Jarenlang hielp Sara Glatt verslaafden van drugs en alcohol af met behulp van de plantaardige stof ibogaïne. Tot het mis ging.

Zaterdagavond 19 maart 2011 leek aanvankelijk te verlopen in de sfeer waar huize Molenzicht te Kocken gen internationaal om bekend staat. Huiselijk. Warm. Gemoede lijk. Vol begrip en mededogen. Zoals gewoonlijk draaide een buitenlandse logé kortstondig mee in het gezin van holistisch therapeute Sara Glatt (52) en haar vijf kinderen. De gast van de week heette Andreas.

Hij kwam uit Zwitserland, was achtentwintig jaar oud en hoopte in het Utrechtse dorp via een kuur met het hallucinante wondermiddel iboga van zijn hardnekkige drugs- en alcoholverslaving te worden verlost. Tussendoor deed hij spelletjes met de kinderen, stond als een volleerde kok te heupwiegen achter het fornuis, nimmer te beroerd om ook de stofzuiger te hanteren. Na de avondmaaltijd zat Andreas die zaterdag gezellig op de driezitsbank, tussen Brahm (14) en Tammy (16) in. Met z’n allen keken ze naar de dvd Gorrila’s In The Mist. Knus als altijd, dat wil zeggen: tot de aftiteling over het scherm rolde en Sara naar een ander kanaal zapte. Andreas reageerde ineens heel raar en opgefokt, alsof een onverlaat hem zijn kijkgenot had afgepakt. Met aanzwellend stemvolume beklaagde hij zich over deze Unverschämtheit. De verbaasde familie had geen idee waar de man met de rollende ogen zich over opwond. Waarbij het niet hielp dat in de woonboerderij dagelijks zowel Engels als Hollands wordt gesproken, maar praktisch geen Duits, wat de uitbarsting van Andreas tot een ontoegankelijke spraakwaterval maakte.

‘Hij riep Schweinhund tegen me,’ herinnert Brahm zich. ‘Toen hij voor de reproductie van een Joods tafereel ging staan dat naast de televisie hangt, ging Andreas totaal uit zijn bol,’ vult Sara haar zoon aan. ‘Hij begon te brullen tegen de figuren die op het schilderij staan. Het klonk me nogal fascistisch in de oren.’ Vervolgens dacht de Zwitser zijn woede op dochter Tammy te kunnen koelen. Hij rende achter haar aan de trap op, maar zij wist tijdig naar haar kamer te ontsnappen.

Grillig junkiegedrag

In de dertien jaar dat zij verslavingszorg aan huis biedt, schoten kostgangers wel vaker in grillig junkiegedrag, maar zo gortig als bij deze Andreas maakte Sara Glatt het niet eerder mee. Ze slaagde erin hem te kalmeren, al veranderde dat niets aan zijn besluit dat hij weg wilde en wel onmiddellijk. Hij was al bij de buren langs geweest om het telefoonnummer van een taxi te vragen. ‘Ik kon hem onmogelijk tegenhouden,’ zegt de hulpverleenster. ‘Hij eiste dat ik hem naar een hotel zou brengen. We zijn in de richting van Haarzuilens gereden, naar het kasteel. Ik hoopte dat een rit door het bos hem rustig zou maken en ik hem weer kon meenemen. Dat leek te lukken, totdat de paniek weer toesloeg. Hij volgde onze route op zijn iPad en zag dat het dichtstbijzijnde hotel de andere kant op was. Toen begon hij woest aan het stuur te rukken. De auto belandde twee keer bijna in de sloot. Uiteindelijk heb ik Andreas om tien voor tien bij het Van der Valk-motel in Breukelen afgeleverd. Ik bood aan om buiten te wachten totdat hij was ingecheckt, maar dat wilde hij niet. Andreas zei dat hij zijn paspoort, zijn creditkaart en alles bij zich had, hij redde zich wel. Toch heb ik nog een kwartier in de auto gezeten voordat ik naar huis reed.’

Rond middernacht ging ervaringsdeskundige Eelco nog in Breukelen langs om te kijken of alles in orde was. Dat leek het geval. Eelco kwam er twee jaar geleden dankzij iboga bovenop en helpt sindsdien onbezoldigd in Kockengen bij de behandeling van zijn ex-lotgenoten. Hij spreekt vloeiend Duits, maar toen hij bij Andreas aanklopte, wimpelde deze hem vanuit de deuropening van zijn motelkamer koeltjes af. Andreas wilde met rust worden gelaten, zoiets heb je te respecteren als therapeut.

