Toen muzikant en producer Bart van Poppel zo’n drie jaar geleden benaderd werd voor het project dat inmiddels The Analogues is gaan heten, krabde hij zich eerst eens stevig achter de oren. Een cóverband? Hmm. Er zijn er talloze, ze zijn vaak heel goed en veelgevraagd bovendien, maar in serieuze muzikantenkringen leg je daar toch weinig eer mee in. Dat het om The Beatles ging, was voor een sixties-liefhebber als hij weliswaar een pre, maar toch: de eerste associaties gingen al snel uit naar pruikjes, verkleedpartijen en blijmoedig met je hoofd schudden terwijl je nog eens Yeah! Yeah! Yeah! roept. ‘Een rolletje spelen,’ zegt Van Poppel met misprijzende blik. ‘Dat zag ik nou niet echt voor me.’
Aan de andere kant: de man die hem vroeg, Fred Gehring, was niet zomaar een gesjeesde muzikant met een lollig plannetje. Van huis uit drummer in diverse bands, bouwde Gehring een zeer succesvolle carrière als ondernemer op. Nadat hij op diverse continenten had gewerkt, zette hij midden jaren negentig de Europese tak van kledingmerk Tommy Hilfiger op. Dat verkocht hij aan de Amerikanen, waarna hij zich in New York vestigde en zelf CEO werd van het bedrijf. Al die tijd was de muziek blijven lonken, en toen hij rond zijn zestigste het bedrijfsleven vaarwel zei, leek het logisch om daar zijn tanden weer eens in te zetten. Dus ja, als zo’n man met een plannetje komt aanzetten, kun je het gerust Een Plan noemen.
‘Nou, dat is dus een beetje uit de hand gelopen,’ zegt Van Poppel grinnikend, als hij op een stralende zondagmiddag een rondleiding geeft door een studiocomplex in Haarlem. Dat complex is inmiddels overgenomen door Gehring, en Van Poppel heeft er zijn eigen studio. De grootste ruimte – het ‘museum’ – staat tjokvol met een indrukwekkende verzameling vintage instrumenten. Hoogbejaarde orgels, Rickenbacker-gitaren, VOX-versterkers: wie wel eens een fotoboek over The Beatles heeft doorgebladerd, komt het allemaal bekend voor. ‘Alles waar ik als klein jongetje van droomde,’ zegt hij met een jongensachtige grijns. ‘Serieus: dat ik het nog mag meemaken. En dit is alleen nog maar het deel dat niet mee is op tournee. De mooiste spullen zitten allemaal in de truck.’
Nooit live uitgevoerd
Op papier klonk het simpel genoeg, dat plan. Gehring stelde voor om Beatles-albums integraal te gaan uitvoeren, op het podium, met als doel het origineel zo dicht mogelijk te benaderen. En dan specifiek de látere Beatles. De platen vanaf 1966, toen de groep besloot te stoppen met optreden omdat ze zichzelf toch nooit boven het meisjesgegil hoorden uitkomen, waarna ze bevrijd waren en zich in de studio overgaven aan een ongekende experimenteerdrift. Muziek, kortom, die nooit live is uitgevoerd. En die ook nooit bedoeld was om live te worden uitgevoerd.
‘Ik ben altijd een enorme Beatle-fan geweest,’ vertelt Gehring aan de keukentafel van de studio, terwijl hij ondertussen zijn overenthousiaste hond Penny Lane tot bedaren probeert te brengen. ‘En dan vooral van die latere platen. Maar die muziek sneeuwt langzaam onder. Coverbands als The Bootleg Beatles zijn hartstikke leuk, ik heb ze allemaal gezien, maar het is vooral een visueel spektakel. En ze spelen altijd dezelfde dertig nummers, simpelweg omdat de rest niet te doen is. Je hoort The Beatles ook niet in clubs of op de radio. Ja: de grote hits – “Hey Jude”, “Let It Be”, “Help!”. Maar nooit eens “Glass Onion” of “Bungalow Bill”.’
Dat vindt hij onbegrijpelijk en nauwelijks te verkroppen. ‘Er zijn mensen die “Lovely Rita” niet kennen, of “A Day In The Life”. Die muziek is er gewoon, maar je wéét het niet. Dat is toch bizar?’ Vandaar dus zijn plan. ‘Ik dacht: er moet een manier zijn om het mensen te laten ontdekken. En bij de fans moet er toch behoefte zijn om zoiets live te horen.’
