Architect en fotograaf Jan Willem Petersen reisde, gehuld in een traditioneel Afghaans pak, alleen door Uruzgan. Op zoek naar wat er daadwerkelijk terecht was gekomen van de door Nederland gebouwde scholen, wegen, klinieken en politieposten.

Op vrijdag 2 maart 2018 opent de tentoonstelling Uruzgan Nu/Now in het Nationaal Militair Museum. Te zien tot en met 18 juni.

Op pasfoto’s die Jan Willem Petersen (38) in Tarin Kowt liet maken, kijkt hij je van onder een tulband met grote, nieuwsgierige ogen aan. De architect heeft een donker uiterlijk, een lang, smal gezicht en een lange baard die hij speciaal liet groeien voor hij naar Uruzgan ging. Gehuld in een salwar kameez, een traditioneel Afghaans pak, is hij niet van een Afghaan te onderscheiden en klaar voor het grote avontuur. Zijn kostuum liet Petersen door een plaatselijke kleermaker maken in precies de snit en de kwaliteit zoals ze die in Uruzgan dragen, in de hoop zo makkelijker contacten te kunnen leggen met de bewoners.

Petersen is als architect gefascineerd door de vraag hoe landen na verwoestende conflicten weer worden opgebouwd. Zo ontstond een gedurfd plan: vijf jaar nadat de Nederlandse missie in Uruzgan beëindigd was, wilde hij op zo veel mogelijk plaatsen gaan kijken wat er terecht was gekomen van de door Nederland gebouwde scholen, wegen, klinieken en politieposten. Dus zonder bewakers op inspectie, gewoon achter op een brommertje of als bijrijder in een auto.

Petersen is het tegendeel van de duurbetaalde consultant. Hij reisde veelal op eigen kosten en ontving pas in een laat stadium enige ondersteuning van het ministerie van Buitenlandse Zaken en van het Stimuleringsfonds Creatieve Industrie. In totaal bezocht Petersen veertig projecten, waarvan hij er twintig beschrijft in het rapport Uruzgan’s Legacy. Dat is een klein deel van de honderden grotere en kleinere projecten die zijn uitgevoerd.

Petersen ging zonder bewakers op inspectie, gewoon achter op een brommertje.

Op 5 oktober van dit jaar nam de Commandant der Strijdkrachten Tom Middendorp het rapport van Petersen in ontvangst. Op de website van Defensie is een foto van het tweetal te vinden onder de kop Trek lessen uit missie Uruzgan, maar het is nog onduidelijk of Defensie het rapport ter harte neemt. Het rapport is tot nu toe niet door Petersen vrijgegeven maar Vrij Nederland heeft het doorwrochte en gedetailleerde verslag kunnen inzien ter voorbereiding van gesprekken met Petersen. ‘Tot nu toe heb ik het rapport niet naar buiten gebracht, omdat ik bang ben dat de media ermee op de loop gaan,’ zegt hij. ‘En als er iets niet moet gebeuren, is het versimpeling en sensatiejournalistiek die zich alleen focust op wat er mis is gegaan. Want ja, er zijn fouten gemaakt, maar er zijn ook dingen goed gegaan.’

Het verwondert Petersen dat Nederland – zoals nagenoeg alle ISAF-partners – nauwelijks zicht heeft op de daadwerkelijk behaalde resultaten van de missie. De evaluatie uit 2011 was kwantitatief (hoeveel nieuwe scholen en klinieken), maar dat zegt volgens Petersen weinig over het eigenlijke functioneren van de projecten of de impact die ze hebben gehad. ‘Ik hoop dat dit rapport ertoe bijdraagt dat we bij een volgende missie beter toegerust zijn.’

Bagagetrolleys in plastic

In het voorjaar van 2014 ging de architect voor de eerste keer naar Uruzgan. Een hit and run-bezoek kan – de Nederlandse ambassadeur was er laatst niet langer dan twee uur, omgeven door een haag bewakers – maar als je lang veldwerk wilt doen, moet je je veiligheid anders regelen. Het risico dat je wordt ontvoerd en doorverkocht aan de taliban wordt steeds groter in Uruzgan.

School: de Barakzai-school ligt op de grens van twee strijdende stammen. De school moest de veiligheid in het gebied verbeteren én het onderwijs bevorderen. Maar doordat ze ver van de bevolkingscentra ligt, gaat er maar een handjevol kinderen naartoe. Foto: Jan Willem Petersen

De enige manier om toch te gaan, is een persoonlijke introductie bij sleutelfiguren in de verschillende gemeenschappen. Fotograaf Hans Stakelbeek, die heeft gewerkt voor het ministerie van Buitenlandse Zaken en vele malen door het gebied reisde tijdens de missie, fungeerde als tussenpersoon.

