Liever luisteren? Hoofdredacteur Ward Wijndelts leest voor.

‘Slimme gordijnen voor een lekker warm huis!’, ‘Schijt je rijk!’ en ‘Snel besparen met de Quick Fix-Brigade!’ staat op slingers voor de ramen van een voormalig schoolgebouw aan het Holendrechtplein in Amsterdam Zuidoost. We zijn in de Groene Hub, de thuisbasis voor drie zogeheten donut deals (zie kader). ‘Daarmee brengen we sociaal, circulair en energietransitie bij elkaar,’ zegt bedenker Anne Stijkel van Stichting Cocratos.

In een van de frisgroen geverfde lokalen staat een hybride warmtepomp. Op tafel liggen voorbeelden van soorten isolatie- en raamfolie, tochtstrips en een waterbesparende douchekop. Hier vandaan opereert de QuickFix-Brigade, een groep van zes mannen uit de wijk. Na een training bij de Groene Hub hebben ze eerst voor 350 euro hun eigen huis geïsoleerd. Sindsdien helpen ze met eenvoudige tips en maatregelen buurtgenoten om hun energierekening met eenzelfde bedrag te verlagen. ‘We verwachten dat dit gemiddeld zo’n 30 euro per maand scheelt. Dat is interessant als je weinig geld hebt,’ zegt Stijkel.

‘Donutstad’

Donut deals zijn geïnspireerd door het donutmodel van de Britse econome Kate Raworth. In haar internationale bestseller Donuteconomie. In zeven stappen naar een economie voor de 21e eeuw (2017) pleit ze voor een economie die niet meer gericht is op eindeloze groei, maar op bloei. Een economie die ‘distributief’ en ‘regeneratief’ is. Ofwel: die voorziet in de behoeften van iedereen en de draagkracht van de aarde niet overschrijdt of ecologische schade herstelt.

Raworth visualiseert de Sustainable Development Goals (duurzame ontwikkelingsdoelen) van de VN als een donut, verdeeld in twaalf domeinen zoals water, energie, vrede en rechtvaardigheid. De binnencirkel is de sociale bodem en de buitencirkel het ecologische plafond.

Alleen in de ruimte daartussen − in de donut − is het mogelijk op een rechtvaardige manier te voorzien in menselijke basisbehoeften zoals inkomen en werk, voedsel, politieke inspraak en gezondheid, zonder de planetaire grenzen te overschrijden. Buiten de donut is sprake van klimaatverandering, oceaanverzuring en biodiversiteitsverlies. En in het gat van sociale uitbuiting, armoede, of rechtenloosheid.

‘De donut laat zien dat het niet alleen gaat over hier en nu, maar ook over daar en straks.’

Begin april maakte Amsterdam wereldkundig ‘donutstad’ te willen worden. ‘We willen niet alleen een groene stad zijn en duurzaam met onze stad en onze planeet omgaan, maar vinden ook het sociale element heel belangrijk. Dat komt in het donutmodel samen,’ verklaart GroenLinks-wethouder Ruimtelijke ontwikkeling en duurzaamheid Marieke van Doorninck.

Amsterdam is al langer bezig met de circulaire economie en er liepen allerlei projecten rond bouw, evenementen en inzameling. ‘We hadden ook wel een theoretisch kader, maar het waren toch vooral leuke projecten. We wilden toe naar een andere manier van consumeren, produceren en verwerken. Maar daarvoor heb je een groter verhaal nodig. De donut laat zien dat het niet alleen gaat over hier en nu, maar ook over daar en straks, want het gaat ook over de gevolgen die onze manier van leven heeft voor mensen elders en toekomstige generaties.’

De gemeente wil ervoor zorgen dat het geen ambtelijk verhaal is en dat mensen die al coöperatief samenwerken in buurten de dragers zijn van de donut. ‘De Amsterdammers moeten ermee gaan werken en van onderop de verandering willen doorvoeren,’ zegt Van Doorninck. Dat gebeurt al volop. Afgelopen december werd een Amsterdam Donut Coalitie opgericht met wijkbewoners, beleidsmaker en stedelijke vernieuwers (zie kader).

