Freek signeerde zijn boekje in Zeeland, kwam verre familie tegen, en mocht niet vloeken van de Allerhoogste.
Ik was enkele dagen in Zeeland in het kader van de Week van het Zeeuwse Boek. Op het begrip Boekenweek rust het CPNB alleengebruiksrecht. Dat geldt ook voor het boekenweekgeschenk. Aan mij dit jaar de eer Het Geschenk van de Week van het Zeeuwse Boek te schrijven.
Zaterdag signeerde ik het boekje Ben ik een Zeeuw? – gratis bij besteding van 15 euro of meer – in drie van de zes serieuze Zeeuwse Boekhandels.
In een paar verhalen speelt tante Dien, de oudste zuster van mijn grootvader van vaders kant, een prominente rol. Tante Dien, die tot de Gereformeerde Gemeente behoorde, had zich over de Statenbijbel ontfermd die erfrechtelijk mijn vader toebehoorde.
Op zeker moment in Zierikzee stond iemand aan mijn tafeltje die zich bekend maakte als haar kleindochter. Ze vertelde in de enkele ogenblikken die ons gegund waren – ik ga niet beweren dat er een rij tot buiten de boekhandel stond, maar er was toch zeker 25 man op komen dagen die allen weer haast hadden hun vrije zaterdag verder vorm te geven – een paar opmerkelijke dingen over die tante, die duidelijk maakten waarom mijn moeder zo bang voor haar was en mijn vader een fascinatie voor haar had.
Het draaide allemaal om haar fundamentele geloof. De angst voor de Duivel, maar misschien nog wel meer voor God. Haar grootmoeder stond bekend als de Bekeerde Dina en ze had iets met de dominee.
Aan het eind van de signeersessie kwam een man het gratis geschenk terugbrengen. Bij hij doorbladeren was hij op een vloek gestuit. Ik probeerde zijn schrik te verzachten door te stellen dat het om een functionele vloek ging.
‘Daar heeft God geen boodschap aan,’ zei hij ad rem. Dat is de kracht van de fundamentalisten: ze weten precies wat de Allerhoogste met de mens voor heeft.
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.