Klimaatverandering, ongelijkheid, oorlogen en jihadisme, maar ook het complotdenken van spiritueel-verlichte egotrippers: volgens Klaas van Egmond, emeritus hoogleraar milieukunde en duurzaamheid, is al die destructie het gevolg van krachten die ons menselijke waardepatroon steeds opnieuw uit evenwicht brengen. Hoe voed je het ‘goede midden’, waar de menselijke waarden in balans zijn? En hoe voorkom je dat je vanuit idealistische bedoelingen zelf een kracht wordt die verdere polarisatie aanvuurt?
Zolang je je geweten volgt en je je regelmatig afvraagt wat andersdenkenden drijft, vindt Van Egmond, hoef je daar niet zo bang voor te zijn. Zeker niet als je je idealisme praktisch en dus constructief bedrijft – dan trigger je ook geen tegenreactie. Maar jezelf vol overtuiging vastketenen aan de draaideur van een kantoorgebouw kan volgens Van Egmond (netto) óók constructief zijn. ‘Meegaan in de dominante stroming van eenzijdig individualisme en materialisme is in elk geval een stuk destructiever.’
Menselijke waarden
‘Ik vlieg niet, eet geen vlees, heb geen aandelen. Maar ik heb wel een klein autootje.’ Van Egmond zou zo kunnen aanschuiven in het gezelschap van de ‘praktisch idealisten’ in de zomereditie van Vrij Nederland. Maar ons gesprek is al een uur bezig en het vergt enig vissen voor zulke persoonlijke details bovenkomen. De emeritus hoogleraar is dan ook meer een theoreticus. Hij spreekt liever over Aristoteles of alomvattende modellen van menselijke waarden dan over zichzelf. Praktisch of theoretisch, ook bij Van Egmond is het idealisme dat zijn nieuwsgierigheid drijft. En idealisten gaan zelden met pensioen. Binnenkort verschijnt het zoveelste boek waaraan hij meeschreef: Keerpunt in zicht. Hoe verder met milieu en duurzaamheid.
Al dat denken, onderwijzen en schrijven werkt uiteindelijk ook door in zijn eigen leven. ‘Je gaat andere dingen leuk en belangrijk vinden. Waar word ik als persoon gelukkiger van? Een heleboel materiële dingen blijken niet van betekenis. Ik ben erg in de weer met filosofie, muziek, en ik geloof heilig in onderwijs.’
Hij is iets jonger (van 1946), maar toch kun je Van Egmond beschouwen als generatiegenoot van grote duurzaamheidsdenkers als Paul R. Ehrlich (The Population Bomb, 1968) en Dennis Meadows (The Limits to Growth, 1972): auteurs van invloedrijke – en controversiële – publicaties in hun tijd. De geschiedenis heeft uitgewezen dat de sombere voorspellingen over bevolkingsgroei, grondstoffengebruik en vervuiling van Ehrlich en Meadows werkelijkheid zijn geworden. Met die stelling opent Van Egmond althans zijn bijdrage aan Keerpunt.
Ook Van Egmond is sinds de vroege jaren zeventig non-stop met verduurzaming bezig – verduurzaming die feitelijk al een halve eeuw voornamelijk níét plaatsvindt. Iemand als Meadows is de hoop op verbetering onderweg kwijtgeraakt, maar Van Egmond niet, of in elk geval niet volledig. Hij beziet de problematiek in een grotere chronologische wetmatigheid. Daar zit de oplossing weliswaar in gevangen, maar ze kan er ook uit losbreken: ‘Verduurzaming zit momenteel vast op een eenzijdig materialistisch en individualistisch waardenpatroon.’
De geschiedenis laat volgens Van Egmond zien dat voor verbetering meestal eerst een catastrofe nodig is. Of, zo schemert een klein glimpje hoop: toenemend inzicht in de krachten die ons waardepatroon bepalen en steeds weer eenzijdig maken. ‘Als we dat eenmaal doorhebben, kunnen we de volgende catastrofe voorkomen.’
Obsessie is verwoestend
In 2010 publiceerde Van Egmond Een vorm van beschaving. Niet voor tere zielen, maar mogelijk wél een waardevolle gids voor mensen die zich graag willen inzetten voor een betere wereld. In dit boek, en in het vervolg Homo universalis. Moreel kompas voor een nieuwe Europese renaissance uit 2019, schetst Van Egmond pijnlijk overtuigend het menselijk waardenbeeld, in de symbolische vorm van een kruis met een cirkel.
