Het is een mooi idee, dat existentialisme. De wereld mag dan absurd en betekenisloos zijn, maar jij bent vrij om jezelf vorm te geven. Je kiest je eigen identiteit, je creëert je eigen waarden, op pure wilskracht. Maar pech gehad als je toevallig leeft in het universum van David Cronenberg, regisseur van films als Videodrome en The Fly. Want is het in werkelijkheid al niet makkelijk een onafhankelijke geest te zijn, in zijn wereld is het scheppen van je eigen, nieuwe, betere identiteit zo goed als onmogelijk.
‘Het is absoluut gevaarlijk om in mijn films te leven, dat klopt,’ lacht de aimabele Canadees, via een Skype-verbinding met zijn woonplaats Toronto. ‘Ik ben een existentialist. Voor mij is elke film een filosofisch onderzoek. Natuurlijk bestaan er allerlei versies van existentialisme. Bij die van mij hoort in elk geval wat Sartre zei: de mens is veroordeeld tot vrijheid. Zoiets kun je in films verhelderen door dingen dramatisch verkeerd te laten gaan.’
Moest er belastinggeld gaan naar een speelfilm over een parasiet die mensen muteert tot moordlustige seksbeesten? Ja.
Een beetje zoals die tekst aan de muur in zijn film Shivers: ‘The road of excess leads to the palace of wisdom’? ‘Ja, dat vind ik een mooie beschrijving. Afkomstig van William Blake.’ Uit de Proverbs of Hell, om precies te zijn, waarin Blake als verdere uitleg schreef: ‘You never know what is enough until you know what is more than enough.’
Je verheldert als kunstenaar de menselijke conditie door haar grenzen op te zoeken – en je weet pas waar die liggen op het moment dat je ze overschrijdt. ‘Je moet alleen niet zo ver gaan dat je je publiek verliest. Dat ze er niks meer van begrijpen.’
Cronenberg spreekt uit ervaring. Zijn vroege films werden door velen afgeserveerd als sensationalisme en effectbejag. Het door de Canadese overheid gesubsidieerde Shivers leidde in 1975 zelfs tot een discussie in het parlement: moest er belastinggeld gaan naar een speelfilm over een parasiet die mensen muteert tot moordlustige seksbeesten?
Het antwoord is ja. En dat is alleen maar duidelijker geworden, nu we zulke films kunnen bekijken binnen zijn gehele oeuvre. Want in samenhang zie je hoe filosofisch Cronenbergs films eigenlijk zijn – ook de vroege body horror, waarin mensen de controle over hun lichamen verliezen wanneer die versmelten met dieren of machines.
‘The Fly’ (1986)Nieuw vlees
Het sterkste voorbeeld van zo’n herwaardering biedt Videodrome – Cronenbergs grootste meesterwerk. Videodrome verscheen in 1983 en gaat over televisie. Maar wie de film nu ziet, moet vooral denken aan internet – dat toen nog niet bestond.
‘Dat hoor ik vaker,’ zegt Cronenberg. ‘Maar ik heb de film eerlijk gezegd nooit meer teruggezien.’
In Videodrome raakt een man geobsedeerd door illegale televisie-uitzendingen van seksueel getinte martelingen (het soort obscure narigheid dat normaal niet op televisie, maar wel online is te vinden). De beelden veroorzaken heftige hallucinaties: hij ziet zijn televisie tot leven komen en zichzelf veranderen in een videorecorder.
Een professor met de naam O’Blivion – gebaseerd op de Canadese mediatheoreticus Marshall McLuhan (die van ‘the medium is the message’) – duidt de hallucinaties als een nieuwe werkelijkheid, waarin kijker en televisie samenvloeien. Die nieuwe werkelijkheid wordt in Videodrome ‘het nieuwe vlees’ genoemd: de naam die EYE heeft gegeven aan het openingsfeest van zijn Cronenberg-tentoonstelling.
Je verheldert als kunstenaar de menselijke conditie door haar grenzen op te zoeken – en je weet pas waar die liggen op het moment dat je ze overschrijdt
‘Het nieuwe vlees’ kun je lezen als ‘een nieuw lichaam’ – televisiebeelden worden in Videodrome geïntegreerd in de werkelijkheid van de kijker, zoals in eXistenZ gamers volledig opgaan in hun virtuele werkelijkheid. De boodschap: technologie staat niet los van ons. ‘Technologie is een menselijke creatie,’ zegt Cronenberg. ‘Net als kunst of kinderen. Wij maken haar en we worden erdoor beïnvloed. Technologie, dat zijn we zelf.’