Meteen bij aankomst in Uruzgan viel Petersen iets op. Toen hij het vliegtuig uitstapte, zag hij in de verte de met Nederlands geld gebouwde terminal liggen, maar de passagiers lieten dit vierkante, grijze gebouw links liggen. De veelal Afghaanse mannen stapten vanuit het vliegtuig rechtstreeks in auto’s die op de landingsbaan stonden te wachten en draaiden langs de muren van het oude Kamp Holland de weg op naar het stadje Tarin Kowt.

Politiepost: deze politiepost is zonder veel kennis van de locatie neergezet, naast een heuvel die het zicht op de weg ontneemt. Om die tekortkoming te ondervangen, is op de heuvel door Afghanen een provisorische wachttoren gebouwd. Foto: Jan Willem Petersen

‘Dat gebouw kostte achttien miljoen euro, het was een van de grootste ontwikkelingsprojecten die we daar hebben gedaan,’ zegt Petersen terugkijkend. Hij was gefascineerd door de niet-gebruikte terminal en ging er later kijken. Het project, zo ontdekte hij, was veel te ambitieus van opzet. ‘Waarom een hoogwaardige terminal volgens internationale standaard bouwen in een provincie die gerekend kan worden tot de meest afgelegen in Afghanistan en misschien wel ter wereld? Wat moet je met een kamertje voor een omroeper voor een vliegveld waar wekelijks maximaal driehonderd mensen langskomen?’
Petersen laat foto’s zien van een lege vertrekhal met niet-werkende scanners, bagagetrolleys in plastic en een strak ingerichte viproom met een klok aan de muur.

Na het vertrek van de Nederlanders uit Uruzgan in 2010 besloten de Amerikanen dat het vliegveld moest worden omgebouwd tot een helikopterbasis. De plaats waar Nederland civiele toestellen had gepland, is zodoende nooit gerealiseerd. De landingsbaan eindigt nu op een paar honderd meter van de terminal. Petersen: ‘Daarmee was het doodvonnis van het gebouw getekend.’

School: de verwoesting van deze school in Shah Zafar werd toegeschreven aan de taliban. In werkelijkheid ging het om plundering van waardevolle materialen als balken, deuren en kozijnen door arme dorpsbewoners. Ideologie speelde geen rol. Foto: Jan Willem Petersen
Wankele veiligheidssituatie

Petersen was van plan om te logeren bij kennissen van fotograaf Stakelbeek, zodat hij zijn onderzoek onafhankelijk kon doen. Maar de familie durfde de verantwoordelijkheid niet aan vanwege de wankele veiligheidssituatie. En dus weken Stakelbeek en hij uit naar de compound van de gouverneur, in het centrum van Tarin Kowt. Daar sliepen ze in een door Australische troepen gebouwd gastenverblijf. Petersen: ‘Als je er bent, begrijp je pas hoe klein het aanvankelijke missiegebied eigenlijk was. Tot mijn verbazing had ik binnen één uur de meeste projecten in Tarin Kowt allemaal bezocht.’

Tot mijn verbazing had ik binnen één uur bijna alle projecten in Tarin Kowt bezocht.

Petersen benadrukt dat er ook veel is bereikt. ‘Nagenoeg alle openbare voorzieningen in Tarin Kowt zijn gerealiseerd met internationale steun. Die ontwikkeling had zonder westerse inmenging zeker niet plaatsgevonden.’ Hij noemt de aanleg van de asfaltwegen in de stad Tarin Kowt. ‘Als je een duidelijk stratenplan hebt, creëer je zekerheid. Mensen weten dan waar ze een huis kunnen bouwen of een winkel kunnen beginnen. Het geven van vastigheid is belangrijk voor ontwikkeling.’

De veertig kilometer lange en drukke weg tussen Tarin Kowt en Ali Shirzai in het district Chora noemt Petersen ‘het beste stuk asfalt in Uruzgan’. Maar op basis van gesprekken met vooraanstaande bewoners maakt hij wel een forse kanttekening: bij de moeizame aanleg zijn maar liefst 32 mensen omgekomen, zowel bewakers als arbeiders. Vaak werden die aanslagen toegeschreven aan ‘de taliban’ maar Petersen hoorde van zijn zegslieden dat het anders zat: plaatselijke machthebbers hebben de bouwvoorbereidingen gesaboteerd om zo bewakingscontracten binnen te halen. ‘Die strategie bleek een succes, na veel conflicten kregen die warlords de opdracht binnen. Vervolgens kon het project alsnog doorgang vinden.’