Bovenaan de geestelijke waarden, onderaan de materiële, links de collectieve en rechts de individuele. De cirkel geeft een bereik aan in het centrum, waarbinnen deze waarden volgens Van Egmond een onderlinge samenhang en harmonie behouden. Buiten de cirkel, oordeelt hij meedogenloos, is sprake van obsessie – en obsessie is verwoestend, van de Holocaust tot drugsverslaving en klimaatverandering.
In de praktijk, toont de Europese geschiedenis aan, lijkt dit kruis op een wiel: het draait, aangevuurd door de dominante waarden van de tijd. De obsessies worden aangedreven door extremen-zoekende krachten. Dat zijn krachten die zich in de woorden van Van Egmond ‘losmaken uit de samenhang van de menselijke waardigheid’.
Zo’n kracht ging bijvoorbeeld in de Middeleeuwen uit van de Rooms-Katholieke Kerk met haar inquisitie (kwadrant linksboven), in de eerste helft van de 20ste eeuw van het fascisme en communisme (linksonder) en nu van het kapitalisme (rechtsonder). Zo draait het wiel tegen de klok in, een patroon dat zich volgens Van Egmond ook in de klassieke oudheid voordeed.
Een perfecte personificatie uit dat kwadrant rechtsonder, extreem materialistisch en individualistisch en losgeslagen van geestelijke en collectieve waarden, is nu Sywert van Lienden. Net als de bank- en beleggingswereld, waar obsessief streven naar zelfverrijking geen incident is, maar de dominante cultuur. ‘Het huidige financiële bestel is net zo waanzinnig als destijds de kerk, al zijn ze tegengesteld in de richting van hun obsessie,’ zegt Van Egmond.
Die kapitalistische middelpuntvliedende krachten hebben ons, als westerse samenlevingen, momenteel in de verre buitenbocht van het kwadrant rechtsonder getrokken, gevangen tussen materialisme en individualisme – en in het schijncomfort van een hedonistische levensinvulling. Het is zozeer de tijdgeest dat veel mensen denken dat het nastreven van bezit en individuele ervaringen ze daadwerkelijk gelukkiger maakt, terwijl onderzoek na onderzoek aantoont dat dat niet het geval is, vaak zelfs integendeel.
‘Laat zien hoe het werkt en waarom het gaat zoals het gaat; dat zal de wereld veranderen.’
‘Materiële waarden zijn niet slecht, die horen er ook bij. Ik heb ook een lijf, en spullen. Het wordt problematisch als die waarden alles gaan domineren. Je glijdt voorbij een punt dat die auto niet meer van jou is, maar jij van die auto – het zuigt je op, en wordt je identiteit. En het is een hardnekkig misverstand dat je dan gelukkig zou zijn. Die cirkel is heel wezenlijk. Daarbinnen houden materialistische en individualistische waarden nog een constructieve balans. Daarbuiten wordt het obsessief, en destructief.’
Complotdenkers
Er zijn overigens ook voortekenen dat we ons naar het kwadrant rechtsboven begeven. Mensen die na de ontkerkelijking weer een spirituele component zoeken in hun leven, bijvoorbeeld. Dat is een beweging die in de meeste gevallen ook sterk individualistisch is, maar wel geestelijke en culturele waarden boven materiële verkiest. ‘De huidige complotdenkers zitten voor een belangrijk deel aan de rechterkant. In onze huidige postmoderne samenleving bestaat “de waarheid” niet meer en kan iemand als Baudet dus ook de klimaatverandering en elementaire wetten van de fysica ontkennen.’
Baudet zit volgens Van Egmond, net als iemand als Trump, nog sterk in de materialistische en individualistische buitenbocht van het kwadrant rechtsonder. En het is ook mogelijk om je gelijktijdig op meer plekken in de periferie te begeven. Denk aan de jihadist-met-Rolex, zoals Abu Bakr al-Baghdadi). Hoe extremer de dominante cultuur, hoe extremer ook de reacties die het triggert, en hoe sneller en bovenal destructiever het menselijke waardenpatroon tot een karikatuur kan verworden.
