Als negentienjarige zat Michelle na een relatiebreuk met baby en zonder inkomen of spaargeld in een moeilijk parket. Noodgedwongen keerde ze terug naar haar ouderlijk huis. Haar zoontje kreeg daar een eigen kamertje, maar Michelle bivakkeerde op de bank in de woonkamer. De relatie met haar ouders was al ingewikkeld en onder deze omstandigheden liep de spanning verder op.

Rond kerst knapte het na een ruzie over rondslingerende spullen. ‘Ik zou op straat belanden, ik kon nergens heen.’ Vooral ’s nachts was het raak, dan lag Michelle in bed te puzzelen. Kon ze een woning betalen? Schoolboeken? Luiers? De zorgverzekering? Klopte het wel, wat de belastingdienst had voorgerekend als toeslag voor de kinderopvang? Ze liep alles na, steeds opnieuw. ‘De cijfers tolden door mijn hoofd. Ik sliep niet goed, soms werd het me te veel en lag ik in bed te huilen. Ik was alleen bezig met overleven.’ De episode van urgente financiële problemen zou diepe sporen nalaten in Michelle’s bestaan.

Cognitieve gevolgen

Of het nu gaat om voedsel, geld of tijd: dat waar we tekort aan hebben, neemt onze aandacht over, ten koste van andere belangrijke zaken. Dat ontdekten wetenschappers van Harvard, Oxford en Princeton in een serie iconische experimenten. Wat betekenen die inzichten nu de economie een dieptepunt lijkt te bereiken, ondernemingen sneuvelen en financiële zorgen voor steeds meer mensen tastbaar worden?

‘Het zou mij niet verbazen als we als mensheid momenteel een dip in ons IQ doormaken,’ stelt hoogleraar Eldar Shafir, die aan Princeton de psychische gevolgen van armoede onderzoekt. Hoe zit dat? En hoe kunnen we ons wapenen tegen die mentale belasting door geldzorgen?

‘Geldzorgen veranderen onze psyche. Ze vormen een mentale belasting die ertoe leidt dat je minder goed functioneert en minder weloverwogen keuzes kunt maken.’

Suikerrietboeren uit het zuidoosten van India waren de proefpersonen in een baanbrekend onderzoek van Shafir en zijn collega’s naar de cognitieve gevolgen van armoede. Voor de jaarlijkse oogst, op een moment dat veel boeren in geldproblemen zaten, scoorden ze slechter op een intelligentietest dan na de oogst. Omgerekend waren de boeren zo’n 13 IQ-punten ‘dommer’ dan een paar weken later, als ze met een verse oogst van hun geldzorgen waren verlost.

Dat verschil in functioneren bleek niet te wijten aan fysieke uitputting of ondervoeding. ‘Geldzorgen veranderen onze psyche. Ze vormen een mentale belasting die ertoe leidt dat je minder goed functioneert en minder weloverwogen keuzes kunt maken,’ aldus Shafirs mede-onderzoeker Anandi Mani die nu hoogleraar gedragseconomie en publiek beleid is aan de University of Oxford. De suikerrietboeren waren na de oogst ook beter in staat impulsen te beheersen, lange-termijn-doelen voorrang te geven boven handelingen gericht op het moment. Dat vertaalde zich bijvoorbeeld in frequenter onkruid wieden, een investering in een volgende oogst.

‘Leven in geldnood is te vergelijken met ’s nachts door een onstuimige sneeuwstorm rijden,’ zegt Shafir. ‘Je blik is gericht op wat zich pal voor je voorruit voltrekt. Je mist allerlei informatie in de periferie: het landschap en reclameborden, maar ook belangrijke zaken als routeborden of een stopteken. Je bent alleen gericht op het hier en nu.’

Paniekvoetbal

De cognitieve inbeslagname door geldproblemen leidt tot een soort paniekvoetbal: je mentale bandbreedte wordt ingenomen door de vraag hoe je die maand de huur betaalt of die week de boodschappen kunt bekostigen. Voor een stap terug, herevaluatie en een langetermijnplan voor een duurzame oplossing is weinig ruimte. Schaarste vandaag leidt tot gedrag dat resulteert in schaarste morgen. Het zijn mentale verschijnselen die bijdragen aan de uitgebreid gedocumenteerde armoedeval: het gegeven dat het niet eenvoudig is aan armoede te ontsnappen als je de pech hebt erin te belanden.

Sinds het Indiase oer-experiment heeft Mani de inzichten verder uitgediept in een studie onder een kleine drieduizend boeren in Brazilië. Het onderzoeksverslag verscheen begin dit jaar en is in het licht van de economische gevolgen van de pandemie extra relevant. Gedurende het regenseizoen hield Mani’s team telefonisch een vinger aan de pols bij de boeren in een droge regio in het noordoosten van Brazilië. De neerslag die in die regentijd valt is cruciaal voor het succes van de jaarlijkse oogst en daarmee voor het inkomen, maar de laatste jaren toont de regentijd zich grillig.

