De uitreiking vond plaats in de ambtswoning van de burgemeester, in bijzijn van collega’s van de verschillende media en organisaties waar Van Weezel voor werkt(e).
Sinds de jaren zeventig van de vorige eeuw doet Van Weezel verslag van de Haagse politiek. Aanvankelijk vooral als politiek redacteur van Vrij Nederland, later ook als radiopresentator van Argos en Met het Oog op Morgen. Daarnaast was hij bestuurslid van perscentrum en politiek debatcentrum Nieuwspoort en de Nederlandse Vereniging van Journalisten (NVJ).

Van Weezel is alom gerespecteerd vanwege zijn grote staat van dienst als parlementair journalist. Zowel politici als collega-journalisten roemen zijn enorme netwerk en zijn unieke manier van interviewen: scherp maar altijd correct en vriendelijk.
De Frans Banninck Cocqpenning wordt toegekend aan personen die zich tijdens een periode van ten minste twaalf jaar bijzonder verdienstelijk hebben gemaakt voor Amsterdam. Het zijn mensen die uit hoofde van hun (betaalde) functie in allerlei comités en stichtingen zitting hebben gehad en op die manier veel voor Amsterdam hebben gedaan en betekend. Voor de penning komen ook mensen in aanmerking die uitzonderlijk grote prestaties voor Amsterdam hebben verricht op sportief, wetenschappelijk, journalistiek, kunstzinnig, politiek, economisch gebied met een landelijke of internationale uitstraling.
Dit is de integrale tekst van de toespraak die burgemeester Halsema in op dinsdag 26 maart 2019 in de ambtswoning op de Herengracht in Amsterdam gaf bij het uitreiken van de Frans Banninck Cocqpenning aan Max van Weezel:
Lieve Max, Lieve Anet en Natascha, hartelijk welkom in de ambtswoning. Graag heet ik alle andere aanwezigen hier ook van harte welkom.
Wij zijn hier om de man in het zonnetje te zetten die door zijn gymnasiumleraar Chris de Zoeten (vader van parlementair journalist Nynke) het advies kreeg om de journalistiek in te gaan. “Jij bent geen man voor de wetenschap”, zei De Zoeten, “jij moet buitenspelen”. Toch ging je als communistische jongen Politieke en Sociale Wetenschappen studeren aan de UvA. Je begon met je studie een jaar na de Maagdenhuisbezetting – waar je graag bij had willen zijn.
Vanaf 1976 ging je buitenspelen bij Vrij Nederland. Het blad dat je je hele leven trouw bent gebleven en dat mede dankzij jouw inspanning het journalistieke instituut heeft kunnen worden dat het nu is. Ook al voert het natuurlijk al jaren strijd om haar voortbestaan. Jouw eerste artikel droeg de kop “Vergane Glorie” en ging over de weinig roemvolle ondergang van modehuis Hirsch & Cie. aan het Leidseplein, waar nu de Apple Store gevestigd is, wat jij als groot iPhone-liefhebber vast kunt waarderen.
Over het politieke klimaat op het Amsterdamse stadhuis schreef je in de loop der jaren ook artikelen, zoals over de gemeenteraadsverkiezingen van 1998. Je kende de burgemeesters Samkalden, Polak, Van Thijn, Patijn, Cohen, Van der Laan, die allen via de Haagse politiek naar Amsterdam kwamen. Omgekeerd, vele politici die aan hun carrière in Amsterdam begonnen, heb jij tot in Den Haag gevolgd. ‘Longitudinale onderzoeksjournalistiek’ noem jij dat geloof ik. Zeg maar van Den Uyl, via Schaefer, Van Mierlo en De Grave, tot aan Asscher. Je hebt bijna alle premiers, ministers, staatssecretarissen en tal van kamerleden sindsdien gekend en geïnterviewd.
In het prachtige Liber Amicorum dat jou vorig jaar werd aangeboden, schrijven politici en collega’s lovende woorden over je. Het toont je werkwijze, hoe geliefd je bent rond het Binnenhof en hoe geducht je reputatie. Zodra jij Nieuwspoort betreedt, zeulend met je onafscheidelijke propvolle tas, word je door Kamerleden, ministers, lobbyisten, polderbestuurders en collega’s niet alleen hartelijk maar ook met ontzag begroet. En dat voor iemand die in tal van interviews zegt zich onzeker te voelen en die over zichzelf zegt: “Ik ben mijn leven lang bezig geweest met het rechtvaardigen van mijn bestaan.”
Dankzij je gedrevenheid en door je scherpe intellect, fenomenale geheugen en je onbevangen belangstelling voor wat politici van alle gezindten beweegt, heb je prachtige stukken geschreven. Je hebt een encyclopedische kennis van de Nederlandse politiek en die koppel je aan nieuwsgierigheid. Je etaleert niet wat je weet maar je gebruikt je kennis voor je onafhankelijke en unieke manier van interviewen. Dat geldt bij uitstek voor je politieke interviews. Die zijn vaak scherp op de zaak – je schuwt de confrontatie niet – maar jij blijft altijd even correct en vriendelijk en laat ruimte voor de geïnterviewde.
Ik herinner me een keer dat ik te gast was in Het Oog. Jij ondervroeg me kritisch over de stuk dat ik net met Ineke van Gent had gepubliceerd over de toekomst van de verzorgingsstaat. Ik vond je bevooroordeeld en vroeg je of je het eigenlijk wel had gelezen. Later erkende je publiekelijk dat je het die keer (wat denk ik ook heel uitzonderlijk was) beter had moeten lezen. Het is de enige keer in al die jaren dat ik ook ronddwaalde in de politiek dat een journalist zo openlijk erkende dat hij ook wel eens een keer tekortschoot. Dat heeft mij enorm voor je ingenomen en je gezag voor mij nog eens vergroot.
Niet alleen op je uitvalsbasis Vrij Nederland maar ook op de radio ben je al vijfentwintig jaar een vaste waarde voor Het Oog en later als presentator van Argos. Daarnaast was je jarenlang bestuurslid en columnist van het NIW. En, niet onbelangrijk, even trouw ben je aan broodjeszaak Sal Meijer – toen die nog in de Scheldestraat zat – voor een koosjer broodje ossenworst of half-om-half.
Je bent aangesloten bij de orthodox-Joodse gemeenschap, trouw aan de traditie van je ouders en grootouders. Lieve Max, van je dochter Natascha hoorde ik dat zij twijfelde om te spreken op de Dam bij de herdenking van de aanslag op Christchurch. Zij wilde jou niet alleen laten. Jij zei haar: “Je moet gaan!” En Natascha ging en sprak. Zo vader, zo dochter, onafhankelijk maar ook altijd betrokken.
Achter je wat rommelige voorkomen – gekreukte jasjes, rondfladderende papieren, gehannes met iPhone en sigaren – gaat een trouw en aardig mens schuil. Dat vinden wij allen hier aanwezig, dat vindt Khadija Arib – die jou in aanmerking wilde laten komen voor de Glazen Koets, een onderscheiding van de Tweede Kamer, – die je al bleek te hebben. En dat vindt het stadsbestuur van Amsterdam. Aardig en trouw, en een formidabele journalist. Amsterdam, jouw stad, is trots op je en wil je dat laten merken.
Het is mij een grote vreugde je te berichten dat je vanwege je grote journalistieke en maatschappelijke verdiensten, waarmee je een parel bent voor onze stad, het stadsbestuur heeft besloten je de Frans Banninck Cocqpenning uit te reiken.
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.