We zaten instemmend mee te knikken en ergerden ons tegelijkertijd: aan Felix Rottenberg, Nick en Simon en al die mensen die tweeten over Zwagerman.

Eerlijk gezegd duurde het even voordat we snapten wat er nu precies zo bijzonder aan was dat Felix Rottenberg in dit blad Diederik Samsom uitriep tot ‘de bedrijfsleider van het kabinet’. Want tja, gezien de principiële wendbaarheid die Samsom al een paar jaar tentoonspreidt, leek ons dat nog een vleiende typering. Bovendien: PvdA-prominenten die andere PvdA-prominenten een mes in de rug steken – of in dit geval, zoals iemand op Twitter opmerkte, ‘een hele bestek-la’ – dat is onderhand een cyclisch verschijnsel. Kennelijk was het weer eens tijd.

Zo’n man is het, die Max van Weezel: psychiater, leugendetector en Rasti Rostelli ineen Rottenberg verdedigde zijn uitglijder in het dubbelgesprek met Jan Marijnissen door te suggereren dat interviewer Max van Weezel hem in een ‘valkuil’ had laten lopen. Nou kennen wij Max een beetje, en toegegeven: als hij op de redactie komt, kruipen we meteen onder ons bureau uit angst dat we hem nog voor hij zijn regenjas aan de kapstok heeft gehangen snikkend beginnen op te biechten dat we die ochtend te bescheten waren om netjes ons afval te scheiden. Zo’n man is het, die Max: psychiater, leugendetector en Rasti Rostelli ineen.

Maar goed, wij zijn dan ook niet gepokt en gemazeld in de politiek, zoals Rottenberg, die zich er ook nog over beklaagde dat kritische uitspraken over de zittende partijleider altijd ‘grotesk’ worden ‘uitvergroot’. Grotesk of niet, dat worden ze al sinds de oprichting van de PvdA in 1946, en iedereen buiten Den Haag vraagt zich al die tijd al af waarom die mastodonten dat maar niet kunnen onthouden. Je zou zeggen: huur met de hele partijtop een Center Parcs-huisje, zet Sharon Dijksma en Lutz Jacobi op wacht, vecht het lekker binnenskamers uit en deel het volk mede wat de uitkomst is. Vrij eenvoudig allemaal. Tenzij je, zoals Rottenberg, last krijgt van opspelende ijdelheid en je je laat verleiden om met Marijnissen een wedstrijdje PvdA-bashen aan te gaan – en je nog wil winnen ook.

Zo zaten we instemmend mee te knikken met de boodschap en geërgerd te zijn tegelijkertijd. Grofweg hetzelfde dubbele gevoel dat we overhielden aan die paginagrote advertentie in De Telegraaf, waarin tientallen BN’ers beloofden dat vluchtelingen ‘een beroep’ op hen konden doen. Na een zomer waarin talloze Nederlanders zich van hun engste kant lieten zien en foto’s van verdronken kindjes tot hun screensaver maakten, was het op zich een geluid waar we naar snakten. En dan moet je gewoon niet te lang stil blijven staan bij de vraag hoe dat nou eigenlijk is, voor zo’n vluchteling. Dat je midden in een verschrikkelijke oorlog hebt gezeten, huis en haard hebt achtergelaten, in een gammel bootje de zee hebt getrotseerd, honderden kilometers door Europa hebt gezworven, om dan, als je er eindelijk bent, te horen te krijgen: welkom, jij slaapt bij Nick en Simon!

Toch knaagde het: wat hield dat nou precies in, dat ‘beroep’ dat vluchtelingen konden doen? En zou het geen idee zijn als alle Nicken en Simons een volgende keer pas naar voren traden met hun menslievendheid nádat ze hun Volendamse zolders en tuinhuizen hadden leeggeruimd en een maand lang voor vijf Syrische families haring hadden staan kaken?

En hoezeer we ook ons best deden, zelfs bij de tragische dood van Joost Zwagerman konden we ons soms niet aan de indruk onttrekken dat oprechte rouwgevoelens en akelig oprispende ego’s soms heel dicht bij elkaar liggen. Het is de standaard geworden: kennelijk hoef je een prominent figuur hoogstens één keer de hand te hebben geschud om je Facebook-pagina te kunnen vullen met hele epistels die uiteindelijk vooral duidelijk moeten maken dat jij de enige was die begreep hoe hij zich werkelijk voelde. Is het heel ouderwets om te vinden dat publiek rouwvertoon voorbehouden dient te zijn aan de mensen die de overledene écht goed kenden? Natuurlijk was Zwagermans dood voor iedereen schokkend nieuws, maar als buitenstaander heb je vervolgens een simpele keus: of je loopt naar je laptop, opent twitter, typt de woorden ‘Stil van’, en gaat zitten wachten op de retweets – of je houdt gewoon je mond.