Dit is de schaduwzijde van de migratiedeals

De Europese Unie probeert vluchtelingen en migranten te weren door deals met Afrikaanse landen. Die deals worden betaald uit het ontwikkelingsbudget. En de armoedebestrijding dan?

In de vluchtgemeente, een voormalig stadsdeelkantoor in Amsterdam, herinneren de bordjes met ‘trouwzaal’, ‘raadszaal’ en ‘vergaderruimte’ aan vergane glorie. In de wastafels staat water, de toiletten stinken. Overal liggen matrassen met dekens. Etensgeuren hangen in de lucht. Sinds het gebouw anderhalf jaar geleden leeg kwam te staan, streken er zo’n tweehonderd mensen neer uit allerlei (voornamelijk Afrikaanse) landen. Boven aan een trap naar de eerste verdieping staat een stevige vrouw, die zich voorstelt als ‘Sarah’, te dweilen. Ze is ongeveer 35 en komt uit Ivoorkust. Ze heeft nu geen tijd, zegt ze, maar wil straks misschien wel praten. Een paar uur later ploft ze neer op een versleten bank. ‘Ik ben kapot,’ zucht ze. ‘Elke zondag dweil ik het hele gebouw.’ Ze vindt het moeilijk – ‘dan doet mijn hoofd pijn’ – om te vertellen hoe ze hier terechtkwam. Nadat opschrijfblokje en pen zijn opgeborgen en thee is ingeschonken, gaat ze toch in vogelvlucht door haar geschiedenis. Ze is vertrokken om redenen in de privésfeer en dus heeft ze geen ‘gegronde vrees voor vervolging’ zoals vluchtelingen volgens het vluchtelingenverdrag moeten hebben. Dat verdrag werd in 1951 opgesteld en bood een juridisch kader om de vluchtelingensituatie die na de Tweede Wereldoorlog was ontstaan nooit meer te laten plaatsvinden. In dezelfde tijd werd de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens goedgekeurd. Deze verdragen zijn verankerd in de structuur van de Europese Unie. Toch ervaart Sarah haar vertrek wel degelijk als vlucht. Ze vertelt over haar moslimman die haar mishandelde, over haar vader die haar verbood te scheiden, over hoe ze in een buurland wegens familie- en stamverbanden niet veilig zou zijn. Ze ontmoette een man die haar hielp naar Nederland te komen, maar haar hier prostitueerde. Ze ontsnapte en vroeg asiel aan. Toen dat werd afgewezen, volgde de gevangenis in afwachting van haar uitzetting. Haar bloeddruk steeg gevaarlijk snel en ze werd na twee maanden vrijgelaten, zonder medische zorg. Sindsdien woont ze bij de groep migranten zonder verblijfsvergunning in Amsterdam. Ze moet vaak verkassen. Elk gebouw waar ze intrekken, wordt weer ontruimd. Bij dit gebouw is dat tijdens het schrijven van het artikel ook gebeurd. ‘Dit is geen leven,’ zegt ze. ‘Ik lijd hier misschien nog meer dan in Afrika. Ik ben zo moe.’