Mani legde bloot dat het de onzekerheid over regenval – en dus inkomen – is die de prestaties op IQ- en geheugentests het sterkst beïnvloedde. Meer dan de hoogte van het daadwerkelijke inkomen. ‘Die financiële onzekerheid speelt steeds meer een rol in welvarende landen,’ aldus Mani. In de VS zijn schommelingen in inkomen sinds 1970 met zo’n dertig procent toegenomen, en die toename is onevenredig groot bij het deel van de bevolking aan de onderkant van de inkomensladder, mensen die drie freelance-baantjes aan elkaar knopen om uit de kosten te komen. ‘Dat zijn nu juist de mensen die op dit moment worden geconfronteerd met de precaire positie waarin ze zich bevinden. Zij zijn de eersten die worden wegbezuinigd of geen klussen meer krijgen als bedrijven de broekriem aanhalen. Ook in Nederland of hier in Groot-Brittannië.’

‘Als je aandacht is overgenomen door schaarste, kun je je aandacht minder goed richten op iets anders.’

 Hoe weet je of je mentale capaciteiten worden gekaapt door geldzorgen? ‘We hebben nooit complete introspectieve toegang tot wat zich in onze geest voltrekt,’ aldus Shafir. ‘Deels heb je het dus niet eens door. Maar als je merkt dat je gestrest bent, niet goed slaapt, malend wakker wordt en je gedachten onwillekeurig terugkeren naar de vraag hoe je genoeg geld of eten bij elkaar kunt sprokkelen, dan weet je dat je aandacht is overgenomen door schaarste. Dat betekent dus ook dat je die aandacht minder goed kunt richten op iets anders: op werk, het (thuis-)onderwijs van je kinderen, die ene rekening die nu echt betaald dient te worden, of op je moeder die je eigenlijk dagelijks zou willen bellen om te vragen hoe het met haar is.’

Last van de financiële nood

Het is inmiddels vijf jaar geleden dat Michelle op straat dreigde te belanden. De gemeente kon haar niet helpen en zo belandde ze bij wijze van uitzondering met haar zoontje in een blijf-van-mijn-lijfhuis, ondanks het feit dat ze niet werd bedreigd. Voorwaarde was wel dat ze alle contact met de buitenwereld verbrak.

Vanuit dat dieptepunt werkte ze zich tegen de stroming in naar een zelfstandig bestaan. Ze wist een sociale huurwoning te vinden die ze van haar studiefinanciering kon bekostigen. Ze sprokkelde meubels bij elkaar op marktplaats, vond een plekje voor haar zoon bij de kinderopvang en volgde een opleiding tot onderwijsassistent. Ze adviseerde zelfs gemeenten over hulp voor jongeren met financiële problemen binnen het programma Speaking Minds van Save the Children. Na haar laatste stage nam de school haar in dienst als onderwijsassistent. Inmiddels is ze herenigd met haar ex en hebben ze een tweede zoontje.

Toch ondervindt Michelle nog last van de financiële nood die ze de afgelopen jaren ervoer. Ze was van jongs af aan van plan juf te worden. Ze deed de havo en behalve Engels ging dat haar goed af. ‘Maar tijdens die crisis kwam ik nauwelijks toe aan huiswerk. Ik probeerde te blokken voor een toets maar zat ondertussen te broeden op de vraag of ik mijn vast lasten wel kon betalen, ik was er met mijn hoofd niet bij.’ Ze maakte de havo niet af en ging naar het mbo.

Michelle’s zelfvertrouwen slonk en in combinatie met haar angst om geld te verspillen, zag ze de droom van de pabo verdampen. ‘Ik wil groeien in mijn leven, niet in dit saaiige bestaan blijven hangen. Bovendien is het inkomen van een docent bijna twee keer zo hoog als dat van een onderwijsassistent. Maar het is een enorme investering om die opleiding te doen en als ik het dan niet haal, heb ik al dat geld verspild. Ik denk niet dat het er ooit nog van gaat komen.’

Mechanismen

Een vervolgstudie bij de Braziliaanse boeren illustreert een andere manier waarop de mentale belasting door schaarste op de lange termijn ongunstig uitpakt, zelfs van generatie op generatie. De boeren kregen toegang tot een programma dat hen digitaal coachte in iets dat wel belangrijk is, maar niet urgent: aandacht besteden aan het schoolleven van hun kinderen.

Dat programma bleek vooral effectief voor de kinderen van boeren die in de grootste onzekerheid leefden. Bij hen liepen de schoolresultaten het sterkst op. Maar wanneer de boeren na dat voorproefje de kans kregen zich op te geven voor het vervolg van het coaching programma, waren juist de boeren bij wie financiële onzekerheid speelde – en wier kinderen er dus de meeste baat bij hebben – daar het minst toe geneigd.

‘De mentale belasting door schaarste is onvermijdelijk. Daar kun je je bijna niet tegen wapenen.’