In Bart van Poppel vond hij een ideale partner in crime. Wat heet: de bassist, toetsenist, songschrijver en producer was bijna overgekwalificeerd voor deze klus. In zijn bandjestijd vertoonde Van Poppel een duidelijke voorliefde voor de sixties. Vooral met de groep Tambourine, waar ook de huidige Analogues-gitarist Jac Bico deel van uitmaakte. Wat sound betreft was hij altijd een zelfverklaard ‘puritein’. Nog jaren nadat er digitale keyboards op de markt waren waarmee je gewoon in de tram kon stappen, sleepte Van Poppel naar elke optreden steevast een Hammond-orgel plus Leslie-box mee ter grootte van een fikse bestelbus. Want dat klonk beter.
Toen hij twaalf jaar geleden stopte met spelen – ‘Popmuziek is voor de jeugd,’ zegt hij lachend – kwam hij in de reclame terecht, precies in de tijd dat vintage klanken zwaar in de mode waren. ‘Heel vaak moest ik dingen een-op-een namaken. Oude nummers waarvan de klant wel de rechten had, maar niet de master-opname kon kopen. Als ze ook de rechten niet hadden, maakte ik soundalikes – nummers die er heel erg op lijken, maar qua compositie toch net anders zijn.’ Hij haast zich te zeggen dat hij in zulke gevallen wel altijd een ‘autonoom liedje’ probeerde te maken. ‘Je hoorde ook wel dingen die echt schandalig nageaapt waren. Dat is mijn eer te na. Maar goed, het was natuurlijk wel een heel goede leerschool voor wat ik nu doe.’
Ik hoef geen pakje aan
Ze besloten proef te draaien met een eenmalig optreden in een club in Amsterdam, waar ze de songs van Revolver speelden. Meestergitarist Jac Bico deed mee, toetsenist/zanger Diederik Nomden (voorheen van bands als Johan en Daryll-Ann) en zanger/gitarist Jan van der Meij, bekend van Powerplay. Met zijn vijven dus. Eentje te veel, en gelukkig maar. Niemand ‘was’ John of Paul – al was het een fijne bijkomstigheid dat Van der Meij een prima ‘harde McCartney’ in huis bleek te hebben, en Nomdens stem geknipt was voor het zachtere, lyrische werk.
Dit was niet zomaar een coverband, en Van Poppels aanvankelijke bezwaren verdampten al snel. ‘Ik dacht: ik hoef geen pakje aan, geen nummers te schrijven, niet hip te doen, en ik kan de mooiste muziek ter wereld gaan spelen. Die ook nog eens nooit live is uitgevoerd.’
Wat ook hielp, was dat Gehring duidelijk serieus was, en bereid flink in het project te investeren. ‘Het was geen hobbyisme,’ zegt Van Poppel. ‘Fred is niet een miljonair die een zak geld op tafel gooit om eens lekker de beest uit te gaan hangen. Hij had echt een visie, was van plan het aan te pakken zoals een Van den Ende-productie wordt aangepakt. En toen ik erachter kwam dat hij bereid was all the way te gaan, dat alles mogelijk was, jáááh… Toen dacht ik: dit heb ik heel mijn leven al gewild.’ Lachend: ‘Mijn vriend Gert-Jan Blom, artistiek leider van het Metropole Orkest, zei laatst tegen me: het is net of heel jouw muzikale carrière in een trechter naar Fred heeft geleid. En dat klopt wel.’
Monnikenwerk
De Revolver-sessie was de opmaat naar het eerste serieuze doel: op tournee met een intregrale uitvoering van Magical Mystery Tour, een veel gecompliceerdere plaat. Maar de vraag was: hoe in godsnaam? Er bestaat geen partituur van. ‘Fred had geen idee, en ik eigenlijk ook niet. Er zitten zoveel toeters en bellen aan Magical Mystery Tour – strijkers, blazers, overdubs, effecten. Ik realiseerde me dat het in elk geval geen zin had om zomaar met zijn vijven in een oefenruimte te kruipen en gewoon af te tikken. Dus toen ben ik om te beginnen “I Am The Walrus” maar opnieuw gaan opnemen. Partij voor partij, de hoorn, de viool, de cello, alles. Want pas als we precies wisten wat er op de plaat gespeeld werd, konden we gaan nadenken hoe we dat live konden brengen.’