O’Blivion zegt in Videodrome: ‘Het publieke leven op televisie is echter dan het privéleven in levenden lijve.’ En: ‘Natuurlijk is O’Blivion niet mijn echte naam. Dat is mijn televisienaam. Binnenkort zal iedereen een speciale naam hebben voor op het beeldscherm.’
Vervang ‘televisie’ door ‘internet’ en je hebt een rake voorspelling. ‘Die uitspraken was ik vergeten,’ glimlacht Cronenberg. ‘Ik denk dat Videodrome mijn claim op roem als profeet moet zijn. Niet dat dat mijn doel was. Maar voor mij was duidelijk dat dingen aan het verschuiven waren.’

Geestesziek
Ook in Cronenbergs nieuwste film Maps to the Stars, die zich afspeelt in Hollywood, zijn de personages afhankelijk van het scherm. ‘Dat is heel existentialistisch. Acteurs hebben het gevoel dat ze niet bestaan als ze niet meer acteren. Ze voelen de wanhoop en angst van existentiële vergetelheid.
‘Een actrice die niet meer gebeld wordt omdat ze de veertig is gepasseerd, wordt een levende dode. Ze leeft nog, maar bestaat niet meer. Datgene wat haar bestaan rechtvaardigde, is verdwenen. Dat is het existentialistische onderzoek van deze film.’
Kennen we sinds het internet niet allemaal dat gevoel, dat we niet meer volledig bestaan als we online geen bevestiging krijgen dat we gezien worden? ‘Dat denk ik zeker. Bruce Wagner, de schrijver van Maps to the Stars, zei daarover iets moois tijdens de persconferentie. Andy Warhol had gezegd dat we allemaal vijftien minuten beroemd zouden worden. De nieuwe situatie is dat iedereen altijd beroemd is.’
En dus speelt iedereen altijd een rol. Een rol spelen is jezelf vormgeven – zie de personages in Maps to the Stars. Hoe existentialistisch moeten we dat zien? ‘Deze mensen creëren inderdaad zichzelf. Maar zijn ze ook authentiek – die andere bekende term uit het existentialisme?’
Het antwoord daarop lijkt in Maps to the Stars nee. Iedereen in Cronenbergs Hollywood huichelt, iedereen heeft geheimen.
Maar wat is überhaupt een authentieke identiteit? Die vraag is, geeft Cronenberg toe, niet gemakkelijk te beantwoorden. Zeker niet in zijn fictiewereld. Zie Naked Lunch, waarin schrijver William Burroughs, ondanks een krachtig en creatief intellect, door overvloedig drugsgebruik elk besef van objectieve werkelijkheid verliest.
Existentialisme is bij Cronenberg meestal een vorm van hoogmoed
Of Dead Ringers, waarin de twee complementaire identiteiten van een eeneiige tweeling (magistraal gespeeld door Jeremy Irons) volledig van elkaar afhankelijk zijn. De meest serieuze kandidaten voor existentiële authenticiteit in Cronenbergs oeuvre zijn de hoofdpersonen van A History of Violence en Spider.
In A History of Violence lukt het ex-boef Viggo Mortensen jarenlang te doen alsof hij een brave burgerman is – terwijl zijn vrouw en kinderen van niks weten. Je kunt hem een leugenaar en een oplichter noemen. Maar je kunt ook zeggen dat hij, als ware existentialist, ervoor heeft gekozen een nieuw mens te worden. Totdat het verleden hem inhaalt en alles in elkaar dondert.
In Spider bezien we de wereld door de schizofrene ogen van Ralph Fiennes, die wanhopig probeert zijn uiteengevallen werkelijkheid weer tot één geheel te krijgen. Daarvoor moet hij traumatische herinneringen verwerken en valse herinneringen verwerpen. Hij is geestesziek en schuifelt mompelend over straat, onleesbaar krabbelend in zijn aantekenboekje. In zijn moedige pogingen grip te krijgen op de werkelijkheid en zijn identiteit weer samenhang te geven, is hij een existentialistische held – ook wanneer hij tekortschiet.