City selfie

‘Het nieuws dat Amsterdam “donutstad” wilde worden, bleek zeer inspirerend,’ zegt Kate Raworth via Skype vanuit Oxford, waar ze doceert aan het Environmental Change Institute van de universiteit. ‘Een artikel van The Guardian hierover werd honderden keren gedeeld. Waarschijnlijk ook omdat het midden in de coronacrisis verscheen, toen mensen behoefte begonnen te krijgen aan een visie op waar we erna heen willen.’

‘Costa Rica gaat de donut gebruiken om haar doel – een van de eerste regeneratieve landen ter wereld worden – te bereiken.’

In reactie op haar blog over de Amsterdamse plannen vulden binnen enkele dagen meer dan 270 geïnteresseerde buurten, bedrijven, steden en zelfs landen een reactieformulier in. ‘Er reageerden ruim dertig Europese steden uit zeventien landen, en ik kreeg ook veel reacties uit het zuidelijk halfrond. Bangladesh en Nepal willen ermee aan de slag. En Costa Rica gaat de donut gebruiken om haar doel – een van de eerste regeneratieve landen ter wereld worden – te bereiken.’ Zo’n land draait op hernieuwbare energie, gebruikt grondstoffen steeds opnieuw en beschermt of herstelt ecosystemen.

Toen ze het donutmodel in 2012 bedacht, verwees dat naar de aarde als geheel, zegt Raworth. ‘Nadat mijn boek verscheen, kreeg ik van bedrijven voortdurend de vraag hoe ze aan de slag zouden kunnen gaan om binnen de grenzen van de donut te komen en van overheden hoe ze de ideeën voor een donuteconomie op kleinere schaal in beleid zouden kunnen omzetten in buurten en steden.’

In september komt daarom een nieuw internationaal donutplatform online waar geïnteresseerden uit verschillende landen elkaar kunnen ontmoeten om ideeën uit te wisselen.

Om het donutmodel te vertalen naar de praktijk, begon Raworth het afgelopen jaar bovendien een Doughnut Economics Action Lab (DEAL). Daarin ontwikkelde ze samen met onder meer C40 Cities (96 wereldsteden die zich inzetten voor het beperken van klimaatopwarming tot 1,5 graad) en de gemeente Amsterdam een instrument om een stadsportret (‘city selfie’) te maken. ‘Het laat je nadenken over wat voor een soort stad je wilt zijn, maar zegt niet welk beleid je moet maken. Dat bepaalt een stad zelf,’ zegt ze.

Amsterdam Donut Coalitie

Afgelopen december ging de Amsterdam Donut Coalitie officieel van start. In de coalitie hebben ruim 170 personen en veertig organisaties, zoals Metabolic, Ma.ak020, WeMakeThe City en de TU Delft, hun krachten gebundeld. ‘Om ook grotere commerciële bedrijven te kunnen toelaten, hebben we spelregels gemaakt, want we willen greenwashing voorkomen,’ zegt vertelt kwartiermaker Ruurd Priester van de Hogeschool van Amsterdam.

Op hun website staat een actieplan met negen condities die van belang zijn om de donuteconomie te realiseren, zoals: een gedeeld verhaal; kennis, methoden en gereedschappen; en beleid, wetgeving en fiscale kaders. Aan elke conditie zijn een persoon en acties gekoppeld.

Initiatiefnemers van de coalitie zijn Amsterdam Economic Board, Pakhuis De Zwijger en de Hogeschool van Amsterdam. Priester is er research fellow en leidt re-set, een programma waarmee de hogeschool de komende jaren zelf grondig wil verduurzamen.

Ongenadige spiegel

Amsterdam heeft het stadsportret, een Engelstalig rapport van 25 pagina’s, als enige gepubliceerd en het verspreid via internationale netwerken als C40, OECD en World Economic Forum. Raworth maakte er ook al een voor Philadelphia en Portland (Oregon) in de VS. ‘Sommige mensen denken dat Amsterdam de donut gebruikt als een marketingtool,’ zegt Raworth. ‘Dan antwoord ik dat dit niet verstandig zou zijn om te doen, want het gaat je stad jaar in jaar uit met statistieken confronteren die je een harde realiteit tonen, namelijk dat jouw stad bloeit door de uitbuiting van mensen en ecosystemen elders op de wereld. Het stadspor­tret is een ongenadige spiegel. Je kunt niet zelf kiezen hoe je er daarin zult uitzien. Dus neem het niet te licht op.’

