Het is een ijzige zaterdagavond in het oosten van de Berlijnse wijk Kreuzberg. Een snijdende oostenwind brengt kou mee die zich in je botten nestelt. Onder metrostation Kottbusser Tor verzamelt een groepje daklozen zich rond een witte Ford Transit. Vrijwilligers van de hulpstichting Berliner Obdachlosenhilfe e.V. (BOH) zetten lange tafels met warm eten klaar. Een eindeloze stroom stadsverkeer trekt voorbij aan de bonte rij mannen en vrouwen.
Tussen de verweerde gezichten staan opvallend veel jongeren en gezinnen te wachten op een gratis avondmaaltijd. Vrijwilliger Cedric schept een bord vol aardappels met linzensaus en geeft dat aan een Poolse dakloze met een zwarte muts. Een Turkse bakker uit de buurt komt aanlopen met drie grote zakken brood. Hij kent de meeste daklozen persoonlijk, drinkt een kop koffie en sust een ruzie.
Cedric (21) draagt een trainingsjasje en afgetrapte Nikes. Hij leeft zelf sinds zijn zestiende op straat. Binnenkort komt hij in aanmerking voor een huurwoning. Door wekelijks mee te helpen bij BOH wil hij alvast wat structuur in zijn leven aanbrengen.
Ik schenk een kop thee in en geef die aan een oude man met een grijze baard. Cedric kijkt me hoofdschuddend aan: ‘Je moet handschoenen aantrekken als je aan het werk bent man. Dat dit eten voor daklozen is betekent niet dat er geen hygiënevoorschriften meer gelden.’
Gaarkeuken
De stichting BOH bestaat deze maand vijf jaar. De kleine vrijwilligersorganisatie is een van de vele particuliere hulpclubs die proberen om het kleine leger daklozen dat over de straten van Berlijn rondzwerft de winter door te helpen. Bij het beruchte station Zoologischer Garten in het vroegere West-Berlijn zit een gaarkeuken waar daklozen vierentwintig uur per dag terecht kunnen om een hapje te eten. In 2015 is er een hygiënecentrum met toiletten en douchecabines bijgebouwd.
Er is een kleine club Berlijners die via Facebook slaapzakken en warme kleding inzamelt, er zijn regelmatig flitsinzamelingsacties of benefietconcerten voor daklozen en er is altijd wel ergens een volkskeuken in een kraakpand die goedkope maaltijden aanbiedt.
De BOH-vrijwilligers komen elke week drie keer samen om eten te koken in een klein keukentje in het noorden van de stad. Fruit, brood en groenten worden gedoneerd door buurtwinkels of gekocht met uit donaties verkregen geld. ’s Avonds worden de maaltijden gratis uitgedeeld op drie vaste locaties in Berlijn. Vandaag staat er ook nog gebak op het menu: na een grote conferentie geschonken door de catering van de Bondsdag.
Alarmerend snelle stijging
Hoeveel daklozen er precies rondzwerven door Berlijn weet niemand exact. Volgens de minst optimistische schatting gaat het om ongeveer tienduizend mensen.
In heel Duitsland is het aantal daklozen tussen 2014 en 2016 met honderdvijftig procent gestegen, zo heeft de Europese Federatie van Daklozenorganisaties (FEANTSA) becijferd. Een deel daarvan bestaat uit Syrische vluchtelingen, maar er zijn ook veel Polen dakloos die na toetreding van Polen tot de EU in 2004 westwaarts zijn getrokken.
Berlijn werkt als een magneet op jongeren uit heel Europa, maar het wordt steeds lastiger om een betaalbare woning te vinden in Berlijn.
De gemeente Berlijn constateert de laatste jaren daarnaast een alarmerend snelle stijging van het aantal dakloze jongeren. Berlijn werkt als een magneet op jongeren uit heel Europa, maar het wordt steeds lastiger om een betaalbare woning te vinden in Berlijn.
Ook bij BOH zien ze de daklozendemografie in snel tempo veranderen, zegt de 26-jarige vrijwilliger Tobias. Boven onze hoofden dendert een metro langs. De felle neonlichten van Kreuzberg geven de kleine voedseldistributie een dystopische gloed. ‘In de Berlijnse partyscene worden veel drugs gebruikt. Dat geeft mensen met problemen eventjes verlichting. Maar als je geen vaste verblijfplaats hebt, kan de stad je ongemerkt opslokken. Dat begint met op de bank slapen bij vrienden, en voor je het weet lig je onder een brug.’