Wie speelt wat, op welk instrument, met welke versterker, en welke effecten? Hoeveel strijkers en blazers doen er mee, en hoe werden die opgenomen? Er zijn bibliotheken volgeschreven over The Beatles, maar dát, zegt Van Poppel, weet zelfs Paul McCartney niet meer. Behalve op zijn eigen oren was hij voor zijn muzikaal-archeologische zoektocht aangewezen op drie vuistdikke boeken, die hij voorzichtig uit zijn bibliotheek vist en met enige omhaal op tafel legt. The Complete Beatles Recording Sessions is een naslagwerk over het verloop van de verschillende opnamesessies. In Beatles Gear staat zeer minutieus het gitaren- en versterkerpark van The Fab Four geboekstaafd. ‘En deze is écht voor de idioten,’ zegt hij, terwijl hij Recording The Beatles uit de kartonnen hoes haalt. Twee stoeptegels op elkaar, pagina na pagina gevuld met gedetailleerde foto’s en precieze beschrijvingen van, nou ja, knopjes, schuifjes en metertjes. Alle, maar dan ook álle mengtafels, randapparatuur, microfoons en wat al niet meer, die gebruikt werden in de Abbey Road-studio’s in de tijd dat The Beatles er opnamen.
Toen ik ‘The Eggmen’ googelde, kwam ik meteen terecht bij een foto van vier kale mannen in slecht zittende Sgt. Pepper-jasjes.
Het resultaat van Van Poppels monnikenwerk was zo overtuigend dat het project vleugels kreeg. Al was er nog wel een klein hobbeltje: het vinden van een goede groepsnaam. Alle opties die de revue passeerden – The Day Trippers, The Yoko Ono’s, The Lonely Hearts Club Band – klonken niet alleen een tikje corny, ze bleken ook allemaal al bezet. ‘Zelf vond ik The Eggmen wel oké,’ zegt Van Poppel. ‘Maar toen ik dat googelde, kwam ik meteen terecht bij een foto van vier kale mannen in slecht zittende Sgt. Pepper-jasjes. “Kijk jongens,” zei ik. “Dít zijn The Eggmen.” Goddank kwam iemand met The Analogues op de proppen.’
‘Noem die iemand maar gewoon mij,’ valt Gehring hem lachend in de rede. ‘Mijn gedachte was dat veel mensen het geweldig zouden vinden, als ze éérst maar wisten waar we precies mee bezig waren. The Analogues perform The Beatles, daarmee waren we meteen uit de coverband-hoek.’
Orgel vol muizennesten
Weten hoe Magical Mystery Tour in elkaar stak, was één ding, het natuurgetrouw live reproduceren iets heel anders. Op de plaat gebeurt zoveel, dat het onvermijdelijk leek om samples te gebruiken – een woord waarbij ze allebei een beetje een vies gezicht trekken. Maar hoe Van Poppel daar ook mee experimenteerde, uiteindelijk klonk het allemaal ‘niet echt tof’. ‘Dus heb ik Fred overgehaald om er een paar echte strijkers en blazers bij te halen. En ik zei: volgens mij moeten er ook wat oude, originele spulletjes komen. Nou, toen werd het helemáál fantastisch.’
Glunderend vertelt Van Poppel hoe hij zich vanaf dat moment, naast zijn taak als muzikaal leider, ook volledig kon gaan uitleven op eBay. Telkens als hij stuitte op een instrument dat The Beatles in die tijd gebruikten, mocht hij erop bieden. ‘Het bleek nog een hele kunst,’ zegt hij. ‘Alles waar je het predikaat “gebruikt door The Beatles” op kunt plakken, wordt meteen veel duurder, en de meeste mensen weten dat ook. Er worden echt belachelijke prijzen gevraagd.’ Hij wijst op een twaalfsnarige gitaar die in een hoek staat. ‘Dat is een Framus, een Duitse k-u-t-gitaar. Koop je voor tweehonderd dollar. John Lennon had er ook zo een, maar nét een ander type – de “Hootenanny”. En daar vragen ze zo achtduizend voor.’