Bloeiend bestaan

Petersen ging ook een halve dag mee met een vrachtauto van de vuilnisophaaldienst die de Nederlanders in het leven riepen. Voor die tijd werd het afval niet ingezameld. ‘Niet het meest sexy project om te bezoeken – of te doen voor de Nederlandse militairen, lijkt me – maar wel belangrijk.’ Tijdens de missie was er kritiek, de door Nederland gebouwde afvalverzamelbakken zouden niet worden gebruikt, overvol zitten omdat ze niet werden geleegd of al grotendeels kapot zijn. De werkelijkheid was genuanceerder, en is volgens Petersen nooit adequaat in de media gekomen: ‘De Nederlanders hebben een aanzet gegeven en daarop is voortgeborduurd door hulporganisaties. Inmiddels zijn ijzeren afvalcontainers geïntroduceerd. En er is nu ook een centrale stortplaats waar het vuil wordt verzameld. Eén ding is zeker: Tarin Kowt is nu veel schoner dan voor de komst van de westerse troepen.’

Volgens Petersen is de technische school net buiten Tarin Kowt wellicht het succesvolste project. De school leidt ook nu, zes jaar na de missie, een bloeiend bestaan. Het gebouw is met Nederlands geld neergezet door de Duitse ontwikkelingsorganisatie GTZ. ‘De school werkt wonderlijk wel. De jonge generatie die er is opgeleid, heeft de kennis om bijvoorbeeld elektra aan te leggen,’ zegt hij.

Terminal: om de bereikbaarheid van Uruzgan te verbeteren en civiel vliegverkeer op grotere schaal mogelijk te maken, werd naast Kamp Holland een luchtvaart-terminal gebouwd. De terminal staat echter te ver van de landingsbaan en wordt nauwelijks gebruikt. Foto: Jan Willem Petersen

Voor de realisatie is volgens Petersen goed overlegd met alle betrokkenen en dat gebeurt lang niet altijd. Het heeft een gebouw opgeleverd dat echt voldoet aan de eisen van de gebruikers. Ook worden de gebouwen op natuurlijke wijze geventileerd, door gaatjes in het metselwerk. Dat systeem is geïnspireerd op de lokale druivendrogerijen. Op die manier hoefde geen energieverslindende en kostbare airconditioningsystemen te worden aangelegd.

Overigens ging er ook iets mis, ontdekte Petersen tijdens zijn bezoek. De bovenste verdieping van het hoofdgebouw staat leeg: daar zouden meisjes les krijgen. ‘Het opleiden van meisjes was een wens van de Nederlanders, maar niet van de mensen in Uruzgan. Mij werd gezegd dat de meisjes in een gebouw dichter bij het centrum zouden worden onderwezen, maar dat heb ik nooit kunnen vinden.’

Technische school: dit is een van de Nederlandse succesverhalen. Er is aandacht besteed aan het ontwerp en er is gesproken met docenten. Dat heeft geleid tot gebouwen van hoge kwaliteit. De gaten in de muren zorgen voor natuurlijke airconditioning. Foto: Jan Willem Petersen
Zeecontainers op het fietspad

Wat bewoog Petersen om in zijn eentje, zonder opdracht van de Nederlandse overheid, zo’n groot project aan te gaan? ‘Mijn fascinatie ligt in het onderwerp zelf. Het is hartstikke wonderlijk dat we als land geen onderbouwd antwoord kunnen geven op de vraag of dit soort missies zinvol is of niet,’ zegt Petersen. En de enige manier om die vraag te beantwoorden, is volgens hem door als onafhankelijke partij ergens op af te gaan en onderzoek te doen.

Maar er is ook nog een persoonlijk aspect: ‘Door de jaren heen zat ik vaker in dit soort post-conflictgebieden, waar je aanspraak moet maken op eigenschappen die je in het normale leven weinig gebruikt. Zo snel een diepe vertrouwensrelatie opbouwen met mensen zoals ik dat in Uruzgan deed, is uitzonderlijk. Ze gingen voor me door het vuur. Dat soort dingen komt sterker naar voren in gebieden waar gevaar is, je doet dan een beroep op een ander aspect van je zijn. Je kan niet terugvallen op iets wat je kent. Als je dat een paar keer hebt ervaren, en je redt jezelf goed in zulke lastige omstandigheden, dan weet je dat het je ligt. En iets wat je ligt, waar je succesvol in bent, is al snel leuk.’