Amsterdam kiest hiermee niet bepaald voor een gebaand pad, benadrukt ze: ‘Er is nog geen andere rijke stad in de wereld die streeft naar een goed leven voor de inwoners binnen de ecologische grenzen van de planeet en met oog voor de impact van de productieketens van elektronica, voedsel, kleding en bouwmateriaal.’

De waarde van het donutmodel is volgens haar dat het holistisch is. ‘Dat voorkomt dat je oplossingen verzint die goed lijken op één plek, maar elders weer problemen veroorzaken doordat ze bijdragen aan klimaatverandering, of meer ongelijkheid.’

‘Onze economische welvaart leidt tot arbeidsuitbuiting elders. Daarmee zitten we absoluut in het gat van de donut.’

Het stadsportret kijkt door vier ‘lenzen’: lokaal sociaal, lokaal ecologisch, mondiaal sociaal en mondiaal ecologisch. Elke lens analyseert één vraag. Bij ‘mondiaal ecologisch’ luidt die: ‘Wat zou het voor Amsterdam betekenen om de gezondheid van de planeet te respecteren?’ Het antwoord koppelt gegevens uit (internationale) onderzoeksrapporten, beleidsdocumenten en verslagen aan de Sustainable Development Goals.

Zo luidt SDG 8 bij ‘mondiaal sociaal’: Bevorder volledige en productieve werkgelegenheid en fatsoenlijk werk voor iedereen. Maar: in Ghana werken meer dan 3500 arbeiders op cacaoplantages onder dwangarbeid. En de haven van Amsterdam blijkt de grootste importeur van cacaobonen ter wereld, grotendeels uit West-Afrika.

Het rapport staat vol met zulke knelpunten. Het is geen stappenplan, maar biedt een frame om mee te werken, verklaart wethouder Van Doorninck. Ze beschouwt het vooral als een impact­meter die duidelijk maakt wat de grenzen van het consumeren en produceren zijn. ‘Het confronteert ons ermee dat onze economische welvaart leidt tot arbeidsuitbuiting elders. Daarmee zitten we absoluut in het gat van de donut. En we vallen buiten de donut met de luchtvervuiling in China door het maken van onze consumptiegoederen en ook qua CO2-voetprint en watervervuiling door de kledingindustrie in andere delen van de wereld. De ecologische impact van onze consumptiegoederen is echt scheef.’

https://www.vn.nl/thema/new-capitalism/
Manier om de welvaart te meten

Voor de lens ‘lokaal sociaal’ vonden ‘donutworkshops’ plaats in alle stadsdelen. Per workshop namen zo’n 20 tot 25 Amsterdammers deel en zij bepaalden de agenda. Lokaal springen in het stadsportret vooral de hoge huizenprijzen eruit. Bijna 20 procent van de Amsterdamse huurders houdt na het betalen van de huur te weinig geld over om van te leven.

Van Doorninck: ‘Daarmee zakken we flink door het sociale fundament van de donut. In onze gesprekken met Amsterdammers bleek dat dit een grote zorg voor mensen is. Je ziet dat we nu een stad zijn met een hoog bnp en mede daardoor hoge huizenprijzen. Dat maakt dat veel mensen hier niet kunnen wonen, zodat je geen inclusieve stad meer bent. Het laat zien dat het bnp een rare manier is om de welvaart te meten. De donuteconomie definieert welvaart breder en meet die af aan of mensen gedijen qua gezondheid, wonen, werk en welbevinden.’

Meer ‘natuur­inclusief’ bouwen moet de biodiversiteit in de stad bevorderen.

Andere punten van zorg op lokaal niveau zijn eenzaamheid en armoede. Zo maakten in 2018 twaalfhonderd Amsterdamse huishoudens gebruik van een voedselbank. Van Doorninck: ‘Dat aantal zal door de coronacrisis flink groeien, terwijl je niet wilt dat er voedselbanken bestaan, want dan ben je al door het sociale fundament van de donut heen gezakt.’