Hoe te voorkomen dat financiële malaise via dit soort mechanismen leidt tot algehele ellende? Mani heeft geen rooskleurig antwoord op die vraag. ‘De mentale belasting door schaarste is onvermijdelijk. Daar kun je je bijna niet tegen wapenen,’ zegt ze. ‘Maar misschien dat inzicht in deze dynamiek ervoor zorgt dat je minder hard voor jezelf bent.’

Nadat de Britse krant The Guardian verslag deed van het onderzoek bij de Indiase suikerrietboeren, stroomde Mani’s mailbox vol. Een van die berichten was van een moeder van vier kinderen van wie er twee studeerden en de andere twee na hun studie geen baan konden vinden. De vrouw schreef dat ze nauwelijks iets uit handen kreeg en dat zelfs alledaagse klusjes in huis moeizaam gingen. ‘Het luchtte haar op over ons onderzoek te lezen. Ze realiseerde zich dat ze niet gek was, maar gewoon in een ontzettend moeilijke situatie zat. Ik hoop dat die realisatie meer mensen verlichting kan bieden.’

Altijd somber en in strijd

Michelle wacht sinds januari met een burn-out op psychische hulp. ‘Ik ben altijd in gevecht met de buitenwereld. Met de Belastingdienst, de gemeente, mijn zorgverzekering. Ik reken nog steeds alles na en spendeer veel tijd aan de telefoon als de kinderopvangtoeslag weer verkeerd berekend blijkt.’

Michelle verdient nu 1.500 euro per maand en maakt zich nog steeds zorgen over geld, zeker nu ze niet weet of haar contract verlengd zal worden. ‘Ik zou graag eens op vakantie willen. Maar als mijn vriend een tripje voorstelt denk ik: “500 euro voor een week? Dat kan toch niet! We kunnen maar beter sparen voor als er weer iets misgaat.” Ik ben moe en prikkelbaar. Ik zie dat het ook z’n weerslag heeft op mijn zoontje, hij is snel boos. Wat is er mis met mij? Zo wil ik niet zijn.’

Na een intakegesprek constateerde een psycholoog dat Michelle een depressie heeft. In afwachting van therapie besloot ze een antidepressivum te slikken. ‘Ik vond dat een moeilijke beslissing, want mijn lichaam reageert vaak heftig op vreemde stoffen. Bovendien kost het elke twee weken een tientje. Maar ik wil aan mijn zoontje laten zien dat het niet zo hoeft. Niet altijd somber en in strijd.’

Beknopt en productief piekeren

In tegenstelling tot Mani doet Shafir schoorvoetend suggesties voor mensen die nu in geldnood belanden. Probeer het piekeren beknopt en productief te houden, luidt het devies. Bijvoorbeeld door er aan het begin van de dag een half uurtje voor uit te trekken en je zorgen op te schrijven. ‘En leidt jezelf de rest van de dag af. Met vrijwilligerswerk, een boek, puzzel of spelletje.’

In één adem door komt hij terug op zijn advies. ‘Behalve als je echt acuut in de problemen zit. Dan is dit advies totaal zinloos. Pieker en broed dan vooral op hoe je die avond een maaltijd op tafel krijgt.’

 ‘De steun moet vooral gericht zijn op mensen die ook vóór de pandemie al in onzekerheid leefden. Maar ik vrees dat juist het tegenovergestelde gebeurt.’

Hij licht zijn vertwijfeling toe: ‘Onder normale omstandigheden ben ik huiverig voor de notie dat arme mensen aan de mindfulness zouden moeten om grip te krijgen op hun aandacht. Dat is niet zo. Armoede is geen individuele verantwoordelijkheid, het is aan de maatschappij als geheel om die problematiek op te lossen. Alleen op het moment is ook de samenleving als geheel van slag.’

Mani en Shafir zijn eensgezind in hun oproep aan overheden en gemeenten alles binnen hun macht te doen om financiële zorgen voor mensen te verlichten. Met steunmaatregelen die eenvoudig zijn aan te vragen en snel beschikbaar komen. Shafir: ‘Die steun moet dan vooral gericht zijn op mensen in de meest kwetsbare posities. Mensen die ook vóór de pandemie al in onzekerheid leefden. Maar ik vrees dat juist het tegenovergestelde gebeurt. Dat we ons vooral bekommeren om de nieuwe armen, die het pre-corona prima hadden, en dat we de problemen van de echt kwetsbaren over het hoofd zien.’

Die vrees komt niet uit de lucht vallen. Shafir begeleidde de afgelopen drie jaar een uitgebreid onderzoek dat die zorgen onderstreept. Daarover meer in deel 2 van dit tweeluik: waarom we makkelijk vergeten dat arme mensen het meest lijden onder corona-maatregelen.

Deel 2 verschijnt volgende week. Schrijf je in voor onze nieuwsbrief om ‘m niet te missen.