Gevangenis: de gevangenen in dit door Nederland gefinancieerde gebouw kregen ruimere onderkomens, maar bewakers namen hun intrek in de recreatieruimtes waardoor de gevangenen in hun cellen moeten blijven. Een vrouwenvleugel is er om onduidelijke redenen nooit gekomen. Foto: Jan Willem Petersen

Als student aan de Rietveld Academie was Petersen al gefascineerd door de openbare ruimte en hoe de overheid probeert controle uit te oefenen op haar bevolking. Hij deed in die periode een actie bij het Amerikaanse consulaat op het Museumplein waar na een anti-Amerikaanse demonstratie zeecontainers op de fietspaden waren geplaatst. ‘Ik vond dat het eenzijdig opeisen van de openbare ruimte om veiligheidsredenen niet zomaar kon,’ zegt Petersen. ‘Daarom ben ik, gewapend met een camera, tussen de zeecontainers doorgeglipt om een vierkante meter openbare ruimte terug te claimen door om mij heen witte lijnen te trekken. Het was ludiek bedoeld, maar ik werd afgevoerd, ondervraagd en niet veel later weer vrijgelaten.’

Aan de prestigieuze Architectural Association in Londen studeerde Petersen in 2005 af op het project ‘Terrorism as an urban practice’. Na de aanslagen in New York veranderde Londen door alle veiligheidsmaatregelen. Het aantal gebieden dat werd afgesloten voor publiek groeide enorm en dat had een impact op de stad. Petersen deed onderzoek naar de beveiliging van de Amerikaanse ambassade. ‘Door alle maatregelen dreigde het plein waaraan het lag zo’n beetje te worden afgesloten. Het werd een onhoudbare situatie. Ik sprak met mensen van de Metropolitan Police, MI5 en noem maar op. Uiteindelijk heb ik toen advies uitgebracht aan het Britse ministerie van Buitenlandse Zaken over hoe om te gaan met de beveiliging van de Amerikaanse ambassade. Sommige van mijn aanbevelingen zijn overgenomen waardoor de maatregelen konden worden teruggedrongen tot op het “Amerikaanse grondgebied” rond het ambassadegebouw.’

Na Londen ging Petersen naar Libanon, waar de strijdgroep Hezbollah zich tot zijn grote verrassing na de oorlog met Israël in 2006 ook met stedenbouw bezighield. ‘Ze slaagden erin duizenden mensen te huisvesten, de Libanese experts uit de diaspora kwamen om assistentie te verlenen. Een van die ingenieurs begon te huilen dat een westerling überhaupt interesse toonde toen ik hem een compliment gaf.’ Zelf kon de Nederlander niets doen om te helpen, geen plan of tekening kon hij maken. ‘Onze ambassade in Beiroet waarschuwde me dat als ik dat deed, dat zou worden gezien als een terroristische daad.’

Knauwend Texaans

In Uruzgan ging Petersen al snel in zijn eentje op stap. Ruim twee maanden reisde hij door de provincie, soms met een tolk, maar vaak ook met lokale stamleiders die geen woord Engels spraken. ‘Ik redde me dan met de tachtig zinnen Pasjtoe die ik in Nederland had geleerd. Als het vastliep, belde ik een tolk in Kandahar die nog had gewerkt met de Amerikanen en die me in knauwend Texaans vertelde wat er werd gezegd.’

Wegen: de brede zandwegen in Tarin Kowt zijn door de ISAF-missie geasfalteerd. Het daardoor ontstane stratenplan vormde de basis voor de bouw van winkels en huizen. Dit gaf de lokale bevolking zekerheid. Foto: Jan Willem Petersen

Petersen slaagde erin zich onopvallend te bewegen en op die manier alle uithoeken van het gebied te bezoeken. ‘Ik zou het niet anders hebben willen doen,’ zegt hij. ‘Reizen met het Afghaanse leger in gepantserde auto’s of met lokale warlords vergroot de kans dat je een schietschijf wordt.’

Eén keer ging het bijna mis. Petersen ging samen met een plaatselijke ‘minister van Onderwijs’ en een tolk op weg naar een door de Nederlanders gebouwde school in Chora. Vlak voor aankomst raakte een vrachtwagen in een slip. De minister raakte in paniek omdat er al verschillende aanslagen op hem waren gepleegd en sprong de auto uit. Het laatste stukje liepen ze noodgedwongen naar de school. ‘Dat doe je niet in Uruzgan. Je blijft in de auto zitten totdat je ergens bent, stapt uit en gaat naar binnen. Door de wandeltocht vielen we op.’

