar buiten, of de deur gesloten is of niet.’

De dominee vertelt dat een vriend van hem jong stierf, maar die vriend was gered en daardoor was het verdriet van de dominee niet zo groot. ‘Als je gered bent, is de dood niets anders dan een vakantie in Europa. Als de vakantie over is, kom je hem weer tegen.’ Hij vervolgt: ‘Wie leeft met duivelse mensen zal met duivelse mensen sterven. Als een homo mijn kerk binnenkomt, gooi ik hem zo naar buiten, of de deur gesloten is of niet.’

De gemeente lacht uitbundig. Het was me bekend dat deze kerk een hekel heeft aan Joden en homo’s en hoewel ik vermoedelijk meer Jood ben dan homo wil ik best als Joodse homo door het leven gaan. Zekerheidshalve heb ik me voorgedaan als heteroseksuele christen. Een vriend van me zei: ‘Eigenlijk ga je op pad als anatoom-theoloog, iemand die het religieuze in de werkelijkheid ontleedt.’ De anatoom-theoloog moet de gelovigen niet ontrieven, anders valt er weinig meer voor hem te ontleden.

Min of meer duivels

Na de dienst komt een vrouw van in de dertig met een jong kind op haar arm op me af. Ze doet me denken aan vrouwen die in de nederzetting van mijn zus wonen op de Westelijke Jordaanoever. ‘Mag ik je wat vragen?’ zegt ze met zachte stem. ‘Als je vandaag dood zou gaan, weet je zeker dat je naar de hemel gaat?’ Het klinkt alsof ze me bij haar thuis uitnodigt voor de lunch.

Op dergelijke vragen ben ik voorbereid. ‘Niet zeker,’ zeg ik, ‘maar ik heb hoop.’
‘Wat moet je doen om naar de hemel te gaan?’
‘Leven zoals Christus wil dat ik leef.’
‘Nee,’ roept ze, ze lijkt oprecht ontsteld.

Ze begint in haar bijbel te bladeren, de King James Bijbel – in deze gemeenschap is alleen dat de echte bijbel, andere vertalingen zijn min of meer duivels. Die van haar staat vol met aantekeningen. ‘Het staat los van je daden,’ zegt ze. ‘De hemel is een cadeau van Jezus. Het enige wat je moet doen, is accepteren dat je een zondaar bent en dat Jezus voor jouw zonden is gestorven.’‘Dan ben ik gered?’ vraag ik.
‘Ja,’ zegt ze.
‘Ongeacht wat ik verder doe?’
Ze knikt. Iets van de aantrekkingskracht van dit geloof dringt tot me door; de redding is onvoorwaardelijk, als we allen zondaars zijn, is het verschil tussen de grote en de kleine zondaar niet meer doorslaggevend.

Ik zeg: ‘Jullie gaan van deur tot deur om mensen te redden. Mag ik eens mee?’
‘Zeker,’ zegt ze, ‘dat is namelijk de beste methode. We kloppen op elke deur.’

Zwijgende medestanders

Op dinsdagmiddag ontmoet ik Jorge, een in Mexico geboren Amerikaan van in de veertig. Hij vertelt kapitein te zijn geweest in het Amerikaanse leger, hij diende kort in 2003 in Irak, verder was hij gestationeerd in onder meer Zuid-Korea en Texas. Zijn eerste vrouw heeft hem bedrogen en ook bleek zij homo te zijn (hij gebruikt het woord ‘sodomist’). Speciaal voor deze kerk is hij met zijn tweede vrouw van Texas naar Arizona verhuisd.

Hij heeft nog altijd een rugzak van het leger bij zich, maar alleen om praktische redenen. Jorge is een tikkeltje gedrongen, lijkt bijna verlegen. In de auto op weg naar de buurt Fremont Heights, waar we zielen zullen gaan redden, zegt hij: ‘Vroeger was ik een patriot. Nu niet meer. Amerika voert oorlog voor grondstoffen.’ Hij mompelt: ‘Satanische krachten zijn werkzaam in Amerika om mensen uit de weg te ruimen.’

geloof

Dan staan we op 5th Avenue in Fremont Heights samen met een man of zeven van de kerk, inclusief enkele kinderen. We worden verdeeld in drie groepjes en krijgen een plattegrond mee waarop staat aangegeven welke straten en welke kant van de straat gedaan moeten worden. De Faithful Word Baptist Church werkt buurt na buurt, straat na straat af. Jorge heeft net als zijn medegelovigen een bijbel in zijn hand in het Engels en Spaans – in deze buurt wonen veel Latino’s. De huizen zijn eenvoudig, soms licht verwaarloosd. In de kerk had ik al gehoord dat de armen meer ontvankelijk zijn voor redding dan de rijken.

Mijn vriendin en ik zijn zwijgende medestanders. Wie van deur tot deur gaat, kan zwijgende medestanders goed gebruiken, getuigen als het ware. Het valt niet mee. Veel mensen willen wel een vers uit de Bijbel horen, verder komen we niet. ‘We hebben een zaadje geplant,’ zegt Jorge, ‘er is niets mooiers dan zielen winnen, als ik het een paar dagen niet heb gedaan, word ik depressief.’

Nu al gered

Na ruim een halfuur hebben we beet. Twee meisjes, zusjes, de één zal een jaar of acht zijn, de ander elf. Die van elf is tijdens de redding van haar ziel voortdurend aan een waterijsje in een plastic beker aan het likken, de jongere heeft een teddybeer in haar hand. Na tien minuten zeggen de meisjes samen met Jorge een gebed op, dat ze zondig zijn, dat Christus voor hun zonden is gestorven en opgestaan, en dat ze zijn genade accepteren. Jorge laat nog een dvd achter. De redding is voltooid.

