Film / ‘Sint’ van Dick Maas
Dan doet Dick Maas het maar zelf. Zevenentwintig jaar na De lift, algemeen beschouwd als de eerste echte Nederlandse horrorfilm, komt Maas met de zwart-komische actiehorror Sint. In de tussenliggende periode is in Nederland af en toe een horrorfilm gemaakt, maar veel stelde het niet voor. Als Sint een succes wordt, mag de Nederlandse horrorfan weer hoop koesteren, aldus Jan Doense (1960) – als (mede)oprichter van het Weekend of Terror, het Amsterdam Fantastic Film Festival, tijdschrift Schokkend Nieuws, dvd-label Mr. Horror Presents en productiebedrijf House of Netherhorror de spin in het kleine Nederlandse horrorweb. Het opgeklopte gedoe over de poster van Sint – die te eng voor kinderen zou zijn – is alvast goede reclame geweest.
‘Ik denk dat we na 11 november [de premièredatum van Sint; KD] een heel andere maatstaf hebben voor Nederhorror,’ aldus de immer optimistische Doense in zijn frisse Amsterdamse kantoor. ‘Als Sint een hit wordt, leidt dat geheid tot nerveuze energie onder producenten en distributeurs.’ Doense is er klaar voor: zijn House of Netherhorror heeft vier low budget horrorfilms in productie, die eind volgend jaar in de bioscoop moeten belanden.
In het succes van Sint heeft Doense vertrouwen, aangezien horror het altijd goed doet in tijden van crisis. ‘Laten we wel zijn, Sint is de perfecte film voor dit moment. We zijn in Nederland momenteel hartstikke bang en nu hebben we ook nog een regering waar we bang voor moeten zijn. We hebben allemaal behoefte aan warmte en geborgenheid. En juist dan schopt Sint onze meest vertrouwde traditie onderuit. Daarom raakt het zo’n snaar. Tegelijkertijd is het geruststellend: het idee dat het altijd nog erger kan.’
Nare man
Dat de timing gelukkig is, wil Dick Maas (1951) niet ontkennen. We zitten in een restaurant met uitzicht over de Amsterdamse daken. Dezelfde daken waarover in Sint de moordlustige sinterklaas galoppeert, achtervolgd door de Amsterdamse politie – het hoogtepunt van de film. ‘Misschien is het inderdaad precies het goede moment. Ik denk dat mensen in sinterklaas een gevoel van veiligheid zoeken. Maar is die Sint nou zo veilig? Het is gewoon een nare man, die ouders gebruiken om kinderen in het gareel te krijgen. Als Sinterklaas niet zou bestaan en je zou een kinderfeest bedenken, dan verzin je toch geen bisschop van de katholieke Kerk die uit Spanje komt en kinderen in zakken stopt? Dat haal je toch niet in je hoofd? Dan zou je zeggen: ”Bisschop? Sodemieter op met je bisschop!”’
Precies het gevoel dat Maas oproept met Sint, met dank aan een reeks bloederige moorden door de verminkte ‘Slechtheiligman’ en zijn geblakerde Pieten.
Doenses optimisme over de toekomst van Nederhorror deelt Maas niet. Hij is eerder pessimistisch – of realistisch, zo u wilt: ‘Met De lift heb ik ook al laten zien dat het kon en daarna gebeurde er niets. Waarom zou het nu anders zijn? Kijk, technisch kunnen we het, dat kun je ook in Sint zien. Als we het geld ervoor uittrekken, kun je in Nederland Harry Potter maken. Het probleem is, denk ik, dat er te weinig goede scripts zijn. Dood Eind en Sl8n8 zijn leuke films, hoor, maar het blijft bij iemand die één voor één mensen afslacht.’
