De vandaag bij het Syrische Aleppo gedode jihadstrijder Abdelkarim el A. (28) – beter bekend als Muhajiri Sháám – had nauwe banden met de groep moslimextremisten uit de Haagse Schilderswijk die justitie bestempelt als terroristische organisatie. Dat blijkt uit het dossier in de zogenaamde ‘Context-zaak’ waar Vrij Nederland inzage in had.

In Syrië vocht de uit Arnhem afkomstige Muhajiri Sháám zij aan zij met Anis Z., een voortvluchtige verdachte uit de Haagse groep. Bovendien nam Sháám samen met hoofdverdachte Abu Moussa en andere verdachten deel aan een besloten facebookpagina ‘Werkgroep Shaam’ waarin Nederlandse jihadisten in Syrië én Nederland met elkaar discussieerden over de gewapende strijd.

Vandaag bracht jihadkenner Pieter van Ostaeyen via Twitter de vermoedelijke dood van Sháám naar buiten. Hij zou afgelopen nacht zijn gesneuveld in Zuid-Aleppo. Sháám werd vooral bekend van zijn filmpje uit de herfst van vorig jaar. Daarin staat hij gemaskerd tussen de puinhopen van Aleppo na een vermeende Amerikaanse aanval en bedreigt hij Nederland dat hij medeplichtig acht aan de bombardementen. Hij roept op tot ‘een stevige daad’ tegen de Nederlandse overheid. Die bedreiging vormde voor het ministerie van Defensie aanleiding om militairen af te raden in het openbaar in uniform te reizen.

Uit het onderzoek van het Openbaar Ministerie in de Context-zaak blijkt dat de Haagse moslimextremisten werkten aan een landelijke organisatie om hun boodschap uit te dragen. Voor de bekeringsactiviteiten op straat bestonden volgens justitie al afdelingen in Limburg en Gouda, maar er lagen ook plannen voor teams in plaatsen als Rotterdam en Arnhem, steden waaruit veel jihadisten naar Syrië vertrokken.

De gesloten ‘Werkgroep Shaam’, die door Azzedine C., alias Abu Moussa, was opgezet, bleef buiten de openbaarheid. Daarvoor stelde hij een andere Context-verdachte – Soufiane Z. uit Den Haag – én de Arnhemmer Muhajiri Sháám in Syrië als administrators aan. Op het forum gingen 49 daarvoor uitgenodigde jihadaanhangers in Nederland én Syrië met elkaar in debat. In het voorjaar van 2014 mondde de discussies uit in een felle twist tussen aanhangers van de rivaliserende strijdgroepen IS en Al Nusra, waarbij Sháám tot de laatste behoorde. Uit de bewaarde posts blijkt dat Sháám probeert de eenheid te bewaren. Met 171 berichten was hij na Abu Moussa het meest actieve lid van de Facebookgroep.

In mei maakt Sháám een vrij wanhopige indruk als hij strijders die Al Nusra hebben verlaten oproept terug te keren. Ze zijn ‘omringd door de kuffaar (ongelovigen)’ schrijft hij, ‘op dit moment hebben we iedere man nodig !!! (….) Sta op en ruk uit.’

Hoe de onderlinge verhouding tussen de bevriende Nederlandse strijders in Syrië zich verder ontwikkelde is niet helemaal duidelijk. Wel lijkt strijdmakker Anis Z. in de loop van vorig jaar naar IS te zijn teruggekeerd en Sháám tot zijn vermoedelijke dood bij Al Nusra te zijn gebleven.

In september begint het proces tegen de verdachten in de Haagse terrorismezaak