Arme stad
Geld, macht en commercie komen samen in de Duitse bondshoofdstad. De glanzende nieuwbouw rond de Rijksdag vormt het perfecte decor om wereldleiders met égards te ontvangen. Over de chique Kurfürstendamm in het oude westen razen vierentwintig uur per dag dure sportauto’s en bij de historische Brandenburger Tor maken toeristen selfies.
Maar Berlijn is ook een arme stad die al sinds de jaren negentig op het randje van een faillissement staat. Voor een Europese hoofdstad is er bizar weinig werk en de lonen zijn laag. Tegelijkertijd stijgen de huizenprijzen er snel. Bewoners worden daardoor verdreven door hoogopgeleide kenniswerkers met goede banen bij de overheid of in de creatieve industrie.
‘Vastgoedondernemers proberen arme huurders weg te krijgen zodat ze de woningen voor een veelvoud kunnen doorverhuren of verkopen.’
Vooral voor groepen met lagere inkomens is de overspannen huizenmarkt levensgevaarlijk, vertelt Regina Kneiding van de Berlijnse Dienst Werk & Inkomen. We ontmoeten elkaar in een imposant kantoorgebouw opgetrokken uit rode baksteen. Eindeloze gangen doorsnijden de Kafkaëske kolos. ‘Ondanks de huidige hoogconjunctuur is de werkloosheid in Berlijn hoog,’ vertelt de ambtenaar. ‘Vastgoedondernemers proberen arme huurders weg te krijgen zodat ze de woningen kunnen renoveren en voor een veelvoud van de oorspronkelijke huurprijs kunnen doorverhuren of verkopen aan goedverdienende expats.’
Onzekere banen
Die snelle gentrificatie is niet uniek voor Berlijn. De tweedeling tussen arm en rijk is sinds het begin van de economische crisis in heel Europa groter geworden. In Italië is het aantal mensen zonder vaste verblijfplaats de laatste tien jaar verdrievoudigd en Griekenland kampt eveneens met een toenemend aantal daklozen.
Ook Noord-Europa ontkomt niet aan de daklozenproblematiek, waarschuwt FEANTSA. In Londen is het aantal families in de noodopvang sinds 2010 met de helft gestegen en de Ierse hoofdstad Dublin heeft Parijs en Londen inmiddels ingehaald als duurste woonstad van Europa – met een groeiend aantal daklozen als gevolg.
In Nederland hebben jongvolwassenen ze zes keer zo veel kans om op straat te belanden als andere leeftijdsgroepen.
In het welvarende Kopenhagen is het aantal jongeren zonder vaste verblijfplaats sinds 2010 met 75 procent gegroeid. In Nederland heeft zeventig procent van de jongvolwassenen onzekere banen en spendeert een dermate groot deel van hun inkomen aan woonlasten dat ze zes keer zo veel kans hebben om op straat te belanden als andere leeftijdsgroepen.
Ethische uitdagingen
De directe daklozenhulpverlening wordt door het Berlijnse stadsbestuur uitbesteedt aan enkele grote (vaak kerkelijke) organisaties. Elke winter zorgen zij gezamenlijk voor duizenden overnachtingsplekken en een hulpbus om waar nodig medische hulp te verlenen. De grootste van die organisaties is de Berliner Stadtmission, die een groot gebouw heeft achter het centraal station. Er is een medische hulppost ingericht en de muren staan vol levensgrote Bijbelcitaten. In een grote kelder staan tientallen veldbedden klaar. In de winter van 2017 meldden zich er in totaal 3.500 daklozen uit negentig landen.
Eigenlijk is het daklozenprobleem in Berlijn zo groot dat de officiële opvangkanalen het helemaal niet meer aankunnen, geeft hulpmedewerkster Karen Holzinger toe: ‘In de winter proberen we simpelweg te voorkomen dat mensen op straat doodvriezen. Veel daklozen leven jaren achtereen in extreem precaire omstandigheden op straat. Steeds meer mensen sterven daar ook. De problematiek stelt het rijke Duitsland voor enorme ethische uitdagingen. De ernst ervan is helaas moeilijk duidelijk te maken aan politici die zelf nooit van hun leven een dakloze tegenkomen.’