Sl8n8 (van Frank van Geloven en Edwin Visser) en Dood Eind (Erwin van den Eshof) waren in 2006 de meest opvallende films van een kleine Nederhorrorgolf. Drie andere films – Woensdag (Bob Embregts en Jean-Paul Arends), Complexx (Robert A. Jansen) en Horizonica (Ramon Etman) – haalden de bioscoop niet. De hoeveelheid films was opvallend, net als het enthousiasme en de inzet van de makers, maar het niveau was bescheiden en de bezoekersaantallen vielen tegen. Daarna werd het weer grotendeels stil rond de Nederlandse horrorfilm.
Het publiek is er wel, benadrukt Doense: ‘Een horrorfilm als Saw II haalt tweehonderdzestigduizend bezoekers. Dat is behoorlijk.’ Bovendien is het horrorgenre bij uitstek internationaal: ‘De wereldwijde potentie van Nederhorror is veel groter dan De gelukkige huisvrouw of Alles is liefde. Die films struikelen bij de grens. Maar Sl8n8 en Dood Eind zijn aan vijftien, twintig landen verkocht.’ Ook Maas ervoer bij Sint het enthousiasme van de internationale horrorscene: ‘Zelfs voor ik een meter gedraaid had, stond ik al op buitenlandse sites. Iedereen ging het volgen. We hebben ook al waanzinnig veel aandacht van buitenlandse distributeurs, terwijl ze alleen nog maar de trailer hebben gezien.’ Dat Sinterklaas over de grens misschien niet begrepen wordt, baart Maas geen zorgen: ‘Santa Claus on a horse, dat valt prima te verkopen.’
De Nieuwe Nederhorror
Dat de Nederlandse horrorfilm niet van de grond komt, is geen nieuws. Interessanter is de vraag waarom het Dick Maas wel lukt. Als Jan Doense gelijk krijgt en Sint schept ruimte voor meer Nederhorror, hoe moet die er dan uitzien? Hoe vermijd je de valkuilen van het verleden? Vijf regels voor de Nieuwe Nederhorror (zie ook de ‘Drie horrorscenario’s’).
1. Wees origineel
‘Nederlandse makers proberen te veel hun Amerikaanse en Italiaanse helden te kopiëren,’ aldus Doense. ‘En dus krijg je allemaal zombiefilms en slasherfilms. Dood Eind en Sl8n8 waren goed gemaakte horrorfilms, maar epigonen. En dat verlies je van het origineel, omdat die budgetten veel hoger zijn. De vraag moet zijn: hoe druk je een eigen stempel op het genre?’ Iets nieuws bedenken is soms helemaal niet zo moeilijk. Neem nou een lift.
2. Kies Nederlandse locaties
Vrij naar journalist en horrorfilmer Barend de Voogd, die op Nederhorror.nl een manifest publiceerde: geen afgelegen boerderijen en eenzame landhuizen meer. ‘Je kunt in Nederland eigenlijk niet verdwalen,’ verzucht Doense. Maas laat zien dat het ook niet hoeft: De lift, Amsterdamned en Sint spelen zich gewoon in de stad af. Voor een Nederlands publiek is een eenzaam perron of een duistere fietstunnel herkenbaarder dan een blokhut in the middle of nowhere.
3. Wees zuinig met fantasy
We hebben ze wel, benadrukt Doense: ‘Het wemelt in Nederland van de sprookjes, mythen en sagen. Je kunt de Witte Wieven pakken of iets met veenlijken doen. In de Achterhoek is een weerwolf geweest. Plenty aanknopingspunten voor Hollandse horror.’ Toch is fantasy, ook in de literatuur, in Nederland nooit echt aangeslagen. Daarom: houd de grondtoon naturalistisch. Maas laat zien dat je horror kunt maken met beide benen op de grond. Met alledaagse settings, herkenbare hoofdpersonen en nuchtere humor. Neem je toch een vampier, benader hem dan zo realistisch mogelijk – zoals de prachtige Zweedse film Let the Right One In (2008).
4. Gebruik de angst
Het lijkt er sterk op dat Nederland collectief bang is. Veel banger dan twintig jaar geleden. Bang voor de buurman, bang voor buitenlanders, bang voor de toekomst. Gebruik die angst. Maak films die een uitvergroting vormen van maatschappelijke angsten en die zo een snaar raken bij het publiek.
