‘1 aanvaller, 300 kogels, 5 helden, 0 doden’ – het was bijna onmogelijk om de kop op de maandag-voorpagina van de Volkskrant niet voor te lezen met zo’n onheilszwangere, donkerbruine stem die je steevast hoort in trailers van films waarin de aarde ten onder dreigt te gaan vanwege boosaardig buitenaards gespuis, een gek geworden machtswellusteling-met-nucleair-arsenaal uit een fictief ver buitenland, héél veel hele grote spinnen of een bloeddorstige clown.

En als vanzelf ging het in je hoofd nog even door: ‘In a world… where fear is controlling our minds… five young men took a really fast train to the City of Light… and ended up on a journey no one ever expected…’

Je kon het de krant moeilijk kwalijk nemen. Het zijn nu eenmaal tijden waarin we allemaal snakken naar helden, als het even kan van epische proportie. Al tijden wordt de wereld geteisterd door onmetelijke problemen waarvoor niemand zelfs maar een begin van een oplossing lijkt te hebben. Dag in dag uit worden we geconfronteerd met de gruweldaden van IS en de humanitaire drama’s die gepaard gaan met de vluchtelingenstroom. Zelfs in de zomermaanden kan er voor de hardwerkende burger geen welverdiend weekje komkommertijd meer af. En dan hebben we het nog niet eens over de terreur van bootjes vol rosé slempende luitjes in Gaastra-tenue op het Amsterdamse IJ, of het angstaanjagende beeld van een generatie blozende tieners die live op televisie vanaf het Lowlands-terrein massaal ‘ja!’ zegt tegen MDMA.

En net toen het leek of de moed ons niet dieper in de schoenen kon zakken, waren daar opeens vijf mannen die, oog in oog met het onheil, gewoon iets riepen als ‘Let’s go. Go!’, en de zaak met gevaar voor eigen leven tot een voorspoedig einde brachten. Wapens afpakken, stropdas om de handen en voeten van de bad guy binden, pakketje keurig netjes afleveren bij de gendarmerie en en passant ook nog even, terwijl je zelf hevig bloedt, het leven van een gewonde passagier redden.

Klassieke helden, en die zie je maar zelden. Terwijl er bepaald geen gebrek is aan mensen die zichzelf graag een heldenstatus toedichten. GeenStijl-verslaggevers bijvoorbeeld, of PVV’ers als Dion Graus.

Klassieke helden, en die zie je maar zelden. Terwijl er bepaald geen gebrek is aan mensen die zichzelf graag een heldenstatus toedichten. GeenStijl-verslaggevers bijvoorbeeld, of PVV’ers als Dion Graus. Die kondigde in het AD zijn mogelijke afscheid aan vanwege het cordon sanitaire rond zijn partij, en nam daarbij de gelegenheid te baat Geert Wilders een veeg uit de pan te geven omdat die het had gewaagd een stel prutsers hoger op de kieslijst te zetten dan hem. ‘Dan denk ik: ja jongen, je moet wel je eerste ridders in de gaten houden.’ Tja, Dion, hoeveel je ook betekend hebt voor mishandelde dwergmarmotten en rupsen met PTSS, en hoezeer je ook op geheel eigen wijze de kwestie van huiselijk geweld weer op de agenda hebt gekregen, ridderlijk kun je zoiets natuurlijk niet noemen. Sir Galahad liep ook niet meteen te piepen als die pedante lul van een Lancelot weer eens werd voorgetrokken door koning Arthur.

Ook hackers mogen zich graag presenteren als ondergrondse helden, met grijnzend maskertje en al. Maar vaak blijft het gissen naar hun motieven. Vooruit, de mega-kraak van vreemdgangerssite Ashley Madison had nog wel een heroïsch tintje, want vreemdgaan is immers foei. Maar waarom andere hackers nou kort daarna ook het Ziggo-netwerk moesten platleggen? Nu kon een, eeh, vriend van ons urenlang niet bij zijn Ashley Madison-account om de schade nog enigszins te beperken. En waarom vervolgens de hele website van de Volkskrant uit de lucht halen als je ook gewoon alleen de column van Martin Sommer kunt blokkeren?

VNO-NCW-voorzitter Hans de Boer, die onlangs nog uitkeringsgerechtigden uitmaakte voor ‘labbekakken’, liet zich tijdens het grote Sail-debat van zijn meeste heldhaftige kant zien met zijn voorstel nu ook de World Expo naar Nederland te halen. Kosten: ruim vijf miljard euro. Opbrengsten: gooi het maar in onze pet. ‘Lef tonen’, noemt De Boer zo’n risico-investering. En dat bij voorkeur met andermans portemonnee, in de hoop er zelf straks goede sier mee te kunnen maken. Tja, als dat lef is, dan krijgt lafheid opeens ook wel iets aantrekkelijks.