Verder bleek uit gesprekken met Amsterdammers dat zij veel waarde hechten aan groen in de stad. Vergroening is niet alleen belangrijk voor de gezondheid van de stadsbewoners, maar ook om de toenemende hittestress in de zomer vanwege de klimaatverandering tegen te gaan. Meer ‘natuur­inclusief’ bouwen − door het opnemen van nestkastjes voor mussen of gierzwaluwen in gebouwen, door muren te laten begroeien, door groene daken en bijenkasten – moet de biodiversiteit in de stad bevorderen.

Volledig circulair

Een belangrijke stap om ‘in de donut’ te komen, is dat Amsterdam een circulaire stad wil worden. ‘Dat het nu goedkoper is om nieuwe grondstoffen te delven, ze de halve wereld over te slepen, er iets van te maken en dat te verkopen en het als het stuk is te verbranden als afval, in plaats van waardevolle materialen en grondstoffen te recyclen, laat zien dat er iets ernstig mis is in hoe we dingen waarderen,’ zegt Van Doorninck. Mensen willen volgens haar niet meer in een wegwerpmaatschappij leven, waarin je, als je koffiezetapparaat stuk gaat, nergens het kapotte onderdeeltje kunt vervangen, maar een heel nieuw apparaat moet kopen.

‘We moeten op een fundamenteel andere manier kijken naar de manier waarop we omgaan met spullen en met afval. Ook omdat grondstoffen eindig zijn en gewoon opraken.’ Amsterdam wil in 2030 50 procent minder primaire grondstoffen gebruiken en in 2050 volledig circulair zijn. Dat betekent dat grondstoffen en materialen dan voortdurend worden hergebruikt.

Begin april presenteerde het stadsbestuur de Amsterdam Circulair 2020-2025 Strategie. Daaruit blijkt dat Amsterdam eerst aan de slag gaat met drie gebieden waarop de stad echt invloed kan hebben en waarop veel winst valt te behalen qua CO2-belasting en vervuiling: consumptiegoederen, bouw en voeding/voedselverspilling.

De huidige afvalpunten voor grof vuil worden omgewerkt tot recycle- en ambachtspunten waar spullen uit elkaar gehaald worden om grondstoffen te scheiden.

Een van de geformuleerde subdoelen is: voorkom overconsumptie en minimaliseer het gebruik van consumptiegoederen. Dat eerste wordt niet concreet uitgewerkt. Het stadsbestuur hoopt met het stimuleren van reparatie, hergebruik en het delen van spullen de aanschaf van consumptiegoederen te verminderen.

Van Doorninck wijst op een peiling van Onderzoek, Informatie en Statistiek (OIS) onder Amsterdammers waaruit bleek dat driekwart bereid is minder nieuwe spullen te kopen vanwege het milieu. ‘Met deelplatforms en kledingbibliotheken willen we meer inzetten op gebruik dan op bezit. Dan worden allerlei producten toegankelijk voor mensen die ze zelf niet kunnen betalen.’

De huidige afvalpunten voor grof vuil worden omgewerkt tot recycle- en ambachtspunten waar spullen uit elkaar gehaald worden om grondstoffen te scheiden. Ernaast komen reparatie- en kringloopwinkels en tweedehands bouwmarkten. De gemeente wil zelf het goede voorbeeld geven door waar mogelijk te kiezen voor gebruikte spullen en door circulair te werken, en in 2030 20 procent minder te consumeren. Festivals in de stadsregio zijn sinds 2018 duurzaam en worden (postcorona) volledig circulair.

Ook in de bouw gaan meer duurzaamheidseisen gelden. Dat betekent onder meer minder gesleep met grond en een ‘materialenpaspoort’ voor gebouwen, zodat alle gebruikte materialen herleidbaar zijn en na sloop makkelijker elders een nieuw leven kunnen krijgen. Circulaire bouw betekent ook meer biobased werken, zoals meer houtbouw. In Buiksloterham (Noord) krijgt de eerste circulaire stadswijk vorm, met onder meer de duurzame drijvende woonwijk Schoonschip. ‘Circulair werken in de bouw gaat ook over een bedrijf in Zaanstad dat cement weer uit beton haalt,’ zegt Van Doorninck. ‘Dat is een keihard industrieel proces. De circulaire economie is echt niet altijd lief en gezellig, hoor.’

