Get Out is een sensatie in de Verenigde Staten. Een lowbudget horrorfilm over het racisme van witte progressieven, die op één in de Amerikaanse box-office belandde – vóór alle blockbusters en superheldenfilms.

Get Out is ook nog eens een debuutfilm, van de zwarte regisseur-scenarist Jordan Peele. Maakt zijn huidskleur uit? In dit geval wel. Zijn oeuvre is doordrenkt van het spelen, als komiek, van zwarte iconen (onder wie Martin Luther King en Obama) en het becommentariëren van rassenverhoudingen – waaronder een merkwaardig knullig filmpje uit 2008, toen Peele nog werkte voor comedyclub Boom Chicago in Amsterdam, over een opstandige Zwarte Piet: ‘Throw your own pepernoten!’

Met Get Out heeft hij nu een film gemaakt die als verbeelding van the black experience volgens The New Yorker in één adem genoemd moet worden met het betoverende all-black drama Moonlight, die dit jaar (na enige verwarring) de Oscar voor Beste Film ontving.

Maar waren in Moonlight geen witte mensen te zien, in Get Out is de zwarte hoofdpersoon zwaar in de minderheid. Hij wordt door zijn witte vriendin meegenomen naar haar ogenschijnlijk ruimdenkende, rijke witte ouders – die toevallig ook nog eens een heleboel rijke witte vrienden hebben uitgenodigd.

Overal zit ongemak. De enige andere zwarten zijn de tuinman en de huishoudster. Witte mensen beginnen tegen hem uit het niets over Obama of Tiger Woods. Een vrouw knijpt ongevraagd waarderend in zijn bovenarm. En we zitten hier niet in redneck-land: dit zijn witte progressieven, ‘het soort mensen dat deze website leest’, zoals The Guardian schreef.

Het is horror, dus het ontspoort. Dat heeft als voordeel dat maatschappelijke structuren duidelijk zichtbaar worden gemaakt. Dat is in Get Out uitzonderlijk goed gelukt: in bijna elk detail kan een verwijzing herkend worden naar daadwerkelijk bestaand racisme. En dat op zo’n manier dat wit én zwart in groten getale naar de bioscoop komen – bij zo’n heikel onderwerp is dat een ontzagwekkende prestatie.

Het inzicht van Peele (die heeft aangekondigd nog vier ‘sociale thrillers’ te willen maken, zoals hij het genre noemt waarover hij in New York onlangs een filmprogramma samenstelde) is dat horror hiervoor het uitgelezen genre is. Horror vergroot uit, waarmee het zowel de boodschap verheldert als een zekere afstand behoudt tot de werkelijkheid – wat de kijker een beetje lucht verschaft.

Maatschappelijke horror

Veel beroemde horror ging Get Out voor in het verbeelden en verhelderen van maatschappelijke angsten. Neem alleen al de klassiekers Dracula, waaruit de vrees en fascinatie spreekt voor de onbedwingbare penetratielust van verleidelijke buitenlandse mannen, en dokter Frankenstein, die dood en verderf zaait met zijn wetenschappelijke hoogmoed.

In de cinema beweegt horror vaak mee met de preoccupaties van het moment. In de beroemde filmversies van 1931 en 1958 staat Dracula inderdaad nog voor seks. In de jaren negentig wordt hij echter een meelijwekkende junkie (The Addiction van Abel Ferrara) en besmet met de aids-gedachte (Bram Stoker’s Dracula van Francis Ford Coppola). Zo volgt ook filmmaker David Cronenberg steeds de angstige Zeitgeist met films over SOA’s (Shivers, 1974), genetische manipulatie (The Fly, 1986), media (Videodrome, 1983) en virtual reality (eXistenZ, 1999). Of neem het voorbeeld van Invasion of the Body Snatchers, waarin mensen ongemerkt worden vervangen door buitenaardse lookalikes. De oorspronkelijke (en superieure) verfilming in 1956 weerspiegelt de angst dat schijnbaar normale mensen eigenlijk communisten kunnen blijken te zijn. In de remake van 1978 gaat het opeens over de invloed van de New Age-beweging; in de versie van 1993 over conformisme in het leger en in 2007 over de angst voor terroristen.

Timing is alles. In Dick Maas’ Sint blijkt ook onze geliefdste traditie niet meer te vertrouwen – juist tijdens de nationalistische oprispingen van het gedoogkabinet-Wilders

Er zijn nog veel meer voorbeelden. Them! en monsterfilm Godzilla, beide uit 1954, voeden zich met de angst voor radioactiviteit en de atoombom. Night of the Living Dead van George A. Romero uit 1967 (die met zijn zwarte hoofdpersoon een inspiratiebron vormde voor Peele) reflecteert de Amerikaanse burgerrechtenstrijd. Brian Yuzna’s Society (1989) toont hoe de rijkste één procent leeft van de lagere klassen. Stanley Kubricks The Shining (1980) gaat, voor de zéér goede verstaander, over de genocide op Amerikaanse Indianen en Lars von Triers Antichrist (2009) over de historische misogynie van het christelijke Westen.

Timing is alles. In Dick Maas’ Sint (2010) blijkt ook onze geliefdste culturele traditie niet meer te vertrouwen – juist tijdens de nationalistische oprispingen van het gedoogkabinet-Wilders. En de martelkamerfilms Saw (2004) en Hostel (2005) weerspiegelen de gebeurtenissen in Abu Ghraib in 2003. In deze maatschappelijk geïnspireerde horrorfilms’, zoals Peele het kernachtig samenvatte in The New Yorker, ‘is de maatschappij het monster’. Zijn eigen Get Out is, blijkt uit het enorme succes bij critici en publiek, precies op het goede moment het gevecht aangegaan met het monster van racisme.

Get Out is de openingsfilm van het Imagine Film Festival, dat wordt gehouden van 12-22 april 2017 in het EYE Filmmuseum in Amsterdam. Daar wordt ook het eveneens maatschappelijk bevlogen, beeldschone, gruwelijke en erotische debuut Raw van de Franse Julia Ducournau vertoond – kandidaat voor de toptien van beste films van 2017. Get Out gaat op 20 april ook in reguliere roulatie; Raw volgt een week later.