Het werd een sport waar hij zich maar wat graag in bekwaamde. Er waren tegenvallers – de AKG BX20-galm die wel betaald was, maar nooit kwam – maar ook glorieuze momenten. Zoals afgelopen zomer, toen hij voor een geweldige prijs eindelijk een Lowrey Heritage deluxe DSO 1 op de kop tikte, het spinet-achtige orgeltje uit het intro van ‘Lucy In The Sky With Diamonds’. Oké, het ding bleek na aankomst vol muizennesten te zitten, er moest een enthousiaste hobbyist worden gezocht die hem in zijn eigen huiskamer helemaal uit elkaar haalde, waarna hij nog steeds kuren vertoonde, los nog van het feit dat de toetsen blijven plakken – maar het is dus wel the real thing. Gehring: ‘Als je het oplost met een sample, wen je daaraan, en denk je: dit klinkt nog best oké. Maar wanneer je dit ding er dan naast hoort, tjáááá….’
Toys for boys
En zo kwamen er oude Rickenbacker-gitaren en bassen, Fenders, Gibsons, een Hofner vioolbas, een Hohner-piano, een Ludwig-drumstel, diverse Fender- en Vox AC30-versterkers – alles bij voorkeur uit hetzelfde bouwjaar als die van The Beatles, in elk geval uit dezelfde periode. Af en toe lijkt Van Poppel het nog steeds nauwelijks te kunnen geloven. ‘Ik kom soms naar de repetities met een prachtige vintage gitaar, die net is binnengekomen. Dan loop ik naar Bico en zeg: probeer deze eens.’
Ja, de gesprekken van The Analogues hebben een hoog toys for boys-gehalte. Maar onbezonnen koopziekte is het allerminst, legt Gehring uit. ‘Het verzamelen van een vintage-collectie is niet alleen heel erg leuk. Als je goed inkoopt, is het een prima investering. Die dingen worden alleen maar meer waard. En ze dragen bij aan de show, zowel qua looks als geluid.’ Zo konden ze langzaam maar zeker elk compromis vervangen en kwamen ze steeds dichter bij de oorspronkelijke Beatles-sound. Of, zoals het op hun website staat, met een knipoog naar de tekst van ‘Strawberry Fields Forever’: ‘Nothing is real? Everything is real!’
Je kunt zeggen dat The Analogues met hun aanpak op het terrein van de klassieke muziek terecht zijn gekomen. ‘Dat klinkt misschien wat pretentieus,’ zegt Gehring, ‘maar het is dezelfde insteek.’ Van Poppel ziet een parallel met barokorkesten, die ook vaak op oude, originele instrumenten spelen om het natuurgetrouw te laten klinken. ‘En nou ja, het latere werk van The Beatles ís inmiddels ook gewoon klassiek geworden.’
Smokkelen op niveau
Met The Magical Mystery Tour, die ze zo’n tachtig keer speelden, wisten The Analogues alle argwaan over een zoveelste Beatles-coverbandje van zich af te schudden. De zalen waren vrijwel altijd uitverkocht, de Volkskrant noemde het ‘beangstigend goed’, Het Parool sprak van ‘een waar spektakelstuk’.
Maar dat is allemaal niet veel meer waard als ze, drie dagen na het gesprek in de studio, in een lege theaterzaal in Nieuwegein klaarstaan voor een doorloop van hun nieuwe show. Iedereen oogt nerveus. Dit keer staat Sgt. Pepper’s Lonely Hearts Club Band op het programma, de plaat die algemeen beschouwd wordt als hét meesterwerk van The Beatles, en die nog een flink tikje moeilijker is om uit te voeren. Neem “A Day In The Life”, waarop volgens Van Poppel zo’n honderdzestig strijkers te horen zijn. Dat kan natuurlijk niet, er zijn grenzen. Dus moest er gesmokkeld worden, maar dan wel op niveau. Met de eigen strijkers, vijf inmiddels, toog hij naar de Abbey Road-studio’s in Londen, om daar, aangevuld met Britse muzikanten, de verschillende partijen meermalen op te nemen. Dat wordt op het podium ingestart, de strijkers spelen live mee. ‘Ik vertel het er in de show eerlijk bij hoor,’ zegt Van Poppel.