Viggo Mortensen in ‘A History of Violence’ (2005)Seks en geweld
Meestal gebeurt bij Cronenberg echter het omgekeerde. Hij begint met iemand die, zoals de meesten van ons, een stabiele identiteit meent te bezitten. Maar wanneer diegene probeert zichzelf te verbeteren, merkt hij dat zijn intellectuele basis zeer wankel was. Binnen de kortste keren valt zijn persoonlijkheid uit elkaar en wordt hij teruggeworpen op zijn meest basale neigingen: seks en geweld.
Existentialisme is bij Cronenberg meestal een vorm van hoogmoed. Een misplaatst vertrouwen van het individu dat hij intellectueel sterk en vrij genoeg is om zichzelf te verbeteren. Achteraf gezien had hij beter wat meer existentiële angst kunnen hebben. Het mooie is dat Cronenberg dit neutraal vastlegt. De regisseur, die ooit korte tijd beta-wetenschappen studeerde, beziet zijn personages met wetenschappelijke blik.
Zonder oordeel en zo helder mogelijk geënsceneerd – ook bloederige effecten komen met chirurgische precisie in beeld. ‘Ik word er soms van beticht dat ik kil film. Ik heb inderdaad een wetenschappelijke houding: ik kijk met een zo neutraal mogelijke blik. Omdat je op die manier ziet hoe dingen werkelijk zijn. Het is net als bij een wetenschappelijk experiment: als je je vooroordelen niet uitschakelt, krijg je verkeerde data.’
Cronenbergs draai aan het existentialisme: een relativering van de macht en eenheid van het individuele Zelf
Wat Cronenbergs wetenschappelijke blik onthult, is dat zijn personages, in tegenstelling tot wat ze dachten, niet één ondeelbare persoonlijkheid bezitten. Onder extreme omstandigheden – die ze meestal zelf opzoeken – raken lichaam en geest, gedachten en emoties in conflict. Dat is Cronenbergs draai aan het existentialisme: een relativering van de macht en eenheid van het individuele Zelf.
Dat neemt niet weg dat ook bij Cronenberg, net als bij andere existentialisten, dat Zelf de verantwoordelijkheid blijft dragen voor de vrije keuze. Zie The Fly, waarin wetenschapper Seth Brundle, gespeeld door Jeff Goldblum, door een mislukt teleportatie-experiment genetisch vermengd raakt met een vlieg.
Tot op het laatste moment zoekt de wanhopige ‘Brundlefly’ een doel, een betekenis, voor zijn monsterlijke transformatie. Zelfs wanneer hij, net als een vlieg, slijm over zijn eten moet braken voordat hij het kan opeten. Cronenberg ziet in die gedoemde, maar eervolle poging tot zelfcontrole uit 1986 inmiddels een spiegel van ouderdom.
‘Ik ben nu 71. Ik ben een ander wezen geworden. Het is een voortdurend gevecht om wie ik ben te verbinden met wie ik was en met waar ik naartoe wil. Brundlefly is een voorbeeld. Hij beleeft nog een tijdlang plezier en trots aan zijn transformatie. Maar of ik dat zelf kan, als mijn lichaam achteruitgaat? Dat durf ik niet te zeggen.’
Michael Fassbender als Carl Jung en Keira Knightley als Sabina Spielrein in ‘A Dangerous Method’ (2011) Moordlustige kindertjes
Het oeuvre van Cronenberg kent vele van zulke situaties, waarin het lichaam in opstand komt. Daarbij maakt de regisseur, als materialist en atheïst, geen absoluut onderscheid tussen lichaam en geest. Ze behoren tot dezelfde machine. Juist daarom is de geest minder vrij dan gedacht.
Wat je het lichaam aandoet, doe je de geest aan, en omgekeerd. En dus beïnvloedt een praattherapie zoals psychoanalyse ook het lichamelijk evenwicht, zoals in A Dangerous Method, over de jonge Sigmund Freud en Carl Jung. Het loswroeten van geestelijke trauma’s is daarom ‘een gevaarlijke methode’, zoals de titel zegt.
Een idee waarmee Cronenberg nog extremer speelt in de horrorfilm The Brood, waarin de onderdrukte woede van een patiënte zich, onder invloed van intense praattherapie, fysiek manifesteert als een externe baarmoeder waaruit moordlustige kindertjes tevoorschijn komen.