Kate Raworth: ‘Eerst toepassen, dan pas theoretiseren’

Sinds januari 2020 is Kate Raworth de eerste Professor of Practice aan de Hogeschool van Amsterdam (HvA). Ze zal drie jaar inhoudelijk leiding geven aan een project om met de HvA de Sustainable Development Goals in Amsterdam te concretiseren. ‘De positie sprak me meteen aan, omdat hogeschoolstudenten niet getraind worden in abstracte theorie, maar beroepsopleidingen volgen,’ zegt Raworth. ‘Dat sluit aan bij mijn uitgangspunt dat we de 21ste-eeuwse economie eerst moeten toepassen en dan pas theoretiseren.’

Raworth gaat interdisciplinair werken met studenten van verschillende richtingen. ‘Studenten journalistiek, circulair ontwerpen, elektrotechniek, marketing en business kunnen allemaal hun vaardigheden inbrengen om samen te onderzoeken wat het in de praktijk betekent om een circulaire en fossielvrije stad te zijn.’

Raworth gaat ook meewerken aan een nieuw curriculum voor de faculteit business en economie. Ze is erg blij dat juist deze faculteit haar heeft uitgenodigd. ‘Economie is de plaats waar normaal de meeste weerstand zit en waar verandering het meest noodzakelijk is. Dat zij met mij aan de slag willen, is een signaal van echte ambitie om te veranderen.’

Kortere ketens

Het stadsbestuur wil ook meer inzetten op het gebruiken van regionaal voedsel. Voedsel legt nu vaak veel kilometers af en het vervoer kost veel CO2. Van Doorninck: ‘Ook door corona leren we dat het gesleep met dieren en spullen niet gezond is. Beter is om zoveel mogelijk lokaal te doen, terwijl je toch je blik naar buiten blijft richten: Think globally, act locally. Als je het zoveel mogelijk doet met wat je hebt, ben je minder afhankelijk van de rest van de wereld. Dat maakt een circulaire economie met kortere ketens weerbaarder.’

Amsterdam gaat ook meer doen met stadslandbouw. Niet zozeer vanwege de productie, maar vooral om de stadsbewoners te laten zien waar voedsel vandaan komt en hoeveel moeite het kost om dat te produceren, dus dat weggooien zonde is. Doel: 50 procent minder voedselverspilling in 2050.

Instock, een restaurant dat voedselverspilling wil tegengaan, haalt onverkoopbare producten op bij supermarkten, waarna de kok een dagmenu bedenkt. En met de antiverspillingsapp Too good to go kunnen bedrijven voedsel voor de helft of een derde van de prijs laten ophalen. Ontbijtbuffetten van hotels kunnen zo bedrijfslunches worden, geeft de wethouder als voorbeelden.

Om ervoor te zorgen dat er minder afval naar de verbrandingsovens hoeft, gaat Amsterdam organisch afval weer apart ophalen. Het gft wordt compost en de gemeente overweegt biovergisting om groen gas te produceren. Van Doorninck: ‘Niet alle Amsterdammers hebben goede herinneringen aan de gft-inzameling. Daarom gaan we per wijk bekijken wat het best werkt om stank en overlast te voorkomen. Zo kunnen in hogere nieuwbouwflats vermalers in de afvoer een oplossing zijn.’ In 2030 moet driekwart van de Amsterdammers het afval kunnen scheiden.

Wormenhotels

Het budget voor het stimuleren van de circulaire economie en het verduurzamen van de afvalketen is dit jaar, net als vorig jaar, 1 miljoen euro. De coronacrisis zal hierop niet van invloed zijn, omdat het stadsbestuur een circulaire economie essentieel vindt voor de opbouw van een minder conjunctuurgevoelige en weerbaarder economie. Volgend jaar wordt dat 4 miljoen en vanaf 2022 jaarlijks 6 miljoen. Het geld is bedoeld voor het opzetten van de inzameling van gft, als startsubsidie voor organisaties met een goed uitgewerkt idee en voor het omzetten van afvalpunten in recyclepunten.