Ogen vol waanzin

Zondagochtend 20 maart om 03:28 uur rende Andreas gekleed in spijkerbroek, wit T-shirt en bomberjack de A2 op. Hij kwam onder een vrachtwagen terecht en was op slag dood. ‘De bizarre blik waarmee hij me aankeek,’ herinnerde de chauffeur van de tientonner zich naderhand. ‘Ogen vol waanzin.’

Zelfmoord, was de eerste gedachte die opkwam bij de politie. De jobstijding bereikte de familie Glatt zondagmiddag 20 maart rond 16:00 uur, twaalf uur na de fatale aanrijding. Dat iemand met wie je een half etmaal eerder gezellig zat te kletsen pats-boem dood is, gaf natuurlijk een schrok. Verschrikkelijk dat zoiets had kunnen gebeuren. Aan de andere kant: als Andreas rustig zijn iboga-kuur had afgemaakt in plaats van te gaan flippen, dan was dit rampscenario iedereen bespaard gebleven. Aldus verklaarde de genezeres tegenover de rechercheurs die met het onderzoek naar het ongeluk waren belast. De beelden van de beveiligingscamera’s die lieten zien wanneer en hoe Andreas werd afgeleverd bij het motel waar hij later Eelco op bezoek kreeg, lagen inmiddels bij de politie. Het dossier was primair tragisch, niet direct een zaak met strafrechtelijke consequenties.

Het schilderij waarbij Andreas flipte
Het schilderij waarbij Andreas flipte

Totdat ruim een half jaar later, op maandag 21 november, een opsporingsteam het slootje voor het huis overstak om hoeve Molenzicht van onder tot boven te doorzoeken. De vetplanten in de vensterbank, de computer, het gastenboek, niet te vergeten een flinke voorraad iboga-capsules – alles werd in kofferbakken van blauwe auto’s geladen en meegenomen voor onderzoek. De kinderen mochten op het politiebureau alles over de mysterieuze praktijken van hun moeder komen vertellen. Sara Glatt zelf vertoefde toevallig op Costa Rica om met dokter Yashpal Jayne de vestiging van een filiaal van Sara’s House op het tropische eiland te bespreken. Haar Amerikaanse clientèle zou gebaat zijn bij behandeling dichter bij huis dan het verre Kockengen. Waar zich overigens, zo begreep de therapeute, op dat moment een kleine catastrofe aan het voltrekken was. IJlings pakte ze haar koffers en vloog terug naar Nederland.

Laconiek

Op maandag 12 december werd ze aangehouden. Drie dagen later verspreidde het Arrondissementsparket Utrecht het persbericht waarin gemeld werd dat een tweeënvijftigjarige vrouw uit Kockengen was voorgeleid aan de rechter-commissaris. ‘Zij wordt ervan verdacht een man in hulpeloze toestand bij een hotel te hebben achtergelaten na een behandeling met de stof ibogaïne (de medische term voor iboga, red). Later werd deze man dood aangetroffen op de A2.’ Terwijl het onderzoek naar deze zaak liep, werd justitie volgens het bericht met een tweede incident geconfronteerd: ‘Een persoon die zich met ibogaïne had laten behandelen, is met ernstige gezondheidsproblemen opgenomen in een ziekenhuis. Deze man is ontwaakt uit zijn coma.’ Een beknopte samenvatting van de informatie werd de volgende ochtend in een vijfkolomskop uitgesmeerd over de voorpagina van De Telegraaf: ‘Patiënten sterven na behandeling. Justitie jaagt op Utrechtse heks.’ Het Algemeen Dagblad maakte er ‘ibogaïneheks’ van.

Bij de apotheek antwoordde een buurvrouw van Sara Glatt op de vraag van een dorpsgenote of ze naast ‘die heks’ woonde: ‘Ach mens, je bent zelf een heks.’ Want zo wordt er gereageerd: laconiek. De vermeende toverkol veronderstelt dat het gros van de drieëneenhalfduizend inwoners van het landelijke Kockengen achter haar staat. De buurt begon een handtekeningenactie om er bij justitie op aan te dringen de familie Glatt het leven niet langer zuur te maken.