Kwetsbare groepen
Naast de gentrificatie in Berlijn en de stijgende woonkosten is er nog een ander probleem: de bondsregering heeft het steeds gemakkelijker gemaakt om mensen hun huis uit te zetten. Volgens cijfers van de gemeente zijn er sinds de eenwording van Berlijn meer dan driehonderdduizend sociale huurwoningen aan private investeerders verkocht en verbouwd tot dure appartementen. Pas sinds 2015 stijgt het aantal goedkope woningen in de Duitse hoofdstad weer. Ondertussen probeert de Berlijnse Senaat het gemeentelijke vervoerbedrijf BVG zover te krijgen om in de koudste maanden van het jaar ’s nachts metrostations open te stellen zodat daklozen er warm kunnen slapen.
‘Als de Duitse regering huisuitzettingen makkelijker maakt, merken wij daarvan de directe gevolgen.’
Het daklozenprobleem in steden als Berlijn begint zo alarmerend te worden dat zelfs de Verenigde Naties (VN) aan de bel trekken. Europese overheden, zeggen ze, bieden hun inwoners steeds minder adequate huisvesting. Kneiding: ‘Als stad zijn wij afhankelijk van wat de landelijke politiek besluit. Als de Duitse regering huisuitzettingen makkelijker maakt, merken wij daarvan de directe gevolgen. We signaleren nu al steeds meer vrouwen en jongeren op straat en onze verwachting is dat kwetsbare groepen risico blijven lopen als er niks wordt gedaan aan het woningtekort, de stijgende huren en het uitzettingsbeleid. Het is natuurlijk prachtig dat inwoners van de stad zichzelf nu organiseren in allerlei stichtingen. Maar dat zou eigenlijk niet nodig moeten zijn in de hoofdstad van Duitsland.’
Genoeg van het leven op straat
De vrijwilligers onder metrostation Kottbusser Tor hebben intussen de lange houten tafels opgeruimd. In een hoekje staat een zwerver met een warrige grijze baard tegen zichzelf te praten. Een goed verzorgde man van middelbare leeftijd verontschuldigt zich beleefd als hij me om een tweede kop thee vraagt. Tobias kijkt een bestelling na en geeft een punkmeisje een dikke jas. Een jonge vrouw met uitgelopen make-up bedankt ons verlegen voor de hulp. Ze slaat haar ogen neer voordat ze de Berlijnse nacht ingaat.
Verderop breekt een kleine vechtpartij uit. Tobias stapt opzij om twee politieagenten te laten passeren. ‘Officieel opereren wij zonder vergunning,’ zegt hij. ‘De politie tolereert ons zolang we rustig ons werk doen. Ze weten immers zelf ook dat wat wij doen nodig is. Dakloos worden kan ons allemaal overkomen. Dat weet iedereen in Berlijn.’
Ik loop naar de supermarkt verderop, koop twee halve liters bier en ga met Cedric op een stoeprand zitten. Het eerste uitgaansvolk loopt langs. Langzaam stromen de kroegen en Turkse eettentjes van Kreuzberg vol. Een Poolse dakloze staat rechtop te slapen tegen een lantaarnpaal. De witte Ford Transit van BOH draait vanaf de rotonde terug het drukke stadsverkeer in. ‘Dakloos zijn is een cirkel waar je maar moeilijk uit komt,’ zegt Cedric.
Zelf komt hij uit Duisburg, aan de rand van het Duitse Roergebied. Over zijn thuissituatie wil hij niet al te veel kwijt, maar het was reden genoeg om naar Berlijn te vluchten, vertelt hij. Cedric pakt zijn racefiets om terug te fietsen naar de brug waaronder hij (nu nog) slaapt. ‘Ik heb genoeg van het leven op straat. Ik wil weer gaan sporten in plaats van elke dag drinken. Maar om werk te krijgen, moet je een huis hebben, of andersom. Om dat patroon te doorbreken moet je verdomd sterk in je schoenen staan.’

Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.