‘In de circulaire economie kun je kosten die je op de ene plek maakt, op de andere plek weer terugverdienen.’

‘Dat laatste zal ook kosten besparen, omdat het zorgt voor veel werkgelegenheid,’ aldus Van Doorninck. ‘In de circulaire economie kun je kosten die je op de ene plek maakt, op de andere plek weer terugverdienen.’ Werkgelegenheid zit in reparatie en het uit elkaar halen van elektriciteitsdraden en in hergebruik, maar ook bij allerlei start-ups die iets nieuws bedenken, zoals Excess Materials Exchange (EME), een digitaal matchingplatform voor waardevolle (rest)materialen voor bedrijven.

Verder zijn er inmiddels ruim tweehonderd circulaire projecten in de stad, de meeste ‘van onderop’, van stadsbewoners en lokale bedrijven. Naast wormenhotels, broodbakken, circulaire urinoirs (GreenPee) en een kledingbibliotheek, zamelt de gemeente resten latexverf en luiers in en doet Amsterdam mee aan een Europees project rond hergebruik van kleding en textiel. ‘We hebben zeker nog niet alles bedacht en nodigen Amsterdammers met mooie circulaire ideeën en initiatieven uit die te delen,’ zegt Van Doorninck. Dat kan bijvoorbeeld op het platform Nieuw Amsterdams Klimaat.

Wormenhotels, een antiverspillingsrestaurant en een kledingbibliotheek zijn sympathieke en nuttige, maar ook kleinschalige projecten. In een wereldstad als Amsterdam zijn het eerder druppels op een gloeiende plaat dan een structurele oplossing. Zetten alle maatregelen voldoende zoden aan de dijk om het voor 2030 gestelde circulaire doel te kunnen bereiken? Dat gaat blijken. Om inzicht te krijgen in alle materiaal- en productstromen en de effectiviteit van alle circulaire projecten in de stad, ontwikkelt de gemeente namelijk een monitor.

Een stevig sociaal fundament

Na de gemeenteraadsverkiezingen van 2022 zou een nieuw college kunnen kiezen voor een andere koers, realiseert de wethouder zich. ‘Ik denk dat het aan ons is, nu wij er zitten, om te laten zien dat het kan: de economie anders vormgeven. En dat dit de komende jaren zo stevig gaat staan, dat het niet meer gezien wordt als een linkse hobby, maar als een Amsterdamse manier van bouwen en met spullen en voedsel omgaan en tegelijk zorgen voor een stevig sociaal fundament.’

Het onderwerp leeft, zo bleek uit de grote belangstelling voor een online livecast van Pakhuis De Zwijger over de circulaire plannen eind april. Er waren ruim zeshonderd deelnemers. Enkele dagen later publiceerde Het Parool een opiniestuk dat de circulaire plannen van Amsterdam niet concreet genoeg noemde en de vrees uitsprak dat het zou blijven bij ‘mooipraterij’. ‘Een echt circulaire strategie moet in de eerste plaats het consumentisme bestrijden en een nieuwe levensstijl stimuleren,’ schreven de auteurs. Het publiceren van het stadsportret is juist ook bedoeld om het bewustzijn van de impact van consumptie bij Amsterdammers te vergroten, reageert Van Doorninck. Ze ziet dit als een startpunt en geen eindpunt en het krijgt ook een vervolg.

‘Nu hebben we in Nederland een hoge belasting op arbeid en een lage op primaire grondstoffen en energie. Als je dat omdraait, wordt nieuwe spullen kopen duurder.’

Om als stad van de circulaire economie echt een succes te kunnen maken, heeft Amsterdam ook het Rijk en de Europese Commissie nodig, benadrukt ze. ‘Nu hebben we in Nederland een hoge belasting op arbeid en een lage op primaire grondstoffen en energie. Als je dat omdraait, wordt nieuwe spullen kopen duurder en gaat hergebruik en reparatie pas echt lonen. Dan kunnen er meer banen komen in de maakindustrie, ook voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Dat helpt ook weer om de economie in de donut te brengen.’