Aan de opheffing van het voorarrest waren strikte voorwaarden verbonden, zoals inlevering van het paspoort, beslag op de bankrekening, opschorten van de iboga-praktijk tot de zaak voor de rechter komt en onregelmatig politiebezoek, viermaal per week, om te controleren of het verbod op behandeling wordt nageleefd. ‘Ze zijn vanochtend weer langsgekomen,’ zucht Sara Glatt. ‘Het is verschrikkelijk. Vier agenten doorzoeken het huis, schijnen met een zaklantaarn onder het bed, kijken in de kliko’s, inspecteren de schuur. Ze moeten vaststellen dat ik geen behandelingen meer doe. Morgen of overmorgen komen ze terug.’

‘Dit was hun laatste hoop om clean te worden. In de meeste gevallen lukte dat’

Het woord ‘demonisering’ valt, ‘criminalisering’ is een andere term. Advocaat Richard van der Weide vindt dat justitie met een schot hagel schiet. Wat valt zijn cliënte precies te verwijten? Het plantaardige iboga staat in Nederland niet op de lijst van verboden stoffen. Dat betekent dat het is toegestaan om het middel te slikken, ook voor afkickdoeleinden – wat honderden heavy users onder het straffe toezicht van autodidact ‘Mama Iboga’ (koosnaam die Amerikaanse cliënten haar gaven) kwamen doen. ‘Justitie zoomt nu in op de Zwitserse meneer die de A2 is opgelopen, maar het is volkomen onterecht om dat ongeluk Sara aan te wrijven,’ redeneert Van der Weide. ‘Aanvankelijk was de verdenking doodslag dan wel dood door schuld, maar daarover heeft de rechter-commissaris al geoordeeld dat er onvoldoende verdenkingen zijn. Nu gooien ze het op de variant: in hulpeloze toestand achterlaten van iemand die hulp behoeft. Dat is een minder ernstig strafbaar feit. Als mevrouw Glatt zich niet schuldig heeft gemaakt aan een levensdelict, dan heeft ze wellicht onvoldoende zorg betracht, redeneert justitie. Ze hebben geen sterke zaak, ik ga uit van seponering. Meneer was zwaar alcoholverslaafd, kampte met grote psychische problemen, was echt een ernstig geval. Sara heeft dat op een nette en zorgvuldige manier afgehandeld.’

Hartaanval

De tweede zaak waar justitie zich in vastbijt, betreft een Belg die in augustus vorig jaar na consumptie van Sara’s specialiteit per ambulance moest worden afgevoerd. Toen hij na enkele dagen uit zijn coma ontwaakte, was hij blind. ‘Maar dat was tijdelijk,’ zegt zijn behandelaarster. ‘Hij kreeg een hartaanval toen hij bij ons was. Dat had overal kunnen gebeuren. Hij is inmiddels hersteld en heeft mij niet aangeklaagd.’

Onlangs werd klacht nummer drie aan het dossier toegevoegd: een Amerikaan die in 2006 in bad overleed terwijl hij naar Kockengen was gekomen om af te kicken van zijn heroïneverslaving. ‘Hij leed aan een hersentumor, maar dat had hij verzwegen toen hij zich aanmeldde. Zijn vrouw was meegekomen. Zij kan getuigen dat ik hem niet heb verwaarloosd.’

En dan was er nog het geval van een eenendertigjarige Amerikaanse die met ernstige hartritmestoornissen op de intensive care van het Universitair Medisch Centrum Utrecht belandde. ‘Dat was een alcoholiste. Dat ze een liter wodka had gedronken, werd er niet bij verteld,’ moppert Glatt. Het artikel waarin de behandelend artsen in 2009 de spoedopname voor het vakblad The New England Journal of Medicine beschreven, rept echter van ‘3,5 gram ibogaïne’: ‘She had not taken any other drugs or alcohol.’ Pas na twee dagen herstelde het hart zich.

‘Wat totaal buiten beeld blijft, is dat Sara in de loop der jaren een groot aantal mensen met zware verslavingsproblemen heeft behandeld,’ herhaalt advocaat Van der Weide. ‘Uit de hele wereld kwamen cliënten die de hel van het reguliere hulpverleningscircuit hadden doorlopen naar Kockengen. Dit was hun laatste hoop om clean te worden; in de meeste gevallen lukte dat. In de farmaceutische industrie gaan miljarden om; die lobby ziet dat een goedkope behandeling om van verslaving af te komen gewoon werkt. Ik zeg niet dat de farmaceutische industrie de hand heeft in het justitiële onderzoek, wél dat men er belang bij heeft om Sara buiten spel te zetten.’