5. Gebruik humor
Humor vergroot het potentiële publiek, zoveel lijkt zeker. En humor maakt het gemakkelijker om politiek-incorrecte onderwerpen op de korrel te nemen.
Natuurlijk is het mogelijk om een dodelijke serieuze horrorfilm te maken, net zoals er morgen in Nederland een meesterlijke fantasyfilmer kan opstaan. Maar in de tussentijd zou het geen kwaad kunnen als meer filmmakers Maas’ voorbeeld zouden volgen. Een originele en geestige horrorfilm, op herkenbare locaties, die politiek-incorrect zijn tanden zet in de echte angsten die leven onder de oppervlakte van de maatschappij.
Honderd jaar horror
Als vroegste voorloper kan Het geheim van het slot Arco gelden, een zwijgende film uit 1914 van Maurits Binger, waarin een man zonder hoofd voorkomt. In 1939 gevolgd door De spooktrein, waarin Fien de la Mar bezeten is door een gruwelijk spookverhaal. En dan is het alweer 1977 en maakt Wim Lindner de vampierkomedie Bloedverwanten, naar een verhaal van Belcampo. Zes jaar later volgt Maas’ De lift (1983). Ondanks diens succes blijft het daarna stil, tot Maas’ eigen, horrorachtige Amsterdamned in 1988. Begin jaren negentig zien we dan het verdienstelijke De Johnsons (1992) van Rudolf van den Berg, regisseur van Tirza, en het hilarisch slechte Intensive Care (1991) van Dorna van Rouveroy, met Koen Wauters en Nada van Nie als aandoenlijk liefdeskoppel. En dan blijft het weer lange tijd stil – al komt Maas in 2001 nog met de Amerikaanse remake Down van zijn eigen De lift – tot het Nederhorrorgolfje van 2006, met vijf titels die te weinig indruk maken. Wel werden dit jaar de Amerikaanse rechten van Elbert van Striens door Japanse horror geïnspireerde Zwart water gekocht door actrice Charlize Theron.
Onder de radar bleef de Engels, Duits en Japans gesproken – en daardoor niet direct als Nederlands herkenbare – The Human Centipede, een zieke (de duizendpoot uit de titel bestaat uit mensen die mond-op-anus aan elkaar genaaid zijn) en opmerkelijk goede horrorfilm van de Nederlandse regisseur Tom Six, die vorig jaar de hoofdprijs won op Screamfest, het belangrijkste Amerikaanse horrorfestival (The Guardian: ‘It places a flag on a hitherto undreamt-of Everest-peak of offensiveness’).
Op ditzelfde festival viel al eerder korte Nederhorror in de prijzen: Jan Doenses eigen komische R.I.P. (2001), met Huub van der Lubbe als goed gecaste zombie, en Harry Doright’s Prelude to Hell (2008) van Dood Eind-regisseur Erwin van den Eshof. Daarnaast zijn waarschijnlijk in geen enkel ander genre in Nederland zo veel amateurfilmers actief, die naast een ontelbare hoeveelheid kort werk soms ook speelfilms produceren.
Nederhorror: drie suggesties
Black Boerka – Steeds meer boerka’s verschijnen in de straten. Zwart. Ze lijken niet te lopen, maar te glijden. Zwijgend staan ze op de bushalte en in de rij voor de kassa. Wie naast hen staat, kan van het ene op het andere moment verdwijnen.
Luctor et Emergo – Als door een stijgende zeespiegel de dijken breken, vervalt het poldermodel razendsnel tot een verzuilde anarchie, waarin tot waanzin gedreven groepjes – corpsballen, hooligans, Turken, SGP’ers etc. – elkaar de schaarse droge grond bevechten.
Mad Cow – Door een nieuwe gekkekoeienziekte slaan in Nederland massaal vleesetende runderen op hol. Er is maar één optie: er moet geruimd worden! Geïnspireerd op de Nieuw-Zeelandse splatterkomedie Black Sheep (2006).
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.