Donut deals: werelden verbinden

Toen Kate Raworth een jaar geleden op bezoek was bij De Groene Hub, zette ze haar handtekening onder de eerste van drie donut deals, waarin minstens één ecologisch en drie sociale thema’s samenkomen. ‘Amsterdam streeft naar 20 donut deals in 2025, maar daar moet nog wel budget voor komen,’ zegt bedenkster Anne Stijkel.

Zij kreeg van de gemeente 10.000 euro voor de Quickfix-Brigade en 5.000 euro voor de andere twee om te kunnen opstarten. Wat Stijkel vooral aanspreekt in het donutmodel, is dat het economie koppelt aan ecologie. ‘Veel initiatieven voor het vergroten van sociale kansen zijn gericht op de multiculturele wereld, terwijl duurzaamheid vaak iets is van de witte wereld. Het mooie van de donut is dat die deze werelden verbindt.’

Zo kreeg deze winter in het naailokaal van de Groene Hub een groep vrouwen met een afstand tot de arbeidsmarkt naailessen om energiebesparende gordijnen te maken. Ze maakten eerst gordijnen voor zichzelf, zodat hun energierekening lager zou worden. Vervolgens deden ze dat voor buurtgenoten met tochtende jaren-tachtighuizen en voor de Ghanese kerk in hetzelfde gebouw als De Groene Hub.

Midden in de crisis

Ook het opleggen van ‘producentenverantwoordelijkheid’ aan de industrie – producenten of importeurs zijn dan (mede) verantwoordelijk voor het afvalbeheer van producten – staat op Van Doornincks wensenlijstje. ‘Verplicht producenten consumptiegoederen op zo’n manier te maken dat je ze uit elkaar kunt halen om ze te repareren, of de onderdelen te recyclen. En geef financiële prikkels die het interessant om spullen te maken die lang meegaan. Als mensen bijvoorbeeld witgoed vaker gaan leasen in plaats van kopen, maken fabrikanten echt geen wasmachines meer die binnen tien jaar stuk zijn.’

Van Doorninck bepleit ook Europese regelgeving om ervoor te zorgen dat producten geen verschillende soorten plastic mogen bevatten, want dat is niet recyclebaar. En ze wil CO2-beprijzing, waarbij in de productprijs niet alleen de materiaalkosten, maar ook vervuiling en de (toekomstige) schade van CO2-uitstoot meegerekend wordt.

‘Corona zet natuurlijk alles op z’n kop. We zitten nog midden in de crisis en weten niet hoe lang die gaat duren.’

Dit soort maatregelen zullen er waarschijnlijk komen. Om de klimaatdoelen in 2050 te halen, wil Nederland dan namelijk volledig circulair zijn. Op dit moment is de Nederlandse economie voor 24,5 procent circulair.

Ook de Europese Unie heeft circulaire ambities. Amsterdam loopt met de ambitieuze plannen dus vooral ‘voor de troepen uit’. Vanwege de corona­crisis vindt zeker niet iedereen dat nu gepast. Zo hameren Forum voor Democratie en de VVD er in de hoofdstedelijke gemeenteraad op dat herstel van de economie nu prioriteit moet krijgen boven duurzame plannen.

Heeft het stadsbestuur getwijfeld om met de donutplannen naar buiten te treden, nu door de virusuitbraak een flinke recessie dreigt en veel mensen hun baan verliezen? ‘Corona zet natuurlijk alles op z’n kop. We zitten nog midden in de crisis en weten niet hoe lang die gaat duren. Onze eerste zorg is nu de gezondheid van Amsterdammers, zowel fysiek als sociaal,’ zegt Van Doorninck. ‘Uit vrees dat door social distancing het isolement van veel gezinnen en ouderen zou toenemen, hebben we in het project “Iedereen verbonden” gebruikte laptops laten refurbishen. We hebben er duizend laten uitdelen aan mensen met een laag inkomen en geïsoleerde ouderen, die anders vanwege de coronamaatregelen het contact met anderen zouden kwijtraken.’