Centrum ’45

Iboga is de vermalen wortelbast van de plant Tabernanthe Iboga die in de regenwouden van Gabon en Congo groeit. De plant wordt gebruikt bij rituelen in de Bwiti-religie en overgangsrituelen van jonge mannen en wordt beschouwd als genezend. In de jaren zestig ontdekte de Amerikaan Howard Lotsof dat de lust om heroïne te gebruiken hem verging nadat hij iboga had geprobeerd. Hij wierp zich op als een bevlogen propagandist voor het middel, waarvoor hij de legendarische psychiater Jan Bastiaans van Centrum ’45 in Oegstgeest wist te interesseren. Bastiaans, die patiënten bij het verwerken van hun oorlogstrauma ter zijde stond, pionierde samen met Lotsof in het eerste wetenschappelijk onderzoek naar de effecten van iboga. De experimentele behandelingen vonden plaats in hotelkamers, maar werden abrupt stopgezet toen een deelneemster overleed.

In de zomer van 1990 pakte het Instituut voor Verslavingsonderzoek van de Erasmus Universiteit het onderzoek weer op. Nico Adriaans (1957-1995), ervaringsdeskundige en oprichter van de Junkiebond, was kort te voren tot veldwerker van het instituut bevorderd. Hij rekruteerde tien intensieve heroïnegebruikers die zienderogen opknapten nadat hen in het belang van de wetenschap iboga was toegediend. Volgens het onderzoeksverslag was het succes van korte duur, omdat de verslaafden onder sterke druk van vrienden en dealers weer op hun gewoonten terugvielen. Na de dood van Adriaans noemde de Rotterdamse drugsdominee Hans Visser de ibogakuur ‘een beslissende ervaring in diens leven’. Theo Smit van de instelling voor verslavingszorg Jellinek verwacht dat op basis van de ibogawortel ooit een probaat medicijn zal worden ontwikkeld, maar zover is het nog niet. ‘Daar is meer onderzoek voor nodig. Er kunnen allerlei schadelijke bijwerkingen optreden. Net als bij acupunctuur is het effect van iboga mede afhankelijk van het geloof dat de gebruiker in de heilzame werking heeft.’

Ibogaine
Ibogaine

Voor Sara Glatt kwam de omslag toen ze op 1 mei 1999 in het Amsterdamse kraakpand Elf een lezing bijwoonde van de Zuid-Afrikaanse fotograaf en etnobotanist Dan Lieberman, een boeddhistische zoeker die vertelde dat hij na twintig vergeefse pogingen uiteindelijk een pygmeeënstam in Gabon bereid had gevonden hem in het Bwiti-ritueel te initiëren. Lieberman prees de diepe, spirituele ervaring die de iboga-trip teweeg brengt. Sara was nieuwsgierig genoeg om te testen of de bewering klopte. Haar eerste ervaring met het twintigduizend jaar oude middel verplaatste haar geest naar donker Afrika, waar haar werd ingefluisterd dat het Westen de heilige iboga nodig heeft. De oproep was te indringend om te negeren. Ze had een bewogen leven achter de rug, was op haar zeventiende vanuit Israël naar Nederland geïmmigreerd, danseres bij Scapino geweest, had zich zowel in het alternatieve als het al te naïeve verdiept en leek als moeder van vijf kinderen haar definitieve bestemming te hebben gevonden. Haar huwelijk liep op de klippen toen de jongste twee was. Daarna groeide de woonboerderij geleidelijk uit tot behandelcentrum. In de kop van Overijssel, in Drenthe en in Soesterberg duikt iboga op in cursussen voor gegadigden die aan ‘innerlijke groei’ willen werken, maar ‘de heks van Kockengen’ zette het middel als eerste in Nederland op de kaart. Ze verzekert dat niemand het zo effectief aanpakt als zij.

‘Ik heb,’ zegt ze, ‘twaalf fantastische jaren achter de rug. Alles ging goed, maar alles wat ik heb opgebouwd, is me afgepakt. Ik heb geen inkomsten meer. Ik kom niet in aanmerking voor een uitkering. Ze behandelen me als een crimineel.’ ‘Sara wordt gemuilkorfd. Lamgelegd. De sancties staan niet in verhouding tot wat haar te laste kan worden gelegd,’ vult advocaat Van der Weide aan.

Waarop zij: ‘Misschien dat alles wat ik nu doormaak ertoe leidt dat iboga meer in de belangstelling komt te staan. Als dat het resultaat is, dan is de zaak tegen mij toch ergens goed voor geweest.’