Het is vrij snel duidelijk dat Geert Mak met De levens van Jan Six zelf geschiedenis schrijft: rond de familie Six ontstaat terloops een complete cultuurgeschiedenis. Hij heeft ook geluk: je komt zelden een familie tegen waarin het intieme en openbare, het kunstzinnige en economische, het deftige en het informele, het traditionele en vernieuwende, het aardse en het heilige vier eeuwen lang in hoogte- en dieptepunten samengaan. In het huis aan de Amstel in Amsterdam dat de familie Six in 1915 betrekt na eeuwenlang aan de Heren- of Keizergracht te hebben gewoond, bevindt zich het familiearchief en de kunstverzameling die Mak gebruikt om de familie in te bedden in de tijd, de buurt, de stad, de relaties, de bestuurders, de moraal, de religie, de etiquette en de tradities.

Elke schijnbare uitweiding is een inwijding in een aspect van de familie.

Dat doet hij soepel, alle data, cijfers en statistieken bij de hand. Wanneer een Six met een Tulp trouwt krijgen we ook de geschiedenis van de Tulpen, onder wie de bekende ambitieuze chirurgijn van Rembrandts Anatomische les. Wanneer de aangetrouwde familie Bosch Reitz in de negentiende eeuw slaven houdt, krijgen we alles te lezen over slavernij en Surinaamse plantages. Wanneer Jan Six in aanraking komt met de ideeën van Spinoza leidt dat tot een uiteenzetting over andere andersdenkenden, zoals Adriaen Koerbagh, die het zelfs in de tolerante Republiek uiteindelijk aflegde en voor tien jaar in het Rasphuis terecht kwam, waar hij al snel overleed. Mak heeft het ook over de boekhandels die werden gefrequenteerd. Over de jacht waaraan Jan Six graag deelnam en de buitenplaats Elsbroek bij Hillegom waar zich dat afspeelde. Elke schijnbare uitweiding is een inwijding in een aspect van de familie.

Huis van de collectie Six aan de Amstel | Foto: Wikimedia
Sprezzatura

De Jan Six (1618-1700) van het bekende door Rembrandt geschilderde portret uit 1654 is niet eens zo’n uitzonderlijke figuur, maar hij is zonder meer degene die de bodem van de familie heeft gelegd, vooral als het gaat om het verzamelen en koesteren van kunst. Na zijn Grand Tour door Italië bezat hij plaatwerken met werk van Rafael, Michelangelo en Leonardo da Vinci. Hij verwierf drie zeldzame edities van Il libro des cortegiano van Baldassare Castiglione, het boek over de houding en moraal van de hoveling, verschenen in 1528, maar avonden beschrijvend uit het jaar 1507. Jan Six gaf Lambertus van den Bos opdracht het te vertalen. De volmaeckte hovelinck is het boek waarin de ‘sprezzatura’ wordt beschreven, de losse levenshouding waarin elke moeite onzichtbaar is gemaakt door zelfbewuste nonchalance. Die cultiveerde Jan Six in de eerste helft van zijn leven, tot hij in 1654 met Margaretha Tulp trouwde en onder invloed van haar strikte vader een godvrezende bestuurder werd.

Tot die tijd schreef hij gedichten en toneelstukken en was hij op intieme voet met Rembrandt en andere dwarsliggers. Deze oer-Six had een vriendenboek waarin Rembrandt tekeningen maakte, Vondel en Jan Vos gedichten schreven. Hij noteerde veertig jaar lang gedachten en invallen die een goed beeld geven van zijn wereld. Hij werd korte tijd burgemeester van Amsterdam (1691). Van de vriendschap met Rembrandt getuigen alleen het portret, twee tekeningen in het vriendenboek en de bekende ets van de bij een raam lezende Six. Voor brieven woonden ze te dicht bij elkaar. De verwijdering moet zijn ontstaan toen Six aan Govert Flinck vroeg het portret van zijn vrouw Margaretha te schilderen, in plaats van aan Rembrandt. Ook verkocht Six een leenbrief van duizend gulden, wat inhield dat de nieuwe eigenaar Rembrandt onmiddellijk sommeerde te betalen. Dat was niet handig.

Jan Six door Rembrandt

Mak beschrijft prachtig hoe de verhoudingen in het Amsterdamse patriciaat waar de familie Six een onderdeel van was in alle opzichten informeel waren geformaliseerd. Er werd een speciale taal gesproken, het ‘hoogheeregrachts’. Vriendschappen gingen altijd gepaard met een belang, over huwelijken werd eindeloos onderhandeld. Er was sprake van een ‘erfeniseconomie’. Het was een leven vol plichten. Op zondagmiddag was het ‘visiterijden’: het afleggen van bezoekjes bij andere families op de grachten. Koos iemand voor iemand uit de burgerij of minder om mee te trouwen, dan zorgde dat voor consternatie. Mak vergelijkt de wereld van de Sixen regelmatig met die van de Buddenbrooks in de gelijknamige roman van Thomas Mann en met De tijgerkat van Di Lampedusa. Allebei werelden waarin eigenlijk niets mocht veranderen.

Historische sensatie

Mak moet soms constateren dat de familie in ‘een eigen zeepbel’ leefde, afgesneden van het gewone leven. Maar bij tijden toch niet zo wereldvreemd dat de familie niet in het bezit raakte van Het straatje en Het melkmeisje van Vermeer, en verder werk bezat van Rubens, Van Dyck, Dou, Ruysdael, D’Hondecoeter en Van Ostade. Voor een deel werden die eind negentiende eeuw verkocht aan het nieuwe Rijksmuseum, tegen een ‘amicale’ prijs, want het Rijksmuseum was in zekere ‘familie’ omdat de Sixen bij de oprichting in 1885 betrokken waren. De aangetrouwde familie Van Loon was in het bezit van Rembrandts inmiddels beroemde portretten van Marten Soolmans en Oopjen Coppit, in 1877 door Willem van Loon aan Gustave Baron de Rothschild verkocht voor anderhalf miljoen gulden.

Foto: Wikimedia

De naam Jan werd in de familie voortdurend doorgegeven aan de oudste zoon volgens het principe van het ‘doorlopende geheugen’. Mak heeft het over de 18e eeuwse Jan, de patriotse Jan, de gebochelde Jan, de amateuristische Jan (die van de munten) en over de professorale Jan, de alleskunnende kunsthistoricus die rond 1915 de uitstraling van de jonge oer-Jan Six terugbracht in de familie. Hij was het die aan de Amstel ging wonen.

Mak beschrijft het allemaal met de ogen van de historicus bevangen door historische sensaties bij het zien van alle schilderijen, voorwerpen en snuisterijen in het huis aan de Amstel dat hij drie jaar lang regelmatig bezocht. En met de ogen van de kunsthistoricus, van de historicus van de stad Amsterdam, de socioloog, en de sociaal-historicus die weet dat het boek ook over ongelijkheid gaat. En met de ogen van de detaillist, die weet wat Nine Six aan had op dat en dat feest.

De levens van Jan Six. Een familiegeschiedenis door Geert Mak is uitgegeven door Atlas Contact.