Is de alom bejubelde Yuval Noah Harari niet eenvoudig een misantroop die zo snel mogelijk van de mens af wil om in het zalige rijk van de data en de algoritmen te kunnen verkeren? Daar heeft hij geen last meer van de grillen van de mens. In Homo Deus, het vervolg op Sapiens, maakt Harari van het humanisme verdacht makkelijk een ‘religie’ en een ‘ideologie’, ‘de dominante wereldreligie’ zelfs, die verdeeld is in ‘sektes’. Hij heeft het over ‘devote humanisten’, en ‘het humanisme vertelt al eeuwen’, alsof dat maar eens uit moet zijn. De ‘menselijke trots’ zou duizenden jaren lang zijn opgepompt. Het belangrijkste gebod van het humanisme zou zijn: ‘zingeven aan een zinloze wereld’. De mensheid is voor Harari geen verzameling mensen, maar ‘één groot dataverwerkend systeem’ dat beter werkt dan de mens. En we moeten vooral niet denken dat ‘de menselijke belevingswereld’ heilig is.

Harari heeft niets met mensen. Ik zal niet beweren dat de mens een ideaal wezen is, maar we moeten het er wel mee doen. Harari vindt het ‘een extreem aantrekkelijk idee’ dat de heilige graal van de wetenschap gevonden zal worden in het ‘dataïsme’, het samengaan van het elektronische algoritme en het biochemische algoritme van de organismen, zoals de mens. De denkende mens, de homo sapiens, zal dan verdwijnen, want is overbodig. Alles zal beter worden gedaan door elektronica. De homo sapiens wordt ‘een verouderd algoritme’. Het dataïsme zal de humanistische navelstreng doorsnijden en niets meer te maken hebben met ‘verlangens en ervaringen van mensachtige wezens’.Wat mensen beweegt, kan de misantroop missen als kiespijn.

Er zijn heel wat pagina’s in Homo Deus dat je denkt met een satiricus te maken te hebben. Maar Harari is eenvoudig een adept van het dataïsme. Hij dekt zich soms in door een alinea lang even afstand te nemen. Dan doet hij alsof het de ‘dataïsten’ zijn, en niet hij, die het ‘humanistische ophemelen van de menselijke beleving afdoen als sentimentele quatsch’. Maar wanneer hij zegt dat we muziek in de toekomst niet zullen beoordelen naar de ervaring die ze teweegbrengt, maar naar de ‘datawaarde’ van de ‘wiskundige patronen’ die ze bevat, dan is dat geen satire. Ook niet wanneer hij schrijft dat homo sapiens met pensioen kan zoals paardenkoetsen met pensioen konden toen ze werden vervangen door auto’s (en niet werden geüpgraded). Het is simpel voor Harari: ‘Als we een algoritme ontwikkelen dat dezelfde functie beter vervult, zullen menselijke ervaringen hun waarde verliezen.’

De vraag of beter ook nog menselijk is, doet er voor Harari niet toe. De mens beschouwt hij als een zwarte doos waarin zich geen ziel, geen vrije wil en geen zelf bevindt, maar alleen genen, hormonen en neuronen die als algoritmen hun gang gaan. Alles wat mensen mens maakt, interesseert hem niet. Harari is losgeraakt van de werkelijkheid en op de elektronische rails beland die de benauwde tunnel van de dataïstische toekomst in dendert. Wat mensen beweegt, kan de misantroop missen als kiespijn. Je ziet het aan de armoedige rol die kunst en literatuur in zijn boeken spelen.

Meer Vrij Nederland? Neem de nieuwsbrief.