Het groepje trof een verlaten en ingestorte school aan, keek een beetje rond en vertrok al snel weer. Maar ze waren wel gezien (‘Uruzgan is klein, de sociale controle groot’) en binnen vijf minuten werd de tolk gebeld door de aannemer van de school. Wat ze daar deden, wat ze wilden. ‘In Uruzgan kan iets heel kleins, al heel snel iets heel groots worden,’ zegt Petersen. ‘De aannemer was een machtig man. Ik vermoed dat hij bang was dat uit zou komen dat hij een waardeloze school had neergezet. Hij lichtte de plaatselijke veiligheidsdienst in om me te laten oppakken. Maar de gouverneur nam me in bescherming.’

In Uruzgan kan iets heel kleins, al heel snel iets heel groots worden.

Ondanks die bescherming bleef het gevaar van arrestatie dreigen. Bij de ingang van de gouverneurscompound stonden mannetjes die zijn bewegingen volgden. Toch was Petersen niet bereid eerder terug te gaan. ‘De lokale gids wist mij er steeds weer uit te smokkelen. Het was wel zaak om auto’s te wisselen en kleding en tulbanden te veranderen om zo herkenning te voorkomen. Voordat we Tarin Kowt uit reden, gingen we kriskras door kleine straatjes totdat we zeker wisten dat we mogelijke achtervolgers kwijt waren.’

Corrupte bestuurders

In Chora stuitte Petersen op wat hij een ‘kerkhof’ van half afgebouwde of verwaarloosde wederopbouwprojecten noemt, vlak buiten het dorp. Daar stonden in een gebied van een bij een kilometer vijf scholen, waaronder een die door de Nederlanders is gebouwd en inmiddels is verworden tot een ruïne. ‘De projecten werden omarmd door de plaatselijke bestuurders, puur om de westerse opbouw-ambities te faciliteren. Geef maar geld en ga daar maar bouwen, was het credo.’ Petersen is tijdens zijn bezoeken aan Chora mensen tegengekomen die zagen hoe het misging en die de Nederlanders hadden willen waarschuwen. ‘Maar zij kregen de kans niet, omdat de Nederlandse militairen kantoor hielden in de zogenaamde White Compound bij de corrupte bestuurders. Zo werden de militairen afgeschermd van allerlei belangrijke informatie. Bij een volgende missie is het opzetten van een neutrale en laagdrempelige locatie waar iedereen toegang heeft belangrijk. Op die manier zal je eerder horen over misstanden.’

Als er één ding is waar Petersen tijdens zijn bezoeken aan Uruzgan van overtuigd is geraakt, is het dat de Nederlanders niet tegen de taliban hebben gevochten maar tegen een verzameling stammen aangevoerd door krijgsheren. Geen meisjesonderwijs tijdens de taliban-jaren? Onzin, zegt Petersen: ‘Destijds vond de lokale leiding van de taliban in Tarin Kowt meisjesonderwijs prima en er was dan ook een school.’ Het in Nederland heersende verhaal dat de bevolking in Uruzgan was geknecht door de taliban en dorstte naar kennis, klopt niet. De werkelijkheid was dat in bepaalde dorpen de bevolking zo onderontwikkeld was dat ze helemaal geen benul hadden van wat een school was. Hun kinderen werkten op het veld, wat konden ze op een school leren?

De oppositie was niet ideologisch maar opportunistisch en praktisch van aard.

En dus werd meteen na het vertrek van de Nederlanders in het afgelegen Shah Zafar het plaatselijke schooltje – gebouwd door Nederland – ontdaan van balken, kozijnen en deuren. Het waren, zo vertelden bewoners aan Petersen, ook hier niet de taliban, maar arme omwonenden die de waardevolle bouwmaterialen beter konden gebruiken. ‘Het was geen ideologische oppositie, maar opportunistisch en praktisch van aard. Omdat de taliban gedurende de missie vaak is aangewezen als oorzaak voor mislukkingen, was je meteen uitgepraat.

Lees ookHoe de Amerikanen in 2001 de vredesdeal met de taliban onder het vloerkleed veegden17 oktober 2016 Nu ik dit driejarige project in Uruzgan heb afgerond, durf ik te zeggen dat de realiteit veel genuanceerder is. Het gaat heel vaak om interne onenigheid tussen stammen, gedoe over land en water of verdeling van wederopbouwgelden en veel minder vaak over ideologische scherpslijperij.’ Als je deze dynamiek erkent, zo stelt Petersen, kunnen wederopbouwprojecten anders worden aangepakt. Als je omwonenden het belang van ontwikkeling laat zien, ze projecten op maat levert en met de juiste expertise problemen écht probeert op te lossen, kom je volgens hem verder. ‘Het is zaak om juist nu lessen te trekken uit Uruzgan, anders is de kans groot dat we bij een volgende missie dezelfde fouten maken.’