Iemand van wie wordt gezegd dat hij misschien wel de belangrijkste filosoof van deze tijd is, heeft het over ‘die hele politieke schijnvertoning genaamd democratie’. Hij citeert ook graag de bloedbroeder van Robespierre, Saint-Just. Die zei dat de revolutie alleen zou slagen in een zee van bloed. Ik heb het over Alain Badiou, de Franse filosoof die al een kleine vijftig jaar elke zes maanden een beperkt aantal ideeën in een nieuw jasje steekt. In zijn nieuwe boek met de gretig makende titel Filosofie van het ware geluk herinnert hij eraan dat die Saint-Just midden in de Franse Revolutie zei dat ‘het geluk een nieuw idee is in Europa’. Waarmee hij bedoelde dat het ware geluk voor alle mensen als mogelijkheid in het vizier kwam nu de oude wereld omvergeworpen werd. Daarvoor was wel de terreur en het nachtwerk voor de guillotine nodig. Van Badiou is bekend dat hij ook een bewonderaar is van Mao Zedong en zijn verwoestende Culturele Revolutie. De slachtoffers van Pol Pot beschouwde hij als noodzakelijk voor de emancipatie van het Cambodjaanse volk.
Natuurlijk zou iedereen wel het ware geluk willen bezitten. Helemaal als je het bijna voor niks kunt krijgen. Je hoeft van Badiou alleen maar ‘tegen de wereld te zijn zoals hij is’ en in opstand te komen ‘tegen de dictatuur van de gevestigde meningen’. Voor dat ‘ware leven’ en dat ‘ware geluk’ is het nodig dat je leeft ‘in het teken van de Idee’. Het Idee van Badiou is dat alle mensen op de wereld gelijk zijn. Is dat niet het geval, dan doet Badiou niet mee met de wereld. Hij zal aan de zijlijn roepen dat het een schande is. Leven betekent immers ‘absoluut leven’, en daar kun je geen ‘gezellige democratie’ bij gebruiken. Je moet risico’s durven nemen, je moet durven kiezen voor jouw Waarheid. Je moet een waarheid belichamen, jouw waarheid is ‘een uitzondering op de wetten van de wereld’. Word een anti-filosoof nu ‘de dominante stromingen in de filosofie zich te zeer hebben aangepast aan de wet van de wereld’. Wat ‘de wet van de wereld’ is? Dat de mensen nog steeds ongelijk zijn. Dat er nog steeds privé-eigendom is en ‘kapitaalconcentratie’. Zolang dat het geval is, kan er van waar geluk geen sprake zijn: ‘Geluk dat niet door iedereen gedeeld kan worden, is geen waar geluk.’
Maar zou het kunnen dat niet iedereen hetzelfde denkt over wat geluk is? Met die verschillen gaan we geen rekening houden. We moeten handelen in het teken van Rousseau. Die zei: ‘Laten we beginnen met alle feiten opzij te schuiven.’ We hebben niets aan ‘comfortabele objectiviteit’. Dat leidt alleen maar tot ‘consensuele democratie’ en ‘propaganda voor het kleine knusse geluk’. Filosofie van het ware geluk is een oproep een gelovige te worden in de ‘communistische hypothese’. En in de Waarheid en het Vaste Punt van de grote gelijkheid. Alles in de geest van Saint-Just – nomen est omen.
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.