‘Dat programma van jullie heb ik gezien,’ roept Jonas Staal (1981) enthousiast. Behalve kunstenaar en activist is Staal ook wetenschapper, hij hoopt binnenkort te promoveren op de rol van kunst in bevrijdingsbewegingen in Syrië, Mali en de Filippijnen. ‘Twee jaar geleden was ik in Brooklyn, waar mijn promotor, kunsthistoricus Sven Lütticken, een filmprogramma had samengesteld in de Light Industry, en daar liet hij ook Signalement zien. Prachtig, dat dubbelinterview dat maar niet op gang komt. Het staat steeds op het punt om te beginnen en dan…’
‘Die fucking kunst maakt alles kapot’
Allebei willen ze niet worden ingekapseld door de gevestigde orde en kwamen ze daardoor achter de tralies. Toch liggen de werelden van kunstenaar-activist Jonas Staal (34) en verhalenverteller Willem de Ridder (76) ver uit elkaar. Maar over één ding zijn ze het eens: ‘Kunst is onderdeel van de controlemaatschappij geworden.’
‘We waren twee upcoming jonge kunstenaars,’ vertelt Willem de Ridder aan kunstenaar en activist Jonas Staal in het café aan het IJ. Vlakbij, in de Tolhuistuin, werkt Staal in zijn studio aan zijn zesde New World Summit, ‘een nomadisch parlement voor volkeren zonder staat’. De Ridder (1939) vertelt over dat andere dubbelinterview, meer dan vijftig jaar geleden, samen met een piepjonge Wim T. Schippers. Het was 1963, het jaar waarin de twintigers een filmpje maakten van het leeggieten van een flesje limonade in de zee bij Petten. De actie dreef de spot met alle artistieke gewichtigdoenerij. Ook filmde het duo De Mars door Amsterdam: zomaar een wandeling van zes willekeurige personen. Nergens voor, nergens tegen, maar in de reeks ‘volstrekt oninteressante manifestaties’. De performance van de door Willem en Wim opgerichte Association for Scientific Research in New Methods of Recreation (Afsrinmor) werd vertoond in het tv-programma Signalement, samen met een serie korte kunstenaarsportretten. ‘We zaten met Daniel Spoerri aan tafel,’ zegt Willem de Ridder, ‘en vervolgens hing-ie het tafelkleed met al het servies erop aan de wand. Nu zie je die gedekte tafels van Spoerri in alle grote musea.’