Zo gaan die dingen. De wetenschapper Cronenberg oordeelt niet. Hij heeft niet bij voorbaat een voorkeur voor het intellect boven de emotie. Net zoals hij de epidemie in Shivers het liefst bekijkt vanuit de parasiet. Hij vindt de besmette mensen die verzinken in gewelddadige orgies helemaal niet zo meelijwekkend. Misschien zijn ze wel gelukkig.
De onderliggende boodschap van Cronenbergs oeuvre is een acceptatie van onze sterfelijkheid – en inderdaad halen vele van zijn hoofdpersonen de eindstreep niet
‘Ik vind het opwindend om de werkelijkheid onder ogen te zien. Mensen kunnen moeilijk accepteren wat ze zijn: gevaarlijke dieren. Maar je schiet niks op met wegkijken. En bovendien: als je het in de kunsten niet doet, waar dan wel?’
Ook dat is een originele draai die Cronenberg geeft aan het existentialisme: niet alleen is het Ik een wankel samenraapsel dat gemakkelijk ineenstort als het zichzelf probeert te verbeteren – er is geen reden om de onderliggende draaikolk van emoties en instincten, vol seksuele en gewelddadige neigingen, niet als gelijkwaardig te zien.
Julianne Moore als Havana Segrand in ‘Maps to the stars’ (2014)Zelfmoord
Uiteindelijk is, zegt Cronenberg, de onderliggende boodschap van zijn oeuvre een acceptatie van onze sterfelijkheid (en inderdaad halen vele van zijn hoofdpersonen de eindstreep niet). ‘Het leven van elk afzonderlijk mens is een vluchtige toevalligheid, mooi maar tragisch. Als een eendagsvlieg, die één schitterend moment beleeft. Dat accepteren, dat begrijpen – dat is voor mij existentialisme.’
Dat begrip kan eventueel leiden tot zelfmoord. Meerdere personages in Cronenbergs films besluiten, als ze hun geestelijke grip op hun lichaam zien verzwakken, er een einde aan te maken. Kalm en beheerst. ‘Dat is de enige manier om controle te hebben over je eigen sterven. Anders is het toeval. Veel mensen klampen zich wanhopig aan het leven vast, hoe erg het ook wordt. Anderen willen sterven onder hun eigen voorwaarden. Filosofisch gezien is dat voor mij volstrekt aanvaardbaar.’
De tentoonstelling over David Cronenberg in het EYE Filminstituut in Amsterdam loopt van 22 juni t/m 14 september 2014 en gaat vergezeld van een retrospectief van zijn speelfilms. Daarnaast wordt de gerestaureerde klassieker Videodrome (1983) op 26 juni opnieuw uitgebracht in de Nederlandse bioscoop, vanaf 28 augustus gevolgd door Cronenbergs meest recente film, Maps to the Stars.
Kijk hier voor meer over David Cronenberg.
James Woods als Max in ‘Videodrome’ (1983)De Cronenberg-toptien: zijn beste films
1 Videodrome
2 Naked Lunch
3 Dead Ringers
4 Crash
5 The Fly
6 Spider
7 Cosmopolis
8 A Dangerous Method
9 Maps to the Stars
10 eXistenZ
Filosofische consistentie: Cronenberg als filmauteur
David Cronenberg (1943) wordt tegenwoordig algemeen erkend als filmauteur – al in 2006 kreeg de Canadese regisseur, die ondanks de lokroep van Hollywood altijd in Toronto is blijven wonen, een oeuvreprijs op het filmfestival van Cannes (waar Julianne Moore onlangs de actriceprijs won voor Maps to the Stars).
In het begin van zijn carrière bereikte Cronenberg met zijn vernieuwende body horror, waarin mens, dier en machine versmelten, vooral een cultpubliek – al werd The Fly een grote hit. Nu hij ook minder bloederige films maakt als Spider (over schizofrenie) en A Dangerous Method (over psychoanalyse) valt de filosofische consistentie van zijn oeuvre op.
Net als het literaire werk van Kafka en Camus biedt Cronenbergs cinema een eigen interpretatie van het existentialisme, waarin mensen keer op keer ten onder gaan aan hun pogingen zichzelf te verbeteren.
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.