Het was bekend dat Elias Canetti een boek wilde schrijven tegen de dood – het moest afgeschaft worden – maar het bleef bij aantekeningen. Die zijn nu postuum verzameld.
Elias Canetti was ‘tegen de dood’. Daar had hij het al over in interviews bij het verschijnen in 1967 van Het Martyrium, de Nederlanse vertaling (door Jacques Hamelink) van Die Blendung: de roman waarin de kamergeleerde Kien uiteindelijk zelf onderdeel wordt van de brand in zijn bibliotheek.
Canetti zou een boek schrijven tegen de dood, maar dat was er niet toen hij in 1994 overleed. Wel waren er meer dan tienduizend pagina’s aantekeningen waarin dat boek verscholen zat. Peter von Matt heeft die nu uit gelicht en tot een deel Privé Domein gemaakt: Het boek tegen de dood.
Canetti was van de dood bezeten.
Tegen de dood zijn is een parmantig standpunt, maar wat houdt het in? Als de praktijk is dat je er gewoon niet aan denkt, er totaal geen rekening mee houdt, dat de dood voor jou niet bestaat, dan lijkt me dat een vruchtbare instelling. Maar Canetti was van de dood bezeten: ‘Het is niet voldoende om te zeggen dat alles de dood is. Natuurlijk is alles de dood. Maar je moet ook zeggen dat je je er schijnbaar uitzichtloos, hard en verbitterd tegen verzet dat alles dood is. De dood moet – zonder goedkoop bedrog – zijn aanzien verliezen. De dood is verkeerd. Het is de zin van ons leven hem verkeerd te vinden.’
Ik vraag me af of Canetti onder de dood leed. Daar was hij te arrogant, te opstandig en te grillig voor. De meeslepende en kernachtige manier waarop hij zijn drie autobiografische boeken schreef (De behouden tong, De fakkel in het oor en Het ogenspel) spreekt tegen dat hij onder de dood gebukt ging, ook al schrijft hij: ‘Nooit mag je hoofd uitrusten van het verschrikkelijke.’ Canetti stond eigenlijk boven de dood. Hij zegt er een ‘strijd’ tegen te voeren. Maar hoe? Wanneer hij dat zou doen met fel optimistische geschriften zou dat nog iets zijn, maar Canetti is in de verste verte geen optimist. Zijn strijd tegen de dood heeft alles van een groteske: een strijd tegen beter weten in. Het boek staat vol van absurde zinnen als: ‘Ik ben zo vol van mijn doden, niemand mag meer sterven, er is geen plaats meer.’ Er zijn weinig mensen om wie Canetti treurt, maar het lijkt erop dat de doden hem bezoeken: ‘Het is mogelijk dat elke dode wacht op zijn volmaaktheid in de wederopstanding die een nabestaande hem biedt.’ Maar dat betekent niet alleen maar rozengeur, want met die wederopstanding komen ook alle controversen en oude ergernissen terug. Vandaar dat hij er soms de voorkeur aan geeft ‘hen in de kerkers van zijn herinnering te laten zitten.’ Hieruit blijkt een onmiskenbare tweeslachtigheid. De doden van wie hij zo vol is zijn ook een bezoeking.
Lange tijd denk je dat Canetti tegen de dood is omdat hij vrienden of vriendinnen heeft verloren die hij pijnlijk mist. Maar zo iemand is Canetti niet, daar is hij niet aardig genoeg voor. Hij is niet bepaald sentimenteel. Er zijn weinig mensen die hij een goed hart toedraagt. Zelfs wanneer hij het over zijn grote voorbeeld Robert Musil heeft is hij zuinig. Canetti is op ‘antropologische’ gronden tegen de dood: het is vanaf het begin verkeerd geregeld met de mens. Alleen zijn vader, over wie hij in De behouden tong schrijft en die overleed toen hij zeven was, wordt betreurd. Canetti wil graag de cynicus zijn die tijdens lezingen zegt dat mensen een zekere macht en voldoening ontlenen aan de dood van anderen. Toen een jongeman daarover verontwaardigd was, omdat hij helemaal geen voldoening putte uit de dood van zijn vader, brak Canetti het gesprek af: daar wilde hij niet over discussiëren.
Dat Canetti Don Quichot beschouwt als ‘de grootste figuur die de Europese geest heeft voortgebracht’ wil zeggen dat hij hem als een medestander ziet. Terwijl hij de Donquichotterie van zijn kruistocht tegen de dood inziet, gaat hij er ongebroken mee door. Hij wil ook niet terugdeinzen ‘voor beweringen die krankzinnig klinken, als ik ze meen’. Religies die mensen een worst voorhouden in de vorm van een gelukzalig hiernamaals haat hij. Die ontkennen de dood, maar laten hem wel vanaf het begin met de mens meelopen: het hele leven geschaduwd door de dood. Dat wil Canetti niet. Hij zet meer dan driehonderd pagina’s zijn – niet altijd meeslepende – hakken in het zand.
Het boek tegen de dood van Elias Canetti is uitgegeven door De Arbeiderspers. U kunt het hier bestellen.
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.