Vlak voor de schemering inzet, redden we nog een meisje van achttien.

Jorge vraagt nog: ‘Hoe heten jullie? Ik schrijf altijd de namen van de mensen op die ik in de hemel zal ontmoeten.’ Zijn opmerking ontroert me. De jongste heet Caroline, de naam van de oudste kan ik niet goed verstaan. Iatsura, noteer ik.
‘Zijn ze nu al gered?’ vraag ik later. ‘Hoe weet je of ze echt de genade van Christus hebben aanvaard?’
‘We kunnen niet in de harten van mensen kijken, maar we gaan ervan uit dat ze niet liegen,’ antwoordt Jorge.

Vlak voor de schemering inzet, redden we nog een meisje van achttien met een grijs T-shirt waarop Damn staat. ‘Ruth,’ schrijft Jorge in zijn boekje. In de auto terug naar de kerk vertelt Jorge aan mijn vriendin dat hij ook weleens blootstaat aan zondige verleidingen. Hij is vooral gevoelig voor roddelen en de zonde van het oog: hij kijkt weleens naar andere vrouwen. Daaraan voegt hij met enige opluchting toe: ‘We zijn allemaal zondig.’

geloof

Volg het geld, uiteindelijk kom je bij God uit

Voor mijn vertrek uit Phoenix ontmoet ik dominee Anderson, de oprichter van de Faithful Word Baptist Church in Panera Bread Company, een broodjeszaak. De dominee (36) heeft twee van zijn tien kinderen meegenomen. Behalve van zijn kerk en het geloof houdt hij van sporten en zo ziet hij er ook uit – als hij zou zeggen dat hij volleybalcoach is, zou je hem ook geloven.

‘Alles is aan verval onderhevig,’ verklaart hij, terwijl hij een bagel met ei, spek en kaas eet. ‘Daarom moet elke generatie zijn eigen kerk beginnen, kerken zijn namelijk ook aan verval onderhevig.’
‘Waar leeft uw kerk van?’ vraag ik.
‘In de Bijbel staat dat mensen een tiende van hun inkomen aan de kerk moeten geven, maar als mensen dat niet doen, zijn ze ook welkom.’ Achter elk fortuin schuilt een misdaad, schreef Balzac. Ik zeg: volg het geld, uiteindelijk kom je bij God uit.

‘En hoe zit dat met de zonde?’ informeer ik, ‘als redding losstaat van je daden.’
‘Als je zondigt, kan God je in dit leven ervan langs geven en kom je in de hemel in een lagere klasse terecht. De hemel is geen klasseloze maatschappij. Er zijn diverse klassen in de hemel, er zijn daar ook koningen. Het is net als in India een kastesysteem, sociale mobiliteit bestaat daar niet. Maar de slechtste plek in de hemel is nog altijd beter dan de koudste plek in de hel.’

‘De Bijbel is heel libertijns. Overspelige mensen en homo’s moeten gedood worden, maar verder mag er veel.’

‘Stemt u?’
‘Nee. Daar ben ik open over. Die man en die vrouw van de vorige presidentsverkiezingen zijn allebei kwaadaardig. Ik heb twee keer op Ron Paul (een Republikeinse libertijn en initiatiefnemer van de Tea Party beweging – AG) gestemd. Nu is er niemand meer die mijn stem verdient. De verkiezingen zijn trouwens toch doorgestoken kaart.’

‘Hoe verhoudt het christendom zich tot uw voorkeur voor het libertijnse gedachtengoed?’
‘De Bijbel is heel libertijns. Ja, bijvoorbeeld overspelige mensen en homo’s moeten gedood worden, maar verder mag er veel. Het gaat om het koninkrijk Gods, niet om de overheid in Washington, die gerund wordt door zondige zielen.’

Ik wil niet over homoseksualiteit beginnen, maar dominee Anderson begint er zelf over en raakt op dreef. ‘Homo’s zijn roofdieren, veelal verkrachters van kinderen. De homo’s zijn homo omdat ze God hebben afgewezen, daarom heeft God hen gestraft met homoseksualiteit.’

‘Aha,’ zeg ik. ‘U hebt ook een film over Israël gemaakt?’
‘Ja,’ zegt de dominee, ‘Judaïsme is nog satanischer dan homoseksualiteit. Kijk, de homo’s kennen de Bijbel vermoedelijk niet, maar de Joden hebben de Bijbel. De Joden weten van Christus, toch wijzen ze hem af, dan ben je echt satanisch. Vanaf de oudheid tot nu hebben de Joden niets anders gedaan dan Christus haten. Het is niet voor niets dat ze overal steeds zijn verwijderd. De Joden besturen Hollywood. Het IMF. De Centrale Bank in Amerika. Mijn grootvader was politieagent in Los Angeles. Hij haatte Joden. Ik begreep niet waarom. De Joden waren toch het uitverkoren volk. Later vertelde hij me waarom. De prostitutie, de ontvoeringen, de criminaliteit, allemaal in handen van Joden.’

‘En de Holocaust is de straf van de God?’ informeer ik voor de zekerheid nog even.
‘Ik geloof niet in de Holocaust,’ zegt de dominee.
We gaan naar buiten. Mijn vriendin maakt een foto van hem. Hij lacht uitbundig, al vertelt hij ook dat zijn keelgat te klein is en dat hij daarom regelmatig dreigt te stikken. Het enige medische mankement waaraan de dominee lijdt, volgens hemzelf.
‘U hebt twee schattige kindertjes,’ zeg ik geheel naar waarheid.
De woestijn produceert zieners, zoveel is zeker, al zijn hun visioenen zelden prettig. Maar voor hen die zijn gered, is de dood slechts een vakantie in Europa. Laten we ons daaraan voorlopig vasthouden.

(Wordt vervolgd.)