Zachte krachten
Gelukkig zijn er ook krachten die ons terugbrengen binnen de harmonie van de waardencirkel – waar zich volgens Aristoteles ‘het goede’ bevindt, als het midden tussen het ware en het schone. Een plek waar je ook de ruimte hebt om tussen verschillende waarden heen en weer te bewegen.
Deze middelpuntzoekende krachten zijn zachte krachten, zegt Van Egmond, die ook universeel zijn – en eeuwenoud. ‘Denk aan de naastenliefde uit het christendom, broederschap in de Franse revolutie, vriendschap bij Aristoteles, maar ook bij de Hobbits van In de ban van de Ring.’
Die middelpuntzoekende krachten houden ons in het midden van het plaatje, binnen de cirkel – Aristoteles’ eudaimonia: voorspoed, welzijn, daar waar de mens bloeit.
‘Als we het eenmaal door hebben, kunnen we de volgende catastrofe voorkomen.’
Het bracht me halverwege Van Egmonds boek behoorlijk in verwarring. Doe ik in mijn zorgen over bijvoorbeeld klimaatverandering en de naderende massaextinctie soms meer kwaad dan goed als ik me ’s ochtends vroeg vastketen aan de suv van mijn baas en in elk artikel dat ik schrijf mijn gifspuitende buurman beschimp? Voor je het weet ben je zelf een middelpuntvliedende kracht en moedig je bij anderen weer andersoortige radicalisering aan. Zo twijfelde ik steeds harder, werd ik steeds passiever en volkomen onbedoeld ook steeds toleranter naar superieuren met bovenmaatse auto’s en buren met voorliefde voor geometrische buxushaagjes.
Wellicht tot opluchting van activistische lezers bleek ik het slecht begrepen te hebben. ‘Idealisten die zich vastketenen met grote nadelen voor hun eigen welbevinden, zijn tóch bezig om de dialoog aan te gaan met de universele opvattingen – in de hoop het waardenpatroon meer naar het midden te krijgen,’ zegt Van Egmond.
Of het effectief is, blijft wel een belangrijke vraag. ‘Praktisch idealisten’ hebben dan toch betere papieren dan boeroepers, omdat ze alleen maar inspireren en veel minder geneigd zijn een tegenreactie te creëren.
Extremen die immoreel zijn
Wil je zelf graag een middelpuntzoekende kracht zijn en zo de samenleving helpen weer een gezonde, menselijke harmonie te bereiken? Van Egmond verwijst naar de tips die Aristoteles ook al gaf: ‘Identificeer bij jezelf en in de maatschappij houdingen en situaties die karikaturaal of zelfs obsessief zijn geworden en daarmee buiten de cirkel van menselijke waardigheid zijn geraakt. Probeer die situaties te veranderen of weg te nemen. Om dat te doen, moet je openstaan voor tegenovergestelde opvattingen. Dat is de enige manier om de samenleving bij elkaar te houden.’
Maar er is ook een moment dat je een streep moet trekken, vervolgt Van Egmond. Bijvoorbeeld als je geconfronteerd wordt met extremen die immoreel zijn. ‘Zo’n financieel bestel, bijvoorbeeld. De destructieve karikatuur van de huidige tijdgeest wordt gevormd door delen van dat financieel bestel die niet meer bijdragen aan de economie, maar een doel op zich zijn geworden. We laten die situatie gewoon ongemoeid. Wees daar dan ook kritisch op en pak dat probleem aan.’
Klinkt prachtig. Maar hoe dan? ‘Het is veel makkelijker dan het lijkt,’ zegt Van Egmond optimistisch. ‘We hoeven alleen maar terug te keren van het huidige private geldstelsel, waarin private banken het geld drukken, naar een publiek geldstelsel waarin de gemeenschap en dus de overheid weer het geld schept dat nodig is voor het optimaal functioneren van economie en maatschappij. Dat zou de gemeenschap, en daarmee de belastingbetaler, niet alleen de financiële crisis besparen, maar ook heel erg veel geld dat nu ten onrechte in de private sfeer terechtkomt.’
En hoe geef je dat dan handen en voeten? ‘Praktisch activisme kan hier bestaan uit wetenschappelijk onderzoek om aan te tonen dat het beter anders kan, of zoals de Occupy-beweging: op vreedzame wijze op straat duidelijk maken dat we hier te maken hebben met een van de grootste misstanden van de moderne samenleving.’