Green recovery

Maar terwijl er mensen vechten voor hun leven, moeten er ook ideeën zijn over hoe we verder willen in de anderhalvemetersamenleving, vindt de wethouder. Haar indruk is dat veel Amsterdammers blij zijn met de ideeën om het herstel in te zetten door een stevig sociaal fundament en ecologie met elkaar te verbinden. ‘Dat spreekt aan, zeker nu de coronacrisis ons confronteert met de vraag wat we écht belangrijk vinden. Nu we op onszelf worden teruggeworpen, merken we hoe kwetsbaar we zijn en wat werkelijk van waarde is: gezondheid van onszelf en de mensen om ons heen, maar ook van de planeet.’

‘We weten dat investeren in werk de beste manier is om uit een crisis te komen, ook om sociale problemen te voorkomen.’

Dat zoveel mensen door de coronacrisis hun baan kwijtraken, is voor het college juist een van de redenen geweest nu op de donutplannen in te zetten. ‘We weten dat investeren in werk de beste manier is om uit een crisis te komen, ook om sociale problemen te voorkomen. In de jaren dertig is in de VS daarom de New Deal bedacht en na de Tweede Wereldoorlog het Marshallplan voor de economische heropbouw van Europa. De circulaire plannen hoeven niet meer bedacht, maar alleen nog geïmplementeerd te worden.’

De oude reflex om de economie weer op gang te krijgen, is onder meer het aanmoedigen van de aanschaf van consumptiegoederen, weet ze. ‘Maar daardoor vergroot je de ongelijkheid na de crisis. En het hoort bij de lineaire economie. De negatieve kanten daarvan zijn duidelijk. Het zou erg zonde zijn als we met het herstel naar de economie van gisteren gaan. Ook minister Wiebes heeft het over green recovery en Frans Timmermans werkt aan een Europese Green Deal.’

‘Herstel van hoe het was moet nu niet het doel zijn, maar de vernieuwing van onze maatschappij.’

De 21ste eeuw is begonnen met diverse crises: het instorten van de financiële wereld in 2008, de klimaatcrisis en nu de covid-lockdown, constateert Kate Raworth. ‘Beleids­makers kunnen niet met al die crises blijven omgaan alsof het afzonderlijke problemen zijn. Ze moeten oog hebben voor sociale rechtvaardigheid, huisvesting en voeding, klimaat én ecologie, en al deze onderwerpen tegelijkertijd en samen aanpakken.’ Streven naar herstel van de economie van voor de pandemie zou volgens haar kortzichtig zijn. ‘Autofabrikanten en vliegtuigmaatschappijen willen terug naar business as usual, vragen om steun, minder regels en uitstelwetgeving. Maar herstel van hoe het was moet nu niet het doel zijn, maar de vernieuwing van onze maatschappij.’

Ze beschouwt de coronacrisis als een eenmalige kans om te kiezen voor een noodzakelijke transformatie naar een ander soort economie. Juist steden kunnen hierbij door hun slagkracht een belangrijke rol spelen, verwacht ze. ‘Zij kunnen elkaar inspireren, ervaringen uitwisselen en helpen aan het bouwen van voldoende kritische massa. Als genoeg steden zeggen: dit willen we, zorgt dat voor druk op regeringen om de pioniers te volgen. Hiervoor is een eerste stad nodig die transformatie echt omarmt en haar nek durft uit te steken. Amsterdam doet dat.’

Over de vraag wat de grootste uitdaging voor Amsterdam zal worden om ‘in de donut’ te komen, hoeft ze niet lang na te denken. ‘Dat het nooit gedaan is,’ antwoordt ze. ‘Het is een geheel nieuwe uitdaging. Niemand weet nog precies wat het betekent.’ Maar Amsterdam is vaker een pionier geweest, weet Raworth. ‘Mensen zeggen dat Amsterdam de stad is waar het kapitalisme is uitgevonden. Laat het nu dan ook de stad zijn waar een nieuw paradigma voor de economie van de 21e eeuw vorm krijgt.’

Meer stukken over economie, kapitalisme en de alternatieven ervoor vind je hier.