Met de muziek zit het wel snor, maar de logistiek is een bitch, en het is geestig om te zien hoe de doorgewinterde muzikanten door theaterregisseur Ruut Weissman stevig over de kling worden gejaagd. Vijftien man zitten er op het podium (de tabla-speler en de harpiste komen later), urenlang oefenen ze de overgangen tussen de nummers. Laatste toon, Bart bas wegzetten, achter orgel, Bico gitaar af, bas om – welke bas?, díe bas! – en alles snel, snel, snel. ‘Verdomme jongens,’ roept Weismann als de aandacht even verslapt. ‘Als iedereen maar wat gaat doen in z’n eentje kan ik geen leiding geven. Even volhouden nou, kom op!’
The Analogues ondergaan het gelaten. ‘Ik vind het prima,’ zegt Gehring als het eindelijk gedaan is. ‘Als je met zoveel man in het theater gaat staan, is het goed om er een klerelijer bij te hebben die de boel op scherp zet.’
Magische ervaring
Drie dagen later, in Capelle aan den IJssel, blijkt het harde werk zijn vruchten te hebben afgeworpen. De show verloopt soepeltjes, zeker voor een try-out. Maar veel belangrijker: het niveau is verbluffend. Al tijdens de ‘mixed set’, waarin de band losse Beatle-songs speelt die je zelden hoort (“And Your Bird Can Sing”, “Mother Nature’s Son”, “The Ballad Of John And Yoko”), moet je jezelf af en toe in de arm knijpen, maar als ze aan ‘Pepper’ beginnen, wordt het echt een magische ervaring. Tijdens de toegiften veert het publiek als één man op. Na afloop zit Fred Gehring er tevreden bij. Op al die blije gezichten in de zaal, zegt hij, zag hij dezelfde reactie die hij ook nog weleens heeft op het podium. ‘Je voelt de emotie van mensen die eindelijk live de muziek horen die ze zo diep in hun systeem hebben zitten. Het klopt niet, het hoort niet, maar het is helemaal te gek.’
Dat was wat hij ongeveer beoogde toen hij voor het eerst met zijn plannetje kwam, en het is fijn dat het ook zo blijkt te werken. The Analogues zijn klaar voor deel twee. Het gaat druk worden. Zo’n vijftig shows staan er geboekt, met een première in Carré. Er wordt een documentaire over hen gemaakt, die wordt uitgezonden in juni volgend jaar, als het een halve eeuw geleden is dat Sgt. Pepper verscheen. Voor de seizoenen daarna staan The White Album, Abbey Road en Let It Be nog op het programma. ‘Dus wij zijn nog wel even bezig,’ lacht hij. ‘Ik kan me voorstellen dat dit project over tien jaar nog bestaat. We hebben de songs, de sound, de instrumenten, en als wij te oud worden, kunnen nieuwe muzikanten het overnemen.’ Met een knipoog naar zijn partner: ‘Ik denk dat vooral Bart snel aan vervanging toe is.’
Paul McCartney!
Nee, als ondernemer heeft hij het goed gezien. Maar tegelijkertijd blijft het natuurlijk een uit de hand gelopen jongensdroom. Twee maanden geleden, vertelt Gehring, was hij in Amerika te gast bij een fundraiser voor Hillary Clinton, in het huis van de vermaarde zakenman/muzikant Jimmy Buffett. ‘Opeens zie ik mijn vrouw over mijn schouder kijken. “He’s here!” zegt ze. Ik draai me om, en daar staat Paul McCartney, twee meter verderop. Nou, het zou natuurlijk leuk zijn om te vragen of hij weleens van ons gehoord heeft, en wat hij ervan vindt. We hebben ook een paar keer in Engeland gespeeld. Maar ik stond aan de grond genageld. Paul McCartney! Vijf minuten lang heb ik mijn openingszin staan oefenen. “Hi, I’m Fred from The Analogues.” Maar ik durfde gewoon niet.’
Zijn vrouw, die ‘nogal sociaal’ is, sprak hem wel aan. Paul was niet op de hoogte van het bestaan van The Analogues. ‘Maar,’ zegt Gehring met een ietwat mysterieuze glimlach, ‘ik heb het gevoel dat dat nog wel een keertje goedkomt.’
The Analogues touren tot eind maart 2017 door Nederland. Zie www.theanalogues.net.
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.