De boel bij elkaar houden
Is de gedachte dat we voor een betere samenleving naar het midden van de menselijke waardencirkel toe moeten niet uiteindelijk ook gewoon een individuele mening? ‘Dit denkraam is niet nieuw, maar gaat duizenden jaren terug in de Europese cultuur,’ zegt Van Egmond. ‘Je vindt het bijvoorbeeld terug in de Renaissance. Het werk van Shakespeare verwijst naar de filosofie van Vitruvius, die door Leonardo da Vinci werd verbeeld in zijn Vitruviusmens. In die bekende tekening staat de mens tegelijkertijd in het vierkant, dat de materiële, fysieke wereld voorstelt, en in de cirkel, die de geestelijke of culturele kant van de mens symboliseert. De bedoeling is om daar het evenwicht tussen te bewaren. Het grijpt op zijn beurt terug op de filosofie van Aristoteles, waarbij het goede het “midden” is tussen twee “kwaden”, tussen het “te veel” en het “te weinig”. En deze zienswijze staat ook centraal in heel veel mythen, legenden, sagen en grote literaire en muzikale meesterwerken van de Europese cultuur. Dat is ons ethische en intellectuele erfgoed.’
Als je je daarop beroept, heeft dat enig gezag, stelt Van Egmond. ‘We kunnen het langs die weg onderling eens worden over de vraag hoe de wereld in elkaar zit. En wat vervolgens dus de problemen zijn die we moeten oplossen. Dat noem je beschaving. Daar kun je elkaar aan herinneren, je kunt je beroepen op iets dat we delen en door de eeuwen heen altijd gedeeld hebben. Dan is de ene beweging niet zomaar gelijk aan de andere.’
Een beter milieu begint immers maar een klein beetje bij jezelf en voor het overgrote deel bij anderen.
De druk om het evenwicht in het menselijke waardepatroon te herstellen, ligt volgens Van Egmond overigens niet zomaar bij individuen, maar vraagt ook om morele leiders. ‘Leiderschap is een cruciaal punt. Morele leiders van wie mensen aanvoelen dat ze met zichzelf en hun omgeving in evenwicht zijn – van King Arthur tot Nelson Mandela. Maar ook in de Haagse politiek kun je zulke mensen vinden. Zij roepen de middelpuntzoekende krachten op die de boel bij elkaar moeten houden. Dat doen ze door ons steeds weer uit te nodigen om met een zekere empathie kennis te nemen van het standpunt en de redenering van de anderen.
Praktisch idealisme is voor mij het bijdragen aan zo’n structuur waarin iedereen er zijn eigen waarden op na kan houden, maar dan zijn het wel min of meer gedeelde waarden. Op die manier kunnen we elkaar ervoor behoeden dat die waarden opnieuw zo eenzijdig worden dat de volgende catastrofe zich aandient. Een paar duizend jaar Europese cultuur illustreert dit patroon – en die cultuur is wat we gezamenlijk hebben.’
Licht werpen op het onderbelichte
Als je alles bij elkaar optelt, dan is praktisch idealisme voor Van Egmond verweven met politiek activisme. Een beter milieu begint immers maar een klein beetje bij jezelf en voor het overgrote deel bij anderen. Onder het motto ‘ik doe het alleen als jij het ook doet’ (bijvoorbeeld minder vliegen) gaat het altijd om collectieve afspraken. En die kun je alleen maken via de politiek. Dus als het om dit soort onderwerpen gaat, dan moeten praktisch idealisten niet alleen zichzelf, maar vooral de politiek veranderen, al kan het een niet zonder het ander.
Hoe dat moet? Van Egmond: ‘Ik ben sterk geïnspireerd door de schrijver en journalist Henk Hofland. Hij schreef dat wij “tegels moeten lichten”. Als je zo’n stoeptegel optilt, dan zie je al dat gedierte daaronder wegstuiven, omdat ze het daglicht niet kunnen velen. Dat moet de rol van de wetenschapper, de journalist én de activistische burger zijn: licht werpen op vraagstukken die worden onderbelicht. Laat zien hoe het werkt en waarom het gaat zoals het gaat; dat zal de wereld veranderen.’


Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.